1/30
Deze flashcards behandelen de belangrijkste begrippen over landschapsinrichting, duurzame energie, klimaatverandering en weerfenomenen gebaseerd op de lesnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Lintbebouwing
Een spreidingspatroon waarbij huizen in een aaneengesloten rij langs een weg worden gebouwd, wat zorgt voor versnippering van het landschap.
Ruilverkaveling
Het opnieuw inrichten van een landschap door kavels te ruilen om grotere, regelmatige percelen te vormen die dichter bij de bedrijfszetel liggen en een eigen uitweg hebben.
Kavel
Een stuk grond (perceel) dat gebruikt kan worden voor bebouwing of landbouw.
Agroforestry
Ook wel boslandbouw genoemd; een duurzaam landbouwsysteem waarbij bomen, struiken, voedingsgewassen en veeteelt op hetzelfde perceel worden gecombineerd.
Ecoduct
Een oversteekplaats specifiek voor dieren die over kanalen en autowegen wordt aangelegd om natuurgebieden te verbinden.
Ecovallei
Een doorgang voor dieren die onder een brug of een weg door loopt.
Ontpolderen
Het teruggeven van een drooggelegd gebied (polder) aan de natuur door het opnieuw te laten overstromen, vaak om biodiversiteit te herstellen of bescherming tegen overstromingen te bieden.
Slikke
Een gebied dat dagelijks overstroomt als gevolg van de getijdenbeweging (eb en vloed).
Schorre
Een gebied in een getijdenrivier dat alleen overstroomt bij springtij.
Ecosysteem
Een systeem met een intensieve wisselwerking tussen bodem, water, atmosfeer, micro-organismen, planten en dieren.
Biodiversiteit
Het totale aantal verschillende soorten planten en dieren in een specifiek gebied.
Fossiele brandstoffen
Brandstoffen gevormd uit versteende resten van planten en dieren, zoals aardgas, aardolie en steenkool.
Hernieuwbare energiebronnen
Energiebronnen die onuitputtelijk zijn omdat ze voortdurend op natuurlijke wijze worden aangevuld, zoals zonne-energie, windenergie, geothermie en biomassa.
Ppmv
Eenheid die staat voor 'parts per million by volume'; wordt gebruikt om de CO2-concentratie in de lucht aan te duiden.
Zee-ijs (of pakijs)
Ijs dat op het zeewater drijft; het smelten hiervan heeft geen directe invloed op de stijging van het zeeniveau.
Landijs
Ijs dat zich op het land bevindt (zoals op Groenland of Antarctica); het smelten hiervan zorgt voor een stijging van het zeeniveau.
Gletsjer
Een grote ijsmassa in het gebergte die langzaam de berg afglijdt.
Koolstofputten
Gebieden zoals oceanen en bossen die een grote hoeveelheid CO2 uit de atmosfeer opnemen en koolstof vasthouden.
Verzuring (oceanen)
Het proces waarbij de oceanen zuurder worden door de opname van CO2, wat kalkhoudende zeedieren en koralen aantast.
Roeipootkreeftje
Een klein zeediertje dat aan de basis ligt van de maritieme voedselketen en door opwarming naar het noorden migreert, gevolgd door vissoorten als de kabeljauw.
Weerfenomeen
Extreme weersomstandigheden die op korte termijn het landschap kunnen veranderen.
Hittegolf (Belgische definitie)
Een periode van minstens vijf opeenvolgende dagen met temperaturen van minimaal 25∘C, waarvan minstens drie dagen boven de 30∘C.
Waterbom
Het fenomeen waarbij er een zeer grote hoeveelheid neerslag valt in een zeer korte tijd.
Moessonregen
Felle regen die valt tijdens de natte maanden (juni, juli, augustus) in Zuidoost-Azië als gevolg van de moessonwind.
Blizzardstorm
Een felle, koude polaire wind die op korte tijd heel veel sneeuw meebrengt (vooral in Canada en de VS).
Orkaan
Een zeer sterke storm die ontstaat boven de Atlantische Oceaan.
Tyfoon
Een zeer sterke storm die ontstaat boven de Grote Oceaan.
Cycloon
Een zeer sterke storm die ontstaat boven de Indische Oceaan.
Tornado
Ook wel windhoos genoemd; een draaiende wind die ontstaat aan de onderkant van een onweerswolk en snelheden tot 400km/h kan bereiken.
Klimaatopvangcentra
Openbare plaatsen zoals musea of scholen waar inwoners terecht kunnen voor verkoeling (tussen 25∘C en 29∘C) tijdens extreme hitte.
Groendak
Vegetatie op het dak van een gebouw die dient voor isolatie, waterbeheer en het bevorderen van de biodiversiteit.