1/83
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
PR 3. Vascularisatie van het steun- en bewegingsstelsel
Wat is het algemene principe van de arteriële bloedvoorziening in het proximale deel van een extremiteit?
Het proximale deel van een extremiteit wordt van bloed voorzien door een oppervlakkig (superficialis) en een diep (profundus) bloedvat.
Wat gebeurt er met de hoofd-bloedvaten van een extremiteit op distaal niveau?
Distaal vertakken deze bloedvaten zich in twee of meer vaten.
Wat is de anatomische rangschikking en functie van de arteriële takken rondom gewrichten?
Rond gewrichten lopen meerdere collaterale takken die zowel proximaal als distaal van het gewricht anastomoseren, waardoor de extremiteit goed doorbloed blijft in elke gewrichtsstand.
Hoe kunnen collaterale bloedvaten ontstaan bij een vaatobstructie?
Collateralen kunnen ontstaan uit een hoofdvat wanneer dit verstopt raakt om zo de secundaire bloedvoorziening te bevorderen.
Wat is het kenmerk van compartimenten in extremiteiten met betrekking tot de vascularisatie?
In elk compartiment bevinden zich eveneens bloedvaten.
Wat is het klinische gevaar van een bloeding uit een vaatstelsel binnen een spiercompartiment?
Bloedingen in deze takken kunnen leiden tot een compartimentsyndroom.
Waarom is de anatomische positie van bloedvaten ten opzichte van de botten van klinisch belang?
De locatie van bloedvaten ten opzichte van de botten is belangrijk bij het beoordelen en behandelen van fracturen en bij het aanleggen van spalken.
Waarom is kennis van de anatomische ligging van grote arteriën van belang bij acuut trauma?
Het is belangrijk om te weten waar arteriële bloedingen manueel of compressief afgedrukt kunnen worden.
Wat is de typische anatomische begeleiding van grote arteriën in de extremiteiten?
Grote arteriën worden in de extremiteiten vaak begeleid door twee venen met een soortgelijke naam als de arterie.
Welke drie specifieke macroscopische en palpabele kenmerken onderscheiden arteriën van andere structuren?
Arteriën hebben een lumen, een dikke wand en bevatten calcificaties die te palperen zijn.
Wat zijn de 5 aftakkingen van de a. axillaris?
a. thoracica sup.
a. thoracica lat.
a. thoraco-acromialis
a. supscapularis (a. thoraco dorsalis en a. circumflexa scapulae
a. circumflexa humeri ant/post
Welke twee specifieke kenmerken onderscheiden zenuwen van bloedvaten?
Zenuwen bevatten geen lumen en bestaan uit parallel lopende vezels.
Welk hoofdbloedvat voorziet de gehele bovenste extremiteit van bloed?
De a. subclavia.
Wat is de naamsovergang van de a. subclavia ter hoogte van de clavicula?
Caudaal van de clavicula wordt de a. subclavia de a. axillaris genoemd.
Bij welke structuuur wordt de a. brachialis, de a.axillaris?
m. teres major
Wat is de verlooprichting en de bestemming van de a. thoracica superior na haar afsplitsing?
De vertakking van de a. thoracica superior bevindt zich direct caudaal van de clavicula en loopt naar de thoraxwand.
Naar welke vijf specifieke anatomische structuren en spieren lopen de takjes van de a. thoracoacromialis?
Het acromion, de m. deltoideus, de m. serratus anterior, de m. pectoralis minor en de m. pectoralis major.
Naar welke specifieke regio verloopt de a. thoracica lateralis?
De a. thoracica lateralis verloopt naar de laterale thoraxwand.
In welke twee hoofdtakken splitst de a. subscapularis zich na haar ontspringen?
In de a. thoracodorsalis (naar de dorsale zijde van de thoraxwand) en de a. circumflexa scapulae (die om de scapula heen loopt naar de dorsale zijde).
