1/115
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
stridor
abnormaal ademgeluid veroorzaakt door ernstige vernauwde luchtwegen
meestal hoog piepend of gierend geluid
kan in larynx, glottis (stembanden), supraglottis (epiglottis), subglottis (nauwste deel luchtwegen) of boven/onder larynx zitten
verklaren door wet van Bernoulli → smallere luchtwegen = luchtsnelheid toenemen + druk daling
hard, meestal inspiratoir adegeluid dat zonder sthetoscoop hoorbaar is
stridor vs rhonchi
stidor = hard, meestal inspiratoir adegeluid dat zonder sthetoscoop hoorbaar is, vaak duidelijskte boven mond of hals gehoord
piepende rhonchi = polyfoom, meestal expiratie en wordt alleen gehoord met stethoscoop
stridor fysiologie
erklaren door wet van Bernoulli → smallere luchtwegen = luchtsnelheid toenemen + druk daling
door drukdaling → wanden van luchtwegen collaberen
toenemende druk achter vernauwing zorgt dat luchtwegen dan weer opent → piepend geluid veroorzaakt
inspiratoire stridor
komt voor bij extrathoracale obstructie
omdat tijdens inademing de druk in borstkas neg is en wanden dus collabereren + expiratie de flow de wanden uit elkaar perst
druk tijdens inademig neemt af → ademweg samenvallen
zit in farynx of supraglottis (glottis = tussengebied)
expiratoire stridor/rhonchi
komt voor intrathoraxale obstructie → omdat er dan intrathoracale drukopbouw is en luchtwegen dichtgedrukt worden
longweefsel trekt ademweg bij inademen open door uit te zetten → bij uitademen longen kleiner en zorgt obstructie voor samenvallen
zit in trachea of bronchi (glottis = tussengebied)
oorzaken stridor
intrinsiek of extrinsieke vernauwint (van buitenaf trachea dichtdrukken)
ernst afhankelijk van oppervlakte en weerstand ademweg
daarom bij kids vaak veel erger → kleinere luchtwegen
acute luchwegobstructie
acute bovenste luchtweginfectie onstaan door
corpus alienum = iets in ademweg
kind → als in bronchus zit kan kind vaak doorademen en onstaat pneumonie
kind → in larynx/trachea = meer benauwdheid
in bronchi = hoesten, rhonchi + verminderde ademgeruis
zwelling van mucosa
onsteking of oedeem
compressie van buitenaf
opstructie in trachea symptomen
stridor en rhonchi
laryngitis subglottica (pseudokroep)
ontsteking van larynx, voornamelijk kids 0-6j
viraal → vooral eerst/winter
kan gevolg zijn van BLWI
inspiratoire stridor → ook bij ligging + blaf hoest
ernst beoordeeld met Westley Croup Score
lage score = expectatief behandeld
middel = dexamthason of verneveld budestnide
hoog = cortcosteroide/verneveld adrenaline + incubatie soms
gemodificeerde Westley Croup Score

ernst van pseudocroup volgens Westley-score

epitlotitis
lijkt op laryngitis, piekleeftijd 3j
ziekteverwerkker meestal: haemophilus infuenzae
vaccin →
beloop acuter dan laryngitis: dit komt in uren op, pt ernsig ziek met sepsis + hoge koorts
gestrekte hals (luchtwegen open) + kwijlen, angstig zijn, zachte stridor, snelle oppervlakkige ademhaling + slikproblemen
pt inslaap brengen, infuus inbrengen , platleggen + intuberen
veroorzaakt BLW-obstructie
halsabces
kan luchweg dichtdrukken
geeft roodheid, zwelling en fluctuatie van hals + luchtweg
pare of retrofaryngeaal
kan gedraineerd worden + evt. antibiotica (soms incubatie nodig)
veroorzaakt BLW-obstructie
tonsillitis
vergrote keelamandelen kan luchtweg blokkeren/verminderen
vaak voor bij ziekte van Pfeiffer
veroorzaakt BLW-obstructie
tumor
90% hiervan zijn plaveiselcelcarcinomen, in mondholte, farynx of larynx
schildklier en oesofaguscarcinomen ook zorgen voor stridor, door compressie of ingroei
tracheotomie
snee in luchtpijn → opening gemaakt (niet een snelle behandeling omdat je allemaal structuren tegenkomt
electieve tracheotomie = klassieke methode → tijd om te opereren
