1/29
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van individuele arbeidsverhoudingen, de geldigheid van contracten, vergoedingen en ontslagregels zoals besproken in de cursus.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Arbeidsovereenkomst
De overeenkomst waarbij een werknemer er zich toe verbindt tegen een loon arbeid te verrichten onder het gezag van een werkgever.
Bediende
Een werknemer die zich verbindt om tegen loon en onder gezag van een werkgever in hoofdzaak hoofdarbeid (intellectueel werk) te verrichten.
Arbeider
Een werknemer die zich verbindt om tegen loon en onder gezag van een werkgever in hoofdzaak handenarbeid te verrichten.
Gezagsband (Ondergeschikt verband)
Het essentiële criterium waardoor een arbeidscontract zich onderscheidt van andere contracten waarbij arbeid verricht wordt, zoals aanneming van werk.
Schijnzelfstandigheid
De situatie waarin een zelfstandige arbeid verricht tegen vergoeding onder het gezag van een ander of verbonden is door een statuut, terwijl de arbeidsrelatie eigenlijk als een werknemerstatuut gekwalificeerd moet worden.
Herkwalificatie
De wijziging van de juridische aard van een arbeidsrelatie wanneer de feitelijke uitoefening onverenigbaar is met de door de partijen gekozen kwalificatie.
CAR (Administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie)
Een commissie die beslist over de kwalificatie van een arbeidsrelatie wanneer er onduidelijkheid bestaat of iemand als werknemer of zelfstandige moet worden beschouwd.
Handelingsbekwaamheid
De juridische bekwaamheid om rechten zelf uit te oefenen, wat een vereiste is voor het afsluiten van een geldige arbeidsovereenkomst.
Dwaling
Een wilsgebrek waarbij sprake is van een verkeerde voorstelling van zaken met betrekking tot essentiële elementen van de arbeidsovereenkomst.
Bedrog
Een opzettelijke misleiding om ervoor te zorgen dat er een arbeidsovereenkomst wordt afgesloten.
Benadeling
Schade door een wanverhouding tussen de prestaties van partijen, die bij arbeidsovereenkomsten enkel geldt voor minderjarigen zonder toestemming van ouders of voogd.
Concurrentiebeding
Een schriftelijk beding dat de werknemer verbiedt om na het einde van de overeenkomst soortgelijke activiteiten uit te oefenen die de werkgever nadeel kunnen berokkenen.
Scholingsbeding
Een beding waarbij de werknemer zich verbindt om een gedeelte van de door de werkgever betaalde vormingskosten terug te betalen bij vroegtijdig vertrek.
DIMONA-aangifte
De onmiddellijke aangifte van tewerkstelling bij de RSZ, die uiterlijk op het tijdstip dat de werknemer de prestaties aanvat moet gebeuren.
DmfA (Multifunctionele aangifte)
De driemaandelijkse elektronische aangifte van loon- en arbeidstijdgegevens van de werknemers aan de RSZ.
Transitietraject
Een regeling waarbij een ontslagen werknemer tijdens de opzeggingstermijn via een bemiddelaar ter beschikking wordt gesteld van een andere werkgever-gebruiker.
Dringende reden
Een ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.
Opzeggingsvergoeding
Een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan het lopende loon die verschuldigd is wanneer een partij de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden en zonder de juiste opzeggingstermijn.
Tijdskrediet
Een systeem waarbij werknemers in de privésector hun loopbaan tijdelijk kunnen onderbreken of verminderen om specifieke motieven.
Carenzdag
De eerste dag van een ziekteperiode die vroeger niet vergoed werd, maar sinds 1 januari 2014 is afgeschaft onder het eenheidsstatuut.
ARAB-vergoeding
Een specifieke kostenvergoeding voor rijdend personeel in de transportsector voor uitgaven die zij onderweg moeten doen.
SFTL (Sociaal Fonds voor Transport en Logistiek)
Een fonds dat diverse aanvullende vergoedingen, tussenkomsten en opleidingsbudgetten verstrekt aan werknemers en werkgevers in de sector transport en logistiek.
Gewaarborgd loon
Het loon dat de werkgever gedurende een bepaalde periode (meestal 30 dagen) moet doorbetalen wanneer een werknemer arbeidsongeschikt is door ziekte of ongeval.
Klein verlet
Het recht van de werknemer om met behoud van loon afwezig te zijn voor familiale gebeurtenissen of om burgerplichten te vervullen.
Loonbeslag
Een procedure waarbij een schuldeiser via de rechtbank een deel van het loon van de werknemer opeist bij de werkgever.
Recht op deconnectie
Het recht van werknemers om buiten hun werkrooster niet bereikbaar te hoeven zijn via digitale middelen zoals smartphone of e-mail.
Landingsbaan
Een vorm van tijdskrediet waarbij oudere werknemers hun arbeidsprestaties kunnen verminderen tot aan hun pensioen.
Loopbaansparen
Een systeem waarbij werknemers overuren of conventionele verlofdagen kunnen opsparen om deze later als verlof op te nemen.
Occasioneel telewerk
Telewerk dat incidenteel en niet op regelmatige basis wordt uitgevoerd wegens overmacht of persoonlijke redenen van de werknemer.
Outplacement
De begeleiding die een werkgever moet bieden aan een ontslagen werknemer om hem te helpen een nieuwe baan te vinden of zelfstandige te worden.