1/86
Unidad 7: 81 t/m 90 * Unidad 8: 1 t/m 65 & 80 t/m 90
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
despertarse
wakker worden
ducharse
zich douchen
quedarse
blijven
acostarse
naar bed gaan, gaan slapen
desayunar
ontbijten
volver
terugkeren
entender
begrijpen
bailar
dansen
vestirse
zich aankleden
descubrir
ontdekken
el brazo
de arm
el pecho
de borst
el estómago
de buik; de maag
el dedo
de vinger
la pierna
het been
el cuello
de nek; de hals
la espalda
de rug
el pelo
het haar
la boca
de mond
la oreja
het oor
la cara
het gezicht
la nariz
de neus
el labio
de lip
el diente
de tand
la muela
de kies
el cuerpo
het lichaam
la rodilla
de knie
la garganta
de keel
la mano
de hand
la cabeza
het hoofd
el ojo
het oog
corto/-a
kort
rubio/-a
blond
moreno/-a
bruin
negro/-a
zwart
rizado/-a
krullend
guapo/-a
knap, mooi
ordenado/-a
net, opgeruimd
desordenado/-a
slordig
timido/-a
verlegen
perezoso/-a
lui
educado/-a
beleefd
maleducado/-a
onbeleefd
nervioso/-a
zenuwachtig
co/-a
aardig
antipático/-a
onaardig
contento/-a
tevreden
limpio/-a
schoon
joven
jong
fuerte
sterk
oscuro/-a
donker
divertido/-a
leuk
pequeño/-a
klein
serio/-a
serieus
duro/-a
zwaar
calvo/-a
kaal
aburrido/-a
saai
mayor
ouder
menor
jonger
amable
vriendelijk
inteligente
intelligent
enorme
enorm, reusachtig
bastante
behoorlijlk,nogal
a veces
soms
la vez
de keer
bajo/-a
klein (niet lang)
poco/-a
weinig
el sol
de zon
las gafas
de bril
las gafas de sol
de zonnebril
hace calor
het is warm
hace frío
het is koud
así
zo
tarde
laat
temprano
vroeg
practicar surf
surfen
pesar
wegen
explicar
uitleggen
doler
pijn doen; pijn hebben
caerse
vallen
perder
verliezen
romper
breken
creer
geloven
medir
lang zijn; meten
describir
beschrijven
pedir
vragen om