1/92
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
overzicht pijn op borst in 1ste lijn

oorzaken pijn op borst - cardiale oorzaken
kransslagader vernauwing = kan zijn dat het deel daarachter neit genoeg bloed krijgt → necrose ontstaan met kalchten van pijn op borst
pijn die onstaat, wordt angina pectoris genoemd
oorzaken: kransslagaderlijden of aangeboren afwijking
oorzaken pijn op borst - nier cardiale oorzaken
kan komen door: pleuritis, pneumothorax, herpes zoster infectie (gordelroos), hyperventilatie syndroom (psychogeen) uit het spier- en skeletstelsel (costomyalgeen/syndroom van Tietze) en uit tractus digestivus (bv maagzweer of GERD
acute coronair syndroom - 7 dementies
lokalisatie: pijn dieper midden in borst, keel of hoog in buik → er is uitstraling naar armen, vooral links, kaken, rug en tussen schouderbladen
pijn nooit met 1 vinger aan te wijzen = diffuus
aard: drukkend, knijpend, beklemmend, omsnoerend of krampend; vrijwel nooit scherp, brandend (maagzweer), stekend (znw pijn)
ernst: wisselent per pt
beloop: klachten onstaan vaak dezelfde mate van inspanning → pijn progressief is verdenken: instabiele angina pectoris
aanvallen duren kort, pijn verdijwnt snel als oorzakelijke factor
setting/context: pijn vaak uitgelokt door inspanning, opwinding en emotie: hart dan sneller werken
uitlokende factoren: overgang warmte-koude, koude wind en zware maaltijd
begeleidende verschijnselen: meetsl vegetatieve verschijnselen: misselijkheid, blleekheid zweten, maar ook duideligheid en wegraken
» risicofactoren: oudere leeftijd, roken, hypertensie en hypercholesterolemie
acute coronair syndroom - behandeling
nitroglycerine spray = zorgt voor vaatverwijding van coronaire arterien, kan ook voor bloeddrukdaling zorgen
acetylsalicylzuur = zorgt voor afbraak van trombus in arterie
andere oorzaak van pijn op borst - wel met hart te maken
aortaissectie → hierbij pijn meer scheurend van karakter + meer uitstralen naar rug
GERD
onstaat door terugstromen van maagzuur naar oesfoagus
scherpe, brandende en kranpende pijn op borst
pijn nneemt toe met bukken + liggen
bijkomende verschijnselen: regurgatatie van maagzuur en hoesten
risicofactoren: obesitas, alcohol, cafeine en roken
aanvullend onderzoek: vastellen door H. pylori onderzoek of gastroscopie
behandeling: aanpassen leefstijl + meds: antacida of protonpomp remmers
syndroom van Tietze
is een goedaardige ontsteking van het kraakbeen van de ribben aan het borstbeen (costochondrale of sternocostale overgang)
stekende of drukkende pijn die op te wekken is bij palpatie
komt voor op alle leeftijden
geen pathofysiologische verklaring
beleid: geruststellen + zo nodig pijnstilling
pericarditis pleuritis
onsteking van pericard, wat irritatie opwekt bij kloppen van het hart
onstatat vaak na luctweginfectie
pijn erger bij liggen + soms bij slikken → typische presentatie pt voorovergebogen zitten
aanvullende diagnostiek: auscultatie van hart is wrijving pericard te horen + op ECG afwijkingen te zien
behangeling: NSAID’s en colchicine
plauritis
ontsteking van pleura
LONGEN zijn zelf niet pijnlijk, maar plaura
scherpe pijn die vastzit aan ademhaling
bijkomende verschijnsels: koorts, hoesten, dyspneu
is een syndroom van pneumonie, longembolie of maligniteit en geen diagnose op zichzelf
pneumothorax
hierbij komt lucht terecht tussen pleura
kan spontaan of na trauma ontstaan
gekenmerkt door scherpe continu pijn die erger wordt bij diep inadmen
bijkomede verschilselen: dyspnoe, hoesten
vaak bij lange, slanke mannen en bij rokers
aanvullend diagnostiek: auscultatie van longen is ademruis afwezig + hypersonore perucssie hoorbaar
behandeling: kleine herstellen spontaan, grote moet drainage bij longarts
herpes zoster (gordelroos)
