1/55
wc2/wc3/opdr
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
atriumfib en atriumflutter
afib
elektrische activiteit ontstaat hierbij uit meerdere plekken in boezems
vooral rond inmonding van longvenen
hierdoor ontstaat een chaotisch en ongecoordineerd elek patroon → onregelmatig HR
HR bij afib gaat ong met 150 slagen per min
atriumflutter
elek signaal loopt in een snelle cirkel rond in boezem → meestal rond tricuspidalisannulus
zorgt voor freq van 300 slagen per min
AV knoop kan dit niet allemaal doorgeleiden, dus vaak wordt maar elke 2e slag doorgelaten → hartslag van ong 150
oorzaak dyspnoe en orthopnoe bij boezemfibrilleren
bij afib stijgt de druk in LA → omdat bloed minder goed naar LV stroomt
die verhoogde druk → hogere hydrostatische druk in longcap → vochtophoping in interstitium v longweefsel (longoedeem)
dit prikkelt weer de pulmonale C vezels → pt wordt kortademig/dyspnoe
orthopnoe ontstaat doordat vocht zich bij liggen gelijkmatig over de longvelden verspreid, wat ademhaling bemoeilijkt
behandelen van afib met dyspnoe - 3
ritme verlagende med → rate control = metoprolol (betablokker)
amiodaron → rythm control (herstelt sinusritme + behouden)
antistolling → om beroerte te voorkomen
en diuretica
rate control medicatie
betablokkers → alles wat eindigt op -lol
Ca antagonisten → 2 varianten:
dihydropyridines → werken vnl vaatverwijdend op perifere art (weinig effect op hartgeleidingssysteem), bv amlodipine en nefedipine
niet-dihydropyridines → werken vooral op het hart, vertragen HR en verminderen de contractiliteit, bv verapamil en diltiazem
digoxine → smalle therapeutische breedte
rhythm control medicatie
6
anti-aritmica → flecainide, sotalol of amiodaron, atropine, adenosine, isoprenaline
katheterablatie → longveneisolatie
Chadsva score en antistolling
7 dingen
de indicatie voor antistolling bij afib wordt bepaald met de Chadsva score
Chronic heart failure → 1 pt
Hypertension → 1 pt
Age 75 of + → 2 pt
Diabetes mel → 1 pt
Stroke/Tia/thrombo embolie → 2 pt
Vascular disease → 1 pt
Age 64-74 → 1 pt
bij score van 2 of meer is antistolling geindiceerd → tenminste 3w antistolling geven voordat rate control med wordt gestart (anders kunnen stolsels loslaten)
ablatie
is een katheterbehandeling
via lies wordt een dun slangetje naar het hart gebracht
om de oorzaak van afib weg te branden of te bevriezen
wanneer is een pacemaker geindiceerd - 2
bij spontaan gedocumenteerde symp asystolische pauzes van meer dan 2 sec en/of:
asymptomatische pauzes als deze langer duren dan 6 sec en veroorzaakt worden door sinusarrest of een AV blok
soorten pacemakers → 3 letter code geeft info over:
1e letter
2e letter
3e letter
O, A, D, I, T
1e letter → in welke hartkamers de pm kan stimuleren (pace)
2e letter → waar de pm het eigen ritme kan waarnemen (sensing)
3e letter → hoe de pm reageert op waargenomen ritme (response)
letters die ze gebruiken:
O = geen
A = atrium en V = ventrikel
D = duaal, A + V
I = inhibited → pace wordt geremd bij eigen activiteit
T = triggerend → pace wordt geactiveerd bij sensing

VVI en DDD pacemaker
VVI → pace’t in de V, voelt daar ritme en remt de pacestimulatie als er een eigen adequaat ritme is
DDD → voelt in A of er een eigen sinusactiviteit is:
als die er is → doet pm niks
als impuls niet binnen een bepaalde tijd in V aankomt → geeft hij alsnog pacestoot in V
deze kan dus voor afib, maar stel iemand heeft permanent afib → VVI
wat voor soort pacemaker doe je bij hartfalen
CRT → om beide V’s synchroon te stimuleren
je hebt ook nieuwe methode hiervoor = CSP om te voorkomen dat je pacing-geinduceerd hartfalen voorkomt
ECG bij een DDD pm
als er voldoende eigen sinusact is en AV geleiding goed functioneert → normaal sinusritme
als sinusknoop onv functioneert maar AV geleiding nog intact → pacemaker pieken net voor P toppen = wijst op A stimulatie
als AV geleiding tekortschier terwijl de SA knoop nog goed werkt → pm pieken net voor QRS complexen = passend bij V stimulatie
verloop pacemaker en draadjes
2 pm draadjes onderhuids ingebracht in bloedvat:
v cephalica → vaak toegankelijk via een kleine snede
v subclavia → direct
via deze ader lopen ze verder door naar v brachiocephalica → vcs → hart
boezemdraad geplaatst in rechter hartoor (R aurikel) → deze draad wijst meestal iets omhoog
kamerdraad wordt verder opgevoerd en geplaatst in apex van RV
harttoon S1
normaal
