1/11
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
A-SKS
SKS samenhangend met auditieve problemen
hoe ontstaan A-SKS
ontstaan als kind licht tot ernstig sluchthorend is
door snel & vroeg gehoorverlies op te sporen —> gaat auditief zo goed mogelijk gecorrigeerd worden (hoortoestellen, ci)
6 maanden: spraak gestuurd door audiolinguale feedback
(rond 6 maanden ebgint de baby bewust te brabbelen en klankproductie te oefenene
probleem input-zijde: auditieve perceptie & verwerking
= probleem ligt bij hoe iemand geluiden hoort & verwerkt in de hersenen
probleem: auditieve perceptie-en verwerkingsproblemen
dove kinderbrabbelen: kinderen blijven brabbelen omdat ze zichzelf horen & ze voelen ook wat verandering van plaats doet met wijziging van het geluid
bij dove baby: is er geen audio-linguale feedback: dus na 6 maanden gaan doofgeboornen stoppen met brabbelen omdat ze geen feedback krijgen
audiologinguale feedback
= spraak wordt aangestuurd via combinatie van
auditief systeem = kind hoort
linguaal/motorisch systeem = bewegingen van tong, lippen en mond
DUS: de baby gaat zijn/haar geluiden bijsturen op basis van gehoorfeedback NORMAAL & corrigeren, MAAR: we hebben geen auditieve perceptie/ input
spraakkenmerken A-SKS
veel te hoog praten “als een kip”
spreekt niet al de spraakklanken even goed uit bv. de s
kan ook nasaal spreken
problemen in spraakklnanksproductie voorkomen
moeizaam onderscheiden van verschillende spraakklanken, voornamelijk distorsies van consonanten & vocalen
distorsies
verminderde klinkerdifferentiatie
substituties
omnissie
prosodie
resonantie
vertraagde/verstorode taal-en fonologische ontwikkeling
bij ernstig gehoorverlies sterk verminderde spraakverstaanbaarheid
spraakkenmerken A-SKS: distorsies fricatieve
fricatieven: s, f, sj (vervormen van klanken)
/s/ klinkt slissend of “nat”
/r/ klinkt te veel rollend of juist niet goed trillend
spraakkenmerken A-SKS: verschil substitutie en distorsie
Onthouden:
Substitutie → klank wordt vervangen door een andere klank.
Omissie → klank wordt weggelaten.
Distorsie → klank wordt vervormd.
Kort:
🟢 Correcte klank → /s/
🟠 Distorsie → vervormde /s/
🔴 Substitutie → /s/ → /t/
A-SKS spraakkenmerken: verminderde klinkerdifferntiatie
= minder duidelijk onderscheid tussen de klinkers
de klinkers gaan daardoor meer op elkaar lijken
neiging naar de neutrale vocaal (swha): de schwa /e/ is de neutrale onbeklemtoonde kliner, zoals de ‘e’ in ‘de’
dus in plaats van een duidelijke /a/i, enz. kan de uitspraak meer richting een neutrale “uh”-achtige klank gaan
A-SKS spraakkenmerken: in mindere mate ook substituties
Een substitutie betekent dat een klank wordt vervangen door een andere klank.
Stemhebbend → stemloos: een stemhebbende klank wordt vervangen door een stemloze klank.
Fricatieven: fricatieven kunnen worden vervangen door stops, of verschillende fricatieven kunnen onderling worden verward.
A-SKS spraakkenmerken omnissie fricatieven
betekent dat een fricatief (wrijvingsklank) wordt weggelaten in een woord.
Bijvoorbeeld:
/s/ → ∅: stoel → toel
/f/ → ∅: fiets → iet
A-SKS: spraakkenmerken: prosodie
= de melodie en het ritme van de spraak. Het gaat dus niet om afzonderlijke klanken, maar om hoe iemand spreekt.
monotone spraak (weinig melodie)
verstoorde intonatie (klemtonen verkeerd of onnatuurlijk)
onregelmatig ritme
soms te snel of te traag spreken
minder natuurlijke “spraakmelodie”
Te hoog klinken: als een kip omdat je jezelf niet hoort
A-SKS: spraakkenmerken: resonantie (klankkleur van de stem)
Onstabiele resonantie: stem kan inconsistent klinken
Nasaliteitsproblemen: hypernasaliteit: te veel nasaal, hyponasalisteit: te weinig nasaal
comorbiditeit bij SKS
1) kerncomorbiditeit: TOS
2) secundaire comorbiditeit:
lees-en spellingsproblemen en dyslexie
ADHD