1/33
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Wat is de centrale vraag van college 5?
Als governance geen machine kan zijn (Fukuyama), wat blijft er dan over? → Improvisatie (Boutellier).
Waarom sluit college 5 aan op college 4?
College 4: mechanisch bestuur faalt → governance = kunst. College 5: welke kunst? → improvisatie.
Wat is het verschil tussen mechanisch bestuur en improviserend bestuur?
Mechanisch: vaste regels, voorspelbaarheid, één juiste oplossing. Improvisatie: afstemming, contextgevoeligheid, meerdere mogelijke oplossingen.
Wat betekent de “improvising society”?
Een samenleving zonder vast patroon, met voortdurende verandering, waarin orde ontstaat door afstemming en routines.
Wat zijn de drie pilaren van de improvising society (Boutellier p.139)?
1) Netwerksamenleving 2) Informatiesamenleving 3) Wereld zonder grenzen.
Wat kenmerkt de netwerksamenleving?
Individuen & organisaties zijn nodes in netwerken → afhankelijkheid & dynamiek.
Wat kenmerkt de informatiesamenleving?
Technologische infrastructuren bepalen hoe we communiceren en samenwerken.
Wat kenmerkt de wereld zonder grenzen?
Globalisering → geen duidelijke nationale grenzen voor problemen, identiteiten, verantwoordelijkheden.
Wat betekent “social order is not given”?
Er bestaat geen vooraf bestaande orde → orde moet permanent gecreëerd/gestuurd worden.
Wat betekent “normativity presupposes ordering”?
Bestuur moet altijd afwegen wat ‘goed’, ‘juist’ of ‘moreel wenselijk’ is → normativiteit is onvermijdelijk.
Wat bedoelt Boutellier met “dynamic continuity”?
Orde ontstaat via routines, praktijken en ervaringen — niet via vaste structuren.
Waarom is improvisatie noodzakelijk volgens Boutellier?
Samenleving is te complex en veranderlijk voor vaste regels → afstemming is de enige manier om orde te maken.
Wat betekent improvisatie volgens Boutellier?
Afstemming van handelen op omstandigheden, omgeving, routines en andere mensen.
Waarom is improvisatie niet hetzelfde als willekeur?
Improvisatie volgt patronen, ritmes en normen — net als muziek. Het is gestructureerde spontaniteit.
Wat is governance volgens Boutellier?
Het organiseren van attunement: structurele afstemming binnen complexiteit.
Waarom werkt bestuur als jazzmuziek?
1) Spontane creatie 2) Binnen een bepaalde harmonie 3) In een gegeven ritme → afstemming in plaats van hiërarchische regels.
Wat symboliseert “geen partituur” in de jazzmetafoor?
Geen vaste blauwdruk voor governance; bestuur moet reageren op omstandigheden.
Wat symboliseren ritme & harmonie?
Gedeelde normen, routines en institutionele praktijken die improvisatie mogelijk maken.
Waarom zijn spelers niet volledig vrij in improvisatie?
Improvisatie gebeurt altijd binnen regels, rollen, instrumenten en samenwerking → precies zoals bestuur.
Waarom maakt jazz de samenleving zowel vrij als georganiseerd?
Improvisatie geeft ruimte voor creativiteit, maar vereist ook coördinatie en verbondenheid.
Wat is een “center of gravity”?
Institutie of organisatie die gewicht, structuur en richting geeft aan een beleidsterrein.
Wat zijn de drie “events” van Boutellier waarop governance zich afstemt?
1) Incidents 2) Initiatives 3) Centers of gravity.
Wat zijn incidents?
Onvoorziene gebeurtenissen die urgenties creëren → acute improvisatie nodig.
Wat zijn initiatives?
Bewuste acties van actoren (burgers, organisaties) die nieuwe richting geven aan beleid.
Wat zijn centers of gravity?
Instituties (bv. ziekenhuis, rechtbank, school) die een stabiel referentiekader vormen.
Wat is de rol van instituties in improvisatie?
Zij creëren ritme, structuur, normen, verwachtingen → de “drummer” van de samenleving.
Waarom maken instituties improvisatie stabieler?
Zij hebben historisch gegroeide waarden & praktijken → zorgen voor continuïteit.
Wat bedoelt Boutellier met “institutional practices determine public morality”?
Wat instituties dagelijks doen (onderwijzen, genezen, beschermen) vormt onze opvatting van wat ‘goed’ is.
Waarom maakt dit governance legitiem?
Improvisatie is verankerd in maatschappelijke waarden → niet willekeurig, maar normatief gedragen.
Hoe past migratiebeleid in improvisatie?
Different circumstances → different improvisations (old hosts, new hosts, islands, emigration countries).
Waarom vereist EU-migratiebeleid improvisatie?
Meerdere landen, culturen, belangen → geen mechanische oplossing → voortdurende afstemming.
Hoe past defensiebeleid in improvisatie?
Historie, geografie, middelen & strategische cultuur vragen per land om andere oplossingen.
Wat is de rode draad van colleges 1–5?
Mechanische governance → complexe governance → onoplosbare PA-problematiek → governance als kunst → kunst = improvisatie.
Wat is het belangrijkste tentameninzicht van college 5?
Besturen = organiseren van afstemming (attunement) binnen radicale complexiteit; daarom is governance een vorm van improvisatie.