gekenmerkt door hevige brandende en stekende pijn op borst die lokaal drukopwekbaar is
na enkele dagen osntaat huiduitslag met blaasjes
is een heractivatie van het varicella zoster virus dat waterpokken veroorzaakt
soms sprake van post-herpitische neuralgie → na herstel van 10-14dagen nog hevige znwpijn
hiervoor is vaccin beschikbaar
psychogeen/hyperventilatie syndroom
meestal veroorzaakt door een paniekaanval of angst
naast pijn op borst, ook versnelde ademhaling, tintelingen rond de mond en palpitaties in handen
ook ervaren ze angst voor aanval en tonen ze vermidjingsgedrag
vaker bij vrouwen + vaak psychiatrische comorbiteit
soms moeilijk onderscheid te maken met myocard infarct
pijn op borst kan ook veroorzaakt worden door langdurige stress → pijn vaak in rust onafhankelijk van beweging of inspanning
bijkomende klachten divers: hoofdpijn, vermoeidheid, palpitaties, buikpijnklachten, slaapproblemen
kenmerken van angina pectoris (AP)
= Ontstaat wanneer de vernauwing niet genoeg bloed kan leveren bij inspanning of stress
retrosternale beklemmende klachten
provocatie door inspanning
pijn die binnen 15 min verdwijnt in rust en/of binnen enkele min door inname van nitroglycerine (vaatverwijder)
typische AP = 3 symptomen aanwezig
atypische AP = 2 symptomen
aspecifieke thoracale klachten = 0-1 symptoom
angina pectoris
ontstaat door disbalans in de behoefte van O2 en aanbod van O2 voor het hart
veroorzaakt door coronairsclerose, vernauwing in coronairarterien, waardoor er onvoldoende bloed naar hart stroomt
gekenmerkt door aanvalsgewijze druk of pijn midden op borst, met uitstraling naar arm, nek of schouderbladen
pijn komt voor tijdens inspanning, kou of warmte → verdwijnt in rust
typische AP = 3 symptomen aanwezig
atypische AP = 2 symptomen
aspecifieke thoracale klachten = 0-1 symptoom
angina pectoris - behandeling
typische/atypische AP altijd doorberwezen naar cardioloog
meds keuze:
tegen aanvallen: nitroglucerine spray
onderhoudsmeds: betablokker of calciumantagonist
cardiovasculaire preventie: acetylsalicylzuur
overige oorzaken van angina pectoris
aortaklepstenose = komt voor bij 4-5% > 65j
1/3 heeft pjin op borst, vergelijkbaar met angina pectoris
pijn ontstaat door verhoogde O2-behoefte als gevolg van hypertrofie
andere kalchten: kortademigheid (dyspneu) + syncope
coronair spasmen en micorvasculair lijden = veroorzaakt klachten zonder sprake van atherosclerose
vaak geen afwijkingen te zien op coronaire angiografie
komt vaker voor bij vrouwen + jonge pts’s
pt’s hebben soorgelijke klachten als bij angina pectoris of acute coronair syndroom (ACS)
mechanische atherosclerose

evolutie van athrosclerotisch coronairlijden

verhoogde kans op coronair lijden
risicofactoren: roken, hypercholesterolemie, diabetes, positieve famanamnese
veranderingen op ECG: ST-elevatie of depressie en afwijkende T-toppen
linkerventrikeldisfunctie: aantonen met echo
abnormaal inspannings-ECG
troponine bij verdenkin infarct
calciu score > 0 op Ct-scan (toont calcificaties van bloedvaten, waaruit calciumscore wordt afgeleid) → meer calcificateis = hoger kans coronairlijden
doel diagnostiek POB
eerste stap → kiezen passende test om athrosclerose vast te stellen
niet aanwezig = andere oorzaken in DD overwegen
duidelijke diagnose cruciaal omdat prognose + therapiekeuze bepaalt
3 parameters waarmee atherosclerose wordt bepaald:
leeftijd
geslacht (risico man > vrouw)
vrouw zijn ‘beschermd’ door oesterogenen tot menopauze
aard van klachten
druk- of handgevoel gedurende 2-15min, substernaal, uitstralend naar kaak, nek en/of linkerarm
verlichting door nitraten of rust
uitlokkende factoren: kou, inspanning en/of stress
ischemie en POB
veroorzaakt POB → disbalans vraag-aanbod

ischemische cascade (ischemic cascade) bij stabiele coronairlijden/angina pectoris.

