dit is sws me leerstof

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/216

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:14 PM on 6/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

217 Terms

1
New cards

Wat is volgens de botanische definitie fruit?

Een rijpe vrucht.

2
New cards

Wat is volgens de botanische definitie groente?

Blad, steel, knol of een onrijpe vrucht.

3
New cards

Welke pH heeft fruit meestal?

Lager dan 4,5.

4
New cards

Welke pH heeft groente meestal?

Hoger dan 4,5.

5
New cards

Wat zijn kruiden?

Blad en steel van planten.

6
New cards

Wat zijn specerijen?

Zaden van planten.

7
New cards

Noem drie belangrijke vezels in AGF.

Cellulose, hemicellulose en pectine.

8
New cards

Wat is de functie van zetmeel in planten?

Opslag van energie.

9
New cards

Welke drie proteolytische enzymen moet je kennen?

Papaïne, ficine en bromelaïne.

10
New cards

Hoeveel water bevat AGF gemiddeld?

80-90%.

11
New cards

Waarom is water belangrijk in AGF?

Transport van nutriënten, chemische reacties en stevigheid (turgor).

12
New cards

Wat is het grootste gevaar voor AGF tijdens opslag?

Uitdroging.

13
New cards

Waarom is een hoge relatieve luchtvochtigheid (RV) belangrijk?

Om uitdroging en gewichtsverlies te voorkomen.

14
New cards

Waarom is een lage temperatuur belangrijk?

Om de ademhaling te vertragen en de houdbaarheid te verlengen.

15
New cards

Waarom moet spinazie bij lage temperatuur worden bewaard?

Omdat spinazie een hoge ademhaling heeft.

16
New cards

Waarom heeft spinazie een hoge RV nodig?

Om vochtverlies te voorkomen.

17
New cards

Wat gebeurt er met spinazie bij hoge temperatuur?

Snellere ademhaling en sneller kwaliteitsverlies.

18
New cards

Wat gebeurt er met spinazie bij een lage RV?

Meer uitdroging en slap worden.

19
New cards

Welke producten kunnen slecht tegen vernevelen?

Champignons, uien en knoflook.

20
New cards

Waarom kunnen champignons slecht tegen vernevelen?

Grotere kans op schimmels en bacteriën.

21
New cards

Waarom worden champignons in het donker geteeld?

Geen licht nodig, minder warmte en minder kans op ongewenste micro-organismen.

22
New cards

Wat is chlorofyl?

Het groene pigment in planten.

23
New cards

Welke kleur krijgt chlorofyl na lang verhitten?

Olijfgroen.

24
New cards

Waardoor verandert chlorofyl van kleur?

Verhitting, lage pH en lange opslag.

25
New cards

Waarom is natriumbicarbonaat geen goede oplossing om groenten groen te houden?

Het tast de textuur aan en breekt vitamine C en B1 af.

26
New cards

Welke pigmenten worden zichtbaar als chlorofyl verdwijnt?

Carotenoïden.

27
New cards

Welke kleur hebben carotenoïden?

Geel, oranje en rood.

28
New cards

Welke drie dingen zijn nodig voor enzymatische bruinkleuring?

Zuurstof, PPO en fenolische stoffen.

29
New cards

Hoe voorkom je enzymatische bruinkleuring?

Verhitten, zuurstof wegnemen, pH verlagen of ascorbinezuur toevoegen.

30
New cards

Wat is PPO?

Polyfenoloxidase; het enzym dat bruinkleuring veroorzaakt.

31
New cards

Waarom wordt blancheren toegepast?

Om enzymen zoals PPO te inactiveren.

32
New cards

Waarom kunnen producten niet goed tegen luchtkoeling?

Door uitdroging en vochtverlies.

33
New cards

Welke vitamine is zeer gevoelig voor verhitting?

Vitamine C.

34
New cards

Welke vitamine B is gevoelig voor hoge temperatuur?

Vitamine B6.

35
New cards

Welke mineralen komen veel voor in spinazie?

Magnesium en ijzer.

36
New cards

Welke stof in spinazie belemmert de opname van ijzer?

Oxaalzuur.

37
New cards

Wat is de functie van cellulose?

Stevigheid van de plantencel.

38
New cards

Wat is de functie van pectine?

Stevigheid en binding tussen plantencellen.

39
New cards

Wat gebeurt er met AGF bij waterverlies?

Verlies van turgor, stevigheid en vitamines.

40
New cards

Wat is oenologie?

De wetenschap van wijnbereiding.

41
New cards

Waaruit bestaat terroir?

Druivenras, bodem, klimaat en wijnmaker.

42
New cards

Waarom is terroir belangrijk?

Het bepaalt de kwaliteit en het karakter van de wijn.

43
New cards

Wat is het optimale klimaat voor druiven?

Gematigd klimaat tussen ongeveer 30° en 50° breedtegraad.

44
New cards

Wat is het optimale klimaat voor koffie?

Tropisch klimaat met veel neerslag en warme temperaturen.

45
New cards

Waar zitten de suikers in de druif?

In het vruchtvlees.

46
New cards

Waar zitten de kleurstoffen van de druif?

In de schil.

47
New cards

Waar zitten de tanninen?

In de schil, pitten en steeltjes.

48
New cards

Waar zitten natuurlijke gistcellen?

Op de buitenkant van de schil.

49
New cards

Wat gebeurt er tijdens de rijping van druiven?

Het suikergehalte stijgt, de pH stijgt en aroma- en kleurstoffen ontwikkelen zich.

50
New cards

Wat is most?

Ongegist druivensap.

51
New cards

Wat is alcoholische gisting?

Omzetting van suiker in alcohol en CO₂.

52
New cards

Welke gist wordt meestal gebruikt bij wijn?

