2.2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/55

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

wc2/wc3/opdr

Last updated 6:45 PM on 6/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

56 Terms

1
New cards

atriumfib en atriumflutter

afib

  • elektrische activiteit ontstaat hierbij uit meerdere plekken in boezems

    • vooral rond inmonding van longvenen

    • hierdoor ontstaat een chaotisch en ongecoordineerd elek patroon → onregelmatig HR

  • HR bij afib gaat ong met 150 slagen per min

atriumflutter

  • elek signaal loopt in een snelle cirkel rond in boezem → meestal rond tricuspidalisannulus

    • zorgt voor freq van 300 slagen per min

  • AV knoop kan dit niet allemaal doorgeleiden, dus vaak wordt maar elke 2e slag doorgelaten → hartslag van ong 150

2
New cards

oorzaak dyspnoe en orthopnoe bij boezemfibrilleren

  • bij afib stijgt de druk in LA → omdat bloed minder goed naar LV stroomt

  • die verhoogde druk → hogere hydrostatische druk in longcap → vochtophoping in interstitium v longweefsel (longoedeem)

  • dit prikkelt weer de pulmonale C vezels → pt wordt kortademig/dyspnoe

  • orthopnoe ontstaat doordat vocht zich bij liggen gelijkmatig over de longvelden verspreid, wat ademhaling bemoeilijkt

3
New cards

behandelen van afib met dyspnoe - 3

  • ritme verlagende med → rate control = metoprolol (betablokker)

    • amiodaron → rythm control (herstelt sinusritme + behouden)

  • antistolling → om beroerte te voorkomen

  • en diuretica

4
New cards

rate control medicatie

  • betablokkers → alles wat eindigt op -lol

  • Ca antagonisten → 2 varianten:

    • dihydropyridines → werken vnl vaatverwijdend op perifere art (weinig effect op hartgeleidingssysteem), bv amlodipine en nefedipine

    • niet-dihydropyridines → werken vooral op het hart, vertragen HR en verminderen de contractiliteit, bv verapamil en diltiazem

  • digoxine → smalle therapeutische breedte

5
New cards

rhythm control medicatie

  • 6

  • anti-aritmica → flecainide, sotalol of amiodaron, atropine, adenosine, isoprenaline

  • katheterablatie → longveneisolatie

6
New cards

Chadsva score en antistolling

  • 7 dingen

  • de indicatie voor antistolling bij afib wordt bepaald met de Chadsva score

  1. Chronic heart failure → 1 pt

  2. Hypertension → 1 pt

  3. Age 75 of + → 2 pt

  4. Diabetes mel → 1 pt

  5. Stroke/Tia/thrombo embolie → 2 pt

  6. Vascular disease → 1 pt

  7. Age 64-74 → 1 pt

  • bij score van 2 of meer is antistolling geindiceerd → tenminste 3w antistolling geven voordat rate control med wordt gestart (anders kunnen stolsels loslaten)

7
New cards

ablatie

  • is een katheterbehandeling

  • via lies wordt een dun slangetje naar het hart gebracht

  • om de oorzaak van afib weg te branden of te bevriezen

8
New cards

wanneer is een pacemaker geindiceerd - 2

  • bij spontaan gedocumenteerde symp asystolische pauzes van meer dan 2 sec en/of:

  • asymptomatische pauzes als deze langer duren dan 6 sec en veroorzaakt worden door sinusarrest of een AV blok

9
New cards

soorten pacemakers → 3 letter code geeft info over:

  • 1e letter

  • 2e letter

  • 3e letter

  • O, A, D, I, T

  • 1e letter → in welke hartkamers de pm kan stimuleren (pace)

  • 2e letter → waar de pm het eigen ritme kan waarnemen (sensing)

  • 3e letter → hoe de pm reageert op waargenomen ritme (response)

letters die ze gebruiken:

  • O = geen

  • A = atrium en V = ventrikel

  • D = duaal, A + V

  • I = inhibited → pace wordt geremd bij eigen activiteit

  • T = triggerend → pace wordt geactiveerd bij sensing

<ul><li><p>1e letter → in welke hartkamers de pm kan stimuleren (pace)</p></li><li><p>2e letter → waar de pm het eigen ritme kan waarnemen (sensing) </p></li><li><p>3e letter → hoe de pm reageert op waargenomen ritme (response)</p></li></ul><p>letters die ze gebruiken:</p><ul><li><p>O = geen</p></li><li><p>A = atrium en V = ventrikel</p></li><li><p>D = duaal, A + V</p></li><li><p>I = inhibited → pace wordt geremd bij eigen activiteit</p></li><li><p>T = triggerend → pace wordt geactiveerd bij sensing </p></li></ul><p></p>
10
New cards