ischemische cascade - POB

anatomische testen - POB
vaststellen of structurele oorzaak is voor verstoorde balans tussen O2 aanbod/vraag en vraag in hart, zoals vernauwing in kransslagaders, voorbeelden:
invasieve coronair angiografie
CT-coronairangiografie door middel van contrast
» brengen beide anatomie van kransslagaders in beeld
laboratorium testen - POB
troponine is gevoelige labtest die wordt gebruikt om scahde hartspier aan te tonen
bij myocardschade komt torponine vrij in bloed → belangrijke marker voor vaststellen van acuut coronair syndroom
diagnostiek hartfalen
meerdere belangrijke factoren:
klachten van pt
ECG
BNP → brain natriuretic peptide, verhoogd bij hartfalen
echo voor beoordeling systlische en diastolische functie
in huisarts = zowel ECG en BNP normaal = hartfalen onwaarschijnlijk
ECG + BNP afwijken = hartfalen mogelijk → doorverwijzing voor echo
pre-test probabiliteit (likelihood)
kans dat pt de aandoening heeft voordat een test wordt uitgevoerd - afgezet tegen de post-test waarschijnlijkheid (kans na positieve of negatieve testuitslag)
intermediate pre- probabilitie
bv tussen 20-70%
in dit beriek kan test de inschatting van kans op ziekte aanzienlijk beinvloeden: pos test verhoogt kans op aandoening sterk, terwijl neg deze aanzienlijk verlaagt
gebied waar testen dus meest zinvol is
lage pre-test probability
< 10%
test voegt minder waarde toe: bij lage kans blijft post-test waarschijnlijk laag → zlefs als test positief is
deze test is minder zinvol
hoge pre-test probability
>90%
test voegt minder waarde toe: hoge kans blijft kans op post-test hoog, zelfs als deze neg is
deze test is minder zinvol
functionele testen
myocardiale perfusie met MRI: test toont bij inspanning evt perfusiedefecten aan → wijst op disbalsn O2vraag/aanbod = vaststellen myocardiale ischemie
echo in rust: bekijt wandbeweging hart → deel van hartspier bij inspanning slechter samentrekt = myocardiale ischmie
wandbewegingstoornissen zijn nm belangrijk vroeg teken ischemische cascade, nog voor ECG veranderingen/klachten er zijn
echo in tijdens inspanning: tijens fietstest fo toedienen med zoals dobutamine → sprake van stress-echo = ischemie uitlokken en zo wandbeweginstoornis zichtbaar maken als afwezig in rust
ECG tijdens inspanning: met fietsergometrie of loopbandtest → kijken op verandering hartfilmpje (bv ST-depressie)
vooral geschikt voor mens met normale rust ECG
kan ischemie zien voordat pt klachten heeft
minder gevoelig dan beeldvormende technieken
diagnostiek hartkloppingen
2 belangrijke middelen:
ECG → momentopname van hartrimte + vooral nuttig als klachten tijdens onderzoek aanwezig zijn
Holtermonitor → draagbaar apperaat dat hartritme continu meet, beodoeld bij klachten als hartkloppingen, vermoeden ritmestoornissen of evaluatie behandeling
pts kunnen tijdens klachten op knop drukken = arts nagaan of klachten samenhangen met ritmestoornis
basalt
gespecialiseerd revalidatiecentrum, biedt klinische en poliklinische hartrevalidatie:
klinisch: na ziekenhuisopname bij oa steunhart (LVAD), harttransplantatie, langdurige IC-opname of complexe psychosociale problematiek
poliklinisch: na caridaal event; myocardinfarct of CABG
hartrevalidatie
multidisiplinair programma: herstellen + optimaliseren fysieke, psychologische en sociale gezondheid pt;s met hart/vaatziekten
doel: verbeteren lichamelijke belasting, aanleren gezonde leefstijl, bevorderen therapietrouw, ondersteuning terugkeer dagelijks leven
cardiologen, fysiotherapeuten, psychologen (bv bij angst ontwikkeld), ergotherapeuten (verdelen energie dagelijk leven, etc)
CPET/VO2max