Welke twee vaten vormen de laatste aftakkingen van de a. axillaris voordat deze overgaat in de a. brachialis?
De a. circumflexa humeri anterior en posterior.
In welke twee hoofdtakken verdeelt de a. brachialis zich in de arm?
In een oppervlakkige tak (a. brachialis) en een diep gelegen tak (a. profunda brachii).
Wat is het verloop van de a. profunda brachii en met welke neurogene structuur loopt deze samen?
De a. profunda brachii loopt samen met de n. radialis diep in de bovenarm, in een groeve aan de dorsale zijde van de humerus tussen de m. triceps brachii caput laterale en mediale.
Bij 10% van de mensen is de m. palmaris afwezig.
Hoe kan de aanwezigheid van de m. palmaris klinisch worden getest en hoe is de pees zichtbaar?
Door de duim en pink tegen elkaar te drukken en de pols te flecteren; de pees is dan te zien in de pols doordat deze pees niet door de carpale tunnel loopt.
In welke anatomische structuur waaiert de pees van de m. palmaris uit in de handpalm?
De pees waaiert uit in een peesblad genaamd de aponeurosis palmaris.
Het onderliggende vaatbed en zenuwnetwerk van de handpalm.
Wat is de anatomische relatie tussen het retinaculum musculorum flexorum manus / ligamentum carpi transversum en de aponeurosis palmaris?
Het retinaculum musculorum flexorum manus / ligamentum carpi transversum ligt diep en is continu met de aponeurosis palmaris.
Welke pezen verlopen diep ten opzichte van het retinaculum musculorum flexorum manus?
De pezen afkomstig van de ventrale spieren van de onderarm.
Waar bevindt zich de algemene origo van de flexoren van de onderarm, en welke spier vormt hierop een uitzondering?
De flexoren hebben hun origo op de epicondylus medialis; de m. flexor digitorum profundus vormt een uitzondering en hecht aan op de ulna.
Wat is het pathofysiologische mechanisme van een contractuur van Dupuytren?
Bij een contractuur van Dupuytren schrompelt de aponeurosis palmaris.
Bij welke patiëntencategorie en met welk klinisch verschijnsel presenteert een contractuur van Dupuytren zich voornamelijk?
Het komt vooral voor bij oudere patiënten en leidt tot een dwangstand van de vingers.
In welke gewrichten treedt de schrompeling en dwangstand bij een contractuur van Dupuytren primair op?
Meestal in de MCP-gewrichten (metacarpophalangeale gewrichten) en PIP-gewrichten (proximale interfalangeale gewrichten), en soms in het DIP-gewricht (distale interfalangeale gewricht).
In welke specifieke vingers begint de contractuur van Dupuytren typisch?
De aandoening begint vaak in de pink en ringvinger (niet alle vingers hoeven vanaf het begin mee te doen).
In welke twee arteriën splitst de a. brachialis zich en op welke anatomische locatie vindt deze splitsing plaats?
De a. brachialis splitst zich in de fossa cubitalis (elleboogholte) op in de a. radialis en a. ulnaris.
Wat is de anatomische ligging van de a. radialis in de onderarm?
De a. radialis ligt oppervlakkig in de onderarm onder de m. brachioradialis.
Wat is de anatomische ligging van de a. ulnaris in de elleboogholte en de onderarm?
In de elleboogholte ligt de a. ulnaris onder de n. medianus; in de onderarm loopt zij tussen de oppervlakkige en diepe lagen van de flexoren, en distaal ligt zij aan de ulnaire zijde van de pols net radiair van de pees van de m. flexor carpi ulnaris.
Wat is de oorsprong en de anatomische opbouw van de arcus palmaris superficialis?
De arcus palmaris superficialis ligt onder de aponeurosis palmaris en is een directe voortzetting van de a. ulnaris die een oppervlakkige arteriële boog vormt en anastomoseert met de a. radialis.