VVI en DDD pacemaker

  • VVI → pace’t in de V, voelt daar ritme en remt de pacestimulatie als er een eigen adequaat ritme is

  • DDD → voelt in A of er een eigen sinusactiviteit is:

    • als die er is → doet pm niks

    • als impuls niet binnen een bepaalde tijd in V aankomt → geeft hij alsnog pacestoot in V

    • deze kan dus voor afib, maar stel iemand heeft permanent afib → VVI

11
New cards

wat voor soort pacemaker doe je bij hartfalen

  • CRT → om beide V’s synchroon te stimuleren

  • je hebt ook nieuwe methode hiervoor = CSP om te voorkomen dat je pacing-geinduceerd hartfalen voorkomt

12
New cards

ECG bij een DDD pm

  • als er voldoende eigen sinusact is en AV geleiding goed functioneert → normaal sinusritme

  • als sinusknoop onv functioneert maar AV geleiding nog intact → pacemaker pieken net voor P toppen = wijst op A stimulatie

  • als AV geleiding tekortschier terwijl de SA knoop nog goed werkt → pm pieken net voor QRS complexen = passend bij V stimulatie

13
New cards

verloop pacemaker en draadjes

  • 2 pm draadjes onderhuids ingebracht in bloedvat:

    • v cephalica → vaak toegankelijk via een kleine snede

    • v subclavia → direct

  • via deze ader lopen ze verder door naar v brachiocephalica → vcs → hart

  • boezemdraad geplaatst in rechter hartoor (R aurikel) → deze draad wijst meestal iets omhoog

  • kamerdraad wordt verder opgevoerd en geplaatst in apex van RV

14
New cards

harttoon S1

  • normaal

  • ontstaat door sluiten AV kleppen = mitralis + tricuspidalis

  • aan het begin van de systole

  • deze sluiting voorkomt terugstroming van bloed naar A wanneer V contraheren

15
New cards

harttoon S2

  • normaal

  • ontstaat door sluiting van semilunaire kleppen = aorta en pulmonalis

  • aan einde van systole

  • hierdoor wordt terugvloei vanuit aorta en a pulmonalis naar V verhinderd

  • S1-S2 maken samen lub dub geluid

16
New cards

harttoon S3

  • wordt kort na S2 gehoord

  • ontstaat door snelle V vulling

  • bij jonge gezonde personen kan dit fysiologisch zijn, omdat hun V zeer compliant zijn en zich snel vullen → dan hoor je de chordae tendineae plingen als een gitaarsnaar

  • bij ouderen → hartfalen, waarbij een stijve of gedecompenseerde V abrupt haar rekgrens bereikt tijdens vulling

17
New cards

harttoon S4

  • treedt juist vlak voor S1 op

  • altijd pathologisch

  • deze ontstaat wanneer een atrium bloed in een stijve hypertrofische V probeert te persen