fietstest vaak gebruikt bij hartrevalidatie
absolute waarde worden gegeven aan hand van hoe hard pt zich kan inspannen → hierop revalidatieprogramma aanpassen
op basis van hartslag, wattage, borgscore + bloeddruk
vrouwenrevalidatieprogramma
gericht op vrouwen omdat die meer drop-out hebben in ‘orginele programma - gericht op mannen’
wordt ook wel ‘vrouwenhart’ genoemd en heeft extra aandacht voor gezin, stress, werk, herkenning, sociale context + overbelasting
prehabilitatie
voeding, leefstijl + bewgingsondersteuning voor operatie aanbieden aan pt = betere uitkomst na operatie
better in = better out
sneller herstel, minder complicaties + ervaren vaak hoger kwaliteit van leven na ingreep
stabiele angina pectoris
behandeld met meds + interventie
meds zijn voor secundaire preventie: acetylsalicylzuur en statines + antiangineuze meds: betablokkers + nitraten = symptomen bestrijden
operatief kiezen voor PCI (percutane coronaire intervatie) = dotteren → effectief verlichten klachten, verandert niks aan ziekteproces
daarom hartrevalidatie nodig = verbeteren vaatgezondheid
verbeterd endotheelfunctie, verlaagd hartslag + bloeddruk, stimuleert vorming nieuwe bloedvaatjes, bevordert veranderingen in vaatwand + kan bijdrage minder plaquevorming
hartfalen
hart niet in staat voldoende bloed rond pompen om aan behoeften van lichaam te voldoen
onstaat verhoogde vullingsdrukken in hart → hortademigheid → verminderde bloedtoevoer spieren = verzuring
prognose: ongunstig → goede opzet revalitatieprogramma van belang
doel: vergroten ziekte-inzicht, bevorderen therapietrouw, verminderen ziektelast, verbeteren kwaliteit leven
geeft minder ziekenhuisopnames + leversverwachting omhoog
oorsprong pijn op borst mogelijkheden:
cardiale oorzaken: coronairlijden, pericaditis, aortadissectie
pulmonaal: longembolie, pneumonie, pneumothorax
musculoskeletaal: costochondritis of trauma
gastro-intestinaal: refulx, oesofagitis, maagperforatie
diagnostiek POB
anamnese + LO
ECH, echo cor, CT, PET, MIR, coronairangiografie, etc
sensitiviteit
kans op pos. test bij aanwezigheid ziekte
specificiteit
kans op neg. test bij afwezigheid ziekte
positief voorspellende waarde (PPV)
kans op ziekte bij positieve test
negatief voorspellende waarde (NPV)
kans op geen ziekte bij neg test
chronische pijn op borst zijn verschillende vormen van atherosclerotisch coronairlijden:
typisch angina pectoris
atypisch angina pectoris
aspecifieke angina pectoris
diangostische stappen bij POB
bij 15-85% kans op coronailijden: PET, MRI, stress-echo
snel, goedkoop, beperkt sensitiviteit/specificiteit
bij 5-50% kans: CCTA (CT-coronairangiografie) : hoge sensitiviteit, lage specificiteit
> 85% kans: invasieve coronairangiografie
coronairspasme - algemeen
symptomen:
retrosternale, drukkende pijn
meestal ‘s nachtst of in vroege ochtend
verdwijnt binnen 5 min na NTG
episodes duren 5-15 min
risicofactoren: roken, cocaine, 5-FU, capecitabine
pathofysiologie:
verstoord balans tussen vasodilatatie (NO) en vasoconstrictie (calcium release in sarcoplamatische reticulum)
bij endotheeldisfunctie veroorzaakt acetylcholine juist vasospasme
diagnostiek:
holter met ST-analyse: lage sensitiviteit, hoge specificiteit
spasmeprovocatietest: hoge sen, specifieke waarde onbekend

coronairspasme - symptomen
retrosternale, drukkende pijn
meestal ‘s nachtst of in vroege ochtend
verdwijnt binnen 5 min na NTG
episodes duren 5-15 min
coronairspasme - beleid
klachten passen niet bij coronairspasme → geruststelling
plachten passen WEL + verminderde kwaliteit van leven → proefbehandeling
effect = klaar
niet effect = spasmeprovocatie test, etc.
