Thema 6 - alles

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/115

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:26 AM on 7/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

116 Terms

1
New cards

stridor

  • abnormaal ademgeluid veroorzaakt door ernstige vernauwde luchtwegen

  • meestal hoog piepend of gierend geluid

  • kan in larynx, glottis (stembanden), supraglottis (epiglottis), subglottis (nauwste deel luchtwegen) of boven/onder larynx zitten

  • verklaren door wet van Bernoulli → smallere luchtwegen = luchtsnelheid toenemen + druk daling

  • hard, meestal inspiratoir adegeluid dat zonder sthetoscoop hoorbaar is

2
New cards

stridor vs rhonchi

  • stidor = hard, meestal inspiratoir adegeluid dat zonder sthetoscoop hoorbaar is, vaak duidelijskte boven mond of hals gehoord

  • piepende rhonchi = polyfoom, meestal expiratie en wordt alleen gehoord met stethoscoop

3
New cards

stridor fysiologie

  • erklaren door wet van Bernoulli → smallere luchtwegen = luchtsnelheid toenemen + druk daling

  • door drukdaling → wanden van luchtwegen collaberen

  • toenemende druk achter vernauwing zorgt dat luchtwegen dan weer opent → piepend geluid veroorzaakt

4
New cards

inspiratoire stridor

komt voor bij extrathoracale obstructie

  • omdat tijdens inademing de druk in borstkas neg is en wanden dus collabereren + expiratie de flow de wanden uit elkaar perst

  • druk tijdens inademig neemt af → ademweg samenvallen

  • zit in farynx of supraglottis (glottis = tussengebied)

5
New cards

expiratoire stridor/rhonchi

komt voor intrathoraxale obstructie → omdat er dan intrathoracale drukopbouw is en luchtwegen dichtgedrukt worden

  • longweefsel trekt ademweg bij inademen open door uit te zetten → bij uitademen longen kleiner en zorgt obstructie voor samenvallen

  • zit in trachea of bronchi (glottis = tussengebied)

6
New cards

oorzaken stridor

  • intrinsiek of extrinsieke vernauwint (van buitenaf trachea dichtdrukken)

  • ernst afhankelijk van oppervlakte en weerstand ademweg

  • daarom bij kids vaak veel erger → kleinere luchtwegen

7
New cards

acute luchwegobstructie

8
New cards

acute bovenste luchtweginfectie onstaan door

  • corpus alienum = iets in ademweg

    • kind → als in bronchus zit kan kind vaak doorademen en onstaat pneumonie

    • kind → in larynx/trachea = meer benauwdheid

    • in bronchi = hoesten, rhonchi + verminderde ademgeruis

  • zwelling van mucosa

  • onsteking of oedeem

  • compressie van buitenaf

9
New cards

opstructie in trachea symptomen

stridor en rhonchi

10
New cards

laryngitis subglottica (pseudokroep)

  • ontsteking van larynx, voornamelijk kids 0-6j

  • viraal → vooral eerst/winter

  • kan gevolg zijn van BLWI

  • inspiratoire stridor → ook bij ligging + blaf hoest

  • ernst beoordeeld met Westley Croup Score

    • lage score = expectatief behandeld

    • middel = dexamthason of verneveld budestnide

    • hoog = cortcosteroide/verneveld adrenaline + incubatie soms

11
New cards

gemodificeerde Westley Croup Score

knowt flashcard image
12
New cards

ernst van pseudocroup volgens Westley-score

knowt flashcard image
13
New cards

epitlotitis

  • lijkt op laryngitis, piekleeftijd 3j

  • ziekteverwerkker meestal: haemophilus infuenzae

  • vaccin →

  • beloop acuter dan laryngitis: dit komt in uren op, pt ernsig ziek met sepsis + hoge koorts

    • gestrekte hals (luchtwegen open) + kwijlen, angstig zijn, zachte stridor, snelle oppervlakkige ademhaling + slikproblemen

  • pt inslaap brengen, infuus inbrengen , platleggen + intuberen

  • veroorzaakt BLW-obstructie

14
New cards

halsabces

  • kan luchweg dichtdrukken

  • geeft roodheid, zwelling en fluctuatie van hals + luchtweg

  • pare of retrofaryngeaal

  • kan gedraineerd worden + evt. antibiotica (soms incubatie nodig)

  • veroorzaakt BLW-obstructie

15
New cards

tonsillitis

  • vergrote keelamandelen kan luchtweg blokkeren/verminderen

  • vaak voor bij ziekte van Pfeiffer

  • veroorzaakt BLW-obstructie

16
New cards

tumor

  • 90% hiervan zijn plaveiselcelcarcinomen, in mondholte, farynx of larynx

  • schildklier en oesofaguscarcinomen ook zorgen voor stridor, door compressie of ingroei