  • daardoor ontstaat turbulente flow tijdens de atriale contractie

  • dus dit hoor je bij V hypertrofie of verminderde V compliantie

18
New cards

waar kan je de kleppen horen

  • wat is Erb’s point

  • pulmonalis → 2e IC links

  • aorta → 2e IC rechts

  • tricus → 5e links parasternaal

  • mitralis → apex, 5e IC medioclaviculaire lijn

  • Erb → in 3e IC links parasternaal

    • S1-S4 best hoorbaar

19
New cards

SCRIPT om hartgeruis systematisch te beschrijven

  • Site → waar is geruis het luidst

  • Character → blazend

  • Radiation → straalt het uit naar hals / axilla

  • Intensity → hoe luid is het

  • Pitch → hoog- of laagfrequent

  • Timing → systolisch of diastolisch

  • + graad van 1-6 → hoorbaar zonder direct contact

20
New cards

hypertrofie vs dilatatie bij kleplijden → insuff vs stenose

  • insufficientie → bloed stroom terug in V → volumebelasting → LV dilatatie

    • mitralisinsuff → LA dilatatie

    • aorta

  • stenose → V of A moet harder werken tegen vernauwde klep → hypertrofie

    • mitralisstenose → LA hypertrofie

    • aortasentose → LV hypertrofie

21
New cards

mitralisstenose

  • = vernauwing van mitralisklep die bloedstroom van LA naar LV belemmert

  • belangrijkste oorzaken → reuma hartlijden en infectieuze endocarditis

  • typische geruis → laagfrequent, mid diastolisch rommelend geruis

    • veroorzaakt door een trage turbulente flow door de vernauwde klep

  • S1 is vaak versterkt vanwege de stijve klepbladen

  • gaat gepaard met tapping apex beat, malar flush en frequent atrium fib

    • afib onstaat doordat het LA onder verhoogde druk staat en elektrisch instabiel wordt

22
New cards

mitralisregurgitatie = mitralisinsuff

  • mitralisklep sluit onvoldoende

  • hierdoor stroomt er tijdens systole bloed terug naar LA

  • hierdoor ontstaat er een hoogfreq pansystolisch geruis dat gedurende de volledige systole hoorbaar blijft

  • geruis straalt typisch uit naar linker axilla

  • vaak geasso met congestief hartfalen door verminderde effectieve ejectiefractie en volumebelasting van hart

  • oorzaken → degeneratieve verzwakking van klep, ischemische hartlijden, endocarditis, reumatisch hartlijden en bw ziekten zoals sd Marlan of Ehlers Danlos

23
New cards

aortastenose

  • vernauwing van aortaklep → komt vaak voor

  • tijdens systole moet bloed met hoge snelheid door de vernauwde opening worden geperst

  • wat leidt tot sys ejectiegeruis met crescendo-decrescendo karakter

  • geruis straalt typisch uit naar carotiden

  • daarnaast worden een langzaam stijgende pols (slow rising pulse) en een nauwe polsdruk

  • klinisch → inspanningssyncope, dyspneu of angina pectoris

    • doordat de cerebrale en systemische perfusie beperkt raakt

  • oorzaak → leeftijdsgebonden calcificatie van aortaklep

24
New cards

aortaregurgitatie

  • ontstaat wanneer aortaklep onvoldoende sluit → waardoor bloed tijdens diastole terugvloeit naar de LV

  • zacht, vroeg-diastolisch geruis dat vaak moeilijk hoorbaar is

  • typisch teken → Corrigan pols of collapsing pulse = snelle stijging en daling van pols door de combi van krachtige ejectie en onmiddelijke terugvloei van bloed

  • kan uiteindelijk leiden tot hartfalen

  • er kan ook een Austin Flint geruis optreden → veroorzaakt door trillingen van de mitralisklep door de terugstromende aortaflow

  • de aandoening wordt meestal veroorzaakt door degeneratiebe klepzwakte

25
New cards
<p>casus:</p><ul><li><p>70 jaar </p></li><li><p>alarm symp → benauwd, orthopnoe, nycturie en verminderde inspanningsmogelijkheid </p></li><li><p>LO → pols van 80/min, bp 170/70 </p></li><li><p>luisteren → normale harttonen, holosystolische (tijdens gehele systole horen) souffle aan apex en mild bibasaal crepiteren </p></li></ul><p></p>

casus:

  • 70 jaar

  • alarm symp → benauwd, orthopnoe, nycturie en verminderde inspanningsmogelijkheid

  • LO → pols van 80/min, bp 170/70

  • luisteren → normale harttonen, holosystolische (tijdens gehele systole horen) souffle aan apex en mild bibasaal crepiteren

  • ecg interpretatie

    • sinusritme

    • freq normaal 96 min

    • geleidingstijden normaal

    • as normaal

    • P top morfologie afwijkend → past bij LA dilatatie/overbelasting

      • M vorm in afl II

      • diepe en brede neg component in V1 = P mitrale → dilatatie

  • als er een systole is met een souffle → mitralisklep die onv sluits = insuff

  • P mitrale + systole souffle = MI insuff

  • als het stenose was → diastolische souffle

26
New cards

echo nemen bij mitralis insuff → doppleteffect

  • in systole zie je normaal geen kleuren verschijnen

  • in dit geval is een groene wolk te zien → turbulente flow (bevestigd diagnose)