percutane dilatatie tracheotomie (PDT) = versnelde methode
laatste redmiddel is coniotomie
verticale incisie, door huid,vet en schildklier naar trachea

angio-oedeem
zwelling van diepe laag van dermis, subcutis of submucosa door tijdelijk extravasaat uti vaten
lost vanzelf weer op (uren-dagen)
kan levensbedreigende luchtwegobstructie onstaan
oorzaken: IgE-gemedieerde allergie, meds (ACE-remmers of NSAIDs) erfelijk of fysieke prikkels: kou, inspanning, pijn
toename bradykinine (sterke vasodilatatie)
behandeld: antihistaminica, verneveld adreanlinge met coticostroiden
veroorzaakt BLW-obstructie
compressie van buitenaf
in hoofdhalsgebied zitten verschillende ruimtes waarin vocht en pus kan ophopen en voor compressie kan zorgen (abcesvorming bV)
cervicale ruimtes: submandibulair, peritonsillair, parafaryngeaal, retrofaryngeaal en prevertebraal
veroorzaakt BLW-obstructie
laryngomalacie
congenitale laryngeale anomalie waarbij kraakbeenringen niet sterk genoeg zijn om druk bij inspiratie aan te kunnen en collaberen
80% van alle stridors bij kids + zorgt voor kakelend geldui
presenteert meestal na 3w + verergert om na 6-18w af te nemen
stridor ontstaat bij voeding, agitatie + baby op rug liggen
larynxtrauma
setmverandering na klap op larynx - door stomp of scherp iets → verkeersongelukken, inwendige scahde of bekleimming larynx tegen wervelkolom (messteken of vuurwapen)
opletten op avulsie van trachea
geeft: stemverandering, slikproblemen, dyspneu, pijn in hals, pijn bij slikken
sprake van stridor, hematomen, heesheid, hemoptoe, pijn en verlies contour larynxskelet
behandeling: antibiotica/chirurgische reconstructie
andere problemen bij stridor
hemangioom, stenose, bilaterale stembandparese of vaatsling (aorta om de trachea)
coniotomie
laatste redmiddel
anders dan tacheotomie waar schildklier wordt doorboord
deze behandelign is snel, grote kans op succes
meestal uitgevoerd met coniotoom
lig. conicum doorgesneden → verticale huisincisie, punctie meet hoek 45 graden - naald wegtrekken en katheter aansluiten
een moeilijke luchtweg
= lastig te imtuberen
mogelijke complicaties: zwelling en bloedind door blind proberen intuberen
3 hoofdspelers bij acute bedreigde luchtweg: patient, KNO-arts en anesthesist
plan van aanpak: kijken wat voor soort luchtweg → met diagnose kan kijken welke techniek gebruiken + schatting tijd die pt nog heeft, als laatst welke speler welke taak uitvoert
klimaatimpact van de zorgsector verminderen
meer dan 100 partijen heirvoor akkoord getekend
5 doelstellingen:
gezondheidsbevordering,
vergroten bewustwording en kennis
55% minder directe CO2-uitstoot in 2030 klimaatneutraal in 2050
50% minder primaire grondstoffengebruik in 2024 tov 2016
max ciculaire zorg in 2050 en verminderen van mileubelast door medsgebruik
soorten inhalatiemeds
poederinhalatoren: geactiveerd door inademing van pt, zorgt voor effective dosering zonder drijfgassen
19x minder CO2 uitstoot dan dosisaerosolen
softmist-inhalatoren: fijne, zachte nevel die langzaam wordt afgegeven, wa tindademen vermakelijke en meds diep in longen brengt
dosisaerosolen: verspreiden meds als drukgasnevel - snel, bevatten broeikasgassen en zijn wereldwijd verantwoordelijk voor o,o3% van totale broeikasgasemissie
» eerst voorschrijven poederinhalator, pas als moet dosisaerosol
hyperinflatie beeld
vaak combi van obstructie + schijnbare restrictie, ook wel pseudorestrictie
bij emfyseem neemt restvolume toe tewrijl bruikbare longvolume afneemt
behandelign: longvolumerestrictie met endobronchiale kleppen - longfunctie verbeteren en transplantaat 3-4j uitstellen
parasympaticolytica (SAMA/LAMA)
= anticholengica
SAMA = kortwerkend, LAMA langwerkend
muscarine-antagonisten die bronchusverwijding veroorzaken door remming van parasymp. ZS
eindigen op -ium