ontstaat door sluiten AV kleppen = mitralis + tricuspidalis
aan het begin van de systole
deze sluiting voorkomt terugstroming van bloed naar A wanneer V contraheren
harttoon S2
normaal
ontstaat door sluiting van semilunaire kleppen = aorta en pulmonalis
aan einde van systole
hierdoor wordt terugvloei vanuit aorta en a pulmonalis naar V verhinderd
S1-S2 maken samen lub dub geluid
harttoon S3
wordt kort na S2 gehoord
ontstaat door snelle V vulling
bij jonge gezonde personen kan dit fysiologisch zijn, omdat hun V zeer compliant zijn en zich snel vullen → dan hoor je de chordae tendineae plingen als een gitaarsnaar
bij ouderen → hartfalen, waarbij een stijve of gedecompenseerde V abrupt haar rekgrens bereikt tijdens vulling
harttoon S4
treedt juist vlak voor S1 op
altijd pathologisch
deze ontstaat wanneer een atrium bloed in een stijve hypertrofische V probeert te persen
daardoor ontstaat turbulente flow tijdens de atriale contractie
dus dit hoor je bij V hypertrofie of verminderde V compliantie
waar kan je de kleppen horen
wat is Erb’s point
pulmonalis → 2e IC links
aorta → 2e IC rechts
tricus → 5e links parasternaal
mitralis → apex, 5e IC medioclaviculaire lijn
Erb → in 3e IC links parasternaal
S1-S4 best hoorbaar
SCRIPT om hartgeruis systematisch te beschrijven
Site → waar is geruis het luidst
Character → blazend
Radiation → straalt het uit naar hals / axilla
Intensity → hoe luid is het
Pitch → hoog- of laagfrequent
Timing → systolisch of diastolisch
+ graad van 1-6 → hoorbaar zonder direct contact
hypertrofie vs dilatatie bij kleplijden → insuff vs stenose
insufficientie → bloed stroom terug in V → volumebelasting → LV dilatatie
mitralisinsuff → LA dilatatie
aorta
stenose → V of A moet harder werken tegen vernauwde klep → hypertrofie
mitralisstenose → LA hypertrofie
aortasentose → LV hypertrofie
mitralisstenose
= vernauwing van mitralisklep die bloedstroom van LA naar LV belemmert
belangrijkste oorzaken → reuma hartlijden en infectieuze endocarditis
typische geruis → laagfrequent, mid diastolisch rommelend geruis
veroorzaakt door een trage turbulente flow door de vernauwde klep
S1 is vaak versterkt vanwege de stijve klepbladen
gaat gepaard met tapping apex beat, malar flush en frequent atrium fib
afib onstaat doordat het LA onder verhoogde druk staat en elektrisch instabiel wordt
mitralisregurgitatie = mitralisinsuff
mitralisklep sluit onvoldoende
hierdoor stroomt er tijdens systole bloed terug naar LA
hierdoor ontstaat er een hoogfreq pansystolisch geruis dat gedurende de volledige systole hoorbaar blijft
geruis straalt typisch uit naar linker axilla
vaak geasso met congestief hartfalen door verminderde effectieve ejectiefractie en volumebelasting van hart
oorzaken → degeneratieve verzwakking van klep, ischemische hartlijden, endocarditis, reumatisch hartlijden en bw ziekten zoals sd Marlan of Ehlers Danlos
aortastenose
vernauwing van aortaklep → komt vaak voor
tijdens systole moet bloed met hoge snelheid door de vernauwde opening worden geperst
wat leidt tot sys ejectiegeruis met crescendo-decrescendo karakter
geruis straalt typisch uit naar carotiden
daarnaast worden een langzaam stijgende pols (slow rising pulse) en een nauwe polsdruk
klinisch → inspanningssyncope, dyspneu of angina pectoris
doordat de cerebrale en systemische perfusie beperkt raakt
oorzaak → leeftijdsgebonden calcificatie van aortaklep
aortaregurgitatie
ontstaat wanneer aortaklep onvoldoende sluit → waardoor bloed tijdens diastole terugvloeit naar de LV
zacht, vroeg-diastolisch geruis dat vaak moeilijk hoorbaar is
typisch teken → Corrigan pols of collapsing pulse = snelle stijging en daling van pols door de combi van krachtige ejectie en onmiddelijke terugvloei van bloed
kan uiteindelijk leiden tot hartfalen
er kan ook een Austin Flint geruis optreden → veroorzaakt door trillingen van de mitralisklep door de terugstromende aortaflow
de aandoening wordt meestal veroorzaakt door degeneratiebe klepzwakte

casus:
70 jaar
alarm symp → benauwd, orthopnoe, nycturie en verminderde inspanningsmogelijkheid
LO → pols van 80/min, bp 170/70
luisteren → normale harttonen, holosystolische (tijdens gehele systole horen) souffle aan apex en mild bibasaal crepiteren
ecg interpretatie
sinusritme
freq normaal 96 min
geleidingstijden normaal
as normaal
P top morfologie afwijkend → past bij LA dilatatie/overbelasting
M vorm in afl II
