Reproductie van het organisme | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/43

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:15 PM on 4/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

44 Terms

1
New cards

Wat is reproductie?

Het proces waarbij organismen nakomelingen voortbrengen en erfelijke eigenschappen doorgeven.

2
New cards

Wat zijn de twee hoofdvormen van voortplanting?

Geslachtelijke voortplanting en ongeslachtelijke voortplanting.

3
New cards

Wat is geslachtelijke voortplanting?

Twee organismen combineren hun genetisch materiaal wat leidt tot genetische variatie.

4
New cards

Wat is ongeslachtelijke voortplanting?

Een enkel individu produceert nakomelingen die genetisch identiek zijn aan de ouder (vaak via mitose).

5
New cards

Hoe ontstaat genetische variatie bij geslachtelijke voortplanting?

Door combinatie van genetisch materiaal van twee ouders via meiose (vorming van gameten).

6
New cards

Hoe ontstaat genetische variatie bij ongeslachtelijke voortplanting?

Door mutaties (spontane DNA-veranderingen) of genetische uitwisseling (bij bacteriën).

7
New cards

Wat zijn gameten?

Voortplantingscellen (eicel en spermacel) die samensmelten tijdens de bevruchting; zijn haploïd (1 set chromosomen).

8
New cards

Wat is een eicel?

De vrouwelijke gameet; bevat voedingsstoffen voor het embryo; wordt geproduceerd in de eierstokken.

9
New cards

Wat is een spermacel?

De mannelijke gameet; kleiner en beweeglijk; geproduceerd in de teelballen.

10
New cards

Wat is een poollichaampje?

Een klein lichaam dat tijdens de vorming van de eicel ontstaat en overtollig genetisch materiaal bevat.

11
New cards

Wat is een zygote?

Het diploïde product van de bevruchting (2 sets chromosomen); genetisch materiaal van beide ouders.

12
New cards

Wat is haploïd?

Een cel met één set chromosomen (bijv. gameten).

13
New cards

Wat is diploïd?

Een cel met twee sets chromosomen (bijv. zygote, lichaamscellen).

14
New cards

Hoe worden gameten gevormd?

Door meiose (het genetisch materiaal wordt gehalveerd).

15
New cards

Wat is klievingsdeling?

De eerste delingen van de zygote waarbij het embryo snel cellen deelt maar de massa gelijk blijft.

16
New cards

Wat is embryonale ontwikkeling?

Na de bevruchting groeit en deelt de zygote zich om het embryo te vormen; eerste organen en structuren worden gevormd.

17
New cards

Wat is de placenta?

Een orgaan dat voedingsstoffen en zuurstof van moeder naar embryo transporteert en afvalstoffen afvoert.

18
New cards

Wat is een foetus?

Na ongeveer acht weken wordt het embryo een foetus; begint menselijke vormen te ontwikkelen.

19
New cards

Wat is een folikel?

Een blaasje in de eierstokken dat een rijpende eicel bevat en hormonen zoals oestrogeen produceert.

20
New cards

Wat is de functie van de eierstokken?

Ze produceren eicellen en hormonen (oestrogeen, progesteron).

21
New cards

Wat is de functie van de eileiders?

Ze transporteren de eicel naar de baarmoeder; hier vindt meestal de bevruchting plaats.

22
New cards

Wat is de functie van de baarmoeder?

Hier nestelt de bevruchte eicel zich en groeit uit tot een baby.

23
New cards

Wat is de functie van de vagina?

Het geboortekanaal en ingang voor sperma.

24
New cards

Wat is de functie van de clitoris?

Bevat veel zenuwuiteinden en speelt een rol in seksuele opwinding.

25
New cards

Wat is de functie van de teelballen?

Ze produceren spermacellen en testosteron.

26
New cards

Wat is de functie van de penis?

Zorgt voor overdracht van sperma naar de vrouwelijke voortplantingsorganen.

27
New cards

Wat is de eisprong (ovulatie)?

Het vrijkomen van een rijpe eicel vanuit een eierstok (rond dag 14 van de cyclus).

28
New cards

Wat is het gele lichaam?

De follikel die achterblijft na de eisprong; produceert progesteron en oestrogeen om baarmoederslijmvlies dikker te maken.

29
New cards

Hoe lang leeft een eicel na de eisprong?

12 tot 24 uur.

30
New cards

Wat gebeurt er als de eicel niet wordt bevrucht?

De eicel sterft; hormoonwaarden dalen; na 14 dagen wordt baarmoederslijmvlies afgestoten (menstruatie).

31
New cards

Wat is FSH (Follikelstimulerend hormoon)?

Bevordert de rijping van gameten bij mannen en vrouwen.

32
New cards

Wat is LH (Luteiniserend hormoon)?

Bevordert de rijping van gameten bij mannen en vrouwen.

33
New cards

Wat is de functie van oestrogenen en progesteron?

Ze reguleren de menstruatiecyclus en ondersteunen de zwangerschap.

34
New cards

Wat is de functie van testosteron?

Verantwoordelijk voor productie van sperma en ontwikkeling van mannelijke kenmerken.

35
New cards

Wat is HCG?

Een hormoon dat door het embryo wordt geproduceerd en de zwangerschap ondersteunt.

36
New cards

Hoe werkt hormonale anticonceptie (de pil)?

Het manipuleert de hormonale cyclus om ovulatie te voorkomen.

37
New cards

Wat is kunstmatige inseminatie (KI)?

Een techniek waarbij sperma in de vrouw wordt gebracht om bevruchting te vergemakkelijken.

38
New cards

Wat is IVF (In Vitro Fertilisatie)?

Eicellen worden buiten het lichaam bevrucht en vervolgens in de baarmoeder geplaatst.

39
New cards

Wat is ICSI?

Een techniek waarbij een spermacel direct in de eicel wordt geïnjecteerd (bij problemen met spermakwaliteit).

40
New cards

Wat is klonen?

Een methode waarbij een genetisch identieke kopie van een organisme wordt gemaakt.

41
New cards

Welke ethische vragen roepen voortplantingstechnieken op?

Waarde en rechten van embryo's, genetische diversiteit, gevolgen van genetische manipulatie.

42
New cards

Welke biologische argumenten zijn er bij voortplantingstechnieken?

Gezondheid van moeder en kind, genetische diversiteit, risico's van ingrepen.

43
New cards

Welke onderwerpen kunnen op het examen komen over voortplanting?

Verschillen tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting, ontwikkeling van gameten en zygoten, rol van hormonen, ethische en biologische argumenten bij kunstmatige voortplantingstechnieken.

44
New cards

Wat is het verschil tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting en hoe dragen ze bij aan genetische variatie?

Geslachtelijke voortplanting bevordert genetische variatie door combinatie van DNA van twee ouders; ongeslachtelijke voortplanting produceert genetisch identieke nakomelingen tenzij er mutaties optreden.