Geomorfologie

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/50

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

51 Terms

1
New cards

Wat is geomorfologie?

De wetenschap die het aardoppervlak en de processen die het vormen bestudeert (exogene en endogene processen).

2
New cards

Beschrijf een landschapvormend proces.

Verwering, erosie en sedimentatie samen.

3
New cards

Wat is een exogeen proces?

Processen die het aardoppervlak vormen van buitenaf, zoals verwering, erosie en sedimentatie.

4
New cards

Wat is het verval van een rivier?

Een maat voor de helling: hoeveel hoogte een rivier verliest over een bepaalde afstand (Verval = hoogte/afstand). Groot verval → sterke erosiekracht, klein verval → sedimentatie.

5
New cards

Welke drie delen onderscheiden we in het lengteprofiel van een rivier?

Bovenloop: steil, hoge energie, sterke (verticale) erosie. Middenloop: gematigd, zowel erosie als sedimentatie. Benedenloop: vlak, lage energie, dominantie van sedimentatie. (In realiteit niet altijd netjes opgebouwd).

6
New cards

Wat is verticale erosie?

De rivier snijdt zich naar beneden in, vooral in de bovenloop → rivierdal wordt dieper, ontstaan van V-dalen en kloven.

7
New cards

Wat is laterale erosie?

De rivier schuurt zijwaarts uit, vooral in de benedenloop → rivierdal wordt breder, ontstaan van vlakbodemdalen en meanders.

8
New cards

Wat gebeurt er bij een te steile helling in een rivier?

Erosie: de rivier snijdt zich dieper in, reliëf wordt vlakker.

9
New cards

Wat gebeurt er bij een te vlak stuk in een rivier?

Sedimentatie: rivier zet materiaal af, helling neemt weer toe.

10
New cards

Waarom bereikt een rivier bijna nooit een perfect evenwichtsprofiel?

Vanwege verstoringen zoals tektonische krachten, differentiële erosie (knikken, watervallen, meanders) en zeespiegelveranderingen.

11
New cards

Wat is een gletsjer en hoe veroorzaakt die erosie?

Gletsjer = langzaam bewegende ijsmassa in bergen waar meer sneeuw valt dan smelt. Bevat ijs + stenen → krachtig schuurmiddel dat dalen, kloven en vlaktes uitschuurt.

12
New cards

Wat is een bergmeer?

Meer dat ontstaat wanneer een gletsjer een komvormige vallei achterlaat die zich vult met water.

13
New cards

Wat is een stuwwal?

Een heuvel die ontstaat doordat een gletsjer sediment vooruitduwt; blijft achter als de gletsjer zich terugtrekt.

14
New cards

Wat is een morene?

Afzettingen van puin door gletsjers. Zijkant = zijmorene, onder = grondmorene, einde/front = eindmorene.

15
New cards

Wat is een fjord?

Een oud gletsjerdal dat door de zee is gevuld, typisch U-vorm. Ontstaat wanneer een rivier in de ijstijd bevriest → gletsjer vormt → schuurt dal uit → gletsjer trekt terug → zee stroomt binnen.

16
New cards

Wat is een paddenstoelenrots?

Voorbeeld van differentiële erosie door wind. Onderkant erodeert sneller door zandkorrels → rots krijgt smalle basis en brede top, als een paddenstoel.

17
New cards

Wat gebeurt er in de bovenloop van rivieren?

Veel erosie, hoge stroomsnelheid, V-dalen en verticale uitschuring.

18
New cards

Wat gebeurt er in de benedenloop van rivieren?

Meer sedimentatie, brede dalen, meanders.

19
New cards

Wat is een meander?

Een bocht in een rivier die ontstaat door de voortdurende wisselwerking tussen erosie en sedimentatie.

buitenkant rivierbocht : Het water stroomt sneller → hogere erosiekracht → oever en rivierbodem worden weggeschuurd → holle oever.

binnenkant rivierbocht : Het water stroomt trager → sedimentatie → afzetting van materiaal → bolle oever.

20
New cards

Welke vorm van erosie hoort bij het ontstaan van meanders?

Latérale erosie: de rivier schuift geleidelijk zijwaarts door ongelijke werking van erosie en sedimentatie.

21
New cards

Hoe beïnvloedt neerslag fluviatiele erosie?

Meer neerslag → hogere stroomsnelheid van rivieren → sterkere erosie. Bij extreme regenval kan plots veel meer sediment meegenomen worden.

22
New cards

Hoe beïnvloedt temperatuur fluviatiele erosie in koude gebieden?

Hogere temperatuur → sneeuw en ijs smelten sneller → meer smeltwater → hogere stroomsnelheid en sterkere erosiekracht van de rivier.

23
New cards

Hoe beïnvloedt temperatuur fluviatiele erosie in warme gebieden?

Temperatuurstijging kan leiden tot langdurige droogte → debiet en stroomsnelheid nemen af → erosiekracht vermindert aanzienlijk.

24
New cards

Wat is een kloofdal of ravijn?

Een door verticale erosie diep ingesneden dal. De rivier schuurt de bodem steeds verder uit, waardoor steile, bijna verticale valleiwanden ontstaan.

25
New cards

Wat is een V-dal?

Een dal met twee steile hellingen en een smalle dalbodem. In dwarsdoorsnede herkenbaar aan de vorm van de letter V.

26
New cards

Wat is een vlakbodemdal?

Een brede vallei met een relatief vlakke bodem, ontstaan door terugkerende overstromingen waarbij sediment wordt afgezet. Voorbeelden: Schelde en Dender.

27
New cards

Wat is een alluviale vlakte?