  • dmv apicale opname kan je oorzaak van lekken verklaren

    • bv dat rechterklepblad doorslaat = prolaps → door beschadiging van de chordae tendinae van de klep

    • klepperforatie bij endocarditis

    • prolaps door chordaruptuur

    • restrictie door doorgemaakt myocard infarct

    • annulus dilatatie door afib

27
New cards

behandelen van mitralis insuff

  • acuut → lisdiureticum zoals furosemide → klachten verlichten om volume kwijt te spelen

    • ook om slaap te verbeteren → door overdag meer vocht te verliezen zullen pt ‘s nachts minder plassen

  • invasief

    • chirurgisch nieuwe ring en neochordae plaatsen

    • percutaan → TIER behandeling waarbij een clip wordt geplaatst op de plek van lek in klep

28
New cards
<p>casus: </p><ul><li><p>82 j</p></li><li><p>last van duizeligheid, afwisselende druk op de borst bij inspanning en soms collaps neigingen </p></li><li><p>LO → bp 152/73 mmHg, pols 56 min, sys ejectiesouffle 2e IC rechts, S1 normaal en S2 niet hoorbaar </p></li></ul><p></p>

casus:

  • 82 j

  • last van duizeligheid, afwisselende druk op de borst bij inspanning en soms collaps neigingen

  • LO → bp 152/73 mmHg, pols 56 min, sys ejectiesouffle 2e IC rechts, S1 normaal en S2 niet hoorbaar

  • ECG

    • QRS en ST morfologie valt een beeld op dat passend is bij LV hypertrofie met strain

    • hoge P toppen in V5 en V6 met lichte downsloping ST depressie

  • sys souffle te horen dus → aortaklep hoort open te zijn, maar niet helemaal → turbulentie

  • onv openen aortaklep + minder CO → duizeligheid en collapsneiging

29
New cards

piekgradient = piekdrukverschil met echo meten

  • echo zegt dat het 66 mmHg is

  • sys bp was 150 dus → LV moet 216 mmHg druk produceren → erge hypertrofie

30
New cards

behandeling aortaklepstenose

  • zodra hartfunctionaliteit verloren gaat → LVEF < 50%

  • onder 75j chirurgisch → klep eruit gesneden en nieuwe klep

  • percutaan voor boven 75j → eigen klep opzij en nieuwe klep via de lies = TAVI (transcatheter aortic valve implantation)

31
New cards

behandeling van PVC’s

  • uitlokkende factoren vermijden → alcohol, cafeine, stress, drugs, bep med

  • med → betablokkers = metroprolol/propranolol en Ca antag = verapamil

  • catheterablatie alleen effectief bij PVC die monomorf zijn → want dat betekent dat ze steeds uit dezelfde plek ontstaan

    • vaak is oorsrpong RV outflow track

32
New cards

behandeling ventriculaire tachycardie

  • instabiel → acute nood en meteen elektrisch cardioversie toepassen

  • stabiel → eerst vaststellen dus dan valsalva doen of adenosine toedienen

    • als rimte hierdoor stopt → wss supraventriculaire tachycardie zoals AVNRT

    • nog ritme → anti-aritmica geven en evt ICD

33
New cards

diastole - 5

  • = vulling

  • ontspannen V

  • druk in V < A → mitralis en tricus (AV kleppen) openen

  • bloed van A → V

  • einde van deze fase trekken A samen → atriale kick (extra bloed in V gepompt)

34
New cards

isovolumetrische contractiefase - 4

  • wnr de V beginnen samen te trekken = systole → stijgt de druk snel

  • zodra V druk > A → sluiten AV kleppen

  • alle kleppen zijn dan dicht nu en volume verandert niet → maar druk stijgt wel

  • dit is die isocol contractie

35
New cards

ejectiefase - 4

  • wanneer druk in LV > aorta → aortaklep opent

  • in rechterharthelft opent tegelijk pumonalisklep

  • bloed wordt uit hart gepompt = ejectie/systole

  • volume in V neemt wel af nu

36
New cards

isovolumeteische relaxatiefase - 5

  • na ejectie ontspannen de V

  • zodra druk in V < grote art → sluiten de semilunaire kleppen (aorta en pulmo)