beschikbaar als poederinhalator, verneveloplossing of mistinhilator
bijwerkingen: urineretentie + dorge mond
beta2-sympathicomimetica (SABA/LABA)
SABA = kortwerkend, LABA = langwerkend
stimuleren beta2-receptoren in lucwhegten (post-synoptisch) en zorgen voor snelle langdurige bronchusverwijding
eindigen op - tamol of -terol
poerder/mistinhalator, verneveloplossing of dosisaerosol
inhalatie corticosteroïden ICS
ontstekingsremmers vooral behandelig astma
- ason of - nide
verminderen luchfwegonsteking + verlagen frequentie van klachten en exacerbaties
bijkweringen: orale candidiasis en heesheid
spirometrie FEV1/FVC-ratio afwijkend, FVC normaal wijst op
obsstructieve longfunctie
meds stoppen bij astma
betablokkers - tegenstelde werking op luchtwegen
stop NSAID;s - kunnen bronchoconstricite geven
voorzichtig met ACE-remmers = hoesten uitlokken en zo astma symptomen verergeren
proactieve Zorgplanning
‘ een proces van vooruit denken, plannen en organiseren, met gezamelijke besluitvorming als leidraad. proacteive zorgplanning is continue en dynamisch porecs van gesprekken over levensdoelen, waarden en voorkeuren voor zorg - fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel- in heden en toekomst’
» draait dus om meer dan alleen medische beslissingen: betreft hele mens-zijn
PZP kijkt naar
fysiek
sociaal
psychisch
zingeving
meerwaardes van PZP
autonomie en regie van pt
verbetering kwaliteit van zorg
ondersteuning naasten
betere voorbereiding op levenseinde
verliesverwerking voor omgeving
voorkomen van onnodige behandeling
» pt’s geven aan ‘info en helderheid rust brengen’ en ‘vrijheid ervaren ondanks beperkingen’
afgeplatte inspiratoire en expiratoire curve passen bij
centrale luchtwegobstructie
afgeplatte expiratoire tak past bij
perifere luchtwegobstructie, zoals astma of COPD
Bloedgasanalyse
helpen beoordelen pt’s met dyspneu
pH, paO2, paCo2, bicarbonaat en Sao2 → onderscheid tussen respirtoire en metabole stoornissen
respiratoir → acuut of chronisch en pariele (type 1) en complete (type 2)
bloedgassen beoordelen
A = acute respiratoire alkalose → pH ↑ in combi met ↓ paCO2 wijst op hyperventilatie zonder metabole compensatie
B = metabole alkalose met grotendeels respiratoire compensatie
↑ pH, ↑ bicarbonaat = metabole oorzaak, ↑ paCO2 geeft aan longen proberen alkalose te compenseren door minder CO2 uitademen
C = chornische respiratoire acidose met volledig metabole compensatie
↑ paCo2, pH normaal door verhoogde bicarbonaat
chronische complete respiratoire insufficientie (tII) omdat O2 spanning ↓ en pCO2↑
D = acute respiratoire acidose zonder metabole compensatie
↓pH, ↑ paCo2 = acuteventilatiestoornis →
combi hypoxemie + hypercapnie = sprake van acute complete respiratoire insufficientie (tII)
E = metabole acidose met volledige resporatoire compensatie
↓ bicarbonaat veroorzaakt acidose, hyperventilatie zorgt voor ↓ PaCO2 → pH binnen normaal grenzen blijven
F = gemengde stoornis: acute respiratoire acidose + metabole acidose
↓ pH, ↑ paCO2, ↓ bicarbonaat = wijzen op beide bijdragen aan acidose

ernstig dyspneu kenmerken
hoge ademhalingsfrequentie
gebruik van huplademhalingsspieren
intrekkingen in flank
cyanose
tachycardie
agitatie
» meestal pt’ s geen volzinnen meer spreken
Lower Limit of Normal (LLN)
statistische afkappunt waaronder een uitstlag als afwijkend wordt beschouwd en overeen komt met 5de percentiel van gezonde populatie
individueel berekend, op basis van leeftijd, geslacht, lengte + etniciteit → longfunctiewaarden nauwkeurig beoordelen
bronchospamse
gekenmerkt door verlengd experium en rhonchi die vaker expiratoir te horen zijn dan inspiratoir
stridor is scherper, hogere frequentie en met name inspiratoire te horen (vaak zonder stethoscoop al)