frequente klachten → holteronderzoek
longembolie
hierbij blokkeert een bloedstolesel een longslagader → ischemie van longweefsl en irriatiate van pleura
symptomen: hemoptoe, ademsafhankelijke pijn, zwelling en rood been, recente vliegreis, recente operatie, recente immobilisatie, dyspnoe
risicofactoren: diep veneuze trombose, recent operatieveleden of immobilisatie
ECG: S1Q3T3, sinustachycardie, rechteras, rechter bundeltakblok
diagnostiek: D-dimeer, CT-angio
acute pijn op de borst kan verschillende oorzaken hebben
STEMI
NSTEMI
STEMI
vorm van een hartinfarct
ST-elevatie → direct coronairangiografie
transmurale ischemie: volledig afsluiting van bloedtvat → leidt tot directe schade aan de spiercellen
» groot deel van hartspier krijgt direct geen O2
volledige afsluiting van coronairarterie
NSTEMI
vorm van een hartinfarct
geen ST elevatie
diagnostiek door tropnine bepalign: eiwit in hartspiercellen die helpt bij systole, lekt in bloed bij beschadiging hartspier
< 12: geen coronailijden of instabiele angina pectoris
12-52: kijken of er een alternatieve verklaring is, anders coronairlijden
> 52: NSTEMI
gedeeltelijke afsluiting van coronairarterie
criteria pericarditis
pijn typisc voor pericarditis
pericardwrijven
pericardeffusie
ECG afwijkingen: ST elevatie
» 2 of meer = sprake van pericarditis
pericarditis - algemeen
symptomen: houdingsafhankelijke, ademhalinsgerelateerde pijn
anamnese: recent viraal (klachten als koorts, griep, loopneus)
LO: pericardwrijven, verhoogde CVD
ECG: diffuus ST-elevatie
aortadissectie - algemeen
risicofactoren: bicuspide aortaklep, aorta-aneurysma, bindweefselziekten (Marfan, Loeys-Dietz, EDS), fammiliair voorkomen van acute aorta symdromen
pathofysiologie: scheur tussen intima en media van aorta, bloed gaat ertussen
symptomen: afhankelijk van de aangedane takken
a. subclavia → bloeddrukverschil in linkerarm
a. brachiocephalica → leidt tot STEMI van onderwand
a. cephalica → leidt tot bloeddrukverschil tussen armen en neurologische afwijkingen
a. carotis → leidt tot neurologische afwijkingen
diagnostiek: CT-scan (gouden standaard), D-dimeer (hoog sensitief)
aortastenose
progressieve aandoening waarbij aorta steeds verder vernauwt
endocarditis
kan onstaan door bac die in gebit bevinden
gebitsreiniging is bij hartklachten daarom van belang
kan kleplijden geven
aortaklep vervangen met
titaniumklep: gaat rest van leven mee, maar wel hoge druk nodig om bloed in de aorta te krijgen
biologische klep: geen hogere drukgradient is + geen antistolling gebruiken, maar gaat niet hele leven mee
» kleppen kunnen via lies geplaatst worden, waarbij herstel vaak sneller is, maar meer risico op overlijden + ernsige complicaties
cardiovasculair risicomanagement (CVRM)
nadruk ligt niet op diagnostiek of genezen, maar vroegtijdig signalen + behandelen van risicofactoren; hypertensie en dyslipidemie
doel: reductie van cardiovasculaire sterfte en morbiditeit in populatie
2 vormen hiervan:
primaire preventie: bij mensen zonder doorgemaakt HVZ maar met risicofactoren
secundaire preventie: bij pt’s die al een cardiovasculair event hebben doorgemaakt
in NL ong 15-20% verhoogd risico op HVZ
ong 24% man overlijdt aan hart en vaatziekten, vrouw is dit 25%
CVRM belangrijk omdat door vergrijzing en leefstijlgereleteerde risicofactoren de cijfers stijgen
CVRM voornamelijk georganiseerd binnen 1e=lijnszorg → via ketenzorgprogramma’s
zorg protocollair ingericht en afgestemt op zorggroepen en huisartsenorganisaties
alles vastgelegt in huisartseninformatiesysteem (HIS) en aanvullend keteninformatiesysteem (KIS)
gebruiken standaardcodes → ICPC (voor diagnosen) en ATC (voor medicatie)
sturcturele scholing en financiering nodig voor waarboren kwaliteit CVRM, net als communicatie en afstemming met andere zorgverleners

risicoschatting → NHG-standaard CVRM risico schatten
aanwezigheid van risicofactoren: roken, obesitas, hypertensie, dyslipidemie, diabetes, COPD, erectiele disfunctie
belaste familie-anamnese voor HVZ of premature hart en vaatziekten op jonge leeftijd (<60j)
screening bij leeftijd: man _>40j, vrouw _>50j of postmenopauzaal
» jonge mensen (onder leeftijd hierboven) zonder risicofactoren is schatting niet zinvol
!! EXTRA AANDACHT VOOR VROUWEN!!
