1/47
Een overzicht van onregelmatige werkwoorden in het Nederlands met hun imperfectum- en perfectumvormen op basis van de collegedocumenten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aandoen - Imperfectum: deed aan/ deden aan | Perfectum: (hebben) aangedaan
Giyinmek
aankomen
Imperfectum: kwam aan/kwamen aan | Perfectum: (zijn) aangekomen
aflopen
Imperfectum: liep af/ liepen af | Perfectum: (zijn) afgelopen
aanvragen
Imperfectum: vroeg aan/vroegen aan | Perfectum: (hebben) aangevraagd
afwassen
Imperfectum: waste af/wasten af | Perfectum: (hebben) afgewassen
bakken
Imperfectum: bakte/bakten | Perfectum: (hebben) gebakken
beginnen
Imperfectum: begon/begonnen | Perfectum: (zijn) begonnen
begrijpen
Imperfectum: begreep/begrepen | Perfectum: (hebben) begrepen
behangen
Imperfectum: behing/behingen | Perfectum: (hebben) behangen
bewegen
Imperfectum: bewoog/bewogen | Perfectum: (hebben) bewogen
bezoeken
Imperfectum: bezocht/bezochten | Perfectum: (hebben) bezocht
bijten
Imperfectum: beet/beten | Perfectum: (hebben) gebeten
blazen
Imperfectum: blies/bliezen | Perfectum: (hebben) geblazen
blijven
Imperfectum: bleef/bleven | Perfectum: (zijn) gebleven
breken
Imperfectum: brak/braken | Perfectum: (hebben) gebroken
brengen
Imperfectum: bracht/brachten | Perfectum: (hebben) gebracht
denken
Imperfectum: dacht/dachten | Perfectum: (hebben) gedacht
doen
Imperfectum: deed/ deden | Perfectum: (hebben) gedaan
dragen
Imperfectum: droeg/droegen | Perfectum: (hebben) gedragen
drinken
Imperfectum: dronk/dronken | Perfectum: (hebben) gedronken
eten
Imperfectum: at/aten | Perfectum: (hebben) gegeten
gaan
Imperfectum: ging/gingen | Perfectum: (zijn) gegaan
genezen
Imperfectum: genas/genazen | Perfectum: (hebben) genezen
geven
Imperfectum: gaf/gaven | Perfectum: (hebben) gegeven
gieten
Imperfectum: goot/goten | Perfectum: (hebben) gegoten
hangen
Imperfectum: hing/hingen | Perfectum: (hebben) gehangen
hebben
Imperfectum: had/hadden | Perfectum: (hebben) gehad
helpen
Imperfectum: hielp/hielpen | Perfectum: (hebben) geholpen
houden (van)
Imperfectum: hield/hielden | Perfectum: (hebben) gehouden
innemen
Imperfectum: nam in/namen in | Perfectum: (hebben) ingenomen
kiezen
Imperfectum: koos/koren | Perfectum: (hebben) gekozen
kijken
Imperfectum: keek/keken | Perfectum: (hebben) gekeken
komen
Imperfectum: kwam/kwamen | Perfectum: (zijn) gekomen
kopen
Imperfectum: kocht/kochten | Perfectum: (hebben) gekocht
krijgen
Imperfectum: kreeg/kregen | Perfectum: (hebben) gekregen
kunnen
Imperfectum: kon/konden | Perfectum: (hebben) gekund
laten
Imperfectum: liet/lieten | Perfectum: (hebben) gelaten
lezen
Imperfectum: las/lazen | Perfectum: (hebben) gelezen
liggen
Imperfectum: lag/lagen | Perfectum: (hebben) gelegen
lopen
Imperfectum: liep / liepen | Perfectum: (hebben/zijn) gelopen
meenemen
Imperfectum: nam mee/namen mee | Perfectum: (hebben) meegenomen
meenijden
Imperfectum: reed mee/reden mee | Perfectum: (hebben/zijn) meegereden
moeten
Imperfectum: moest/moesten | Perfectum: (hebben) gemoeten
mogen
Imperfectum: mocht/mochten | Perfectum: (hebben) gemogen
nakijken
Imperfectum: keek na/keken na | Perfectum: (hebben) nagekeken
nemen
Imperfectum: nam/namen | Perfectum: (hebben) genomen
onderzoeken
Imperfectum: onderzocht onderzochten | Perfectum: (hebben) onderzocht
ontbijten
Imperfectum: ontheer/ ontbeten | Perfectum: (hebben) ontbeten