1/35
Flashcards samengesteld uit de studienotities over financiële architectuur, markten, kredietvormen, derivaten en toezichtstructuren.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Financiële architectuur
Term voor het financieel systeem dat niet alleen het samenspel van instrumenten, markten en instituties omvat, maar ook de toezichtstructuur.
Bodemerij
Een lening die een zeevervoerder aanging om een zeereis te financieren, waarbij de lening niet hoefde te worden terugbetaald als het schip en/of de lading verloren gingen.
Commenda
Overeenkomst waarbij een partij aan een andere een som geld ter beschikking stelt met het doel daarmee handel te drijven.
FSMA
Financial Services and Markets Authority: een instelling die naast de Nationale Bank van België toezicht houdt op de Belgische financiële sector.
Broker
Een tussenpersoon die financieel handelt voor rekening van een klant.
Dealer
Een tussenpersoon die financieel handelt voor eigen rekening.
Pit trading (vloerhandel)
Handel waarbij handelaars elkaar fysiek ontmoeten op de beursvloer.
Bid-ask-spread
Het verschil tussen de biedkoers (aankoop) en laatkoers (verkoop) als component van de transactiekost.
Shortselling
Het verkopen van een aandeel dat men niet in eigendom heeft, maar geleend heeft.
Schaduwbankieren
Het systeem van kredietintermediatie via entiteiten en activiteiten buiten het reguliere bankwezen.
Slapende rekening
Een rekening waarvan iemand gedurende vijf jaar lang geen gebruik heeft gemaakt en waarbij bij diezelfde bank geen andere transacties zijn verricht.
Goodwill
De prijs die betaald wordt voor de overname van klanten.
Senioriteit
De prioriteit waarmee een schuldeiser wordt terugbetaald bij het faillissement van de ontlener.
Fischereffect
De hypothese dat de nominale rente op leencontracten geïnterpreteerd kan worden als de som van de reële rente, de verwachte inflatie en een compensatie voor het verlies in koopkracht op de reële rente.
Black swans
Risico's waarvan de kans dat ze zich voordoen zeer klein is, maar waarvan de mogelijke impact extreem groot is.
Domiciliëring
Een automatische incasso waarbij de rekeninghouder een leverancier de toelating geeft om een variabel factuurbedrag automatisch van de bankrekening te halen.
Gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV)
Een vennootschap met een commercieel doel om onroerende goederen te exploiteren, ontstaan als opvolger van de vastgoedbevak.
Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP)
Register dat alle kredieten registreert die door natuurlijke personen voor privédoeleinden worden afgesloten om overmatige schuldenlast te voorkomen.
Wederbeleggingsvergoeding
Vergoeding die een kredietverlener aan de kredietnemer mag vragen bij vervroegde terugbetaling van een krediet, wettelijk beperkt tot 3 maanden interest op het terugbetaalde gedeelte.
Repartitiestelsel
Systeem waarbij de huidige wettelijke pensioenen worden gefinancierd door bijdragen van de huidige werkende generatie.
Documentair krediet
Betalingstechniek waarbij een bank zich op verzoek van de klant verbindt om binnen een afgesproken termijn een som aan een derde te betalen tegen overhandiging van conforme documenten.
Pay-out ratio
De fractie van de winst van een onderneming die wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders.
Gordon-Shapiro model
Model voor het waarderen van aandelen als een groeiende perpetuïteit volgens de formule V0=re−gD1.
Green shoe optie
Optie die een onderneming bij een emissie het recht geeft om een extra pakket aandelen op de markt te brengen bij een vraagoverschot.
Circuit breaker
Een handelsremmer die de beurshandel stillegt wanneer een koers met een bepaald percentage daalt om paniekreacties te voorkomen.
Straight loans
Voorschotten op vaste termijn voor maximaal één jaar tegen een vaste rente op basis van de interbancaire rente plus een spread.
Warrant-ceel
Bewijs van bewaargeving van goederen bestaande uit een warrant (eigendomsrecht) en een ceel (waarmee financiering bij de bank verkregen kan worden).
Factoring
Overeenkomst waarbij een onderneming haar handelsvorderingen overdraagt aan een factormaatschappij tegen 75 tot 90 procent van de factuurbedragen.
Pari passu
Aanduiding voor obligaties of schulden die een gelijke senioriteit en rangorde hebben bij de afwikkeling.
Floating rate note (FRN)
Een obligatie met een variabele/zwevende rente die gekoppeld is aan een interbancaire marktrente verhoogd met een vaste spread.
Clean price
De gequoteerde prijs van een obligatie, berekend als de contante prijs (cash price) verminderd met de verworven interest.
STEP (Short Term European Paper)
Certificeringsprocedure van de ECB voor commercial paper om de marktgebruiken te laten convergeren en beleenbaarheid als onderpand te garanderen.
Convenience yield
Het voordeel of de premie die verbonden is aan het fysiek aanhouden van een onderliggend product of grondstof tijdens schaartemomenten.
Credit default swap (CDS)
Een kredietderivaat waarbij de koper tegen betaling van een periodieke premie het kredietrisico op een referentie-entiteit overdraagt aan de verkoper.
Eurosysteem
Het stelsel dat gevormd wordt door de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de EU-lidstaten die de euro hebben ingevoerd.
Twin peaks-model
Toezichtsmodel waarbij het toezicht op markten en gedrag is toegewezen aan de FSMA en het prudentieel toezicht aan de centrale bank.