1/28
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
indicatoren
Een indicator is een stof waarmee je kunt bepalen of een oplossing zuur, basisch of neutraal is. De indicator lakmoes geeft alleen aan of een oplossing zuur of basisch is. Met universeel indicatorpapier kun je de pH-waarde van een oplossing vaststellen. Oplossingen van indicatoren geven een pH-gebied aan
Molariteit
De molariteit (symbool M), van een oplossing druk je uit in het aantal mol opgeloste stof per liter oplossing (mol/L), of in het aantal mmol opgeloste stof per mililiter oplossing (mmol/mL)
Omslagtraject
Het pH-gebied waarin de oplossing van een indicator van kleur verandert
pH
Een oplossing is zuur bij een pH < 7, basisch bij een pH > 7 en neutraal bij een pH = 7
pH berekenen
De pH van een oplossing bereken je met pH = -log [H+]. Bij gegeven pH bereken je de H+-concentratie met [H+] = 10^-pH
Significante cijfers bij de pH
Voor pH-berekeningen geldt dat het aantal significante cijfers in de [H+] gelijk moet zijn aan het aantal decimalen in de pH
Sterk zuur
Een sterk zuur is opgelost in water volledig geĂŻoniseerd. De notatie van de oplossing van een sterk zuur HZ is: H+ (aq) + Z- (aq). Z- (aq) is het zuurrestion. Bij een oplossing van een sterk zuur kun je de pH rechtstreeks berekenen uit de molariteit van de oplossing
Zuurconstante
De zuurconstante is de evenwichtsconstante bij een oplossing van een zwak zuur in water. De zuurconstante geef je weer met Kz en komt voor een zwak zuur HZ overeen met de formule: Kz = ([H+][Z-]):[HZ]. Deze formule gebruik je voor het berekenen van de pH van zwakke zuren
Zuurgraad of pH
Een getalwaarde die aangeeft of een stof zuur, basisch of neutraal is
Zwak zuur
Een zwak zuur is opgelost in water slechts gedeeltelijk geĂŻoniseerd. De notatie van de oplossing van een zwak zuur HZ is: HZ (aq)
Acceptor/donor
Bij een zuurbase-reactie geeft het zuur (donor) een H+ over aan de base (acceptor)
Base
Een base zorgt in oplossing voor een pH groter dan 7 doordat er in de oplossing OH- ionen voorkomen. Een base is een deeltje dat een H+ ion kan opnemen
Baseconstante
De baseconstante is de evenwichtsconstante bij een oplossing van een zwakke base in water. De baseconstante geef je weer met Kb en komt voor een zwakke base B overeen met de formule: Kb = ([OH-][HB+]):[B]. Deze formule gebruik je voor het berekenen van de pH van oplossingen van zwakke basen
Buret, maatkolf en volpipet
Met een buret druppel je een reagens toe bij een titratie. Een maatkolf gebruik je bij een verdunning. Een maatkolf heeft een nauwkeuring bekend volume. Met een volpipet breng je een nauwkeurig bekend volume over dan het ene glaswerk naar het andere
Equivalentiepunt of omslagpunt
Het equivalentiepunt of omslagpunt is het punt waarbij het zuur en de base volledig hebben gereageerd. Het omslagpunt maak je zichtbaar met een indicator
pH berekenen
De pH van een basische oplossing bereken je door eerst de pOH te berekenen met pOH = log [OH-]. Bij gegeven pH bereken je eerst de pOH en dan de OH- concentratie met [OH-] = 10^-pOH
pOH
pOH = -log[OH-]. Een base heeft een pOH <7. Er geldt pOH + pH = 14,00 bij kamertemperatuur
Sterke base
Een sterke base geeft met water in een aflopende reactie OH- ionen. Je berekent de pH rechtstreeks uit de molariteit van de basische oplossing
Wassen
Extraheren van gassen uit gasmengsels met behulp van vloeistoffen of oplossingen
Zuur-basetitratie
Met een zuur-basetitratie bepaal je de molariteit van een onbekende stof door nauwkeurige hoeveelheden zuur en base met elkaar te laten reageren. Bij het equivalentiepunt of omslagpunt hebben het zuur en de base volledig gereageerd
Zwakke base
Een zwakke base reageert opgelost in water slechts gedeeltelijk met water. De reactie is een evenwichtsreactie. De concentratie OH- ionen en de pH moet je berekenen met de evenwichtsvoorwaarde
Botsende-deeltjesmodel
Volgens het botsende-deeltjesmodel treedt er een chemische reactie op zodra twee of meer deeltjes met de juiste snelheid met elkaar botsen. Dit heet een effectieve botsing
Biobrandstoffen
Biobrandstoffen worden gemaakt uit biomassa, materiaal van organische oorsprong. Dit materiaal bevat chemische energie, die door fotosynthese in de stof is opgeslagen. Voorbeelden van biobrandstoffen zijn bio-ethanol, biodiesel en biogas. De verbranding van biobrandstoffen draagt niet bij aan het versterkte broeikaseffect, omdat ze CO2-neutraal zijn
Fossiele brandstoffen
Fossiele brandstoffen zijn gedurende miljoenen jaren onder hoge druk en temperatuur uit planten- en dierenresten gevormd. Voorbeelden zijn aardgas, steenkool en aardolie
Gefractioneerde destillatie
Aardolie wordt op basis van kooktrajecten gescheiden in verschillende fracties. Dit proces heet gefractioneerde destillatie. Na de scheiding wordt de naftafractie verder verwerkt door uit langere koolstofketens kortere ketens te maken in een proces dat we kraken noemen
(gemiddelde) reactiesnelheid
De reactiesnelheid is het aantal mol stof dat per liter en per seconde ontstaat of verdwijnt. Je kunt de gemiddelde reactiesnelheid berekenen met: gemiddelde reactiesnelheid = concentratieverandering (mol/L) : verstreken tijd (s)
Reactiewarmte
De reactie-energie geeft aan hoeveel energie vrijkomt of nodig is bij een chemische reactie: reactie-energie = E(reactieproducten) - E(beginstoffen). Omdat de reactie-energie meestal vrijwel volledig uit warmte bestaat, noemen we de reactie-energie reactiewarmte. De reactiewarmte kun je berekenen uit de vormingswarmten van de beginstoffen en reactieproducten. De vormingswarmte geeft aan hoeveel warmte vrijkomt of nodig is bij het vormen van Ă©Ă©n mol stof uit zijn elementen. De reactiewarmte = vormingswarmte(reactieproducten) - vormingswarmte(beginstoffen)
Versterkt broeikaseffect
De temperatuur op aarde wordt bepaald door de balans tussen de hoeveelheid zonnestraling die het aardoppervlak opwarmt en de hoeveelheid warmtestraling die vanaf het oppervlak wordt uitgestraald naar de ruimte. Broeikasgassen houden de warmtestraling deels tegen. Dit natuurlijke verschijnsel heet broeikaseffect. Door een toenemende concentratie broeikasgassen in de atmosfeer verschuift de balans, waardoor de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Dit is het versterkte broeikaseffect
Wet van behoud van energie
Volgens de wet van behoud van energie kan energie nooit verdwijnen of ontstaat. Je kunt alleen de ene vorm van energie omzetten in een andere vorm van energie. Bij elke energieomzetting wordt een deel omgezet in nuttige energie en een deel in een niet-nuttige vorm van energie. Hoe hoger het nuttige deel van de energie, hoe hoger de kwaliteit van energie