Geschiedenis Begrippenlijst

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

1D, 2D, 3D, 4D + 5D/ 6D te kennen woorden

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

80 Terms

1
New cards

verleden

Dat is datgene wat vroeger gebeurd is

2
New cards

geschiedenis

De wetenschap die het verleden van de mens bestudeert

3
New cards

historische vraag

Een vraag die gericht is op het verleden

4
New cards

historische beeldvorming

Het beeld dat mensen maken van het verleden. Dat beeld is niet altijd hetzelfde als wat er echt gebeurd is

5
New cards

chronologie

in volgorde van tijd

6
New cards

decennium

periode van 10 jaar

7
New cards

eeuw

periode van 100 jaar

8
New cards

evolutie

een trage verandering

9
New cards

jaar

periode van 365 of 366 dagen

10
New cards

millennium

periode van 1000 jaar

11
New cards

revolutie

een snelle verandering

12
New cards

tijdrekening

Een manier om de tijd voor te stellen vanaf een bepaald beginpunt.

13
New cards

tijdvak

Een tijd uit de geschiedenis. Onze geschiedenis kent 7 periodes

14
New cards

continuïteit

gebeurtenissen die hetzelfde blijven en elkaar logisch opvolgen in een verhaal. bv. iemand die sterft in een serie kan niet zomaar terug tot leven komen

15
New cards

breuk

Gebruiken we om een grote of belangrijke verandering in de samenleving of in de maatschappij aan te geven (keerpunt)

16
New cards

duur

periode waarin iets gebeurt (korte termijn - lange termijn)

17
New cards

scharniermoment

Een belangrijk moment dat de overgang naar een ander tijdvak/ periode inzet.

18
New cards

gesloten of stedelijke ruimte

Stad, een plaats die dichtbebouwd en dichtbevolkt is

19
New cards

globaal of mondiaal

over de hele wereld

20
New cards

lokaal

plaatselijk (wijk, gehucht, gemeente, stad)

21
New cards

nationaal

over het hele rijk, land

22
New cards

open of rurale ruimte 

platteland, een plaats die meestal weinig bebouwing heeft en dunbevolkt is

23
New cards

regionaal

In de streek. (provincie, gewest). Is uitgebreider dan je eigen gemeente

24
New cards

territoriaal

Een bepaald grondgebied

25
New cards

centrum

In het midden van een gebied

26
New cards

continentaal

Landinwaarts

27
New cards

maritiem

in of aan zee

28
New cards

periferie

Aan de rand van een gebied

29
New cards

Balkan

schiereiland in Zuidoost-Europa, waartoe het gebied van Kroatië tot en met Griekenland behoort.

30
New cards

inheems

De oorspronkelijke bewoners van een bepaald gebied

31
New cards

intercontinentaal

Over of tussen meerdere continenten

32
New cards

ambtenaren

mensen die een functie bij de overheid hebben

33
New cards

dynastie

opvolging van de macht binnen dezelfde familie

34
New cards

migratie

Verplaatsing van groepen of stammen van de ene plaats naar de andere

35
New cards

nomadische samenleving

Samenleving waar de mensen een zwervend bestaan leiden

36
New cards

sedentaire samenleving

samenleving waar de mensen een vaste verblijfplaats hebben

37
New cards

standenmaatschappij gelaagde samenleving

maatschappij waar iemand meer of minder rechten heeft afhankelijk in welke stand deze persoon geboren is

38
New cards

beleg

wanneer je een burcht of stad wilt veroveren door uithongering. Je kampeert rond die burcht/ stad en wacht tot de vijand zich over geeft

39
New cards

dictator

alleenheerser

40
New cards

imperialisme

je eigen grondgebied of land willen uitbreiden ten koste van een andere landen

41
New cards

koloniseren

Een ander gebied innemen. Je houdt een sterke band met het land van herkomst en de oorspronkelijke bewoners worden onderdrukt 

42
New cards

rijk

een groot onafhankelijk gebied. Omvat meestal meerdere landen

43
New cards

stadstaat/ polis

Een klein onafhankelijk gebied. Een land ter grote van een stad

44
New cards

veto-recht

het recht om “nee” te zeggen.