  • nu zijn weer alle kleppen dicht en verandert het volume niet

  • maar druk daalt snel → isovol relaxtie

  • en zodra V druk < A druk → AV kleppen weer open

37
New cards

preload - 4

  • mate waarin hartspiervezels worden uitgerekt aan einde van diastole

  • hangt samen met hvl bloed er terugkeert naar hart = veneuze retour

  • wet van Frank-Starling → grotere vulling = krachtigere contractie = groter SV

  • preload neemt dus toe bij → inspanning, verhoogd bloedvolume, zwangerschap, vochtretentie

38
New cards

afterload - 4

  • weerstand waartegen het hart bloed met uitpompen

  • voor LV wordt dit grotendeels bepaald door bp in aorta

  • bij verhoogde afterload zoals bij hypertensie → hart moet harder werken → SV neemt af, want moeilijker om bloed uit te stoten

  • langdurige hoge afterload → LV hypertrofie → hartfalen

39
New cards

contractiliteit en compliantie

  • contractiliteit = de intrinsieke kracht waarmee myocard samentrekt

    • dus als dit minder is zoals bij hartfalen → pompt het hart minder effectief

  • compliantie → hoe goed de V’s zich kunnen vullen

    • stijve V heeft lage C en vult minder goed → bv door hypertrofie of fibrose

40
New cards

AV blokken

  • 1e graads → vaak asymp

    • PR interval > 200 ms

    • alle P golven hebben QRS

  • 2e graads

    • Mobitz I = Wenckebach → prog verlenging van Pr totdat QRS uitvalt

    • Mobitz II → plots uitvallen QRS zonder voorafgaande verlenging PR (erger)

  • 3e graads → volledige blok tussen A en V

    • P golven en Qrs onafh van elkaar

    • ernstige trage HR

    • risico op collaps en plotse dood

  • behandelen met atropine, tijdelijk pacing, permanente pm

41
New cards

bundeltakblokken

  • RBTB

    • brede QRS

    • RSR patroon in V1-V2 → is M patroon / konijnenoortjes

  • LBTB

    • breed QRS

    • brede os gespleten R toppen in I, aVL, V5-V6 → ijshoorntje

    • dit kan wijzen op onderliggende hartziekte

42
New cards

casus:

  • 24j man, wielrenner en ineens onwel en gevallen

  • zag zwart voor zn ogen, voelde zich slap in de benen en kon tempo niet meer aan

  • krijg dit vaker maar nog nooit bij inspanning gehad

  • daarna moet hij elke keer veel urineren

  • past bij kortdurende syncope bij cardiale basis

  • combi van plots collaps tijdens inspanning + snelle spontane recuperatie + postictale polyurie → tachycardie

  • forse diures komt door de verhoogde A druk tijdens ritmestoornis → ANF vrij

  • door jonge leeftijd kan dit beide (supra)ventriculair tachycardie

  • SVT is meest wss door → ontbreken structurele hartziekte + snelle herstel + jong

43
New cards

QRS complexen anders noteren -

  • kleine letter

  • QRS volledig negatief

  • R

  • RsR

  • RSR

  • kleine letter = als bepaalde uitlsagen heel klein zijn tov gehele QRS

  • QRS volledig neg = QS complex → infarct bv (minstens in 2 afl te zien)

  • R = uitsluitend positief

  • RsR = positief met klein - deukje

  • RSR = + complex waarbij - deel onder iso elek lijn uitkomt

<ul><li><p>kleine letter = als bepaalde uitlsagen heel klein zijn tov gehele QRS</p></li><li><p>QRS volledig neg = QS complex → infarct bv (minstens in 2 afl te zien) </p></li><li><p>R = uitsluitend positief</p></li><li><p>RsR = positief met klein - deukje</p></li><li><p>RSR = + complex waarbij - deel onder iso elek lijn uitkomt</p></li></ul><p></p>
44
New cards

afib en atriumflutter op ECG

  • afib

    • onregelmatige basislijn, lijn met kleine golfjes

    • geen P top te zien

  • flutter

    • sneller dan normaal → 240-340 slagen/min

    • zichtbaar door veel snelle regelmatige golven met dezelfde vormen tussen QRS en T top

45
New cards

hartas

  • combineer altijd I en aVF om richting te bepalen

<ul><li><p>combineer altijd I en aVF om richting te bepalen </p></li></ul><p></p>
46
New cards