tekens van uitputting bij respiratoire distress
verminderd ademgeruis diffuus
paradoxe (onverwachte) buikwandbeweging
verminderen of verdwijnen van eerst aanwezig pulsus paradoxus
verlaging van bewustzijn
cyanose
kenmerken die passen bij astma
hoesten
slijmvorming
verminderde inspanningstolerantie
recidiverend
piepen bij inspanning
kortademig
reatei op specifieke prikkels; huisdieren, pollen
atopische VG
hartfalen
toestand waarin hart onvoldoende bloed kan leveren om metabole eisen van lichaam te voldoen
betekent niet noodzakelijk dat hart volledig stopt met functioneren: het pompt nog steeds bloed rond, maar heoveelheid is ontoereikend voor wat lichaam nodig heeft → hierdoor onstaan klachten - verminderde doorbloeding + ophoping vocht
systolische hartfalen: probleem van contractiekracht
eerste hoofdvorm van hartfalen
hartspiercellen zijn verzwakt → minder kracht contraheren = vooral ventrikels raken verwijd terwijl spierwand dunner word → minder contracitekracht per hartslag = minder bloed uitpompen
hierdoor niet goed samentrekken = minder bloed uit kamers gepompt
centraal probleem = verminderde ejectie van bloed als gevolg van verzwakte hartspier
diastolische hartfalen: een probleem met vulling
2e hoogdvorm van hartfalen
probleem zit in vulling van de hartkamers
hartspier wordt dikker + stijver → binnenruimte ventrikels kleiner → minder bloed in hart binnendringen vorodat contractie plaatsvind
zelfs bij normale contractiekracht = minder bloed uitpompen omdat niet meer ruimte is voor meer bloed
gekenmerkt door verminderde vulling vna ventrikels als gevolg van verdikte + minder flexibele hartspier
vicieuze cirkel van progressief hartfalen
compensatie op korte termijn gunstig, lange termijn nadelen
hoge contractiekracht + verhoogde HR → verhogen O2-behoefte van overgebleven hartspiercellen (omdat O2 voorziening vaak beperkt is krijgen deze cellen onvoldoende O2 en raken beschadigd)
daardoor sterven opnieuw hartspiercellen af → slagvolume daalt
hart moet harder werken om verlies te compenseren → opnieuw extra schade = vicieuze cirkel
linkerzijdig en rechterzijdig hartfalen
systolisch + diastolisch hartfalene kunnen beperken tot 1 zijde hart of beide zijden aantasten
klinische praktijk onstaat vaak eerst linkszijdig → uiteindelijk ook rechtshartheflt belasting + falen
linkszijdig harfalen
ontvangt bloed uit longen + pompt dit naar rest lichaam
als pomp onvoldoende functioneerd → bloed midner efficient wegstromen uit longcirculatie → ontstaat terugstuwing van bloed de longen in
verhoogde druk in longvaten → vochtophoping in longweefsel (ook wel pulmonale congestie)
verklaart symptomen: kortademigheid + vermidnerde inspannigntolsratie
congestief hartfalen wijst op
vochtophoping door linkerhartfalen
rechtszijdig hartfalen
ontvangt bloed uit systemische circulatie en pomt dit naar longen
onvoldoende functioneren = ontstaan terugstuwing van bloed in perifere circulatie
gevolg: vochtophoping in benen, voeten en buiholte
pt’s ontwikkelen hierdoor perifere oedemen en abdominale zwelling
» linkszijdig hartfalen = vocht in long, rechtszijdig = vocht in lichaam
cardiac output (hartminuutvolume) als maat voor hartfunctie
is totale hoeveelheid bloed die hart per min rondpompt
gezonde volwassene is dit ± 5 L per min
bepaald door 2 factoren:
slagvolume (stroke volume): hoeveelheid bloed die per hartslag wordt uitgepompt
HR: aantal slagen per min
CO = SV * HR
als SV afneemt = daalt ook CO, tenzij lichaam compenseert
CO =
SV * HR
slagvolume (stroke volume): hoeveelheid bloed die per hartslag wordt uitgepompt
oorzaken en compensatiemechanismen
hartfalen is geen priamire aandoening, maar gevolg van onderliggende ziekte die hartspeircellen beschadigen of doen afsterven