17
New cards

tracheotomie

  • snee in luchtpijn → opening gemaakt (niet een snelle behandeling omdat je allemaal structuren tegenkomt

  • electieve tracheotomie = klassieke methode → tijd om te opereren

  • percutane dilatatie tracheotomie (PDT) = versnelde methode

  • laatste redmiddel is coniotomie

  • verticale incisie, door huid,vet en schildklier naar trachea

<ul><li><p>snee in luchtpijn → opening gemaakt (niet een snelle behandeling omdat je allemaal structuren tegenkomt</p></li><li><p>electieve tracheotomie = klassieke methode → tijd om te opereren</p></li><li><p>percutane dilatatie tracheotomie (PDT) = versnelde methode</p></li><li><p>laatste redmiddel is coniotomie</p></li><li><p>verticale incisie, door huid,vet en schildklier naar trachea</p></li></ul><p></p><p></p>
18
New cards

angio-oedeem

  • zwelling van diepe laag van dermis, subcutis of submucosa door tijdelijk extravasaat uti vaten

  • lost vanzelf weer op (uren-dagen)

  • kan levensbedreigende luchtwegobstructie onstaan

  • oorzaken: IgE-gemedieerde allergie, meds (ACE-remmers of NSAIDs) erfelijk of fysieke prikkels: kou, inspanning, pijn

    • toename bradykinine (sterke vasodilatatie)

  • behandeld: antihistaminica, verneveld adreanlinge met coticostroiden

  • veroorzaakt BLW-obstructie

19
New cards

compressie van buitenaf

  • in hoofdhalsgebied zitten verschillende ruimtes waarin vocht en pus kan ophopen en voor compressie kan zorgen (abcesvorming bV)

  • cervicale ruimtes: submandibulair, peritonsillair, parafaryngeaal, retrofaryngeaal en prevertebraal

  • veroorzaakt BLW-obstructie

20
New cards

laryngomalacie

congenitale laryngeale anomalie waarbij kraakbeenringen niet sterk genoeg zijn om druk bij inspiratie aan te kunnen en collaberen

  • 80% van alle stridors bij kids + zorgt voor kakelend geldui

  • presenteert meestal na 3w + verergert om na 6-18w af te nemen

  • stridor ontstaat bij voeding, agitatie + baby op rug liggen

21
New cards

larynxtrauma

  • setmverandering na klap op larynx - door stomp of scherp iets → verkeersongelukken, inwendige scahde of bekleimming larynx tegen wervelkolom (messteken of vuurwapen)

  • opletten op avulsie van trachea

  • geeft: stemverandering, slikproblemen, dyspneu, pijn in hals, pijn bij slikken

  • sprake van stridor, hematomen, heesheid, hemoptoe, pijn en verlies contour larynxskelet

  • behandeling: antibiotica/chirurgische reconstructie

22
New cards

andere problemen bij stridor

hemangioom, stenose, bilaterale stembandparese of vaatsling (aorta om de trachea)

23
New cards

coniotomie

  • laatste redmiddel

  • anders dan tacheotomie waar schildklier wordt doorboord

  • deze behandelign is snel, grote kans op succes

  • meestal uitgevoerd met coniotoom

  • lig. conicum doorgesneden → verticale huisincisie, punctie meet hoek 45 graden - naald wegtrekken en katheter aansluiten

24
New cards

een moeilijke luchtweg

= lastig te imtuberen

  • mogelijke complicaties: zwelling en bloedind door blind proberen intuberen

  • 3 hoofdspelers bij acute bedreigde luchtweg: patient, KNO-arts en anesthesist

  • plan van aanpak: kijken wat voor soort luchtweg → met diagnose kan kijken welke techniek gebruiken + schatting tijd die pt nog heeft, als laatst welke speler welke taak uitvoert

25
New cards

klimaatimpact van de zorgsector verminderen

  • meer dan 100 partijen heirvoor akkoord getekend

  • 5 doelstellingen:

    • gezondheidsbevordering,

    • vergroten bewustwording en kennis

    • 55% minder directe CO2-uitstoot in 2030 klimaatneutraal in 2050

    • 50% minder primaire grondstoffengebruik in 2024 tov 2016

    • max ciculaire zorg in 2050 en verminderen van mileubelast door medsgebruik

26
New cards

soorten inhalatiemeds

  • poederinhalatoren: geactiveerd door inademing van pt, zorgt voor effective dosering zonder drijfgassen