Hoe verschilt het kaliber van de arcus palmaris superficialis tussen de mediale en laterale zijde?
De arcus palmaris superficialis is aan de mediale zijde (kant van de a. ulnaris) een groter bloedvat dan aan de laterale zijde.
Onder welke drie specifieke spierpezen ligt de arcus palmaris profundus?
Onder de pezen van de m. flexor digitorum superficialis, m. flexor digitorum profundus en m. adductor pollicis.
Wat is de oorsprong, het verloop en de kaliberverdeling van de arcus palmaris profundus?
Deze diepe arteriële boog ontspringt uit de a. radialis, anastomoseert met de a. ulnaris, en is aan de laterale zijde een groter bloedvat dan aan de mediale zijde.
Wat zijn de twee passerende spieren en de samenstelling van de neurovasculaire bundel in de doorgangsruimte tussen het os coxae en het lig. inguinale?
De passerende spieren zijn de m. iliacus en m. psoas major; de neurovasculaire bundel verloopt mediaal volgens VAN (Vena, Arteria en Nervus femoralis).
In welke drie compartimenten is de doorgangsruimte onder het ligamentum inguinale opgedeeld van lateraal naar mediaal?
Lacuna musculorum, lacuna vasorum en canalis femoralis.
Welke vier specifieke structuren verlopen door de lacuna musculorum?
De m. iliacus, m. psoas major, n. cutaneus femoris lateralis en n. femoralis.
Welke twee vaten verlopen door de lacuna vasorum?
De arteria femoralis en vena femoralis.
Wat is de naamsovergang van de a. iliaca externa wanneer deze de buikholte verlaat?
Als de a. iliaca externa onder het ligamentum inguinale het bekken uittreedt, wordt deze de a. femoralis genoemd.
In welke specifieke bindweefselstructuur verlopen de a. en v. femoralis onder het ligamentum inguinale?
In de lacuna vasorum.
Wat is een hernia femoralis en welk orgaandeel betreft dit meestal?
Een hernia femoralis is een uitstulping van abdominale organen door de anulus femoralis in de canalis femoralis, wat meestal een stukje van de dunne darm betreft.
Waar ligt de canalis femoralis ten opzichte van het ligamentum inguinale en de femorale vaten?
De canalis femoralis ligt mediaal van de arteria en vena femoralis, onder het ligamentum inguinale.
Wat vormen de vier specifieke grenzen (lateraal, mediaal, ventraal, dorsaal) van de canalis femoralis?
Lateraal: Vena femoralis; Mediaal: Ligamentum lacunare; Ventraal: Ligamentum inguinale; Dorsaal: Ligamentum pectineale.
Wat is de initiële lokalisatie en het mogelijke uitbreidingstraject van een hernia femoralis bij het ontstaan?
De hernia blijft aanvankelijk beperkt tot de canalis femoralis, kan zich uitbreiden naar het trigonum iliopectineale, en komt via de hiatus saphenus onder het subcutane vet terecht.
Wat is de exacte volgorde van de 7 anatomische stappen bij het uitbreidingstraject van een hernia femoralis?
Buikholte -> 2. Peritoneum -> 3. Anulus femoralis -> 4. Canalis femoralis -> 5. Trigonum iliopectineale -> 6. Hiatus saphenus -> 7. Subcutaan weefsel.
Wat is het specifieke gevaar van de anatomische begrenzing van de anulus femoralis bij een hernia femoralis?
De mediale rand van de anulus femoralis (het ligamentum lacunare) is scherp en strak, waardoor de breukzak gemakkelijk bekneld raakt, wat leidt tot een afgesloten bloedtoevoer en necrose van het gehernieerde darmsegment.
Welke chirurgische handeling wordt verricht om beknelling van een hernia femoralis op te heffen en met welk aberrant vat moet rekening worden gehouden?