als cardiomyocyten verloren gaan → verliest hart contracitekracht → SV (slagvolume) afname → dalign hartminuutvolume (CO)
lichaam probeert te compenseren → hart harder samentrekken om SV te verhogen of sneller te gaan kloppen om HR te verhogen
beide mechanismen hebben doel om CO op peil te houden
in vroege fasen van harfalen is dit effectief, later is alleen maar schade
decompensatie
als compensatie haar grenzen bereikt en negatieve effecten gaan overheersenctivata
activatie van sympatische zs - compensatie
een van de eerste reacties op afname CO → via adrenerge receptoren wordt hart gestimuleert om krachtiger + sneller te contraheren = SV en HR omhoog
is effectief op korte termijn, maar chronisch stimulatie heeft nadelen
langdurige blootstelling aan catecholaminen → neemt aantal receptoren op hartspiercellen af (downregulatie) = hart geleiding minder gevoelig voor sympatische stimulatie
toename van preload en Frank-Starlin-mechanisme
2e compensatiemechanisme bestaat uit verhogen van preloas: druk + vulling van vnetrikels aan eind van diastole, vlak voor contractie
hormonene → ADH en aldosteron zorgen voor vochtretentie → circulerend bloedvolume toeneemt + ventrikels sterker gevuld worden
door extra vulling rekken hartspiervezels uit →. volgens FS-wet leidt een grotere uitrekkign van muocardvezels tot krachtigere contractie = groter SV → groter CV
nadelen: sterkere contractie vereist meer energie + O2 → bij hartfalen kan coronaire bloedvoorziening deze verhoogde beheofte vaak niet compenseren = ischemische scahde → afsterven cardiomyocyten
langdurige volumeverhoging = dilatiatie van hart → pompfunctie verslechteren
myocardiale hypertrofie als aanpassing
3e compensatiestratigie, waarbij overlevende hartspiercellen groter worden en extra spiermassa ontwikkelen
door deze aanpassing kan hart krachtiger contraheren + tijdelijk meer bloed uitwerpen
hypertrofie onstaat deesl als reactie op verhoogde balans + deels als conpensatie voor verloren gegane cardiomyocyten → restende cellen neme het werk van beschadigde of afgestorven cellen over
lange termijn leidt hypertrofie echter tot problemen → grotere spiermassa heeft meer O2 nodig terwijl bloedtoevoer vaak neit evenredig is = hypertrofe cellen kwetsbaar voor ischemie + celdood
ook kan verdikte hartwanden de ventirkelholte verkleienen = minder bloed vullen
decompensatie: wanneer compensatie schadelijk wordt
alle drie de compensatiemechanisme hebben hetzelfde doel: verhogen van hartminuutvolume (CO) door stijging van HR of SV
verminderen gevolgen van harfalen, maar geven toenmende bealnsting myocard
bij langdurige activatie → onstaat verminderde gevoeligheid sympatische stimulatie, verhoogde O2 consumptie, progressieve celdood + structruele veranderingen hart
deze processen versterken elkaar onderling
verhoogde preload kan leiden tot hypertrofie van overblijvende cellen, tewrijl verdere verzwakking van hart opnieuw symp. activaite uitlokt => vicieuze cirkel terechtkomen
belangrijkste risicofactoren voor pneumothorax
mannelijk
jonge leftijd
slanke habitus
roken
aanwezigheid van bullae
genetische aanleg
pneumothorax onderverdelen in
spontane pneumothorax
primair: zonder onderliggend longziekte
secundair: met onderliggend longlijden (COPD bv)
laterogene/traumatische pneumothorax
diagnose vaststellen van pneumothoraxen
anamnese: plots ontstane dyspneu, thoracale pijn, kriebelhoest
LO: hypermore percussie, afgenome ademgeruis, assymetrische longbewegingen en geluiden, trachea deviatie
X-thorax: zichtbaar lucht in pleuraholte
behandeling pneumothorax
vaker gekozen voor conservatief
kleine pneumothorax: expectatief
grote of symptomatische: aspiratie of thoraxdrain
bij recidief: overwegen chirurgie: bullectomie of pleurectomie
spanningspneumothorax