P top afwijkingen

  • = een prikkelgolf van LA en RA

  • je bekijkt ze in II en V1

    • in V1 is het bifasisch = eerst +, dan -

    • II ligt in verlengde van SA knoop

  • afwijkende richting P top = elek acti niet uit SA, maar ergens anders in A

  • vergroting RA → vergroting 1e deel P top → in II spitse P top

  • vergroting LA → vergroting 2e deel → in II M vormige

  • hyperkaliemie → kleine P top

47
New cards

PQ of PR interval

  • PQ tijd = PR interval

  • begin A act tot begin V act

  • wordt steeds langer als je ouder wordt

  • heel kort → geleiding buiten AV knoop → geen natuurlijke vertraging dan → kleiner interval

    • zie je bij Wolf-Parkinson White sd

48
New cards

ST

  • ST elevatie in alle afl → pericarditis

  • horizontale/aflopende ST depressie → ischemie

  • oplopende ST depressie → relatieve sunendocardiale ischemie + snelle HR

  • ST elevatie + depressie → acuut infract

    • locatie elevatie = leidend voor locatie

49
New cards

U-golf

  • normaal niet zichtbaar

  • wel bij bradycardie of bep med

  • als U golf > T top → hypokaliemie

50
New cards

aortaklep

  • heeft 3 kleppen → non-coronaire cusp, linker + rechter coronaire cusp

  • vanaf zijkant kijken

    • wijste deel = sinus van Valsalva

    • waar aorta getailleerd wordt → sinotubulaire overgang

    • opgaande deel = aorta ascendens

51
New cards

oorzaken aortaklepstenose

  • degeneratie = calcificatie → kalkafzetten aan klepbladen → stijf

  • congenitaal → bicuspide of unicuspide

  • reumatische afwijking

    • op kinderleeftijd acute streptokokken infectie → acuut reuma van klep

    • op latere leeftijd → klep steeds nauwer en stijver

52
New cards

aortaklepstenose effect op rest van lichaam

  • gepaard met hogere afterload op LV en dit geeft:

    • hogere LV druk/wandspanning

    • angina pectoris = pijn op de borst → door moeilijkere doorbloeding van myocard

  • LV direct in contact met LA → dus hogere LV druk → LA druk → hogere druk longvaatbed → longoedeem

  • wnr LV niet meer voldoende druk op kan bouwen om afterload van aortadruk te passeren → lagere sys bloeddruk → minder perfussie nieren en hersenen → nierinsuff + duizeligheid

  • kan ook sypnoe d’effort geven

  • LO → bloeddruk daling bij inspanning + bibasaal crepiteren (bij vorming longoedeem)

53
New cards

mitralisklep anatomie

  • voorste en achterste klepblad

  • chordae + papillairspieren → zodat de kleppen niet terug doorslaan naar A (prolaps)

54
New cards

oorzaken mitralisklepinsufficientie - 5

  • annulusdilatatie bij chron afib → A steeds wijder geworden → annulus ook → klepbladen steeds moeilijker bij elkaar komen

  • prolaps bij chordae ruptuur → touwtje kapot

  • systolische restrictie bij myocardinfarct → harder aan chordae en papi getrokken → mitralisklep wordt dan beetje opengetrokken tijdens systole

  • sys en dia restrictie bij reumatische oorzaak → klepblad wordt erg stijf (vaak hebben ze ook stenose ervan)

  • perforatie bij endocarditis → ontsteking klepbladen vaak → destructie/perf van klepblad

55
New cards

mitralisklepinsufficientie effect op rest van lichaam

  • bloed lekt terug van LV → LA → LA krijgt dilatatie:

    • kan dan afib geven

    • hogere LA druk → hogere druk longvaatbed → longoedeem

    • kortademig ook dan daardoor

  • longoedeem → hogere afterload voor RV → RV dila → meer tricuspidalisklepinsuff → hogere druk in RA

    • RA direct in contact met centraal veneus systeem → hogere CVD dus → perifeer oedeem en soms hepatomegalie

56
New cards

symp en signalen van mitralisklepinsufficientie - 3

  • palpitaties (harklo bij afib) → zie je aan irregulaire en inequale pols

  • dyspnoe, orthopneo, nachtelijk hoesten (door longoedeem) → te zien aan bibasaal crep

  • perifeer oefeem en nycturie (door CVD) → te zien aan pitting oedeem in enkels