De chirurg snijdt het ligamentum lacunare in, waarbij rekening gehouden moet worden met een mogelijk aberrant verlopende arteria obturatoria.
Wat is het anatomische verschil in lokalisatie tussen een hernia femoralis en een hernia inguinalis ten opzichte van het ligamentum inguinale?
Een hernia femoralis bevindt zich onder het ligamentum inguinale; een hernia inguinalis ontwikkelt zich boven het ligamentum inguinale door de buikwand.
Wat is de oorsprong, ligging en de twee takken van de a. profunda femoralis?
De a. profunda femoralis ontspringt enkele centimeters distaal van het lig. inguinale diep uit de laterodorsale zijde van de a. femoralis en splitst zich af in de a. circumflexa femoris lateralis en medialis.
Hoe wordt het verloop van de a. femoralis genoemd na de afsplitsing van de a. profunda femoralis?
Klinisch wordt dit de a. femoralis superficialis (AFS) genoemd.
Via welk kanaal en in welke richting verplaatsen de a. en v. femoralis zich van de ventrale naar de dorsale zijde van het bovenbeen?
Via de canalis adductorius (het kanaal van Hunter), dat mediaal van het femur ligt.
Wat vormen de drie grenzen van de canalis adductorius ?
Lateraal: M. vastus medialis; Dorsaal: M. adductor longus en magnus; Ventraal: Membrana vasto-adductoria en m. sartorius.
Wat is het verschil in begrenzing tussen de proximale en distale opening van de canalis adductorius?
De proximale opening is ventraal niet scherp begrensd; de distale opening aan de dorsale zijde wordt de hiatus adductorius genoemd.
Welke naamsovergang en diepteverhoudingen heeft de a. femoralis na het passeren van de hiatus adductorius?
In de hiatus adductorius verandert de a. femoralis in de a. poplitea, die hier diep ligt onder de n. tibialis en de v. poplitea.
Wat is het functionele belang van de arteriële takken die de a. poplitea afgeeft in de knie?
Deze takken vormen samen het arteriële anastomotische netwerk rond de knie.
Welke zenuw treedt samen met de femorale vaten de canalis adductorius binnen, hoe verlaat deze het kanaal en wat is het innervatiegebied?
De n. saphenus (tak van n. femoralis) verlaat het kanaal door de membrana vasto-adductoria te doorboren en loopt over de mediale zijde van de knie om de huid aan de mediale zijde van het onderbeen te innerveren.
In welke twee hoofd takken splitst de a. poplitea zich en waar? en onder welke spieren liggen deze?
distaal van de arcus tendineus m. solei In de a. tibialis anterior en a. tibialis posterior, gelegen diep onder de m. soleus en m. gastrocnemius.
Wat is het verloop van de a. tibialis anterior in het onderbeen?
De a. tibialis anterior verloopt naar het compartimentum cruris anterius / extensorum en loopt distaal in de diepte tussen de m. tibialis anterior en de mm. extensor digitorum longus en extensor hallucis longus.
Welke zenuw vergezelt de a. tibialis anterior richting de voet?
De n. fibularis / peroneus profundus.
Wat is de voortzetting van de a. tibialis anterior op de voetrug en waar bevindt zich de klinische palpatieplaats?
De a. dorsalis pedis; deze loopt lateraal van de pees van de m. extensor hallucis longus naar de ruimte tussen ossa metatarsale I en II, waar perifere pulsaties goed te palperen zijn.
Wat is de truncus tibiofibularis (TTF) en in welke twee vaten splitst deze zich?
De truncus tibiofibularis is de directe voortzetting van de a. poplitea distaal van de afsplitsing van de a. tibialis anterior; hij splitst zich in de a. tibialis posterior en de a. fibularis / peronea.
Wat is het verloop, de begeleidende zenuw en de palpatieplek van de a. tibialis posterior?
