Stoornissen + extra van samenvatting KB

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:33 PM on 6/21/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

67 Terms

1
New cards

Primaire consequenties CVA

Eenzijdig parese - contralateraal aan laesie

spasticieit/ spastitische parese

ā–  Een laesie aan de bovenste motorneuronen

ā–  Verstoort supraspinale inhibitie van reflexen

ā–  ⟶ netto disinhibitie van spinale reflexen

ā–  ⟶ overmatige rekreflexen

ā—‹ Verlies aan kracht

ā—‹ Verlies aan balans

2
New cards

Secundaire consequenties CVA

Contracturen

Non-use (aangeleerd - secundair / compensatie)

Deformiteiten

3
New cards

primaire onderliggende stoornis CP

Spasticiteit

Verstoorde aansturing

4
New cards

secundair onderliggende stoornis CP spieren

Zwakte

Verkorting

Stijfheid

5
New cards

secundair onderliggende stoornis CP botten

deformiteiten

gewrichtsbeperkingen

6
New cards

tertiar onderliggende stoornis CP

compensatie

balansproblemen

7
New cards

primaire stoornis

direct gevolg van de stoornis

8
New cards

secundair stoornis

indirect gevolg / reactie op de primaire stoornis

9
New cards

tertiar stoornis

langetermijns gevolgen op sociaal / maatschappelijk / relationeel vlak

10
New cards

consequenties polio

Virus infecteert de lagere motorneuronen: Alpha en gamma motoneuronen.

Herstel door de ontwikkeling van ā€˜giant motor units’: her-innerveren van spiervezels

door overgebleven motorneuronen

11
New cards

post-polio syndroom (PPS)

Post polio progressive muscular atrophy

20-30% van de patiƫnten met tekenen van paralyse

Spierzwakte

Pijn in spieren en gewrichten

Vermoeidheid

Ademhalingsproblemen

⟶ oorzaak ā€˜giant motor unit burn out’

12
New cards

consequenties polio en PSS op het lopen

Spierzwakte

Contracturen

Pijn

Verlies van balans

Vermoeidheid

Compensatoir looppatroon —> Kan leiden tot deformiteiten

13
New cards

consequenties artrose

pijn

verminderde gewrichtsfunctie

artofie en peesinfecties

14
New cards

Inverted pendulum model

het model van het gaan. Waarbij het standbeen een … … is, met de CoM dat rondom de voet zwaait en het zwaaibeen een … is waarbij de voet om de CoM zwaait. Met een klein beetje initial energy kan deze … ver komen.

15
New cards

spatiotemporele parameters

staplengte

staptijd

cadans (stappen/min)

snelheid —> staplengte / staptijd

16
New cards

temporele parameters

basiseenheid —> schredetijd (cadans)

Een schrede duurt van voetcontact van de ene voet tot het volgende voetcontact van dezelfde voet.

Vaak zie je dat die genormaliseerd is in de tijd (van 0-100%), zo kan je de ene schrede

vergelijken met de andere schrede.

<p>basiseenheid —&gt; schredetijd (cadans)</p><p>Een schrede duurt van voetcontact van de ene voet tot het volgende voetcontact van dezelfde voet.</p><p class="p1">Vaak zie je dat die genormaliseerd is in de tijd (van 0-100%), zo kan je de ene schrede</p><p class="p1">vergelijken met de andere schrede.</p>
17
New cards

opvangen van gewicht

initial contact

loading response

18
New cards

een ledemaat support

mid stance

terminal stance

pre swing

19
New cards

voortgang van ledematen

initial swing

mid swing

terminal swing

20
New cards

meten spatiotemporele parameters

stopwatch

voetdruksensoren / krachtenplatform

accelerometers/inertial measurement units (IMUs)

