1/66
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Primaire consequenties CVA
Eenzijdig parese - contralateraal aan laesie
spasticieit/ spastitische parese
ā Een laesie aan de bovenste motorneuronen
ā Verstoort supraspinale inhibitie van reflexen
ā ā¶ netto disinhibitie van spinale reflexen
ā ā¶ overmatige rekreflexen
ā Verlies aan kracht
ā Verlies aan balans
Secundaire consequenties CVA
Contracturen
Non-use (aangeleerd - secundair / compensatie)
Deformiteiten
primaire onderliggende stoornis CP
Spasticiteit
Verstoorde aansturing
secundair onderliggende stoornis CP spieren
Zwakte
Verkorting
Stijfheid
secundair onderliggende stoornis CP botten
deformiteiten
gewrichtsbeperkingen
tertiar onderliggende stoornis CP
compensatie
balansproblemen
primaire stoornis
direct gevolg van de stoornis
secundair stoornis
indirect gevolg / reactie op de primaire stoornis
tertiar stoornis
langetermijns gevolgen op sociaal / maatschappelijk / relationeel vlak
consequenties polio
Virus infecteert de lagere motorneuronen: Alpha en gamma motoneuronen.
Herstel door de ontwikkeling van āgiant motor unitsā: her-innerveren van spiervezels
door overgebleven motorneuronen
post-polio syndroom (PPS)
Post polio progressive muscular atrophy
20-30% van de patiƫnten met tekenen van paralyse
Spierzwakte
Pijn in spieren en gewrichten
Vermoeidheid
Ademhalingsproblemen
ā¶ oorzaak āgiant motor unit burn outā
consequenties polio en PSS op het lopen
Spierzwakte
Contracturen
Pijn
Verlies van balans
Vermoeidheid
Compensatoir looppatroon ā> Kan leiden tot deformiteiten
consequenties artrose
pijn
verminderde gewrichtsfunctie
artofie en peesinfecties
Inverted pendulum model
het model van het gaan. Waarbij het standbeen een ⦠⦠is, met de CoM dat rondom de voet zwaait en het zwaaibeen een ⦠is waarbij de voet om de CoM zwaait. Met een klein beetje initial energy kan deze ⦠ver komen.
spatiotemporele parameters
staplengte
staptijd
cadans (stappen/min)
snelheid ā> staplengte / staptijd
temporele parameters
basiseenheid ā> schredetijd (cadans)
Een schrede duurt van voetcontact van de ene voet tot het volgende voetcontact van dezelfde voet.
Vaak zie je dat die genormaliseerd is in de tijd (van 0-100%), zo kan je de ene schrede
vergelijken met de andere schrede.

opvangen van gewicht
initial contact
loading response
een ledemaat support
mid stance
terminal stance
pre swing
voortgang van ledematen
initial swing
mid swing
terminal swing
meten spatiotemporele parameters
stopwatch
voetdruksensoren / krachtenplatform
accelerometers/inertial measurement units (IMUs)
referentiewaarde comfortabele loopsnelheid
man: 1.3-1.6 m/s of 4.7-5.7 km/u
vrouw: 1.2-1.5 m/s of 4.3-5.4 km/u
referentiewaarde candans
man: 110 - 115
vrouw: 115 - 120
referentiewaarde schredelengte
man: 1.4-1.6
vrouw: 1.3-1.5
intern moment
geleverd door de spieren IN het lichaam, tegen overgesteld van externe moment
externe moment
moment van de grondreactiekracht
isometrisch = 0, concentrisch > 0, excentrisch <0
power
neurale stoornissen
spasticiteit
selectieve controle
zwakte (parese)
skeletaal stoornissen
botdeformiteiten
gewrichtscontractuur
musculaire stoornissen
zwakte (atrofie)
spiercontractuur
spasticiteit
Een stoornis in de motoriek
Waarbij er een snelheids-afhankelijke toename is van de rekreflex
Onderdeel van een bovenste motorneuron syndroom
Gevolg van supraspinale disinhibitie
selectieve controle
Onvermogen om spieren gecontroleerd, onafhankelijk van elkaar aan te sturen
Flexie synergie: alle flexoren actief
Extensie synergie: alle extensoren actief
zwakte
parese
spieratrofie
parese
Onvolledige verlamming van spieren
Gevolg van neurologische storingen in de bovenste of onderste motorische neuronen
spieratrofie
Afname van de spiermassa
Door spier- of zenuw-aandoening, gebrek aan beweging, rolstoelgebruik of immobiliteit
spiercontractuur
Verkorting van spier of peer ā¶ leidt tot verminderde range of motion
Gevolg van onvoldoende beweging (en dus onvoldoende rek op de spier
Secundair aan spasticiteit?