Zij loopt in het compartimentum cruris posterius / flexorum pars profunda / solealis samen met de n. tibialis, verloopt achter de malleolus medialis tussen m. flexor digitorum longus en m. flexor hallucis longus (oppervlakkig en goed te palperen), en loopt door naar de voetzool.
Wat is het anatomische verloop van de a. fibularis / peronea na haar afsplitsing?
Zij verdwijnt snel tussen de spierbuik van de m. flexor hallucis longus en m. tibialis posterior, en kan ter hoogte van de enkel worden opgezocht tussen de pees van m. flexor hallucis longus en mm. fibulares / peronei.
Wat is het fundamentele verschil in de aanvoer van de twee voedende arteriën tussen de voet en de hand?
De voet wordt van twee kanten af gevasculariseerd via de voetrug (a. dorsalis pedis) en voetzool (a. tibialis posterior); de hand wordt gevasculariseerd door twee vaten in de handpalm (hoewel de a. radialis kort over de handrug loopt).
Wat is de definitie van een compartimentsyndroom en door welke structuur wordt een compartiment begrensd?
Compartimenten worden begrensd door een stevige, onbuigzame fascie; een compartimentsyndroom is het ontstaan van een te hoge druk binnen zo'n compartiment.
Wat zijn de twee mechanische basisoorzaken voor het ontstaan van een drukverhoging in een compartiment?
Een volumetoename binnen het compartiment of een volumeverkleining van het compartiment.
Welke drie specifieke factoren kunnen leiden tot een volumetoename binnen een spiercompartiment?
Vergroting van de spiermassa, een lokale bloeding of oedeemvorming.
Welke twee externe/exogene factoren kunnen leiden tot een volumeverkleining van een spiercompartiment?
Een te strak aangelegd gipsverband of brandwonden.
Wat is de maximale ischemietijd die spieren en zenuwen kunnen verdragen bij een compartimentsyndroom en wat is het gevolg van overschrijding?
Spieren en zenuwen kunnen maximaal 6 uur ischemie verdragen; hierna treedt onherstelbare weefselschade op met definitief verlies van spierfunctie.
In het onderbeen.
Wat is de exacte chronologische volgorde van de 5 klinische kenmerken bij compartimentale compressie?
Wat is de aangewezen acute behandeling bij een vastgesteld compartimentsyndroom en wat houdt deze in?
Zo snel mogelijk decompressie via een fasciotomie: het operatief openen van de fascie om de druk op de spieren direct te verlagen.
Welke 14 arteriën/takken moeten gekend worden in de regio bovenarm/schouder?
A. subclavia, a. vertebralis, a. suprascapularis, r. profundus a. transversa colli/cervicis, a. axillaris, a. thoracoacromialis, a. subscapularis, a. circumflexa scapulae, a. circumflexa humeri anterior, a. circumflexa humeri posterior, a. brachialis, a. profunda brachii, a. radialis, a. ulnaris.
Welke 5 arteriën/bogen moeten gekend worden in de regio onderarm/hand?
A. brachialis, a. radialis, arcus palmaris profundus, a. ulnaris, arcus palmaris superficialis.
Welke 11 arteriën moeten gekend worden in de regio bovenbeen/heup?
A. iliaca communis, a. iliaca interna, a. glutea superior, a. glutea inferior, a. iliaca externa, a. femoralis, a. profunda femoralis (AFP), a. circumflexa femoris lateralis, a. circumflexa femoris medialis, a. femoralis superficialis (AFS), a. poplitea.
Welke 4 specifieke anatomische ruimten/structuren moeten gekend worden in de regio bovenbeen/heup?
Lacuna musculorum, lacuna vasorum, canalis femoralis, canalis adductorius (kanaal van Hunter).
Welke 5 arteriën moeten gekend worden in de regio onderbeen/voet?
A. poplitea, a. tibialis anterior, a. dorsalis pedis, a. tibialis posterior, a. fibularis / peronea.