1/52
Flashcards over meertaligheid, taalbeleid, en de specifieke taalsituatie in België en Singapore gebaseerd op de transcriptie de lesnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Keuzestress bij gemeenschapsmeertaligheid
De spanning die ontstaat door interne competitie tussen variëteiten van een taal en externe competitie tussen verschillende talen in hetzelfde gebied.
Interne competitie
De strijd of concurrentie tussen verschillende variëteiten binnen één specifieke taal.
Externe competitie
De concurrentie tussen verschillende talen die in hetzelfde geografische gebied worden gesproken.
Meertaligheid met functionele distributie
Een manier om meertaligheid te reduceren waarbij er een functionele taakverdeling of verdeling in gebruikssituaties tussen talen bestaat.
Volledige meertaligheid
Een zeldzame situatie, zoals in Singapore, waar meerdere talen (zoals Malay, Tamil, Mandarijn en Engels) officieel erkend zijn en individuele meertaligheid politiek gepromoot wordt.
Territoriale eentaligheid
Een systeem waarbij officieel meerdere talen erkend zijn, maar deze strikt verdeeld zijn over specifieke geografische zones, zoals in België.
Territoriale eentaligheid met meertaligheid in metropolen
Een dynamische vorm van meertaligheid waarbij sprekers van minderheidstalen individueel meertalig zijn, maar de officiële contacttaal verplicht gekend moet zijn.
Singlish
De lokale variant van het Engels in Singapore die veel woorden uit het Malay bevat.
Lee Kuan Yew
De president van Singapore die stelde dat taal niets met ras te maken heeft en dat men talen leert in plaats van ermee geboren te worden.
Taalattitudes
Waardeoordelen over een taal, vaak uitgesproken door mensen die de betreffende taal zelf niet beheersen of spreken; deze bepalen grotendeels de taalpraktijken.
Tolerance of ambiguity
Een psychologisch construct dat de bereidheid van een individu meet om om te gaan met onduidelijkheid of vaagheid.
Framework van Spolsky
Een bredere methodologische kijk op taalbeleid bestaande uit drie componenten: language practices, language beliefs en language management.
Language practices
De feitelijke taalgebruiken binnen een bepaalde context volgens het framework van Spolsky.
Language beliefs
De opvattingen en attitudes die mensen hebben over talen binnen het framework van Spolsky.
Language management
De concrete afspraken en sturing over taalgebruik en de status van talen door overheden of organisaties.
Inertia treatment
Een vorm van language management waarbij er geen formele afspraken worden gemaakt en men simpelweg blijft doen wat voorheen werd gedaan.
Zaak Coucke-Goethals
Een proces uit 1860 waarbij twee Vlamingen ter dood werden veroordeeld omdat ze zich in het Frans niet konden verweren, wat de taalproblematiek onder de aandacht bracht.
Wet Coremans
Wet uit 1873 die voorzag dat in de Vlaamse provincies gevraagd moest worden naar de geprefereerde taal tijdens een proces.
Territorialiteitsbeginsel
Het principe vastgesteld in 1962 waarbij België werd opgedeeld in vier regio's, waarvan er drie eentalig zijn.
Artikel 4 (Belgische Grondwet)
Grondwetsartikel uit 1970 dat stelt dat het gebruik van de in België gesproken talen vrij is.
Tolerantierechten
Taalrechten die het gebruik van een taal in de privésfeer of specifieke enclaves toestaan, zoals Chinees in Chinatown.
Accomodatierechten
Rechten die communicatie centraal stellen, zoals het recht op een tolk, ook wel Linguistic Human Rights genoemd.
Promotierechten
Rechten die het onderwijs in de eigen taal en cultuur (OETC) ondersteunen voor specifieke migrantengroepen.
National solidarity argument
Het argument dat de officiële taal dient als garantie voor effectieve communicatie tussen de overheid en de burger.
Oostkantons
Gebieden rond Eupen, Sankt Vith en Malmédy die België na WOII heeft verkregen van Duitsland.
Duitstalige Gemeenschap
Het gebied in België (kantons Eupen en Sankt Vith) waar Duits de officiële taal is, hoewel Frans als minderheidstaal onderwijs krijgt.