Pathofysiologie kan verschillen ā>
Minder sarcomeren in serie, Stijvere vezels
Stijver bindweefsel
Kortere peeslengte
Stijver peesweefsel
skeletale deformiteiten
Rotatie afwijkingen
Dijbeen: femorale anteversie ā> Inwaarts draaien van de kop van het femur ā> Zorg voor naar binnen draaien van de voet
Scheenbeen: tibia torsie ā> Naar binnen of buiten gedraaide tibia ā> Gemeten a.h.v. dij-voet ho
hele indirecte relatie
wat voor soort relatie is er tussen kracht en EMG (er is altijd een tussenfactor tussen de twee)
elektrode locatie t.o.v motor eindplaat en vezelrichting
afstand van elektrode t.o.v actieve motor units (belangrijkst)
inter-elektrodenafstand
huid impedantie ā> weerstand van de huid
overspraak ā> komt het signaal van de juiste spier
EMG hangt af van
activatie dynamica
contractie dynamica
EMG amplitude en kracht worden beinvloed door
EMG
Semi-kwantitatief
Kan activiteit van individuele oppervlakkige spieren zichtbaar maken
Kan onderscheid maken tussen actieve en passieve krachten
Gevoelig voor ruis, artefacten en overspraak
inverse dynamica
Kwantitatief
Kan alleen netto effect van alle spieren (en andere structuren rondom het gewricht)
zichtbaar maken
Kan geen onderscheid maken tussen actieve en passieve krachten
Gevoelig voor ruis en fouten in kinematische en kinetische data
2D
3 vrijheidsgraden (DoF)
1 rotatie
2 markers nodig
3D
6 vrijheidsgraden (DoF)
3 rotaties
3 markers nodig
vrijheidsgraden
aantal dimensies/richtingen waarin een gewricht kan bewegen
vast gewricht
0 vrijheidsgraden
scharnier gewricht
1 vrijheidsgraad
kogel gewricht
3 vrijheidsgraden en 3 rotaties
vrij gewricht
6 vrijheidsgraden, 3 rotaties en 2 translaties (niet in de mens)
anatomische markers
Markers geplaatst op de botpunten en op specifiek bepaalde punten
eenvoudig, minder nauwkeurig
cluster markers
3 (of meer) willekeurige markers per segment
Zichtbaarheid markers beter
Meer vrijheidsgraden
Tijdsintensiever
conventional gait model (plug-in-gait)
Meest gebruikt wereldwijd voor klinische gangbeeldanalyse (GBA)
āHeup gemodelleerd als bol (3DOF)
āKnie gemodelleerd als bol (3DOF)
āEnkel gemodelleerd als bol (3DOF)
āMarkers op gewrichtscentra en op stokjes op laterale zijde onder en bovenbeen
āVoet vereenvoudigd tot lijn segmen
human body model (HBM, GRAIL)
āHeup gemodelleerd als bol (3DOF)
āKnie gemodelleerd als scharnier (1DOF)
āEnkel gemodelleerd als twee scharnieren (2DOF)
āMogelijkheid voor real-time analyse
āMogelijkheid voor real-time schatten spieractiviteit
CAST model / calibrated anatomical system technique
āVeel gebruikt in wetenschappelijk onderzoek en biomechanica
āClusters van minimaal 3 markers op segment
āVooral bepalen van de positie van anatomische landmarks tov clusters
āPer gewricht 6 DOF (geen constraints) (3 rotaties + 3 translaties)
sneller (v)
sterker (F)
effect van meer vermogen (power)
geen kniestrekking in terminal swing
contractuur of spasticiteit van hamstrings
contractuur of spasticiteit van gastrocnemius
flexiesynergie
niet genoeg energie in zwaai
zwakte heupflexoren
zwakke afzet/kuitspieren
afgenomen heupextensie in terminal swing
contractuur of sapsticiteit in rectus femoris
spiercontractuur heupflexoren
gewrichtscontractuur
compensatie ā> pelvic retractie
toegenome knieflexie in standfase
zwakte kuitspieren (soleus, gastrocnemius)
contractuur hamstrings
gastrocnemius spasticiteit
extensiesynergie
toegenomen enkel plantairflexie in zwaai
zwakte tibialis anterior
contractuur gastrocnemius/soleus
spasticiteit gastrocnemius/soleus
extensie synergie in terminal swing
toegenomen enkel plantairflexie in standfase
gastrocnemius spasticiteit
soleus spasticiteit
extensie synergie
vaulting als compensatie
toegenomen enkel dorsaalflexie in standfase
zwakte kuitspieren
synergetische aansturing
te lange achillespees
gevolg van knie flexie contractuur
toegenomen endorotatie in de heup
botdeformiteit femorale anteversie
spasticiteit endorotatoren of contractuur endorotatoren
zwakte exorotatoren
afgenomen knieflexie initial swing
spasticiteit rectus femoris
zwakte heup extensoren
zwakte kuitspieren
gaan thermodynamica
1e wet van thermodynamica:
Verandering interne energie = mechanische arbeid (W) + warmte (Q)
in mensen: energie āverbrandingā eten = mechanische arbeid (bewegen) + warmte (zweet)
economie
De hoeveelheid metabole energie die je per afgelegde afstand verbruikt tijdens het lopen (J/kg/m)
12 maanden en met hersen ontwikkeling
welke leeftijd beginnen mensen te lopen en wat zet zorgt ervoor dat we überhaupt aupt in staat zijn om te lopen
herstel van mechanische energie
ā There is an optimal speed (around 4-5 km/h)
ā Here we recover the majority of energy by the pendulum mechanism (70-75%)
afwijkingen looppatroon cerebrale parese (CP)
Verkorte kuitspieren ā¶ lopen op de teen + gebogen knie
Gastrocnemius
Anteflexie van heup
zwakke tibialis anterior