hoofdstuk 14 - waarnemen

0.0(0)
Studied by 2 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/74

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 3:47 PM on 9/21/22
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

75 Terms

1
New cards
aambeeld
het tweede van de drie gehoorbeentjes
2
New cards
accommoderen
vormverandering van de ooglens bij het scherpstellen
3
New cards
adaptatie
gewenning aan een langdurige prikkel
4
New cards
adequate prikkel
het type prikkel waarvoor een bepaald type zintuigcel gevoelig is.
5
New cards
amacriene cellen
neuronen die dwarsverbindingen in het netvlies leggen.
6
New cards
basiliar membraan
membraan tussen trommelholtetrap en slakkenhuisgang, waarop het orgaan van Corti ligt, trilt mee met de frequentie van de trillingen in de vloeistof van het slakkenhuis.
7
New cards
bijziend
dichtbij wel scherp kunnen zien, in de verte niet. Het beeld valt voor het netvlies.
8
New cards
binnenoor
deel van het oor dat het slakkenhuis bevat.
9
New cards
bipolaire cellen
neuronen in het netvlies die zowel staafjes als kegeltjes met ganglioncellen verbinden.
10
New cards
blinde vlek
plaats in het netvlies waar de oogzenuw en bloedvaten door het netvlies gaan, bevat geen staafjes of kegeltjes.
11
New cards
buis van Eustachius
nauwe buis va het middenoor naar de keelholte, heft drukverschillen tussen buitenoor en middenoor op.
12
New cards
buitenoor
onderdeel van het oor, bestaat uit oorschelp en gehoorgang.
13
New cards
chemoreceptor
zintuigcel gevoelig voor een bepaalde stof.
14
New cards
chiasma opticum
de kruising van de (helft) van beide oogzenuwen aan de neuskant. Door het combineren van de informatie uit de netvliezen van beide ogen maakt dit het mogelijk diepte te zien.
15
New cards
ciliën
(zintuigharen) uitlopers van haarcellen in de cupulae en maculae; bij verbuiging ontstaan er impulsen in de haarcel.
16
New cards
cupula
geleiachtige massa n het halfcirkelvormig kanaal waarin de ciliën (zintuigharen) van zintuigcellen steken.
17
New cards
decibel
eenheid van geluidssterkte.
18
New cards
endolymfe
vloeistof in het evenwichtsorgaan.
19
New cards
evenwichtscentrum
onderdeel in de hersenstam dat het evenwicht regelt op grond van informatie van verschillende zintuigen over de stand van het lichaam.
20
New cards
evenwichtszintuig
zintuig dat de stand en bewegingen van je hoofd registreert
21
New cards
fotopsine
fotopigment in kegeltjes, er zijn drie typen: vooral gevoelig voor rood, groen en blauw licht; valt door belichting uiteen, wat leidt tot hyperpolarisatie en een verminderde afgifte van een neurotransmitter.
22
New cards
fotoreceptor
zintuigcel gevoelig voor licht.
23
New cards
ganglioncellen
neuronen in het netvlies, voeren impulsen van bipolaire cellen in het netvlies af naar de hersenen: krijgt via bipolaire cellen impulsen van het bijbehorende receptieve veld: een groep staafjes of kegeltjes.
24
New cards
gehoorbeentjes
drie beentjes in het middenoor (hamer, aambeeld, stijgbeugel), versterken de trillingen van het trommelvlies en geven ze door naar het binnenoor.
25
New cards
gehoorgang
onderdeel van het buitenoor
26
New cards
gele vlek
centrale deel van het netvlies recht achter de pupil, waarmee je het scherpst kunst zien, bevat alleen kegeltjes.
27
New cards
glasachtig lichaam
geleiachtige stof tussen lens en netvlies
28
New cards
Golgi-peeslichaampje
uiteinden van sensorische neuronen die reageren bij uitrekking van een pees.
29
New cards
haarcellen
zintuigcellen (mechanoreceptoren) met lange ciliën in o.a. het orgaan van Corti.
30
New cards
halfcirkelvormige kanalen
onderdelen van de evenwichtszintuigen, die ten opzichte van elkaar in drie vlakken loodrecht op elkaar staan.
31
New cards
hamer
het eerste van de drie gehoorbeentjes, verbonden met het trommelvlies.
32
New cards
harde oogvlies
buitenste vlies van het oog
33
New cards
hoornvlies
het doorzichtige deel van het harde oogvlies aan de voorkant van je ogen.
34
New cards
horizontale cellen
het doorzichtige deel van het harde oogvlies aan de voorkant van je ogen.
35
New cards
inwendige chemoreceptoren
receptoren die de pH en de concentraties O2 en CO2 in je bloed meten.
36
New cards
iris
het gekleurde deel van het oog rond de pupil