Saccharomyces cerevisiae.

53
New cards

Waarom is alcoholische gisting belangrijk?

Voor de vorming van alcohol en aroma's.

54
New cards

Waarom is aan het begin van de gisting zuurstof gewenst?

Voor snelle groei en vermenigvuldiging van de gist.

55
New cards

Waarom is daarna een anaerobe omgeving nodig?

Omdat dan ethanol wordt gevormd.

56
New cards

Hoeveel gram suiker is nodig voor 1% alcohol?

Ongeveer 17 gram per liter.

57
New cards

Wat ontstaat er behalve ethanol tijdens de gisting?

CO₂, glycerol en aromastoffen.

58
New cards

Waarom is CO₂ gevaarlijk tijdens de gisting?

Het is kleurloos, zwaarder dan lucht en kan zuurstof verdringen.

59
New cards

Wat is malolactische fermentatie?

Omzetting van appelzuur naar melkzuur en CO₂.

60
New cards

Waarom wordt malolactische fermentatie toegepast?

Minder zure en zachtere wijn.

61
New cards

Welke bacteriën voeren de malolactische fermentatie uit?

Melkzuurbacteriën.

62
New cards

Welk enzym zorgt voor de directe omzetting van appelzuur naar melkzuur?

Malolactisch enzym (MLE).

63
New cards

Waarom wordt sulfiet toegevoegd?

Tegen oxidatie en ongewenste gisting.

64
New cards

Waarom blijven de schillen bij rode wijn tijdens de gisting aanwezig?

Voor kleur, tanninen en aroma.

65
New cards

Waarom worden schillen bij witte wijn verwijderd?

Om een lichte kleur en minder tanninen te krijgen.

66
New cards

Wat is thermovinificatie?

Verhitten van blauwe druiven vóór de gisting.

67
New cards

Waarom wordt thermovinificatie toegepast?

Om kleur, fenolen en tanninen sneller uit de schil te halen.

68
New cards

Welke temperatuur wordt gebruikt bij thermovinificatie?

Ongeveer 70-80°C.

69
New cards

Welke enzymen worden geïnactiveerd bij thermovinificatie?

Laccase en tyrosinase.

70
New cards

Waarom is het inactiveren van laccase belangrijk?

Om ongewenste verkleuring van wijn te voorkomen.

71
New cards

Waarom wordt de most voorklaard?

Om vuil, eiwitten en ongewenste micro-organismen te verwijderen.

72
New cards

Wat is wet process bij koffie?

Het vruchtvlees wordt vóór het drogen verwijderd.

73
New cards

Wat is dry process bij koffie?

De hele vrucht wordt gedroogd.

74
New cards

Wat is semi-dry (honey) process?

Een deel van het vruchtvlees blijft tijdens het drogen aanwezig.

75
New cards

Waarom geeft dry process vaak een zoetere smaak?

Meer contact tussen boon en vruchtvlees tijdens het drogen.

76
New cards

Waarom worden groene theebladeren direct verhit?

Om enzymen te inactiveren en oxidatie te voorkomen.

77
New cards

Waarom ondergaat zwarte thee wel fermentatie/oxidatie?

Voor de ontwikkeling van kleur en aroma.

78
New cards

Hoe kun je enzymatische bruinkleuring bij thee verminderen?

Door de bladeren snel te verhitten zodat de enzymen worden geïnactiveerd.

79
New cards

Wat zijn de 4 belangrijkste eiwitten in bloem?

Gluteninen, gliadinen, albuminen en globulinen.

80
New cards

Welke twee eiwitten vormen gluten?

Gluteninen en gliadinen.

81
New cards

Welke eigenschap heeft glutenine?

Stevigheid en elasticiteit.

82
New cards

Welke eigenschap heeft gliadine?

Rekbaarheid en viscositeit.

83
New cards

Waarom wordt deeg gekneed?

Om gluten te vormen en lucht in te slaan.

84
New cards

Wat gebeurt er met gluteninen tijdens het kneden?

Depolymerisatie.

85
New cards

Wat gebeurt er met gluteninen tijdens de rijs?

Polymerisatie.

86
New cards

Welke bruggen worden verbroken tijdens het kneden?

S-S (disulfide)bruggen.

87
New cards

Welke bruggen worden tijdens de rijs weer gevormd?

S-S (disulfide)bruggen.

88
New cards

Welke stof helpt bij depolymerisatie?

Cysteïne.

89
New cards

Welke stof bevordert polymerisatie?

Ascorbinezuur.

90
New cards

Waarom wordt ascorbinezuur toegevoegd?

Voor een sterker glutennetwerk.

91
New cards

Wat is de functie van gluten?

CO₂ vasthouden zodat het deeg rijst.

92
New cards

Noem de juiste volgorde van het broodproces.

Mengen/kneden → voorrijs → doorslaan → bolrijs → opmaken → narijs → bakken → ovenrijs.

93
New cards

Waarom wordt deeg doorgeslagen?

Gas gelijkmatig verdelen over meer gascellen.

94
New cards

Wat gebeurt er tijdens de bolrijs?

Deeg komt op spanning en rust.

95
New cards

Wat gebeurt er tijdens de narijs?

Het deeg verdubbelt in volume.

96
New cards

Wat gebeurt er tijdens de ovenrijs?

Het volume neemt ongeveer 50% toe.

97
New cards

Bij welke temperatuur inactiveert gist?

Ongeveer 45-50°C.

98
New cards

Bij welke temperatuur verstijfselt zetmeel?

Ongeveer 65-70°C.

99
New cards

Bij welke temperatuur denatureren eiwitten?

Ongeveer 90-95°C.

100
New cards

Waarom wordt stoom geïnjecteerd in de oven?

Om korstvorming uit te stellen en meer ovenrijs te krijgen.