    • 19x minder CO2 uitstoot dan dosisaerosolen

  • softmist-inhalatoren: fijne, zachte nevel die langzaam wordt afgegeven, wa tindademen vermakelijke en meds diep in longen brengt

  • dosisaerosolen: verspreiden meds als drukgasnevel - snel, bevatten broeikasgassen en zijn wereldwijd verantwoordelijk voor o,o3% van totale broeikasgasemissie

» eerst voorschrijven poederinhalator, pas als moet dosisaerosol

27
New cards

hyperinflatie beeld

vaak combi van obstructie + schijnbare restrictie, ook wel pseudorestrictie

  • bij emfyseem neemt restvolume toe tewrijl bruikbare longvolume afneemt

  • behandelign: longvolumerestrictie met endobronchiale kleppen - longfunctie verbeteren en transplantaat 3-4j uitstellen

28
New cards

parasympaticolytica (SAMA/LAMA)

= anticholengica

  • SAMA = kortwerkend, LAMA langwerkend

  • muscarine-antagonisten die bronchusverwijding veroorzaken door remming van parasymp. ZS

  • eindigen op -ium

  • beschikbaar als poederinhalator, verneveloplossing of mistinhilator

  • bijwerkingen: urineretentie + dorge mond

29
New cards

beta2-sympathicomimetica (SABA/LABA)

  • SABA = kortwerkend, LABA = langwerkend

  • stimuleren beta2-receptoren in lucwhegten (post-synoptisch) en zorgen voor snelle langdurige bronchusverwijding

  • eindigen op - tamol of -terol

  • poerder/mistinhalator, verneveloplossing of dosisaerosol

30
New cards

inhalatie corticosteroïden ICS

  • ontstekingsremmers vooral behandelig astma

  • - ason of - nide

  • verminderen luchfwegonsteking + verlagen frequentie van klachten en exacerbaties

  • bijkweringen: orale candidiasis en heesheid

31
New cards

spirometrie FEV1/FVC-ratio afwijkend, FVC normaal wijst op

obsstructieve longfunctie

32
New cards

meds stoppen bij astma

  • betablokkers - tegenstelde werking op luchtwegen

  • stop NSAID;s - kunnen bronchoconstricite geven

  • voorzichtig met ACE-remmers = hoesten uitlokken en zo astma symptomen verergeren

33
New cards

proactieve Zorgplanning

‘ een proces van vooruit denken, plannen en organiseren, met gezamelijke besluitvorming als leidraad. proacteive zorgplanning is continue en dynamisch porecs van gesprekken over levensdoelen, waarden en voorkeuren voor zorg - fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel- in heden en toekomst’

» draait dus om meer dan alleen medische beslissingen: betreft hele mens-zijn

34
New cards

PZP kijkt naar

  • fysiek

  • sociaal

  • psychisch

  • zingeving

35
New cards

meerwaardes van PZP

  • autonomie en regie van pt

  • verbetering kwaliteit van zorg

  • ondersteuning naasten

  • betere voorbereiding op levenseinde

  • verliesverwerking voor omgeving

  • voorkomen van onnodige behandeling

» pt’s geven aan ‘info en helderheid rust brengen’ en ‘vrijheid ervaren ondanks beperkingen’

36
New cards

afgeplatte inspiratoire en expiratoire curve passen bij

centrale luchtwegobstructie

37
New cards

afgeplatte expiratoire tak past bij

perifere luchtwegobstructie, zoals astma of COPD

38
New cards

Bloedgasanalyse

  • helpen beoordelen pt’s met dyspneu

  • pH, paO2, paCo2, bicarbonaat en Sao2 → onderscheid tussen respirtoire en metabole stoornissen

  • respiratoir → acuut of chronisch en pariele (type 1) en complete (type 2)

39
New cards

bloedgassen beoordelen

  • A = acute respiratoire alkalose → pH ↑ in combi met ↓ paCO2 wijst op hyperventilatie zonder metabole compensatie

  • B = metabole alkalose met grotendeels respiratoire compensatie

    • ↑ pH, ↑ bicarbonaat = metabole oorzaak, ↑ paCO2 geeft aan longen proberen alkalose te compenseren door minder CO2 uitademen

  • C = chornische respiratoire acidose met volledig metabole compensatie

    • ↑ paCo2, pH normaal door verhoogde bicarbonaat

    • chronische complete respiratoire insufficientie (tII) omdat O2 spanning ↓ en pCO2↑