21
New cards

referentiewaarde comfortabele loopsnelheid

man: 1.3-1.6 m/s of 4.7-5.7 km/u

vrouw: 1.2-1.5 m/s of 4.3-5.4 km/u

22
New cards

referentiewaarde candans

man: 110 - 115

vrouw: 115 - 120

23
New cards

referentiewaarde schredelengte

man: 1.4-1.6

vrouw: 1.3-1.5

24
New cards

intern moment

geleverd door de spieren IN het lichaam, tegen overgesteld van externe moment

25
New cards

externe moment

moment van de grondreactiekracht

26
New cards

isometrisch = 0, concentrisch > 0, excentrisch <0

power

27
New cards

neurale stoornissen

spasticiteit

selectieve controle

zwakte (parese)

28
New cards

skeletaal stoornissen

botdeformiteiten

gewrichtscontractuur

29
New cards

musculaire stoornissen

zwakte (atrofie)

spiercontractuur

30
New cards

spasticiteit

Een stoornis in de motoriek

Waarbij er een snelheids-afhankelijke toename is van de rekreflex

Onderdeel van een bovenste motorneuron syndroom

Gevolg van supraspinale disinhibitie

31
New cards

selectieve controle

Onvermogen om spieren gecontroleerd, onafhankelijk van elkaar aan te sturen

Flexie synergie: alle flexoren actief

Extensie synergie: alle extensoren actief

32
New cards

zwakte

parese

spieratrofie

33
New cards

parese

Onvolledige verlamming van spieren

Gevolg van neurologische storingen in de bovenste of onderste motorische neuronen

34
New cards

spieratrofie

Afname van de spiermassa

Door spier- of zenuw-aandoening, gebrek aan beweging, rolstoelgebruik of immobiliteit

35
New cards

spiercontractuur

Verkorting van spier of peer ⟶ leidt tot verminderde range of motion

Gevolg van onvoldoende beweging (en dus onvoldoende rek op de spier

Secundair aan spasticiteit?

Pathofysiologie kan verschillen —>

  • Minder sarcomeren in serie, Stijvere vezels

  • Stijver bindweefsel

  • Kortere peeslengte

  • Stijver peesweefsel


36
New cards

skeletale deformiteiten

Rotatie afwijkingen

  • Dijbeen: femorale anteversie —> Inwaarts draaien van de kop van het femur —> Zorg voor naar binnen draaien van de voet

  • Scheenbeen: tibia torsie —> Naar binnen of buiten gedraaide tibia —> Gemeten a.h.v. dij-voet ho


37
New cards

hele indirecte relatie

wat voor soort relatie is er tussen kracht en EMG (er is altijd een tussenfactor tussen de twee)

38
New cards
  1. elektrode locatie t.o.v motor eindplaat en vezelrichting

  2. afstand van elektrode t.o.v actieve motor units (belangrijkst)

  3. inter-elektrodenafstand

  4. huid impedantie —> weerstand van de huid

  5. overspraak —> komt het signaal van de juiste spier


EMG hangt af van

39
New cards

activatie dynamica

contractie dynamica

EMG amplitude en kracht worden beinvloed door

40
New cards

EMG

Semi-kwantitatief

Kan activiteit van individuele oppervlakkige spieren zichtbaar maken

Kan onderscheid maken tussen actieve en passieve krachten

Gevoelig voor ruis, artefacten en overspraak

41
New cards

inverse dynamica

Kwantitatief

Kan alleen netto effect van alle spieren (en andere structuren rondom het gewricht)

zichtbaar maken

Kan geen onderscheid maken tussen actieve en passieve krachten

Gevoelig voor ruis en fouten in kinematische en kinetische data

42
New cards

2D

3 vrijheidsgraden (DoF)

1 rotatie

2 markers nodig

43
New cards

3D

6 vrijheidsgraden (DoF)

3 rotaties

3 markers nodig

44
New cards

vrijheidsgraden

aantal dimensies/richtingen waarin een gewricht kan bewegen

45
New cards

vast gewricht

0 vrijheidsgraden

46
New cards

scharnier gewricht

1 vrijheidsgraad

47
New cards

kogel gewricht

3 vrijheidsgraden en 3 rotaties

48
New cards

vrij gewricht

6 vrijheidsgraden, 3 rotaties en 2 translaties (niet in de mens)