37
New cards
kamervocht
oogvocht in de voorste oogkamer, tussen hoornvlies en de ooglens
38
New cards
kegeltjes
fotoreceptoren in het netvlies, geschikt om kleuren mee waar te nemen, drie typen, vooral gevoelig voor rood, groen of blauw licht.
39
New cards
maculae
zintuigorgaantjes in het vestibulum, nemen versnellingen waar.
40
New cards
mechanoreceptor
zintuigcel gevoelig voor mechanische prikkeling
41
New cards
middenoor
ruimte achter het trommelvlies, bevat de gehoorbeentjes
42
New cards
nachtblind
problemen met het terugvormen van rodopsine in de staafjes leiden tot verminderd zicht in zwak licht.
43
New cards
netvlies
binnenste vlies in het oog met fotoreceptoren: staafjes en kegeltjes
44
New cards
oogspieren
spieren voor de bewegingen van de ogen, verbonden aan het harde oogvlies.
45
New cards
oogzenuw
sensorische (hersen)zenuw, bevat de axonen die vanaf het netvlies naar de hersenen gaan.
46
New cards
oorschelp
onderdeel van het buitenoor, vangt geluid op.
47
New cards
orgaan van Corti
een langgerekte strook mechanoreceptoren met zintuigharen op het basilair membraan in het slakkenhuis, neemt geluidstrillingen waar.
48
New cards
oudziend
doordat bij toenemende leeftijd de elasticiteit van de ooglens afneemt, is de lichtbreking voor dichtbij zien onvoldoende.
49
New cards
ovale venster
elastisch membraan in het slakkenhuis, verbonden met de stijgbeugel, brengt de perilymfe in de kanalen in beweging.
50
New cards
peesreflex
reflex bij een te grote uitrekking van een pees, de spier waar de pees aan vat zit verslapt.
51
New cards
perilymfe
vloeistof in de grote kanalen van het slakkenhuis, in beweging gebracht door de stijgbeugel.
52
New cards
pigmentcellen
cellen achter in het netvlies met veel pigmentkorrels, die zich bij fel licht in de uitlopers van de cellen verspreiden.
53
New cards
pijnreceptor
zenuwceluiteinde dat reageert op prikkels die schade kunnen geven, zoals een te hoge temperatuur.
54
New cards
prikkeldrempel
De hoogte van het membraanpotentiaal waarbij volledige depolarisatie optreedt.
55
New cards
primaire gezichtscentrum
deel van de visuele schors waarin een eerste verwerking van de informatie uit de ogen plaatsvindt.
56
New cards
pupil
opening in de iris waardoor het licht in het oog valt.
57
New cards
pupilreflex
regeling van de hoeveelheid licht die door de pupil de ogen binnenkomt.
58
New cards
receptief veld
een groep zintuigcellen in het netvlies, die samen geschakeld zijn op dezelfde ganglioncel.
59
New cards
receptorcel
zintuigcel.
60
New cards
rodopsine
fotopigment in staafjes, valt door licht uiteen, wat leidt tot hyperpolarisatie en een verminderde afgifte van een neurotransmitter.
61
New cards
ronde venster
elastisch membraan in het slakkenhuis, beweegt mee met de perilymfe, zodat trillingen zich verplaatsen van het ovale naar het ronde venster.
62
New cards
scheidend vermogen
vermogen om details te onderscheiden.
63
New cards
secundaire gezichtscentrum
deel van de visuele schors dat o.a. informatie levert waarmee je waargenomen beelden herkent.
64
New cards
slakkenhuis
orgaan in het middenoor, bevat gehoorzintuigcellen.
65
New cards
spierspoeltje
zintuigje dat de mate van rek in je spieren registreert.
66
New cards
staafjes
fotoreceptoren in het netvlies, geschikt om grijstinten mee waar te nemen
67
New cards
stijgbeugel
het derde van de drie gehoorbeentjes, verbonden met het ovale venster.
68
New cards
straalvormig lichaam
kringspier rond de ooglens, via lensbandjes verbonden met de ooglens; speelt een rol bij de vormverandering van de ooglens.
69
New cards
thermoreceptor
zintuigcel gevoelig voor temperatuurveranderingen.
70
New cards
trommelvlies
vlies aan het einde van de gehoorgang, trilt mee met de frequentie van het geluid dat het buitenoor opvangt.
71
New cards
vaatvlies
middelste vlies in het oog met veel bloedvaten, tussen het netvlies en het harde oogvlies.
72
New cards
verziend
veraf wel scherp kunnen zien maar dichtbij niet, beeld valt achter het netvlies.
73
New cards
vestibulum
centraal deel van het evenwichtszintuig
74
New cards
visuele schors
sensorisch centrum voor 'zien' achterin de grote hersenen
75
New cards
zintuigcel
gespecialiseerde cel die reageert op een specifieke prikkel.