1/64
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is een constituent?
Een woordgroep met een bepaalde vorm; je kijkt naar de interne structuur.
Waarop let je bij een constituent?
Op de interne structuur.
Wat is een zinsdeel?
Een woordgroep met een functie in de zin; je kijkt naar de externe structuur.
Waarop let je bij een zinsdeel?
Op de externe structuur.
Wat is valentie?
De combinatievereisten die voortvloeien uit de betekenis van het werkwoord of het gezegde.
Welke twee soorten gezegden zijn er?
Werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde.
Wat is een idiomatische verbinding?
Een verbinding met een niet-compositionele, figuurlijke betekenis.
Wat zijn quantificationele voornaamwoorden?
Voornaamwoorden zoals iemand en iets die als plaatsvervangers in de zin fungeren.
Wat is een paradigma?
Een reeks van vervangbare of gelijkwaardige elementen.
Wat is een paradigmatische relatie?
Een relatie tussen vervangbare of gelijkwaardige elementen.
Wat is een syntagmatische relatie?
Een relatie die betrekking heeft op de verplaatsbaarheid van elementen in de zin.
Wat is nulplaatsige valentie?
Valentie zonder participanten; onpersoonlijke constructies.
Wat is eenplaatsige valentie?
Valentie met één participant; typisch intransitieve werkwoorden zonder lijdend voorwerp.
Wat is tweeplaatsige valentie?
Valentie met twee participanten.
Welke soorten werkwoorden kunnen tweeplaatsige valentie hebben?
Transitieve, intransitieve (met PP) en pseudotransitieve werkwoorden.
Hoe ziet tweeplaatsige valentie eruit bij een transitief werkwoord?
Het werkwoord vereist een lijdend voorwerp.
Hoe ziet tweeplaatsige valentie eruit bij een intransitief werkwoord?
Er is geen lijdend voorwerp; de tweede participant wordt via een voorzetselgroep (PP) uitgedrukt.
Hoe ziet tweeplaatsige valentie eruit bij een pseudotransitief werkwoord?
Het lijdend voorwerp is optioneel.
Wat is drieplaatsige valentie?
Valentie met drie participanten.
Hoe ziet drieplaatsige valentie eruit bij een transitief werkwoord?
Onderwerp (NP) + twee voorwerpen (NP).
Hoe ziet drieplaatsige valentie eruit bij een ditransitief werkwoord?
Onderwerp (NP) + lijdend voorwerp (NP) + voorzetselgroep (PP).
Wat zijn thematische rollen?
De semantische rollen van participanten in een handeling.
Welke thematische rollen behoren tot de actieve participanten?
Agens, instrument en kracht.
Welke thematische rollen behoren tot de passieve participanten?
Patiens en thema.
Welke thematische rollen behoren tot de derde betrokken partij?
Ondervinder, ontvanger en belanghebbende.
Welke bijkomende thematische rollen bestaan er?
Doel, plaats, richting, wijze, duur en maat.
Wat is een agens?
De persoon die bewust en uit eigen wil een handeling uitvoert.
Geef een voorbeeld van een agens.
de kinderen
Wat is een instrument?
Een niet-menselijk element dat door de agens gebruikt wordt om een handeling uit te voeren.
Geef een voorbeeld van een instrument.
de hamer
Wat is een kracht?
Een niet-levend element dat een handeling veroorzaakt zonder controle door een agens.
Geef een voorbeeld van een kracht.
een vulkaanuitbarsting
Wat is een patiens?
Een passieve participant die een handeling ondergaat en daardoor van toestand verandert.
Geef een voorbeeld van een patiens.
de burcht werd verwoest
Wat is een thema?
Een passieve participant die een handeling ondergaat zonder wezenlijk te veranderen.
Geef een voorbeeld van een thema.
de jassen werden aan de kapstok gehangen
Wat is een ondervinder?
Een levend wezen dat door een handeling een interne toestand ervaart zonder van toestand te veranderen.
Geef een voorbeeld van een ondervinder.
De juiste woorden schoten hem niet te binnen.
Wat is een ontvanger?
De persoon die een thema ontvangt.
Geef een voorbeeld van een ontvanger.
Ze gaven ons een mooi geschenk.
Wat is een belanghebbende?
Een levend wezen dat voordeel ondervindt van een handeling.
Geef een voorbeeld van een belanghebbende.
Schenk me nog een kopje koffie in.
Welke rollen zijn meestal bijwoordelijke bepalingen?
Doel, plaats, richting, wijze, duur en maat.
Zijn doel, plaats, richting, wijze, duur en maat meestal essentieel?
Nee, ongeveer 95% zijn niet-essentiële bijwoordelijke bepalingen.
Welke drie types paradigma's bestaan er?
Type I, type II en type III.
Waaruit bestaat type I-paradigma?
Persoon en zaak.
Waaruit bestaat type II-paradigma?
Tijd en plaats.
Waaruit bestaat type III-paradigma?
Wijze, graad, duur, frequentie en kwantiteit.
Wanneer is een zinsdeel essentieel?
Als het tot het valentieschema behoort.
Wat betekent weglaatbaar?
Dat een zinsdeel kan worden weggelaten zonder dat de zin ongrammaticaal wordt.
Wat betekent proportioneel?
Dat een zinsdeel vervangen kan worden door een element van minimale referentialiteit.
Wat is het voorveld?
De positie links van de eerste pool in het tweepolenschema.
Welke proef gebruik je voor het voorveld?
De eenzinsdeelproef.
Wat is het middenveld?
Het grootste en meest flexibele deel van de zin.
Hoe kan het middenveld worden onderverdeeld?
In MV1, MV2 en MV3.
Waar staan inherente elementen bij voorkeur?
Op MV3.
Wat is het achterveld?
De positie waar onder andere voorzetselgroepen (PP's) naartoe kunnen verplaatsen.
Hoe heet de verplaatsing van een PP naar het achterveld?
Extrapositie.
Wat is het tegenovergestelde van extrapositie?
Topicalisatie.
Wat zijn perifere posities?
Marginale posities vóór of na de eigenlijke zin.
Welke perifere posities bestaan er?
Aanloop en uitloop.
Wat is de aanloop?
Een perifere positie vóór de zin die gebruikt wordt als oplossing wanneer een element niet goed in het voorveld past.
Kunnen alle elementen in het voorveld staan?
Nee.
Waarom staat 'kortom' vaak in de aanloop?
Omdat het geen proportioneel bijwoord is en een samenvatting of conclusie van de spreker inleidt.
Waarom wordt 'kortom' niet getopicaliseerd naar het voorveld?
Omdat topicalisatie nadruk geeft aan zinsdelen, terwijl 'kortom' een sprekerscommentaar is; de aanloop is daarom de geschikte positie.