  • D = acute respiratoire acidose zonder metabole compensatie

    • ↓pH, ↑ paCo2 = acuteventilatiestoornis →

    • combi hypoxemie + hypercapnie = sprake van acute complete respiratoire insufficientie (tII)

  • E = metabole acidose met volledige resporatoire compensatie

    • ↓ bicarbonaat veroorzaakt acidose, hyperventilatie zorgt voor ↓ PaCO2 → pH binnen normaal grenzen blijven

  • F = gemengde stoornis: acute respiratoire acidose + metabole acidose

    • ↓ pH, ↑ paCO2, ↓ bicarbonaat = wijzen op beide bijdragen aan acidose

<ul><li><p>A = <strong>acute respiratoire alkalose</strong> → pH <span>↑ in combi met ↓ paCO2 wijst op hyperventilatie zonder metabole compensatie </span></p></li><li><p>B = <strong>metabole alkalose </strong>met grotendeels respiratoire compensatie</p><ul><li><p>↑ pH, ↑ bicarbonaat = metabole oorzaak, ↑ paCO2 geeft aan longen proberen alkalose te compenseren door minder CO2 uitademen</p></li></ul></li><li><p>C = <strong>chornische respiratoire acidose met volledig metabole compensatie</strong></p><ul><li><p>↑ paCo2, pH normaal door verhoogde bicarbonaat</p></li><li><p>chronische complete respiratoire insufficientie (tII) omdat O2 spanning  ↓ en pCO2↑ </p></li></ul></li><li><p>D = <strong>acute respiratoire acidose zonder metabole compensatie</strong></p><ul><li><p> ↓pH, ↑ paCo2 = acuteventilatiestoornis → </p></li><li><p>combi hypoxemie + hypercapnie = sprake van acute complete respiratoire insufficientie (tII)</p></li></ul></li><li><p>E = <strong>metabole acidose met volledige resporatoire compensatie</strong></p><ul><li><p> ↓ bicarbonaat veroorzaakt acidose, hyperventilatie zorgt voor ↓   PaCO2 → pH binnen normaal grenzen blijven</p></li></ul></li><li><p>F = gemengde stoornis: <strong>acute respiratoire acidose + metabole acidose</strong></p><ul><li><p>↓  pH, ↑ paCO2, ↓  bicarbonaat = wijzen op beide bijdragen aan acidose</p></li></ul></li></ul><p></p>
40
New cards
41
New cards

ernstig dyspneu kenmerken

  • hoge ademhalingsfrequentie

  • gebruik van huplademhalingsspieren

  • intrekkingen in flank

  • cyanose

  • tachycardie

  • agitatie

» meestal pt’ s geen volzinnen meer spreken

42
New cards

Lower Limit of Normal (LLN)

  • statistische afkappunt waaronder een uitstlag als afwijkend wordt beschouwd en overeen komt met 5de percentiel van gezonde populatie

  • individueel berekend, op basis van leeftijd, geslacht, lengte + etniciteit → longfunctiewaarden nauwkeurig beoordelen

43
New cards

bronchospamse

  • gekenmerkt door verlengd experium en rhonchi die vaker expiratoir te horen zijn dan inspiratoir

  • stridor is scherper, hogere frequentie en met name inspiratoire te horen (vaak zonder stethoscoop al)

44
New cards

tekens van uitputting bij respiratoire distress

  • verminderd ademgeruis diffuus

  • paradoxe (onverwachte) buikwandbeweging

  • verminderen of verdwijnen van eerst aanwezig pulsus paradoxus

  • verlaging van bewustzijn

  • cyanose

45
New cards

kenmerken die passen bij astma

  • hoesten

  • slijmvorming

  • verminderde inspanningstolerantie

  • recidiverend

  • piepen bij inspanning

  • kortademig

  • reatei op specifieke prikkels; huisdieren, pollen

  • atopische VG

46
New cards

hartfalen

  • toestand waarin hart onvoldoende bloed kan leveren om metabole eisen van lichaam te voldoen

  • betekent niet noodzakelijk dat hart volledig stopt met functioneren: het pompt nog steeds bloed rond, maar heoveelheid is ontoereikend voor wat lichaam nodig heeft → hierdoor onstaan klachten - verminderde doorbloeding + ophoping vocht

47
New cards

systolische hartfalen: probleem van contractiekracht

  • eerste hoofdvorm van hartfalen

  • hartspiercellen zijn verzwakt → minder kracht contraheren = vooral ventrikels raken verwijd terwijl spierwand dunner word → minder contracitekracht per hartslag = minder bloed uitpompen

