1/149
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
l'abonnement (m)
het abonnement
l’appli(cation) (f)
de app
l’athlétisme (m)
de atletiek
la boum
de fuif, het feestje
le court de tennis
de tennisbaan
l’escalade (f)
de (berg)beklimming
le feu de camp
het kampvuur
le grimpeur
de klimmer
l’occasion (f)
de gelegenheid
le public
het publiek
la randonnée
de (wandel)tocht, de (trek)tocht
le repos
de rust
les réseaux sociaux
de sociale media
le sac à dos
de rugzak
le tchat
de chat
amusant(e)
leuk, grappig
battre
verslaan
(se) blesser
(zich) verwonden
bouger
bewegen
dormir sous la tente
in de tent slapen
être (quatre)
(met z’n vieren) zijn
être passionné(e) de
heel geboeid zijn door, een passie hebben voor
grimper
klimmen, klauteren
jogger
joggen
monter sa tente
zijn tent opzetten
répéter
repeteren
s’abonner (à)
zich abonneren (op)
se baigner
zwemmen
sortir (en boîte)
uitgaan (in een discotheek)
tchatter
chatten
à l’aide de
met behulp van
à l’occasion de
ter gelegenheid van
à proximité de
dicht bij
les loisirs (m)
de vrije tijd
le participant, la participante
de deelnemer, de deelneemster
le passe-temps
de hobby, het tijdverdrijf
les arts martiaux
de vechtsporten
le canoë
de kano
l’escaladeur (m)
de (berg)beklimmer
le gymnase
de sportzaal, de turnzaal
le parc d’attractions
het pretpark, het attractiepark
le saut à l’élastique
het benjispringen, de benjisprong
le saut en parachute
de parachutesprong, het parachutespringen
avoir envie de
zin hebben in, zin hebben om te
être accro à
verslaafd zijn aan, bezeten zijn van
se distraire
zich vermaken, zich ontspannen
s’entraîner
trainen, oefenen
traîner
rondhangen
cuisiner
koken, kokkerellen
dresser sa tente
zijn tent opzetten
escalader
beklimmen
le bouquin (fam.)
het boek
le comédien, la comédienne
de acteur, de actrice (toneel)
le festival
het festival
la littérature
de literatuur
la peinture
het schilderij, de schilderkunst
la photographie
de fotografie
la répétition
de repetitie
la scène
de scène, het podium
la sculpture
het beeldhouwwerk, de beeldhouwkunst
le spectacle
het spektakel, de voorstelling
le spectateur, la spectatrice
de toeschouwer, de toeschouwster
la troupe (de théâtre)
het toneelgezelschap
faire de la marche
wandelen
faire du canoë
kanoën
faire du cheval
paardrijden
faire du vélo
fietsen
observer les étoiles
naar de sterren kijken
partir à l’aventure
op avontuur gaan
plonger
duiken
la collection (de timbres)
de (postzegel-)verzameling
le collectionneur, la collectionneuse
de verzamelaar, de verzamelaarster
le jeu de société
het gezelschapsspel
la plateforme de vidéos à la demande
de streamingdienst
les règles de jeu (f)
de spelregels
reposant(e)
rustgevend
bouquiner (fam.)
lezen
entrer en scène
opkomen
faire de la musique
muziek maken
faire du théâtre
toneelspelen
jouer un rôle
een rol spelen
sculpter
beeldhouwen
aller à la pêche
gaan vissen
aller boire un verre
op café gaan, iets gaan drinken
jouer à un jeu de société
een gezelschapsspel spelen
jouer aux cartes
kaarten, een kaartspel spelen
prendre du repos
rusten
prendre un verre
op café gaan, iets gaan drinken
se relaxer
relaxen
l’aide (f)
de hulp
l’association (f)
de vereniging
le budget
het budget
le but
het doel
le développement
de ontwikkeling
l’objectif (m)
de doelstelling, het doel
la solidarité
de solidariteit
pauvre
arm
solidaire
solidair
volontaire
vrijwillig
collaborer
samenwerken