1/20
studie van politiek, politicologie met centrale themas en politieke actoren die deel zijn van instellingen en politieke systemen
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
elite onderzoek
= machtsonderzoek, zo inzicht in machtsstructuren en verhoudingen in sl
elites = in elk domein aanwezig → beste/meeste macht (economie, sport, cultuur…)
ook politieke elite = besluitvormers, niet perse problematisch → vertegenwoordigers van democratie
belgie = sterk elitair politiek systeem: neocorporatisme, particratie, federalisme…
elite definitie
mensen met meer inspraak in politieke besluitvorming en maatschappelijke vorming
< disproportioneel veel macht in sl
definitie elites Meisel
4 criteria:
consciousness → bewuste gedeelde identiteit & belangen
coherence → hebben samenhorigheid
conspiracy → willen gemeenschappelijk handelen
elite = mensen met gemeenschappelijke kenmerken die macht kunnen uitoefenen over anderen
neo elitisme
elites handelen vanuit eigenbelang en beperken daar anderen mee → macht gaat van elites op ondere lagen, zijn onafhankelijk
democratisch elitisme
elites bestaan maar zijn vertegenwoordigers/bewakers van democratie
hebben veel wisselwerking & allianties met non elite
topdown/trickle down
pluralisme
rule by all, group approach
= normatief, diversiteit is goede norm
= ideologisch → wijdverspreide / gefragmenteerde macht
= anti-these → focus op verwerpen van machtsconcentratie/elitisme dan eigen bewering
macht = oneven verdeeld maar gelijk verspreid en gefragmenteerd → gelijke toegang & vrije vereniging
belanggroepen = evenveel macht & toegang tot politieke strijd → niet 1 elite maar allemaal strijdende elitegroepen (sl gedifferentieerd en gefragmenteerd → hebben elk eigen macht, domein & belangen)
=> zo onstaat er een natuurlijk evenwicht
wordt geregeld door checks & balances / countervailing powers (oneerlijk verdeelde macht van groepen neutraliseren elkaar = dispersed inequality
mensen kunnen lid zijn van meerdere dynamische groepen tergelijk (geen rigide partijen/zuilen)
georganiseerde groepen die belangarticulatie en aggregatie doen zijn fundament van systeem
staat = neutrale scheidsrechter, bepaalt enkel de regels en vermijdt monopolies (~ vrije markt)
(oorsprong => verlichting, VS constitutie → madisonian democracy, locke, montesquieu)
madisonian democracy
verschillende minderheden heersen samen → evenwicht door concurrentie van belangen) ←> majoritarianism (ongecontroleerde democratie)
politieke definitie pluralisme !!
Schumpeter
= theorie over de vespreiding van macht over verschilende instituties → wenselijk & gezond
polyarchie
dahl
= iedereen heeft recht om te stemmen & kandidaat te worden, overheidsbeslissingen liggen grondwettelijk bij de verkozenen
→ burgers hebben recht op kritiek, infobronnen en zich te verenigen
(alternatief representatieve democratie)
ijzeren wet vd oligarchie
elke organisatie produceert hun eigen elite (altijd iemand die uitpiekt en meer macht/gezag krijgt)
→ deed empirisch onderzoek naar elitevorming in (sociaal-democratische) partijen (sterk anti elitisme)
ook daar elitisme aan bod => ijzeren wet klopt
organisatorisch: leider nodig (interne controle)
structureel = leiding nodig die strijd aangaat met vakbonden en partijen (extern)
psychologisch = legitiem & veilig gevoel bij volk + machtsbehoud v leider
democratie = concurrentie arena voor oligarchieen→ pluralisme
neo-elitisme modern
beide de keuzes van elites EN de voorkeuren van non elites (niet meer volledig eenzijdig)
bestaan van heersende elites verzachten met verkozen participanten in het bestuur
competitief elitisme
schumpeter
democratie = illusie → het volk kan enkel leiders aanvaarden of verwerpen maar niet zelf kiezen
= best zo, volk =/ rationeel → beter rule of politicians & macht van volk beperken tot verkiezingen
democratie = eerder concurrentiestrijd tss verschillende elites met volk als scheidsrechter
neocorporatisme (~ christendemocraten)
centraal sociaal overleg = regering werkt samen met socio-economische belangenvertegenwoordigingsgroepen (vakbonden, partijen, kranten, bedrijven, instellingen…) om zo maximale stabiliteit te bewaren
= peak associations = heel grote machtige hierarchische organisaties met veel leden en machtige organisaties → hebben speciale privilege of insider status met staat in ruil voor steun & respect voor de regels (sociale partner) => voorbereiden, bepalen & uitvoeren van beleid (erkenning door staat) = joint-decision making
→ doen aan concertatie & conflictregulatie: ++ welvaartstaat (overleg & belangen)
↳ all-encompassing, = interessant voor partijen → veel potentiele kiezers aantrekken
staat =/ neutraal, is actor met eigen agenda → bemiddeling tss belanggroepen & hun lidmaatschap stimuleren => interest mediation
⇔ pluralisme: veel strengere organisatie, verplicht lidmaatschap aan belanggroepen, geen gelijke toegang en grote impact op leven van mensen (minder vrij) =/ variant van pluralisme (ookal zijn het beide groepen die belangen v volk vertegenwoordigen)
→ oorsprong: corporatisme tijdens rerum novarum/ sociale katholieke leer
corporatisme
= maatschappij is zoals lichaam waarbij arbeid verdeeld wordt in onderdelen die elk hun socio-economische functies uitvoeren
corporaties = beroeps/standbedrijven die vrede/stabiliteit bewaren door mee te werken aan beleid
nauw verwant aan solidarisme → doel = verzoende klassen in harmonieuze samenleving
!! WOII: negatieve connotatie → mussolini, fascisme, autoritair… => NEOcorporatisme (democratisch)
definitie neocorporatisme
Schmitter
eerder belangenvertegenwoordingssysteem > beleidsmakingssysteem
rekruteringsproces
pippa norris: empirisch conceptueel kader voor factoren in proces, interactie en dynamiek
structured market place
rekruteringsproces verloopt via vraag en aanbod principe: vraag van de wet, de partij zelf en het publiek en aanbod van gekwalificeerde genomineerden en uiteindelijke kandidaten (die aan eisen voldoen)
kandidatenselectie
= (2de) FASE in rekruteringsproces → heel belangrijk voor verweven van wetgevende macht
3 belangrijke vragen/variaties in fase
hoe gecentraliseerd is de selectie?
welke actoren participeren aan het proces?
welke selectiecriteria?
+welke wetten, politieke cultuur, partijsysteem?
selectie: door primary (& caucus) of door partij zelf
4 dimensies van kandidaatselectie
rahat & razan
kandidaatschap
selectoraat: inclusief of exclusief
centralisatie: functioneel (hoeveel groepen/segmenten vd samenleving) / territoriaal (lokaal, regionaal, nationaal niveau?)
proces van aanduiding
kandidaatselectie criteria
geen formele criteria, wel ticket balancing: ascriptive/achievement related→ zo evenwichtig mogelijke lijst
belangrijkste elementen belgische kandidaatselectie
volgorde van de kieslijst & intrapartijkandidaatselectieproces
selectiecriteria (voor kieslijsten)
= geen formele criteria, obv wat de kiezers zouden kiezen
kieslijst gebeurt via ticket balancing → zo evenwichtig mogelijke kieslijst opstellen voor zoveel mogelijk kiezers (man-vrouw, oud-jong, links-rechts…) → obv ascripted / achievement related kenmerken