toenemenende druk leidt tot hypotensie door obastuctie van veneuze return naar hart
lucht gaat wel longholte in, maar gaat er neit meer uit → andere structuren verdrukken
spoedsituatie → direct overgaan tot naalddecompressie, gevolgd door thoraxdrainage
complicaties:
subcutaan emfyseem
persisterend luchtlek
hydropneumothorax
emfyseem (vaak na drainage)
pleuravocht
onstaat door balans tussen hydrostatische druk en oncotische druk en afvoer via lymfdrainage in parientale blad
bij toename productie of afname drainage onstaat pleurale effusie
1ste stap hierbij: pleurapunctie → beoordelen of vocht transudaat of exsudaat is
exsudaat criteria pleuravocht, minstens 1 hiervan
eiwit pleuravocht/sernum > 0,5
~30 g/L = waarschijnlijk exsudaat
LDH pleuravocht/sernum > 0,6
LDH pleuravocht > 2/3 bovenste referentiewaarde
» oncotische druk → sprake van verhoogde concentratie opgeloste stoffen (duidt op actief proces - infectie)
transudaat criteria pleuravocht
meestal veroorzaakt door hartfalen (80%)
behandeling gericht op onderliggende oorzaak
let op: na gebruik van diuretica kan transudaat ten onrecht als exsudaat gezien worden
» hdrostaitsche druk → afkomstig van viscerale pleura heerst er hoge druk die voor zorgt vocht tussen pleurabladen komt
mogelijke oorzaken exsudaat pleuravocht
infectie
parapneumotische effusie (vochtophoping in de pleuraholte als gevolg van een longontsteking)
emfyseem
maligniteit
andere inflammatoire processen
maligne pleurale effusie
oorzaken:
metastasen naar plaure (bv longcarcinoom, mamma)
primair pleuratumor (mesothélioom)
diagnostiek
anamnese + beeldvorming
cytologisch onderzoek pleuravocht
thoracoscopie
behandeling: thoracocentese, pleurodese bij recidief, thoracoscopische ingreep
mesothelioom
zeldzaam, bijna latijd gerelateerd aan asbestexposie
tumor groeit diffuus langs pleura en ook septa infiltratie
diagnose: niet met pleuravocht aan te tonen, pleurabiopt via thoracoscopie nodig
curateive behandeling meestal niet mogelijk door uitgebreide invasie
overleving 1,5-2jaar mediaan
behandelopties: chemo, immunotherapie (afhankelijk v. subtype), radiotherapie bij symptomatische haarden
kleurenpalet pleuravocht
melkwit: chylothorax
strogeel: transudaat
purulent (pusvorming): emfyseem
rose/rood: maligniteit of trauma
groen: bilair
zwart: aspergillus niger (schimmel)
zeldzame oorzaken pleuravocht → ook wel ‘witte raven’
chylothorax
yellow nail syndrome
urinothorax
catameniale pneumothorax
meigs syndroom
lage D-DImeer waarde is uitsluiten van
longembolie
thoraxfoto → wit met scherpe afgrenzign
pleuravocht
dyspneu definitie
subjectieve ervaring van oncomfortabele ademhaling, die bestaat uit verschillende sensaties en kan varieren in intensiteit
klachten: benauwdheid, luchttekort, snel, diep of zwaar ademen, veel moeite met ademen + vermoeidheid
verschillende soorten dyspneu
dyspneu d’effort: dyspnoe in inspanning
dyspneu de repos: dyspnoe in rust
orthopeed: dyspnoe die onstaat in liggende houdg + verbetert bij rechtop zitten
platpneu: benauwdheid in zittende houding die juist verbeterd bij platliggen
verschillende manieren van ademhaling
normaal: ademfrequentie van ong 12/min
tachypneu: ademfrequentie van ong 20/min
hyperpneu: diepere en/of snellere ademhaling dan normaal leidend tot een toename van ademminuutvolume
hyperventilatie: toename ademminuutvolume door hyperpneu met een daling van de PCO2, kan primair en secundair
hyperventilatiesyndroom: hyperventilatie zonder somatische noodzaak (paniekstoornis)
verhoogde ademfrequentie en kortademigheid
verhoogde ademfrequentie niet altijd ervaren als kortademig - hangt af van hoe hersenen de ademarbeid
afferente signalen vanuit long + borstkas wordne door gegeven hersenstan → cortex → hier beoordeling plaats: is ademarbeid in verhoudign tot inspanning?