    • hierdoor niet goed samentrekken = minder bloed uit kamers gepompt

  • centraal probleem = verminderde ejectie van bloed als gevolg van verzwakte hartspier

48
New cards

diastolische hartfalen: een probleem met vulling

  • 2e hoogdvorm van hartfalen

  • probleem zit in vulling van de hartkamers

  • hartspier wordt dikker + stijver → binnenruimte ventrikels kleiner → minder bloed in hart binnendringen vorodat contractie plaatsvind

  • zelfs bij normale contractiekracht = minder bloed uitpompen omdat niet meer ruimte is voor meer bloed

  • gekenmerkt door verminderde vulling vna ventrikels als gevolg van verdikte + minder flexibele hartspier

49
New cards

vicieuze cirkel van progressief hartfalen

  • compensatie op korte termijn gunstig, lange termijn nadelen

  • hoge contractiekracht + verhoogde HR → verhogen O2-behoefte van overgebleven hartspiercellen (omdat O2 voorziening vaak beperkt is krijgen deze cellen onvoldoende O2 en raken beschadigd)

  • daardoor sterven opnieuw hartspiercellen af → slagvolume daalt

  • hart moet harder werken om verlies te compenseren → opnieuw extra schade = vicieuze cirkel

50
New cards

linkerzijdig en rechterzijdig hartfalen

  • systolisch + diastolisch hartfalene kunnen beperken tot 1 zijde hart of beide zijden aantasten

  • klinische praktijk onstaat vaak eerst linkszijdig → uiteindelijk ook rechtshartheflt belasting + falen

51
New cards

linkszijdig harfalen

  • ontvangt bloed uit longen + pompt dit naar rest lichaam

  • als pomp onvoldoende functioneerd → bloed midner efficient wegstromen uit longcirculatie → ontstaat terugstuwing van bloed de longen in

  • verhoogde druk in longvaten → vochtophoping in longweefsel (ook wel pulmonale congestie)

  • verklaart symptomen: kortademigheid + vermidnerde inspannigntolsratie

52
New cards

congestief hartfalen wijst op

vochtophoping door linkerhartfalen

53
New cards

rechtszijdig hartfalen

  • ontvangt bloed uit systemische circulatie en pomt dit naar longen

  • onvoldoende functioneren = ontstaan terugstuwing van bloed in perifere circulatie

  • gevolg: vochtophoping in benen, voeten en buiholte

    • pt’s ontwikkelen hierdoor perifere oedemen en abdominale zwelling

» linkszijdig hartfalen = vocht in long, rechtszijdig = vocht in lichaam

54
New cards

cardiac output (hartminuutvolume) als maat voor hartfunctie

is totale hoeveelheid bloed die hart per min rondpompt

  • gezonde volwassene is dit ± 5 L per min

  • bepaald door 2 factoren:

    • slagvolume (stroke volume): hoeveelheid bloed die per hartslag wordt uitgepompt

    • HR: aantal slagen per min

  • CO = SV * HR

  • als SV afneemt = daalt ook CO, tenzij lichaam compenseert

55
New cards

CO =

SV * HR

  • slagvolume (stroke volume): hoeveelheid bloed die per hartslag wordt uitgepompt

56
New cards

oorzaken en compensatiemechanismen

  • hartfalen is geen priamire aandoening, maar gevolg van onderliggende ziekte die hartspeircellen beschadigen of doen afsterven

  • als cardiomyocyten verloren gaan → verliest hart contracitekracht → SV (slagvolume) afname → dalign hartminuutvolume (CO)

  • lichaam probeert te compenseren → hart harder samentrekken om SV te verhogen of sneller te gaan kloppen om HR te verhogen

    • beide mechanismen hebben doel om CO op peil te houden

    • in vroege fasen van harfalen is dit effectief, later is alleen maar schade

57
New cards

decompensatie

  • als compensatie haar grenzen bereikt en negatieve effecten gaan overheersenctivata

58
New cards

activatie van sympatische zs - compensatie

  • een van de eerste reacties op afname CO → via adrenerge receptoren wordt hart gestimuleert om krachtiger + sneller te contraheren = SV en HR omhoog

  • is effectief op korte termijn, maar chronisch stimulatie heeft nadelen

    • langdurige blootstelling aan catecholaminen → neemt aantal receptoren op hartspiercellen af (downregulatie) = hart geleiding minder gevoelig voor sympatische stimulatie

59
New cards

toename van preload en Frank-Starlin-mechanisme

  • 2e compensatiemechanisme bestaat uit verhogen van preloas: druk + vulling van vnetrikels aan eind van diastole, vlak voor contractie

