Organization behavior

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/192

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:32 PM on 6/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

193 Terms

1
New cards

Organizational Behavior (OB)

studie van hoe individuen en groepen zich gedragen binnen organisaties.

2
New cards

Worker

werknemer; iemand die bijdraagt aan het behalen van werkdoelen.

3
New cards

Manager

iemand die doelen bereikt via andere mensen.

4
New cards

People skills

het vermogen om anderen te begrijpen, motiveren en ondersteunen.

5
New cards

Technical skills

specifieke kennis of expertise voor een taak.

6
New cards

Conceptual skills

vermogen om complexe situaties te begrijpen en strategie te bedenken.

7
New cards

Systematic study

systematische studie; gedrag onderzoeken met wetenschappelijke methoden.

8
New cards

Evidence-based management (EBM)

beslissingen nemen op basis van wetenschappelijk bewijs.

9
New cards

Contingency variables

factoren die bepalen wanneer een theorie wel of niet geldt.

10
New cards

Individual differences

verschillen tussen mensen in gedrag of eigenschappen.

11
New cards

Situational factors

situationele factoren; omstandigheden die gedrag beïnvloeden.

12
New cards

Levels of analysis

individueel, groep en organisatie.

13
New cards

Motivation

de kracht die gedrag richting geeft en energie geeft.

14
New cards

Job design

het samenstellen van taken en verantwoordelijkheden in een baan.

15
New cards

Skill variety

hoeveel verschillende vaardigheden een baan vereist.

16
New cards

Task identity

in hoeverre een taak een compleet en herkenbaar geheel is.

17
New cards

Job enlargement

taakverbreding; meer taken toevoegen aan een functie.

18
New cards

Job crafting

werknemers passen zelf hun taken of relaties aan om werk betekenisvoller te maken.

19
New cards

Personality

het geheel van manieren waarop iemand reageert en met anderen omgaat.

20
New cards

Personality traits

stabiele kenmerken van gedrag.

21
New cards

Nomothetic approach

Een benadering die algemene wetten en persoonlijkheidspatronen probeert te vinden die voor veel mensen gelden.

22
New cards

Idiographic approach

Een benadering die zich richt op de unieke persoonlijkheid en kenmerken van één individu.

23
New cards

Openness

nieuwsgierigheid en creativiteit.

24
New cards

Conscientiousness

De mate waarin iemand georganiseerd, verantwoordelijk, betrouwbaar, gedisciplineerd en doelgericht is.

25
New cards

Extraversion

extraversie; sociaal en energiek.

26
New cards

Agreeableness

De mate waarin iemand vriendelijk, behulpzaam, coöperatief, betrouwbaar en meegaand is.

27
New cards

Neuroticism

De mate waarin iemand emotioneel instabiel, angstig, onzeker en stressgevoelig is.

28
New cards

Group

twee of meer mensen die samenwerken om een doel te bereiken.

29
New cards

Formal group

groep gevormd door de organisatie.

30
New cards

Informal group

groep die spontaan ontstaat tussen mensen.

31
New cards

Work group

werkgroep; groep die informatie deelt om individuele prestaties te verbeteren.

32
New cards

Work team

groep met gezamenlijke verantwoordelijkheid en synergie.

33
New cards

Synergy

gezamenlijke prestatie groter dan de som van individuele bijdragen.

34
New cards

Cross-functional team

team bestaande uit werknemers van hetzelfde hieärchische niveau maar met verschillende functies

35
New cards

Virtual team

virtueel team.

36
New cards

Social identity

gevoel van behoren tot een groep.

37
New cards

Similarity

gelijkenis tussen groepsleden.

38
New cards

Status

relatieve positie van een groep.

39
New cards

Uncertainty reduction

groepen helpen onzekerheid verminderen.

40
New cards

Collective identification

identiteit gebaseerd op groepskenmerken.

41
New cards

Ingroup

groep waar iemand bij hoort.

42
New cards

Outgroup

groep waar iemand niet bij hoort.

43
New cards

Ingroup favoritism

voorkeur voor eigen groep.

44
New cards

Perception

Het proces waarbij mensen informatie selecteren, organiseren en interpreteren om betekenis te geven aan hun omgeving.

45
New cards

Internal attribution

oorzaak ligt bij de persoon zelf.

46
New cards

External attribution

externe attributie; oorzaak ligt bij de situatie.

47
New cards

Distinctiveness

onderscheidendheid van gedrag.

48
New cards

Consensus

De mate waarin anderen zich in dezelfde situatie hetzelfde gedragen.

49
New cards

Consistency

gebeurt het gedrag steeds opnieuw?