45
New cards

monarchie

een koning is aan de macht

46
New cards

republiek

een bestuur zonder koning

47
New cards

aristocratie

een groepje adel of besten aan de macht

48
New cards

oligarchie

Een klein groepje neemt het bestuur over

49
New cards

autocratie

een bestuursvorm waarbij één persoon alle macht heeft

50
New cards

tirannie

een tiran of alleenheerser is aan de macht. Meestal door onderdrukking van de bevolking.

51
New cards

timocratie

iedereen heeft inspraak, maar hoe rijker je bent, hoe meer inspraak je hebt

52
New cards

democratie

het volk heeft inspraak in het bestuur

53
New cards

autonomie

zelfbestuur

54
New cards

bondgenoot

Medestander Bv. 2 landen die vechten tegen een gemeenschappelijke vijand zijn …

55
New cards

centralisatie

alle macht en beslissingen worden op één plaats genomen, meestal door één persoon of instelling (bv. een koning of de regering in de hoofdstad) 

56
New cards

charter

keure of privilege. Een document dat vermeldt wat iemands rechten en plichten zijn. Het geeft aan steden een reeks vrijheden die het omringende platteland meestal niet heeft. 

57
New cards

expansie

uitbreiding

58
New cards

feodaliteit

systeem waarbij leenmannen hun vazallen een leen (of lenen) geven. Meestal wordt ook een deel van het bestuur en de rechtspraak beleend

59
New cards

grondwet

een document met de belangrijkste regels van een land, zoals het bestuur werkt en welke rechten en plichten burgers hebben

60
New cards

kalifaat

Een Islamitische staat

61
New cards

nationalisme (3D)

Een sterke voorliefde voor eigen volk of land

62
New cards

rechtspraak

het oordelen en straffen van mensen volgens de wetten van die tijd Bv. door een heer, of later door de koning en zijn rechters 

63
New cards

vazalliteit

Een gewone vrije man (=vazal) zweert trouw aan een rijke heer. De vazal krijgt in ruil voor zijn diensten bescherming en onderhoud

64
New cards

vertegenwoordiging

de bevolking kiest mensen om namens hen beslissingen te nemen in het bestuur of parlement

65
New cards

absolutisme

een regeringsvorm waarbij de vorst alle macht concentreert en niet of nauwelijks wordt beperkt door wetten of andere instellingen

66
New cards

cijnskiesrecht

Een kiesstelsel waarbij alleen burgers die een bepaald bedrag aan belastingen betalen, mogen stemmen

67
New cards

Democratische rechtstaat

Een staat waarin de macht van de overheid wordt beperkt door wetten, en burgers via vrije verkiezingen invloed hebben op het bestuur

68
New cards

gezagsargumenten

een redenering waarbij iemand iets als waar aanneemt enkel omdat een autoriteit of deskundige het zegt 

69
New cards

kolonialisme

Het veroveren en besturen van (overzeese) gebieden om politieke, economische, of culturele macht uit te breiden 

70
New cards

machtsvacuüm

Een situatie waarin er geen duidelijke leiding of gezag aanwezig is

71
New cards

parlement

een orgaan van de staat dat wetten maakt, controle uitoefent op de regering en de belangen van de burgers vertegenwoordigt

72
New cards

scheiding der machten

het principe waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht in een staat gescheiden zijn om machtsmisbruik te voorkomen 

73
New cards

volkssoevereiniteit

Het principe dat het hoogste gezag in een staat bij het volk licht

74
New cards

alliantie

bondgenootschap. Kan tussen partijen bij verkiezingen (zie kartel) of tussen landen op militair of economisch vlak om een blok te vormen 

75
New cards

annexeren

aanhechten

76
New cards

autoritaire regimes

dictaturen

77
New cards

bufferstaat

kleinere staat tussen 2 grotere staten die als bescherming of buffer dient voor de ene groot staat als de andere grote staat zou willen aanvallen

78
New cards

cijnskiesrecht

stemrecht is enkel voor wie vermogend genoeg is en voldoende (vaak erg hoge) belastingen betaalt

79
New cards

coalitie

een verbond van groepen of partijen

80
New cards

code civil

burgerlijk wetboek, samengesteld in opdracht van Napoleon