  • hormonene → ADH en aldosteron zorgen voor vochtretentie → circulerend bloedvolume toeneemt + ventrikels sterker gevuld worden

  • door extra vulling rekken hartspiervezels uit →. volgens FS-wet leidt een grotere uitrekkign van muocardvezels tot krachtigere contractie = groter SV → groter CV

  • nadelen: sterkere contractie vereist meer energie + O2 → bij hartfalen kan coronaire bloedvoorziening deze verhoogde beheofte vaak niet compenseren = ischemische scahde → afsterven cardiomyocyten

  • langdurige volumeverhoging = dilatiatie van hart → pompfunctie verslechteren

60
New cards

myocardiale hypertrofie als aanpassing

  • 3e compensatiestratigie, waarbij overlevende hartspiercellen groter worden en extra spiermassa ontwikkelen

  • door deze aanpassing kan hart krachtiger contraheren + tijdelijk meer bloed uitwerpen

  • hypertrofie onstaat deesl als reactie op verhoogde balans + deels als conpensatie voor verloren gegane cardiomyocyten → restende cellen neme het werk van beschadigde of afgestorven cellen over

  • lange termijn leidt hypertrofie echter tot problemen → grotere spiermassa heeft meer O2 nodig terwijl bloedtoevoer vaak neit evenredig is = hypertrofe cellen kwetsbaar voor ischemie + celdood

  • ook kan verdikte hartwanden de ventirkelholte verkleienen = minder bloed vullen

61
New cards

decompensatie: wanneer compensatie schadelijk wordt

  • alle drie de compensatiemechanisme hebben hetzelfde doel: verhogen van hartminuutvolume (CO) door stijging van HR of SV

  • verminderen gevolgen van harfalen, maar geven toenmende bealnsting myocard

  • bij langdurige activatie → onstaat verminderde gevoeligheid sympatische stimulatie, verhoogde O2 consumptie, progressieve celdood + structruele veranderingen hart

  • deze processen versterken elkaar onderling

  • verhoogde preload kan leiden tot hypertrofie van overblijvende cellen, tewrijl verdere verzwakking van hart opnieuw symp. activaite uitlokt => vicieuze cirkel terechtkomen

62
New cards

belangrijkste risicofactoren voor pneumothorax

  • mannelijk

  • jonge leftijd

  • slanke habitus

  • roken

  • aanwezigheid van bullae

  • genetische aanleg

63
New cards

pneumothorax onderverdelen in

  • spontane pneumothorax

    • primair: zonder onderliggend longziekte

    • secundair: met onderliggend longlijden (COPD bv)

  • laterogene/traumatische pneumothorax

64
New cards

diagnose vaststellen van pneumothoraxen

  • anamnese: plots ontstane dyspneu, thoracale pijn, kriebelhoest

  • LO: hypermore percussie, afgenome ademgeruis, assymetrische longbewegingen en geluiden, trachea deviatie

  • X-thorax: zichtbaar lucht in pleuraholte

65
New cards

behandeling pneumothorax

vaker gekozen voor conservatief

  • kleine pneumothorax: expectatief

  • grote of symptomatische: aspiratie of thoraxdrain

  • bij recidief: overwegen chirurgie: bullectomie of pleurectomie

66
New cards

spanningspneumothorax

  • toenemenende druk leidt tot hypotensie door obastuctie van veneuze return naar hart

  • lucht gaat wel longholte in, maar gaat er neit meer uit → andere structuren verdrukken

  • spoedsituatie → direct overgaan tot naalddecompressie, gevolgd door thoraxdrainage

  • complicaties:

    • subcutaan emfyseem

    • persisterend luchtlek

    • hydropneumothorax

    • emfyseem (vaak na drainage)

67
New cards

pleuravocht

  • onstaat door balans tussen hydrostatische druk en oncotische druk en afvoer via lymfdrainage in parientale blad

  • bij toename productie of afname drainage onstaat pleurale effusie

  • 1ste stap hierbij: pleurapunctie → beoordelen of vocht transudaat of exsudaat is

68
New cards

exsudaat criteria pleuravocht, minstens 1 hiervan

  • eiwit pleuravocht/sernum > 0,5

    • ~30 g/L = waarschijnlijk exsudaat

  • LDH pleuravocht/sernum > 0,6

  • LDH pleuravocht > 2/3 bovenste referentiewaarde

» oncotische druk → sprake van verhoogde concentratie opgeloste stoffen (duidt op actief proces - infectie)