vrouwem met VG van:
zwangerschapshypertensie, pre-ecwampsie, HELLP → jaarlijks bloeddruk meten, lab op indicatie
diabetes gravidarum → jaarlijks nuchter glucose bepalen (eerste 5j), daaarna elke 3j
risicoclassificatie en stroomschema - CVRM
2 methodes,
stroomschema op basis van:
doorgemaakt HVZ-event
DM (type, duur, complicaties)
chronische nierschade
risicocategorie gemaakt
SCORE2 risicotabel (pas nadat pt niet past bij stroomschema)
berekent 10-jaars risico op fatale en niet-fatale HVZ
gebaseert op leeftijd, geslacht, rookstatus, bloeddruk, non-HDL-cholesterol

behandeladvies op basis van risico bij CVRM
laag risico: geen meds, focus op leefstijl
matig verhoogd risico: meestal geen meds, wel alert op lifetime-risico bij jongeren
hoog risico: overweeg meds (<70j)
zeer hoog risico (bv bij dorogemaakt event): meds aanbevolen
bloeddruk regulatie stappenplan
RAAS blokkers: angiotensine regulatie of beta blokkers
volumeregulatie: calciumantagonist of diureticum
duo therapie: combi van RAAS blokkers + volumeregulatie indien bloeddruk niet voldoende daalt
triple therapie: combi 2 RAAS blokkers + calciumantagonist
therpaie resistente hypertensie: kaliumsparend diuretica toevoegen aan triple therapie
behandeling voor CVRM
voor cholesterol
doel LDL bij pt < 70j met event: < 1,8mmol/L
doel LDL bij primair preventie of > 70: < 2,6mmol/L
therapie is afhankelijk van uigangswaarde en gewenste % LDL-daling
voor hypertensie → 4 stappenplan, gebaseerd op:
bloeddrukwaarden + afwezigheid van andere risicofactoren/comorbiditeiten
streefwaarde bloeddruk pt met CN-schade <130/80 mmHg
bloeddruk regulatie
leefstijl → gecombineerde leefstlijntervent met leefstijlcoach + groepsbijeenkomsten of online modules, ondersteund door motiverende gesprekvoering arts
zelfbewaking thuis + zelfmanagement: bloeddruk, weegschaal, activity tracker, etc helpt ong. 6,6mmHg daling
risicofactoren van een thromboembolie
recente operatie of trauma, immobilisatie, zwangerschap, kraambed, obesitas, maligniteit of orale anticonceptie
angina pectoris
O2 tekort van hart door vernauwing coronairarterie
stabiel = voorspelbaar, tijdens inspanning, verdwijnt in rust + verbeterd met meds: nitroglycerine spray
vernauwingen zijn chronisch en beperkt
behandeling meds
instabiel = plotsteling ontstaan in rust → myocardinarc, vaak veroorzaakt door atherosclerose = geeft vernauwing van coronairen
plaque-ruptuur optreden = geeft acute ischemie
behandeling urignete interventie
» tromponine waarde in bloed niet verhoogd
syndroom van Tietze
onsteking van kraakbeen dat ribben verbindt met borstbeen, wat scherpe en plaatstelijke pij veroorzaakt
pijn kan verergeren met beweging of aanraking
diagnostiek POB - cardiale oorzaken
ECG en biomarkers: troponines gebruikten
ECG kan acute ischemie of myocardinfarct aantonen door verandering ST-segmenten, T-golven of aafnwezigheid van Q-golven
troponine = specifieke marker voor myocardiale schade = verhoogd bij NSTEMI of STEMI, maar normaal bij angina pectoris
coronairangiografie = aantonen vernauwing kransslagaders → verdenking op acuut coronair syndroom
stabiele AP = eerst CT, MRI of echo
diagnostiek POB - niet cardiale oorzaken
anamnes +LO
vragen: aard pijn, duratie, relatie tot maaltijden of ademhaling
reflux = vaak pijn na maaltijd erger + verbeterd met anticida inname