50
New cards

Fundamental attribution error

De neiging om iemands gedrag te verklaren door zijn persoonlijkheid, terwijl situationele factoren worden onderschat. "Hij is lui."

51
New cards

Selective perception

we zien alleen informatie die onze verwachtingen bevestigd

52
New cards

Contrast effect

beoordelingen worden beïnvloed door vergelijkingen met anderen

53
New cards

Stereotyping

mensen worden beoordeeld op basis van hun groep

54
New cards

Pygmalion effect

Hoge verwachtingen van een ander leiden ertoe dat die persoon beter gaat presteren (self-fulfilling prophecy)

55
New cards

Leadership

proces van sociale invloed om een doel te bereiken.

56
New cards

Trait theories of leadership

eigenschapstheorieën van leiderschap.

57
New cards

Behavioral theories

gedragsbenaderingen van leiderschap.

58
New cards

Contingency theories

leiderschap hangt af van de situatie.

59
New cards

Leader emergence

De mate waarin iemand door anderen wordt gezien of gekozen als leider.

60
New cards

Leader effectiveness

effectiviteit van leiderschap.

61
New cards

Job-centered leadership

taakgericht leiderschap.

62
New cards

Employee-centered leadership

mensgericht leiderschap.

63
New cards

Initiating structure

structuur aanbrengen in werk.

64
New cards

interpersonal roles

Van alle managers wordt verwacht dat zij taken uitvoeren die van ceremoniële en symbolische aard zijn.

65
New cards

entrepeneur role (mintzberg)

Managers initiëren en begeleiden nieuwe projecten die de prestaties van hun organisatie verbeteren.

66
New cards

Disturbance handlers (mintzberg)

Managers nemen corrigerende maatregelen naar aanleiding van onvoorziene problemen.

67
New cards

Resource allocators (Mintzberg)

Managers zijn verantwoordelijk voor de toewijzing van menselijke, materiële en financiële middelen.

68
New cards

Negotiator (Mintzberg)

Managers bespreken kwesties en onderhandelen met andere afdelingen om voordelen voor hun eigen afdeling te behalen.

69
New cards

systematic study

Het onderzoeken van verbanden, het proberen oorzaken en gevolgen toe te schrijven en het trekken van conclusies op basis van wetenschappelijk bewijs.

70
New cards

intuition

een instinctief gevoel, meestal niet gebaseerd op onderzoek

71
New cards

organizational citizen behavior

discretionair gedrag dat bijdraagt aan de psychologische en sociale omgeving van de werkplek

72
New cards

withdrawl behavior

De reeks acties die werknemers ondernemen om zich van de organisatie te distantiëren.

73
New cards

surface-level diversity

makkelijk herkenbare verschillen tussen mensen zoals geslacht, race en afkomst

74
New cards

efficiency

de mate waarin een organisatie haar doelen tegen lage kosten kan bereiken

75
New cards

deep-level diversity

verschillen tussen mensen in waarden en normen, persoonlijkheid, werkvoorkeuren. progressief belangrijker om overeenkomsten vast te stellen tussen mensen, naarmate men elkaar beter leert kennen

76
New cards

Predjudice

Een vooraf gevormde, vaak negatieve mening of houding over een persoon of groep, zonder voldoende kennis of bewijs.

77
New cards

implicit bias

vooroordelen die mogelijk verborgen zijn buiten iemands bewustzijn (zonder dat je bewust vooroordeelt)

78
New cards

system justification problem

De theorie dat groepsleden hun ervaringen met ongelijkheid, vooroordelen of discriminatie vaak accepteren, rationaliseren, legitimeren of rechtvaardigen.

79
New cards

social dominance theory

De theorie dat vooroordelen en discriminatie gebaseerd zijn op een complexe hiërarchie, waarbij de ene groep de andere domineert en de dominerende groep privileges geniet die de ondergeschikte groep niet heeft.

80
New cards

hofstedes framework

een model dat verschillen in nationale en organisatieculturen analyseert. Het biedt zes dimensies; .
- machtsafstand,
- individualisme,
- collectivisme,
- feminisme/masculiniteit,
- onzekerheid vermijding,
- long-term/short-term orientatie)
om te begrijpen hoe cultuur het denken en gedrag van mensen beïnvloedt. Het model wordt veel gebruikt om internationale samenwerking te verbeteren

81
New cards

GLOBE framwork

een internationaal onderzoeksprogramma dat culturele verschillen tussen landen analyseert en laat zien hoe deze verschillen leiderschapsstijlen, managementpraktijken en organisatiegedrag beïnvloeden.Hoe verschillen culturen wereldwijd van elkaar? Welke leiderschapsstijlen werken het best binnen verschillende culturen?