69
New cards

transudaat criteria pleuravocht

  • meestal veroorzaakt door hartfalen (80%)

  • behandeling gericht op onderliggende oorzaak

  • let op: na gebruik van diuretica kan transudaat ten onrecht als exsudaat gezien worden

» hdrostaitsche druk → afkomstig van viscerale pleura heerst er hoge druk die voor zorgt vocht tussen pleurabladen komt

70
New cards

mogelijke oorzaken exsudaat pleuravocht

  • infectie

    • parapneumotische effusie (vochtophoping in de pleuraholte als gevolg van een longontsteking)

    • emfyseem

  • maligniteit

  • andere inflammatoire processen

71
New cards

maligne pleurale effusie

  • oorzaken:

    • metastasen naar plaure (bv longcarcinoom, mamma)

    • primair pleuratumor (mesothélioom)

  • diagnostiek

    • anamnese + beeldvorming

    • cytologisch onderzoek pleuravocht

    • thoracoscopie

  • behandeling: thoracocentese, pleurodese bij recidief, thoracoscopische ingreep

72
New cards

mesothelioom

  • zeldzaam, bijna latijd gerelateerd aan asbestexposie

  • tumor groeit diffuus langs pleura en ook septa infiltratie

  • diagnose: niet met pleuravocht aan te tonen, pleurabiopt via thoracoscopie nodig

  • curateive behandeling meestal niet mogelijk door uitgebreide invasie

  • overleving 1,5-2jaar mediaan

  • behandelopties: chemo, immunotherapie (afhankelijk v. subtype), radiotherapie bij symptomatische haarden

73
New cards

kleurenpalet pleuravocht

  • melkwit: chylothorax

  • strogeel: transudaat

  • purulent (pusvorming): emfyseem

  • rose/rood: maligniteit of trauma

  • groen: bilair

  • zwart: aspergillus niger (schimmel)

74
New cards

zeldzame oorzaken pleuravocht → ook wel ‘witte raven’

  • chylothorax

  • yellow nail syndrome

  • urinothorax

  • catameniale pneumothorax

  • meigs syndroom

75
New cards

lage D-DImeer waarde is uitsluiten van

longembolie

76
New cards

thoraxfoto → wit met scherpe afgrenzign

pleuravocht

77
New cards

dyspneu definitie

  • subjectieve ervaring van oncomfortabele ademhaling, die bestaat uit verschillende sensaties en kan varieren in intensiteit

  • klachten: benauwdheid, luchttekort, snel, diep of zwaar ademen, veel moeite met ademen + vermoeidheid

78
New cards

verschillende soorten dyspneu

  • dyspneu d’effort: dyspnoe in inspanning

  • dyspneu de repos: dyspnoe in rust

  • orthopeed: dyspnoe die onstaat in liggende houdg + verbetert bij rechtop zitten

  • platpneu: benauwdheid in zittende houding die juist verbeterd bij platliggen

79
New cards

verschillende manieren van ademhaling

  • normaal: ademfrequentie van ong 12/min

  • tachypneu: ademfrequentie van ong 20/min

  • hyperpneu: diepere en/of snellere ademhaling dan normaal leidend tot een toename van ademminuutvolume

  • hyperventilatie: toename ademminuutvolume door hyperpneu met een daling van de PCO2, kan primair en secundair

  • hyperventilatiesyndroom: hyperventilatie zonder somatische noodzaak (paniekstoornis)

80
New cards

verhoogde ademfrequentie en kortademigheid

  • verhoogde ademfrequentie niet altijd ervaren als kortademig - hangt af van hoe hersenen de ademarbeid

  • afferente signalen vanuit long + borstkas wordne door gegeven hersenstan → cortex → hier beoordeling plaats: is ademarbeid in verhoudign tot inspanning?

  • nee → via effferente signalen gedrag aanpassen, bv stoppen met sporten

  • ademregulatie is gesloten systeem → hersenstam functioneert als centrale controller en stuurt signalen naar ademhalingsspieren (diafragma) → via feedbachmechanisme (chemoreceptoren + mechanoreceptoren in long) wordt ademhaling voordurend bijgestuurd → regulatie ontregeld = dyspneu

81
New cards

pijnmodel als verklaring

net als pijn kent dyspnoe een sensorische dimensie (wat voel je), een affectieve disensie (hoe erg is het voor je) en gedragsreacties (wat doe je ermee)

  • ervarign van dyspnoe wordt bepaald door afferente input (sensorische siganelen uit lichaam), cognitieve interpretatie in hersenen + emotionele reacties