nee → via effferente signalen gedrag aanpassen, bv stoppen met sporten
ademregulatie is gesloten systeem → hersenstam functioneert als centrale controller en stuurt signalen naar ademhalingsspieren (diafragma) → via feedbachmechanisme (chemoreceptoren + mechanoreceptoren in long) wordt ademhaling voordurend bijgestuurd → regulatie ontregeld = dyspneu
pijnmodel als verklaring
net als pijn kent dyspnoe een sensorische dimensie (wat voel je), een affectieve disensie (hoe erg is het voor je) en gedragsreacties (wat doe je ermee)
ervarign van dyspnoe wordt bepaald door afferente input (sensorische siganelen uit lichaam), cognitieve interpretatie in hersenen + emotionele reacties
oorzaken dyspneu
nagaan of somatische oorzaak heeft
heeft 3 hoogdcatogorieen: pulmonale, cardiale of neurmusculaire aandoeningen
pathofysiologische mechanismen achter dyspnoe kunnen als volgt worden onderverdeeld:
luchthonger: vaak bij hypoxemie, bv pneumonie of interstitiele longziekte → extra O2 kan helpen
ademarbeid: kost zichtbaar moeite om te ademen, bv pleuravocht, COPD, fibrose of restrictieve aandeoningen
chest tightness: drukkend of beklemmend gevoel op borst, vaak astma of hyperreactieve luchtewegen
tachypneu: snelle ademhaling, bv bij metabole acidose, sepsis of longembolie → door rek op alveoli worden pulmonale C-vezels geactiveerd die via de n. vagus signalen naar hersenen sturen
restrictieve longziekten
bv ILD (interstitiele longziekten), longfibrose of aandoeningen van diafragma leiden tot dyspnoe door verminderde longcompliantie
longen zijn stug, ademminuutvolume is beperkt en ademarbeid is verhoogd
vaak oppervlakkige + snelle ademhaling
obstructieve longziekten
astma = gevoel van dyspneu door bronchoconstrictie → komt door stimulatie van irritantreceptoren
gevoel versterkt door verhoogde ademarbeid door luchtwegobstructie
vaak ook verkeerde manier ademen: vaak heel oppervlakkig
COPD = sprake van bronchoconstrictie en verhoogde ademarbeid
emfyseem (samenvallen van luchtewegen) = draagt bij aan hoge ademarbeid
hyperinflatie van longen met een laagstaand diafragma → omdat longen weinig elastisch zijn = meer tijd nodig voor optimale expansie, maar tijdens dit wordt alweer stimuli gegevn voor inspiratie = onvoldoende tijd
sprake vna neuro-ventilaire dissociatie
vaak opp ademhalen
oorzaken kortademigheid
jonge leeftijd vaak infecties; acute bronchitis en bovenste luchtweginfectie
kinderjaren is astma veel voorkomende oorzaak
oudere leeftijd vaak COPD
acute oorzaken van kortademigheid
bovenste luchtweginfectie
pneumonie
longaanvallen door bv astma of COPD
pneumothorax
chronische oorzaken vna kortademigheid
COPD
astma
hartfalen
intersitiele longziekten; longfibrose of sarcoidose
diafragmaparalyse
NT-proBNP waarde
bepaald bij hartfalen
als 125 pg/ml of verhoogd is = schade aan hart + hogere kans hartfalen
longvolumes en longcapaciteiten - tabel

longvolumes en longcapaciteiten - formules

COPD: GOLD-classificatie en symptoombeoordeling overzicht

GOLD-graad (ernst van luchtwegobstructie)

GOLD-groepen (symptomen en exacrebatierisico)

overzicht GOLD en COPD

spirometrie
hiermee longfunctie meten → pt door mondstuk ademt terwijl instructies gevolgt worden
parameters
VC (vitale capacity): max hoeveelheid lucht die wordt uitgeademd na diepe inademing
FVC (forces vital capacity): hoeveelheid lucht die snel en krachting uitgeademd kan worden na diepe inademing
FEV1 (forced expiratory volume in 1 sec)
FEV1/FVC-ratio
obstructie: FEV1 verlaagt tov FVC
restrictief: afname totale longcapaciteit en dus verlaagd FVC
TLC = totale longcapaciteit en RV = restuvolume niet meten hiermee, dus met dit kan alleen verdeking zijn op restrictie
TLC en RV
TLC = totale longcapaciteit en RV = restuvolume
VC (vitale capacity)
max hoeveelheid lucht die wordt uitgeademd na diepe inademing
FVC (forces vital capacity)
hoeveelheid lucht die snel en krachting uitgeademd kan worden na diepe inademing
FEV1
(forced expiratory volume in 1 sec)