82
New cards

diversity management

het bewust en strategisch omgaan met verschillen tussen mensen binnen een organisatie, met als doel een inclusieve werkomgeving te creëren en de prestaties van de organisatie te verbeteren.

83
New cards

hierarchy of needs

Maslow's hiërarchie van behoeften is een motivatietheorie die stelt dat menselijke behoeften in een vaste volgorde zijn opgebouwd, waarbij basisbehoeften eerst vervuld moeten worden voordat hogere behoeften (zoals zelfontplooiing) belangrijk worden.

84
New cards

De Two-Factor Theory

De Two-Factor Theory (van Frederick Herzberg) stelt dat werktevredenheid en ontevredenheid door twee verschillende factoren worden bepaald: motivators en Hygiëne factoren

85
New cards

Motivatoren

creëren tevredenheid (bijv. prestatie, erkenning, verantwoordelijkheid, groei).

86
New cards

Hygiënefactoren

(zoals salaris en werkomstandigheden) voorkomen ontevredenheid maar motiveren niet op zichzelf

87
New cards

McClelland's Theory of Needs

stelt dat motivatie wordt bepaald door drie aangeleerde behoeften: Behoefte aan

  • prestatie (achievement)

  • Behoefte aan macht (power),

  • Behoefte aan affiliatie (affiliation / sociale relaties)

De dominante behoefte verschilt per persoon en beïnvloedt gedrag en motivatie op het werk

88
New cards

Cognitive Evaluation Theory

stelt dat externe beloningen (zoals geld of controle) intrinsieke motivatie kunnen verminderen, vooral wanneer ze het gevoel van autonomie aantasten. Intrinsieke motivatie blijft juist sterker wanneer mensen zich vrij en zelfsturend voelen.

89
New cards

Self-Determination Theory

stelt dat mensen intrinsiek gemotiveerd raken wanneer drie basisbehoeften worden vervuld:

  • Autonomie (zelf keuzes kunnen maken)

  • Competentie (je bekwaam voelen)

  • Verbondenheid (je verbonden voelen met anderen)

90
New cards

Self-Concordance Theory

stelt dat mensen meer gemotiveerd en succesvoller zijn wanneer hun doelen aansluiten bij hun eigen waarden en interesses (intrinsieke motivatie) in plaats van externe druk of verplichtingen.

91
New cards

Goal-Setting Theory

Goal-Setting Theory stelt dat specifieke en uitdagende doelen leiden tot hogere prestaties, mits er feedback en betrokkenheid (commitment) is: Duidelijke en moeilijke doelen motiveren meer dan vage of makkelijke doelen.

92
New cards

Management by Objectives (MBO)

een managementmethode waarbij managers en medewerkers samen specifieke doelen vaststellen, en prestaties worden beoordeeld op basis van het behalen van die doelen. Focus ligt op duidelijke doelen, meetbare resultaten en gezamenlijke verantwoordelijkheid.

93
New cards

Self-efficacy

het geloof van een persoon in zijn of haar eigen vermogen om een specifieke taak succesvol uit te voeren. Hoe hoger de self-efficacy, hoe groter de motivatie, inzet en kans op succes.

94
New cards

Equity Theory

stelt dat mensen hun inzet en beloningen vergelijken met die van anderen, en gemotiveerd raken om eerlijkheid (gelijkheid) te herstellen wanneer ze ongelijkheid ervaren. Gevoel van rechtvaardigheid bepaalt motivatie en gedrag.

95
New cards

Organizational justice.

een algemene perceptie van wat eerlijk is op de werkplek, bestaande uit distributieve, procedurele, informationele en interpersoonlijke rechtvaardigheid.

96
New cards

Distributieve rechtvaardigheid

de waargenomen eerlijkheid van de hoeveelheid en verdeling van beloningen tussen individuen.

97
New cards

Procedurele rechtvaardigheid

de waargenomen eerlijkheid van het proces dat wordt gebruikt om de verdeling van beloningen te bepalen.

98
New cards

Informationele rechtvaardigheid

de mate waarin werknemers eerlijke en waarheidsgetrouwe uitleg krijgen over beslissingen.

99
New cards

Interpersoonlijke rechtvaardigheid

de mate waarin werknemers met waardigheid en respect worden behandeld.

100
New cards

Job Characteristics Model (JCM)

een model dat stelt dat elke baan kan worden beschreven aan de hand van vijf kernkenmerken die samen de motivatie, tevredenheid en prestaties van werknemers beïnvloeden.

  1. skill variety

  2. task identity

  3. task significance,

  4. autonomy

  5. feedback