HC6: A-SKS: SKS samenhangend met auditieve problemen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/11

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:33 PM on 8/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

12 Terms

1
New cards

A-SKS

  • SKS samenhangend met auditieve problemen


2
New cards

hoe ontstaan A-SKS

  • ontstaan als kind licht tot ernstig sluchthorend is

  • door snel & vroeg gehoorverlies op te sporen —> gaat auditief zo goed mogelijk gecorrigeerd worden (hoortoestellen, ci)

  • 6 maanden: spraak gestuurd door audiolinguale feedback

  • (rond 6 maanden ebgint de baby bewust te brabbelen en klankproductie te oefenene

  • probleem input-zijde: auditieve perceptie & verwerking

  • = probleem ligt bij hoe iemand geluiden hoort & verwerkt in de hersenen

  • probleem: auditieve perceptie-en verwerkingsproblemen

  • dove kinderbrabbelen: kinderen blijven brabbelen omdat ze zichzelf horen & ze voelen ook wat verandering van plaats doet met wijziging van het geluid

  • bij dove baby: is er geen audio-linguale feedback: dus na 6 maanden gaan doofgeboornen stoppen met brabbelen omdat ze geen feedback krijgen


3
New cards

audiologinguale feedback

= spraak wordt aangestuurd via combinatie van

  • auditief systeem = kind hoort

  • linguaal/motorisch systeem = bewegingen van tong, lippen en mond

  • DUS: de baby gaat zijn/haar geluiden bijsturen op basis van gehoorfeedback NORMAAL & corrigeren, MAAR: we hebben geen auditieve perceptie/ input


4
New cards

spraakkenmerken A-SKS

  • veel te hoog praten “als een kip”

  • spreekt niet al de spraakklanken even goed uit bv. de s

  • kan ook nasaal spreken

  • problemen in spraakklnanksproductie voorkomen

moeizaam onderscheiden van verschillende spraakklanken, voornamelijk distorsies van consonanten & vocalen

  • distorsies

  • verminderde klinkerdifferentiatie

  • substituties

  • omnissie

  • prosodie

  • resonantie

  • vertraagde/verstorode taal-en fonologische ontwikkeling

  • bij ernstig gehoorverlies sterk verminderde spraakverstaanbaarheid


5
New cards

spraakkenmerken A-SKS: distorsies fricatieve

  • fricatieven: s, f, sj (vervormen van klanken)

  • /s/ klinkt slissend of “nat”

  • /r/ klinkt te veel rollend of juist niet goed trillend


6
New cards

spraakkenmerken A-SKS: verschil substitutie en distorsie

Onthouden:

  • Substitutie → klank wordt vervangen door een andere klank.

  • Omissie → klank wordt weggelaten.

  • Distorsie → klank wordt vervormd.

Kort:
🟢 Correcte klank → /s/
🟠 Distorsie → vervormde /s/
🔴 Substitutie → /s/ → /t/

7
New cards

A-SKS spraakkenmerken: verminderde klinkerdifferntiatie

= minder duidelijk onderscheid tussen de klinkers

de klinkers gaan daardoor meer op elkaar lijken

  • neiging naar de neutrale vocaal (swha): de schwa /e/ is de neutrale onbeklemtoonde kliner, zoals de ‘e’ in ‘de’

  • dus in plaats van een duidelijke /a/i, enz. kan de uitspraak meer richting een neutrale “uh”-achtige klank gaan


8
New cards

A-SKS spraakkenmerken: in mindere mate ook substituties

Een substitutie betekent dat een klank wordt vervangen door een andere klank.

  • Stemhebbend → stemloos: een stemhebbende klank wordt vervangen door een stemloze klank.

  • Fricatieven: fricatieven kunnen worden vervangen door stops, of verschillende fricatieven kunnen onderling worden verward.


9
New cards

A-SKS spraakkenmerken omnissie fricatieven

betekent dat een fricatief (wrijvingsklank) wordt weggelaten in een woord.

Bijvoorbeeld:

  • /s/ → ∅: stoeltoel

  • /f/ → ∅: fietsiet


10
New cards

A-SKS: spraakkenmerken: prosodie


= de melodie en het ritme van de spraak. Het gaat dus niet om afzonderlijke klanken, maar om hoe iemand spreekt.

  •  monotone spraak (weinig melodie)

  • verstoorde intonatie (klemtonen verkeerd of onnatuurlijk)

  • onregelmatig ritme

  • soms te snel of te traag spreken

  • minder natuurlijke “spraakmelodie”

  • Te hoog klinken: als een kip omdat je jezelf niet hoort


11
New cards

A-SKS: spraakkenmerken: resonantie (klankkleur van de stem)

  • Onstabiele resonantie: stem kan inconsistent klinken

  • Nasaliteitsproblemen: hypernasaliteit: te veel nasaal, hyponasalisteit: te weinig nasaal


12
New cards

comorbiditeit bij SKS

1) kerncomorbiditeit: TOS

2) secundaire comorbiditeit:

  • lees-en spellingsproblemen en dyslexie

  • ADHD