Hiërarchische meertaligheid
De situatie in de Oostkantons waarbij Duits de officiële daktaal is, terwijl er ook verschillende lokale dialecten (zoals Eupens of Limburgs) worden gesproken.
Faciliteitengemeenten
Gemeenten in Vlaanderen en Wallonië waar een andere taal beperkt gedoogd wordt door de overheid, oorspronkelijk bedoeld als tijdelijke aanpassing.
Minderheidstalen
Talen die geen officiële status hebben en niet formeel erkend of gebruikt worden door de overheid voor officiële documenten.
Brusselse tweetaligheid
Een systeem waarbij twee eentalige groepen op hetzelfde territorium leven; het is niet primair bedoeld om individuele meertaligheid te stimuleren.
VGC en COCOF
De organen (Vlaamse Gemeenschapscommissie en Commission Communautaire Française) die verantwoordelijk zijn voor respectievelijk het Nederlandstalig en Franstalig onderwijs in Brussel.
Personaliteitsprincipe
Het principe in Brussel waarbij elk individu zelf kiest tot welke taalgemeenschap hij behoort, een keuze die steeds kan wijzigen.
Linguistic landscaping
De zichtbaarheid van talen in de publieke ruimte; in Brussel is dit vaak tweetalig met het Frans als eerste taal.
Imagined community
Het concept van Benedict Anderson dat in de Brusselse context suggereert dat individuen een vrije taalkeuze hebben, terwijl de structuren talen strikt scheiden.
Receptieve meertaligheid
Passieve individuele meertaligheid waarbij men een taal wel begrijpt (zoals Frans of Nederlands) maar niet noodzakelijk spreekt; de basis voor Brusselse taalhoffelijkheid.
Thuistaal
De taal die binnenshuis wordt gebruikt, vaak beschouwd als de sterkste indicator van talige identiteit.
Contacttaal
De taal die wordt gebruikt om contacten te leggen met anderen buiten de huiselijke kring.
Heritage language
De taal verbonden aan de etnisch-culturele achtergrond van een individu, vaak de moedertaal van de ouders.
Verlies van indexicaliteit
De situatie waarbij minderheidstalen die niet meer als thuistaal dienen, beperkt worden tot louter functionele omgangsvormen of rituelen.
World Migration Report
Rapport dat Brussel classificeert als de op één na meest diverse stad ter wereld met 62 'foreign born' inwoners.
BRIO-onderzoek (Taalbarometer)
Een longitudinale taal-sociologische analyse door Rudi Janssens naar de meest gesproken talen in Brussel.
Computer Assisted Personal Interviews (CAPI)
De methode van enquêtering die is gebruikt voor het verzamelen van data in het BRIO-onderzoek onder 2500 mensen.
Nederlands als thuistaal
Een beperkte categorie in Brussel die onder druk staat bij gemengde koppels waar Nederlands vaak naar de achtergrond verdwijnt.
Frans als thuistaal
De meest courante enkelvoudige thuistaal in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Engels als thuistaal
Een beperkte maar aanwezige categorie in Brussel, vaak gebruikt door gemengde koppels die elkaars taal niet kennen.
Arabisch als thuistaal
Een van de talen in Brussel waarbij vaak ook andere talen (zoals Frans) in de thuissituatie binnensijpelen.
Taalgebruik op de werkvloer (ex negativo)
De vaststelling dat de grootste groep werklozen in Brussel geen Nederlands of Engels spreekt.
Taalpotentieel
De indicatie van alle werknemers die een bepaalde taal gebruiken, ongeacht hun objectieve kennisniveau, als vorm van taalhoffelijkheid.
Benutte capaciteit
Het effectieve taalgebruik op de werkvloer, los van de theoretische talenkennis van werknemers.
Majority of minority languages
Het fenomeen waarbij meertaligheid met Frans als 'default' zorgt dat andere talen overleven in functionele contexten.
Vlaamse Rand
Zes gemeenten rond Brussel (Wemmel, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Drogenbos, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode) met faciliteiten voor Franstaligen.
La francisation de la Flandre
De term voor het proces waarbij de inwoners van de Vlaamse Rand in meerderheid Franstalig zijn geworden.
Edingen en Vloesberg
Twee Waalse gemeenten die beschikken over taalfaciliteiten voor Nederlandstaligen.