Een zone langs een rivier waar bij overstromingen grote hoeveelheden sediment worden afgezet. Ontstaat doordat de rivier buiten haar oevers treedt, energie verliest en sediment ophoopt.

28
New cards

Wat is een delta?

Een gebied waar een rivier uitmondt in zee of meer met weinig getijdenwerking. Door vertraagde stroming zet de rivier veel sediment af, waardoor nieuwe vertakkingen ontstaan. Voorbeelden: Nijl-delta, Mississippi-delta.

29
New cards

Wat kenmerkt de laatste 2,6 miljoen jaar in de geologische tijd?

Afwisseling van glaciale perioden (ijstijden, groei van ijskappen) en interglaciale perioden (tussenijstijden, krimp van ijskappen).

30
New cards

Wat zijn glacialen?

Periodes in de geologische tijd waarin ijskappen sterk groeiden en grote delen van continenten bedekten.

31
New cards

Wat zijn interglacialen?

Warme periodes tussen ijstijden waarin de ijskappen sterk krompen.

32
New cards

Welke landschapsvormen ontstonden door glaciale erosie?

U-dalen, morenen, fjorden en stuwwallen → duidelijke sporen van vroegere gletsjers in Europa en Noord-Amerika.

33
New cards

Hoe beïnvloedt de huidige opwarming van de aarde glaciale erosie?

Snel smelten van gletsjers levert veel smeltwater dat via rivieren wordt afgevoerd en zorgt voor extra fluviatiele erosie (meer debiet, meer kracht om gesteente af te slijten en sediment te vervoeren).

34
New cards

Welke blijvende veranderingen in reliëf ontstaan door het verdwijnen van gletsjers?

Het ontstaan van nieuwe meren en bredere rivierbeddingen.

35
New cards

Bespreek eolische erosie in de ijstijd.

Koud, droog toendraklimaat → weinig vegetatie; sterke wind verplaatste door gletsjers verpulverd gesteente (glaciale bron) en zette het af: ver weg löss (silt/leem), dichterbij dekzand (grover); vormde ook landduinen in vegetatiearme zones. Voorbeelden BE: Haspengouw (löss), Kempen (dekzand), landinwaarts van de kust/Kempen/langs de Maas.

36
New cards

Wat is löss en hoe is het ontstaan?

Fijn materiaal (silt/leem), ontstaan als "rock flour" door glaciale erosie; door wind over grote afstand vervoerd en afgezet. In België vooral in Haspengouw → vruchtbare leemgronden.

37
New cards

Wat is dekzand en waar vind je dit in België?

Grovere zandkorrels, minder ver getransporteerd dan löss en dichter bij de bron afgezet. In België vooral in het noorden, m.n. de Kempen.

38
New cards

Wat zijn landduinen en waar komen ze voor?

Door wind gevormde zandophopingen verder landinwaarts, ontstaan tijdens de ijstijden in onbegroeide zones; te vinden landinwaarts van de kust, in de Kempen en langs de Maas.

39
New cards

Welke invloed heeft de atmosfeer op massabewegingen?

De atmosfeer kan massabewegingen onder gravitationele erosie versterken: hevige regenval verzadigt de bodem en maakt deze instabiel, terwijl extreme droogte de binding tussen bodemdeeltjes verzwakt. Vooral de combinatie van droogte gevolgd door extreme regenval is gevaarlijk.

40
New cards

Wat is een aardverschuiving?

Een vorm van massabeweging onder gravitationele erosie: een zeer snelle beweging waarbij aarde en rotsen langs een helling naar beneden schuiven, vaak na een aardbeving of hevige regenval.

41
New cards

Wat zijn steenlawines?

Een vorm van massabeweging onder gravitationele erosie: snelle beweging van grote hoeveelheden rotsen die als massa van een helling rollen of schuiven. De aarde zelf beweegt niet mee.

42
New cards

Wat is afstorting?

Een vorm van massabeweging onder gravitationele erosie: plotselinge en snelle beweging van losse rotsblokken of puin dat bijna verticaal van een steile wand of klif naar beneden valt.

43
New cards

Wat zijn modderstromen?

Een vorm van massabeweging onder gravitationele erosie: snelle beweging van aarde of fijn sediment, vermengd met veel water, dat als dikke vloeibare massa van een helling afstroomt (vaak na hevige regenval).

44
New cards

Wat is verglijding?

Een vorm van massabeweging onder gravitationele erosie: een matig tot snelle beweging waarbij natte, samenhangende grond in zijn geheel van een helling glijdt.

45
New cards

Wat is bodemcreep?

Een vorm van massabeweging onder gravitationele erosie: een zeer trage beweging van slechts millimeters tot centimeters per jaar waarbij de bovenste laag van de bodem langzaam naar beneden verschuift (goed herkenbaar aan scheefstaande boomstammen in hellingbossen).

46
New cards

Wat is watererosie (fluviatiele erosie)?

Afbraak door stromend water van rivieren en beken.

47
New cards

Wat is mariene erosie?

Afbraak door de beweging van water in zeeën en oceanen.

48
New cards

Wat is winderosie (eolische erosie)?

Afbraak door de kracht van wind en luchtstromen.

49
New cards

Wat is glaciale erosie?

Afbraak door gletsjers en bewegend ijs.

50
New cards

Wat is gravitationele erosie (zwaartekracht)?

Afbraak door het naar beneden glijden of vallen van gesteenten onder invloed van zwaartekracht.

51
New cards

Wat is antropogene en biogene erosie?

Afbraak door mens en dier (bv. landbouw, ontbossing, graafactiviteiten).