musculoskeletale oorzaken: syndroom van tietze → vaker erger met bewegen,
cardiale oorzaken uitsluiten met ECG, maar goede anamnese kan helpen niet-cardiale oorzaken te constateren
ECG
belangrijk voor evaluatie acute POB
STEMI = ST-elevaties
NSTEMI = ST-depressies of T-golf inversies
Q-golven = eerder infarct of nieuw linkerventrikelblok
normaal ECG = niet acuut coronair syndroom uitsluiten, vooral niet bij vrouwen + oudere pt’s
acuut coronair syndroom - behandelen
meds: acytylsalycylzuur + nitraten
betablokkers + ACE-remmers om belasting hart te verminderen
leefstijlveranderingen
STEMI = zo snel mogelijk PCI verrichten
NSTEMI, instabile pectoris = coronairangiografie en PCI uitgevoerd
angina pectoris - behandeling
stabiel: meds - acytylsalycylzuur + statine → samen met leefstijlveranderingen
aanvallen = nitroglycerine spray
2 of meer aanvallen per week = onderhoudsbehandeling met betablokkers en/of calciumantagonist
werkt dit onvoldoende kan ook langwerkend nitraat worden toegevoegd
niet-medicamenteuze adviezen
stoppen met roken + vermijden meeroken
beweeg voeldoende: > 150 min per week matig intensief verspreid meerdere dagen: wandelen + zitten
probeer niet meer dan 8h per dag te zitten
streef naar optimaal gewicht → BMI 20-25
eet gezond volgens schijf van 5
voorkom stress
CVRM controles
risicoschatting hart/vaatziekten elke 5j herhaalt of vaker indien geschat risico dichtbij grenswaarde zit
bloeddruk 1-2x per jaar
3jaarlijs glucose + albumine-creatinineratio bepaling
bij gebrek diureticum of ACE-remmers = jaarlijks creatinine, eGFR, NA, K controleren
eGFR < 30ml/min → instabiele hartfalen of kwetsbare oudere = 3maandelijks controle
bij starten cholesterolverlager is na 3m LDL cholesterol bepalen → streefwaarde bereikt = jaarlijkse controles niet meer nodig
betablokkers - bij angina pectoris
voorkomt aanvallen (onstaan door disbalans tussen O2-toevoer en verbruik van hart)
blokkeren van beta 1-receptoren verlaagt bloeddruk, verminderd cardiale contractiele activiteit + verminderd cardiale output en hartslag → verminderen O2 behoefde van cardiomyocyten
bijwerkingen: koude hand+vout door vermindernde doorbloeding spieren
calciumantagonisten - bij angina pectoris
alternatieve meds van betablokkers om aanvallen te voorkomne
bv. verapamil en diltiazem → blokkeren instroom van Ca2+ in cel wat nodig is voor samentrekking van spiercellen → neemt contractiliteit van myocard en dus O2 behoefte hart af
bijwerkingen: obstipatie, in verband met dilatatie glad spierweefsel
nitroglycerine (NTG) - angina pectoris
aanvallen van angina pectoris te couperen → nitraten hebben snel en direct vaatverwijdend effect = neemt venezue terugkeer naar hart af = myocardwandspanning en dus O2 behoefte verminderd
bijwerkingen: duizeligheid, vermoeidheid, misselijkheid (door acute vasodilatatie)
duizeligheid voorkomen = innemen zittend of liggend
acetylsalicyzuur - angina pectoris
voorgeschreven ter cardiovascualaire preventie
bestaat uit statiene + trombocytenaggregatieremmer (zoals acetylsalicylzuur)
remt cycli-oxygenase → verminderde activering van bloedplaatjes
bijwerkingen: spierpijn door remming van runctie mitochondrie in spiercellen
HFrEF
staat voor Heart Failure with reduced Ejection Fraction: hartfalen met een verminderde ejectiefractie (verminderde pompfunctie van de linkerkamer).
