Dutch - De Opmaat All words | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/1882

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:12 PM on 7/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

1883 Terms

1
New cards

aan

on; at; to

2
New cards

aanbieden

to offer

(bood aan, boden aan; heeft aangeboden)

3
New cards

aanbieding (de; -en)

the special offer

4
New cards

aanbod (het)

the offer

5
New cards

aanbrengen

to place, to fix

(bracht aan, brachten aan; heeft aangebracht)

6
New cards

aanhouden

to continue, to persevere

(hield aan, hielden aan; heeft aangehouden)

7
New cards

aankomen

to arrive

(kwam aan, kwamen aan; is aangekomen)

8
New cards

aankomen

to touch

(kwam aan, kwamen aan; is aangekomen)

9
New cards

aanleggen

to install

(legde aan, legden aan; heeft aangelegd)

10
New cards

aanmelden

to register

(meldde zich aan, meldden zich aan; heeft zich

aangemeld)

11
New cards

aannemer (de, -s)

building contractor

12
New cards

aanpassen

to adapt

(paste zich aan, pasten zich aan; heeft zich

aangepast)

13
New cards

aanrecht (het; -en)

kitchen sink

14
New cards

aanspreken

to appeal to

(sprak aan, spraken aan; heeft aangesproken)

15
New cards

aanstaand(e)

next, coming

16
New cards

aantal (het; -len)

number

17
New cards

aantrekken

to put on

(trok aan, trokken aan; heeft aangetrokken)

18
New cards

aanwezig

present

19
New cards

aanwijzen

to point out

(wees aan, wezen aan; heeft aangewezen)

20
New cards

aanzetten

to put on, to turn on

(zette aan, zetten aan; heeft aangezet)

21
New cards

afspreken

to make an appointment

(sprak af, spraken af; heeft afgesproken)

22
New cards

afspraak

appointment

23
New cards

afstandsbediening (de)

remote control

24
New cards

afwachtend

passive, reluctant

25
New cards

afwas (de)

dishes

26
New cards

afwassen

to do the dishes

(waste af, wasten af; heeft afgewassen)

27
New cards

afzuigkap (de; -pen)

cooker hood

28
New cards

agenda (de; -'s)

diary, agenda

29
New cards

agent (de; -en)

agent, policeman

30
New cards

al

already

31
New cards

alcohol (de)

alcohol

32
New cards

allebei

both

33
New cards

alledaags

everyday, ordinary

34
New cards

alleen

alone; only

35
New cards

alleenstaand

single

36
New cards

allemaal

all, all together

37
New cards

allergie (de: allergieën)

allergy

38
New cards

allergisch

allergic

39
New cards

allerlei

all kinds of

40
New cards

alles

everything

41
New cards

als

as, if, when

42
New cards

als volgt

as follows

43
New cards

alsjeblieft/alstublieft

please

44
New cards

altijd

always

45
New cards

ambitieus

ambitious

46
New cards

ambtenaar (de; ambtenaren)

civil servant

47
New cards

ananas (de; -sen)

pineapple

48
New cards

ander

other, different

49
New cards

anderhalf

one and a half

50
New cards

anders

else; otherwise

51
New cards

andijvie (de)

endive

52
New cards

antwoord (het; -en)

answer

53
New cards

apotheek (de; apotheken)

chemist

54
New cards

appartement (het; -en)

apartment

55
New cards

appel (de; -s)

apple

56
New cards

april

april

57
New cards

archiefkast (de)

file cabinet

58
New cards

architect (de; -en)

architect

59
New cards

arm (de; -en)

arm

60
New cards

armband (de; -en)

bracelet

61
New cards

arrogant

arrogant

62
New cards

arts (de; -en)

doctor, physician

63
New cards

aspirine (de; -s)

aspirin

64
New cards

assistent in opleiding (de; assistenten)

65
New cards

student doctor

66
New cards

assistente (de; -s)

female (doctor's) assistant

67
New cards

begrijpen

to understand

(begreep, begrepen; heeft begrepen)

68
New cards

behangen

to paper (walls)

(behing, behingen; heeft behangen)

69
New cards

behanger (de; -s)

paperhanger

70
New cards

beide

both

71
New cards

beige

beige

72
New cards

bejaardenverzorger (de; -s)

nurse for elderly people

73
New cards

bekend

familiar, well-known

74
New cards

beker (de; -s)

mug, beaker

75
New cards

bekeuring (de; -en)

fine (for a road offence)

76
New cards

bekijken

to look at, to study

(bekeek, bekeken; heeft bekeken)

77
New cards

belachelijk

ridiculous

78
New cards

belangrijk

important

79
New cards

bellen

to call, to phone

(belde, belden; heeft gebeld)

80
New cards

belofte (de; -s)

promise

81
New cards

beloven

to promise

(beloofde, beloofden; heeft beloofd)

82
New cards

beneden

downstairs, below

83
New cards

bepalen

to determine

(bepaalde, bepaalden; heeft bepaald)

84
New cards

bereikbaar

attainable, within reach

85
New cards

bereiken

to reach, to achieve

(bereikte, bereikten, heeft bereikt)

86
New cards

bericht (het; -en)

message

87
New cards

beroemd

famous

88
New cards

beroep (het; -en)

profession

89
New cards

beroepsmilitair (de; -en)

professional military man

90
New cards

bescheiden

modest

91
New cards

beschrijven

to describe

(beschreef, beschreven; heeft beschreven)

92
New cards

bespreken

to discuss

(besprak, bespraken; heeft besproken)

93
New cards

best

best

94
New cards

bestellen

to order

(bestelde, bestelden; heeft besteld)

95
New cards

bestelling (de; -en)

order

96
New cards

bestemming (de; -en)

destination

97
New cards

betalen

to pay

(betaalde, betaalden; heeft betaald)

98
New cards

betegelen

to tile

(betegelde, betegelden; heeft betegeld)

99
New cards

beter

better

100
New cards

beterschap!

get well soon!