82
New cards

oorzaken dyspneu

  • nagaan of somatische oorzaak heeft

  • heeft 3 hoogdcatogorieen: pulmonale, cardiale of neurmusculaire aandoeningen

83
New cards

pathofysiologische mechanismen achter dyspnoe kunnen als volgt worden onderverdeeld:

  • luchthonger: vaak bij hypoxemie, bv pneumonie of interstitiele longziekte → extra O2 kan helpen

  • ademarbeid: kost zichtbaar moeite om te ademen, bv pleuravocht, COPD, fibrose of restrictieve aandeoningen

  • chest tightness: drukkend of beklemmend gevoel op borst, vaak astma of hyperreactieve luchtewegen

  • tachypneu: snelle ademhaling, bv bij metabole acidose, sepsis of longembolie → door rek op alveoli worden pulmonale C-vezels geactiveerd die via de n. vagus signalen naar hersenen sturen

84
New cards

restrictieve longziekten

  • bv ILD (interstitiele longziekten), longfibrose of aandoeningen van diafragma leiden tot dyspnoe door verminderde longcompliantie

  • longen zijn stug, ademminuutvolume is beperkt en ademarbeid is verhoogd

  • vaak oppervlakkige + snelle ademhaling

85
New cards

obstructieve longziekten

  • astma = gevoel van dyspneu door bronchoconstrictie → komt door stimulatie van irritantreceptoren

    • gevoel versterkt door verhoogde ademarbeid door luchtwegobstructie

    • vaak ook verkeerde manier ademen: vaak heel oppervlakkig

  • COPD = sprake van bronchoconstrictie en verhoogde ademarbeid

    • emfyseem (samenvallen van luchtewegen) = draagt bij aan hoge ademarbeid

    • hyperinflatie van longen met een laagstaand diafragma → omdat longen weinig elastisch zijn = meer tijd nodig voor optimale expansie, maar tijdens dit wordt alweer stimuli gegevn voor inspiratie = onvoldoende tijd

    • sprake vna neuro-ventilaire dissociatie

    • vaak opp ademhalen

86
New cards

oorzaken kortademigheid

  • jonge leeftijd vaak infecties; acute bronchitis en bovenste luchtweginfectie

  • kinderjaren is astma veel voorkomende oorzaak

  • oudere leeftijd vaak COPD

87
New cards

acute oorzaken van kortademigheid

  • bovenste luchtweginfectie

  • pneumonie

  • longaanvallen door bv astma of COPD

  • pneumothorax

88
New cards

chronische oorzaken vna kortademigheid

  • COPD

  • astma

  • hartfalen

  • intersitiele longziekten; longfibrose of sarcoidose

  • diafragmaparalyse

89
New cards

NT-proBNP waarde

  • bepaald bij hartfalen

  • als 125 pg/ml of verhoogd is = schade aan hart + hogere kans hartfalen

90
New cards

longvolumes en longcapaciteiten - tabel

knowt flashcard image
91
New cards

longvolumes en longcapaciteiten - formules

knowt flashcard image
92
New cards

COPD: GOLD-classificatie en symptoombeoordeling overzicht

knowt flashcard image
93
New cards

GOLD-graad (ernst van luchtwegobstructie)

knowt flashcard image
94
New cards

GOLD-groepen (symptomen en exacrebatierisico)

knowt flashcard image
95
New cards

overzicht GOLD en COPD

knowt flashcard image
96
New cards

spirometrie

  • hiermee longfunctie meten → pt door mondstuk ademt terwijl instructies gevolgt worden

  • parameters

    • VC (vitale capacity): max hoeveelheid lucht die wordt uitgeademd na diepe inademing

    • FVC (forces vital capacity): hoeveelheid lucht die snel en krachting uitgeademd kan worden na diepe inademing

    • FEV1 (forced expiratory volume in 1 sec)

    • FEV1/FVC-ratio

  • obstructie: FEV1 verlaagt tov FVC

  • restrictief: afname totale longcapaciteit en dus verlaagd FVC

  • TLC = totale longcapaciteit en RV = restuvolume niet meten hiermee, dus met dit kan alleen verdeking zijn op restrictie

97
New cards

TLC en RV

  • TLC = totale longcapaciteit en RV = restuvolume

98
New cards

VC (vitale capacity)

max hoeveelheid lucht die wordt uitgeademd na diepe inademing

99
New cards

FVC (forces vital capacity)

hoeveelheid lucht die snel en krachting uitgeademd kan worden na diepe inademing

100
New cards

FEV1

(forced expiratory volume in 1 sec)