De ejectiefractie is het percentage bloed dat de linkerkamer per hartslag uitpompt.
Normaal: ongeveer 50–70%
Bij HFrEF: EF ≤ 40%
Oorzaken
Myocardinfarct
Langdurige hypertensie
Cardiomyopathieën
Hartklepaandoeningen
Myocarditis
behandelign: 4 middelen ‘fantastic four’ = RAAS blokker, SGLT2 remmer, aldosterone receptor blokker en betablokker
ACE - remmer → HFrEF
blokkeren RAAS systeem, verlaagde angiotensine II levers leiden tot volgende effecten op cardiovascualir systeem:
verlaagde bloeddruk: door vasodilattatie van perifere bleodvaten + NA verlies door verlaagd aldosteron
vermindering van systemische tonus
vermindering van hypertrofie van hart
bijwerkignen: kriebelhoest, doro omzetting van bradykine in longen → verminderen = overstappen angiotensine II antagonisten (alternatief van ACE remmers) → blokkeren angiotensine II op receptorniveau
bijwerking: hyperkaliemie
lisdiuretica → HFrEF
werken in distale tubulus van Lis van Henle
vb. furosemide en bumetanide
blokkeren reabsoprtie van NA + CL ionen → natirumchloride concentratie dalen → vermidnerde reabsoptie water en dus meer diurese
verhogen renale doorbleoding en vetodilatatie
zijn meest effectief bij kortademigheid als gevolg van longoedeem bij pts met hartfalen
bijwerkingen: hypokaliemie en hyponatriemie
SGLT2 remmers → HFrEF
bv. dapagliflozine → blokkeren heropname van glucose in nieren, waardoor dit via urine wordt uitgescheiden → bevordert uitscheiding van water = bloeddruk verlagen + symptomen hartfalen verminderen
bijwerkingen: gewichtverlies + urogenitale infecties (door hoge glucosewaarde in urine)
aldosteron receptor blokkers → HFrEF
bv spironolacton → gaan dw werking van aldosteron tegen en hebben zo natriuretische en kaliumsparend effect
vaak gebruikt in combi met andere diuretica bij behandelign van therapieresistente hypertensie, hartfalen en oedeem als ophogen van lisdiureticum onvoldoende effect heeft
bijwerking hyperkaliemie
beta blokkers → HFrEF
goede optie behandel hartfalen
remmen nm ook continue activiteit van neurohormonen die leident to progressie van hartfalen
antistolling → tromboembolieen
bij Chadsva score van 2 of hoger is dit nodig
voorkeur voor NOAC vanwege gelijke effectiviteit + lage kans op bloedingen
pts met metalen hartkunstklep hebben een indicatie van vit K antagonist
Sotalol → tromboembolieen
anti-aritmicum dat aanvallen van atriumfibrilleren kan voorkomne
amiodaron is alternatieve optie en wordt steeds meer gegeven vanwege bijwerkignen van sotalol
bijwerkingen: verlengt repolarisatiefase → QT tijd toenemen = levensbedreigende ritmestoornissen uitlokken
rate control → tromboembolieen
betablokkers, calcium antagonisten en digoxine kunnen worden toegepast voor dit bij atriumribrilleren
betablokkers ook goede keuze bij hartinfarct of hartfalen
calciumantagonist gebruiken als vervanging van betablokker (vanwege bijwerkingen) of bij pt’s met astma
digoxine = goede optie bij pt’s met lage bloeddruk → wel grote kans intoxicatie bij afgenomen nierfunctie (veriest regelmatige nierfunctie controle)