49
New cards

anatomische markers

Markers geplaatst op de botpunten en op specifiek bepaalde punten

eenvoudig, minder nauwkeurig

50
New cards

cluster markers

3 (of meer) willekeurige markers per segment

Zichtbaarheid markers beter

Meer vrijheidsgraden

Tijdsintensiever

51
New cards

conventional gait model (plug-in-gait)

Meest gebruikt wereldwijd voor klinische gangbeeldanalyse (GBA)

ā—Heup gemodelleerd als bol (3DOF)

ā—Knie gemodelleerd als bol (3DOF)

ā—Enkel gemodelleerd als bol (3DOF)

ā—Markers op gewrichtscentra en op stokjes op laterale zijde onder en bovenbeen

ā—Voet vereenvoudigd tot lijn segmen

52
New cards

human body model (HBM, GRAIL)

ā—Heup gemodelleerd als bol (3DOF)

ā—Knie gemodelleerd als scharnier (1DOF)

ā—Enkel gemodelleerd als twee scharnieren (2DOF)

ā—Mogelijkheid voor real-time analyse

ā—Mogelijkheid voor real-time schatten spieractiviteit

53
New cards

CAST model / calibrated anatomical system technique

ā—Veel gebruikt in wetenschappelijk onderzoek en biomechanica

ā—Clusters van minimaal 3 markers op segment

ā—Vooral bepalen van de positie van anatomische landmarks tov clusters

ā—Per gewricht 6 DOF (geen constraints) (3 rotaties + 3 translaties)

54
New cards

sneller (v)

sterker (F)

effect van meer vermogen (power)

55
New cards

geen kniestrekking in terminal swing

contractuur of spasticiteit van hamstrings

contractuur of spasticiteit van gastrocnemius

flexiesynergie

niet genoeg energie in zwaai

  • zwakte heupflexoren

  • zwakke afzet/kuitspieren


56
New cards

afgenomen heupextensie in terminal swing

contractuur of sapsticiteit in rectus femoris

spiercontractuur heupflexoren

gewrichtscontractuur

compensatie —> pelvic retractie

57
New cards

toegenome knieflexie in standfase

zwakte kuitspieren (soleus, gastrocnemius)

contractuur hamstrings

gastrocnemius spasticiteit

extensiesynergie

58
New cards

toegenomen enkel plantairflexie in zwaai

zwakte tibialis anterior

contractuur gastrocnemius/soleus

spasticiteit gastrocnemius/soleus

extensie synergie in terminal swing

59
New cards

toegenomen enkel plantairflexie in standfase

gastrocnemius spasticiteit

soleus spasticiteit

extensie synergie

vaulting als compensatie

60
New cards

toegenomen enkel dorsaalflexie in standfase

zwakte kuitspieren

synergetische aansturing

te lange achillespees

gevolg van knie flexie contractuur

61
New cards

toegenomen endorotatie in de heup

botdeformiteit femorale anteversie

spasticiteit endorotatoren of contractuur endorotatoren

zwakte exorotatoren

62
New cards

afgenomen knieflexie initial swing

spasticiteit rectus femoris

zwakte heup extensoren

zwakte kuitspieren

63
New cards

gaan thermodynamica

1e wet van thermodynamica:

  • Verandering interne energie = mechanische arbeid (W) + warmte (Q)

in mensen: energie ā€˜verbranding’ eten = mechanische arbeid (bewegen) + warmte (zweet)


64
New cards

economie

De hoeveelheid metabole energie die je per afgelegde afstand verbruikt tijdens het lopen (J/kg/m)

65
New cards

12 maanden en met hersen ontwikkeling

welke leeftijd beginnen mensen te lopen en wat zet zorgt ervoor dat we überhaupt aupt in staat zijn om te lopen

66
New cards

herstel van mechanische energie

ā— There is an optimal speed (around 4-5 km/h)

ā— Here we recover the majority of energy by the pendulum mechanism (70-75%)

67
New cards

afwijkingen looppatroon cerebrale parese (CP)

Verkorte kuitspieren ⟶ lopen op de teen + gebogen knie

  • Gastrocnemius

Anteflexie van heup

zwakke tibialis anterior