H4 macht in weinig handen (elites)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

studie van politiek, politicologie met centrale themas en politieke actoren die deel zijn van instellingen en politieke systemen

Last updated 7:38 PM on 8/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

elite onderzoek

= machtsonderzoek, zo inzicht in machtsstructuren en verhoudingen in sl

elites = in elk domein aanwezig → beste/meeste macht (economie, sport, cultuur…)

ook politieke elite = besluitvormers, niet perse problematisch → vertegenwoordigers van democratie

belgie = sterk elitair politiek systeem: neocorporatisme, particratie, federalisme…

2
New cards

elite definitie

mensen met meer inspraak in politieke besluitvorming en maatschappelijke vorming

< disproportioneel veel macht in sl

3
New cards

definitie elites Meisel

4 criteria:

  1. consciousness → bewuste gedeelde identiteit & belangen

  2. coherence → hebben samenhorigheid

  3. conspiracy → willen gemeenschappelijk handelen

elite = mensen met gemeenschappelijke kenmerken die macht kunnen uitoefenen over anderen

4
New cards

neo elitisme

elites handelen vanuit eigenbelang en beperken daar anderen mee → macht gaat van elites op ondere lagen, zijn onafhankelijk

5
New cards

democratisch elitisme

elites bestaan maar zijn vertegenwoordigers/bewakers van democratie

hebben veel wisselwerking & allianties met non elite

topdown/trickle down

6
New cards

pluralisme

rule by all, group approach

= normatief, diversiteit is goede norm

= ideologisch → wijdverspreide / gefragmenteerde macht

= anti-these → focus op verwerpen van machtsconcentratie/elitisme dan eigen bewering

  • macht = oneven verdeeld maar gelijk verspreid en gefragmenteerd → gelijke toegang & vrije vereniging

  • belanggroepen = evenveel macht & toegang tot politieke strijd → niet 1 elite maar allemaal strijdende elitegroepen (sl gedifferentieerd en gefragmenteerd → hebben elk eigen macht, domein & belangen)

=> zo onstaat er een natuurlijk evenwicht

wordt geregeld door checks & balances / countervailing powers (oneerlijk verdeelde macht van groepen neutraliseren elkaar = dispersed inequality

  • mensen kunnen lid zijn van meerdere dynamische groepen tergelijk (geen rigide partijen/zuilen)

  • georganiseerde groepen die belangarticulatie en aggregatie doen zijn fundament van systeem

  • staat = neutrale scheidsrechter, bepaalt enkel de regels en vermijdt monopolies (~ vrije markt)

(oorsprong => verlichting, VS constitutie → madisonian democracy, locke, montesquieu)

7
New cards

madisonian democracy

verschillende minderheden heersen samen → evenwicht door concurrentie van belangen) ←> majoritarianism (ongecontroleerde democratie)

8
New cards

politieke definitie pluralisme !!

Schumpeter

= theorie over de vespreiding van macht over verschilende instituties → wenselijk & gezond

9
New cards

polyarchie

dahl

= iedereen heeft recht om te stemmen & kandidaat te worden, overheidsbeslissingen liggen grondwettelijk bij de verkozenen

→ burgers hebben recht op kritiek, infobronnen en zich te verenigen

(alternatief representatieve democratie)

10
New cards

ijzeren wet vd oligarchie

elke organisatie produceert hun eigen elite (altijd iemand die uitpiekt en meer macht/gezag krijgt)

→ deed empirisch onderzoek naar elitevorming in (sociaal-democratische) partijen (sterk anti elitisme)

ook daar elitisme aan bod => ijzeren wet klopt

  • organisatorisch: leider nodig (interne controle)

  • structureel = leiding nodig die strijd aangaat met vakbonden en partijen (extern)

  • psychologisch = legitiem & veilig gevoel bij volk + machtsbehoud v leider

democratie = concurrentie arena voor oligarchieen→ pluralisme

11
New cards

neo-elitisme modern

beide de keuzes van elites EN de voorkeuren van non elites (niet meer volledig eenzijdig)

bestaan van heersende elites verzachten met verkozen participanten in het bestuur

12
New cards

competitief elitisme

schumpeter

democratie = illusie → het volk kan enkel leiders aanvaarden of verwerpen maar niet zelf kiezen

= best zo, volk =/ rationeel → beter rule of politicians & macht van volk beperken tot verkiezingen

democratie = eerder concurrentiestrijd tss verschillende elites met volk als scheidsrechter

13
New cards

neocorporatisme (~ christendemocraten)

centraal sociaal overleg = regering werkt samen met socio-economische belangenvertegenwoordigingsgroepen (vakbonden, partijen, kranten, bedrijven, instellingen…) om zo maximale stabiliteit te bewaren

= peak associations = heel grote machtige hierarchische organisaties met veel leden en machtige organisaties → hebben speciale privilege of insider status met staat in ruil voor steun & respect voor de regels (sociale partner) => voorbereiden, bepalen & uitvoeren van beleid (erkenning door staat) = joint-decision making

→ doen aan concertatie & conflictregulatie: ++ welvaartstaat (overleg & belangen)

  • all-encompassing, = interessant voor partijen → veel potentiele kiezers aantrekken

  • staat =/ neutraal, is actor met eigen agenda → bemiddeling tss belanggroepen & hun lidmaatschap stimuleren => interest mediation

  • ⇔ pluralisme: veel strengere organisatie, verplicht lidmaatschap aan belanggroepen, geen gelijke toegang en grote impact op leven van mensen (minder vrij) =/ variant van pluralisme (ookal zijn het beide groepen die belangen v volk vertegenwoordigen)

→ oorsprong: corporatisme tijdens rerum novarum/ sociale katholieke leer

14
New cards

corporatisme

= maatschappij is zoals lichaam waarbij arbeid verdeeld wordt in onderdelen die elk hun socio-economische functies uitvoeren

corporaties = beroeps/standbedrijven die vrede/stabiliteit bewaren door mee te werken aan beleid

  • nauw verwant aan solidarisme → doel = verzoende klassen in harmonieuze samenleving

    • !! WOII: negatieve connotatie → mussolini, fascisme, autoritair… => NEOcorporatisme (democratisch)

15
New cards

definitie neocorporatisme

Schmitter

eerder belangenvertegenwoordingssysteem > beleidsmakingssysteem

16
New cards

rekruteringsproces

pippa norris: empirisch conceptueel kader voor factoren in proces, interactie en dynamiek

structured market place

  • rekruteringsproces verloopt via vraag en aanbod principe: vraag van de wet, de partij zelf en het publiek en aanbod van gekwalificeerde genomineerden en uiteindelijke kandidaten (die aan eisen voldoen)

17
New cards

kandidatenselectie

= (2de) FASE in rekruteringsproces → heel belangrijk voor verweven van wetgevende macht

3 belangrijke vragen/variaties in fase

  • hoe gecentraliseerd is de selectie?

  • welke actoren participeren aan het proces?

  • welke selectiecriteria?

+welke wetten, politieke cultuur, partijsysteem?

selectie: door primary (& caucus) of door partij zelf

18
New cards

4 dimensies van kandidaatselectie

rahat & razan

  1. kandidaatschap

  2. selectoraat: inclusief of exclusief

  3. centralisatie: functioneel (hoeveel groepen/segmenten vd samenleving) / territoriaal (lokaal, regionaal, nationaal niveau?)

  4. proces van aanduiding

19
New cards

kandidaatselectie criteria

geen formele criteria, wel ticket balancing: ascriptive/achievement related→ zo evenwichtig mogelijke lijst

20
New cards

belangrijkste elementen belgische kandidaatselectie

volgorde van de kieslijst & intrapartijkandidaatselectieproces

21
New cards

selectiecriteria (voor kieslijsten)

= geen formele criteria, obv wat de kiezers zouden kiezen

kieslijst gebeurt via ticket balancing → zo evenwichtig mogelijke kieslijst opstellen voor zoveel mogelijk kiezers (man-vrouw, oud-jong, links-rechts…) → obv ascripted / achievement related kenmerken