diepe en brede neg component in V1 = P mitrale → dilatatie
als er een systole is met een souffle → mitralisklep die onv sluits = insuff
P mitrale + systole souffle = MI insuff
als het stenose was → diastolische souffle
echo nemen bij mitralis insuff → doppleteffect
in systole zie je normaal geen kleuren verschijnen
in dit geval is een groene wolk te zien → turbulente flow (bevestigd diagnose)
dmv apicale opname kan je oorzaak van lekken verklaren
bv dat rechterklepblad doorslaat = prolaps → door beschadiging van de chordae tendinae van de klep
klepperforatie bij endocarditis
prolaps door chordaruptuur
restrictie door doorgemaakt myocard infarct
annulus dilatatie door afib
behandelen van mitralis insuff
acuut → lisdiureticum zoals furosemide → klachten verlichten om volume kwijt te spelen
ook om slaap te verbeteren → door overdag meer vocht te verliezen zullen pt ‘s nachts minder plassen
invasief
chirurgisch nieuwe ring en neochordae plaatsen
percutaan → TIER behandeling waarbij een clip wordt geplaatst op de plek van lek in klep

casus:
82 j
last van duizeligheid, afwisselende druk op de borst bij inspanning en soms collaps neigingen
LO → bp 152/73 mmHg, pols 56 min, sys ejectiesouffle 2e IC rechts, S1 normaal en S2 niet hoorbaar
ECG
QRS en ST morfologie valt een beeld op dat passend is bij LV hypertrofie met strain
hoge P toppen in V5 en V6 met lichte downsloping ST depressie
sys souffle te horen dus → aortaklep hoort open te zijn, maar niet helemaal → turbulentie
onv openen aortaklep + minder CO → duizeligheid en collapsneiging
piekgradient = piekdrukverschil met echo meten
echo zegt dat het 66 mmHg is
sys bp was 150 dus → LV moet 216 mmHg druk produceren → erge hypertrofie
behandeling aortaklepstenose
zodra hartfunctionaliteit verloren gaat → LVEF < 50%
onder 75j chirurgisch → klep eruit gesneden en nieuwe klep
percutaan voor boven 75j → eigen klep opzij en nieuwe klep via de lies = TAVI (transcatheter aortic valve implantation)
behandeling van PVC’s
uitlokkende factoren vermijden → alcohol, cafeine, stress, drugs, bep med
med → betablokkers = metroprolol/propranolol en Ca antag = verapamil
catheterablatie alleen effectief bij PVC die monomorf zijn → want dat betekent dat ze steeds uit dezelfde plek ontstaan
vaak is oorsrpong RV outflow track
behandeling ventriculaire tachycardie
instabiel → acute nood en meteen elektrisch cardioversie toepassen
stabiel → eerst vaststellen dus dan valsalva doen of adenosine toedienen
als rimte hierdoor stopt → wss supraventriculaire tachycardie zoals AVNRT
nog ritme → anti-aritmica geven en evt ICD
diastole - 5
= vulling
ontspannen V
druk in V < A → mitralis en tricus (AV kleppen) openen
bloed van A → V
einde van deze fase trekken A samen → atriale kick (extra bloed in V gepompt)
isovolumetrische contractiefase - 4
wnr de V beginnen samen te trekken = systole → stijgt de druk snel
zodra V druk > A → sluiten AV kleppen
alle kleppen zijn dan dicht nu en volume verandert niet → maar druk stijgt wel
dit is die isocol contractie
ejectiefase - 4
wanneer druk in LV > aorta → aortaklep opent
in rechterharthelft opent tegelijk pumonalisklep
bloed wordt uit hart gepompt = ejectie/systole
volume in V neemt wel af nu
isovolumeteische relaxatiefase - 5
na ejectie ontspannen de V
zodra druk in V < grote art → sluiten de semilunaire kleppen (aorta en pulmo)
nu zijn weer alle kleppen dicht en verandert het volume niet
maar druk daalt snel → isovol relaxtie
en zodra V druk < A druk → AV kleppen weer open
preload - 4
mate waarin hartspiervezels worden uitgerekt aan einde van diastole
hangt samen met hvl bloed er terugkeert naar hart = veneuze retour
wet van Frank-Starling → grotere vulling = krachtigere contractie = groter SV
preload neemt dus toe bij → inspanning, verhoogd bloedvolume, zwangerschap, vochtretentie
afterload - 4
weerstand waartegen het hart bloed met uitpompen
voor LV wordt dit grotendeels bepaald door bp in aorta
bij verhoogde afterload zoals bij hypertensie → hart moet harder werken → SV neemt af, want moeilijker om bloed uit te stoten
langdurige hoge afterload → LV hypertrofie → hartfalen
contractiliteit en compliantie
contractiliteit = de intrinsieke kracht waarmee myocard samentrekt
dus als dit minder is zoals bij hartfalen → pompt het hart minder effectief
compliantie → hoe goed de V’s zich kunnen vullen
stijve V heeft lage C en vult minder goed → bv door hypertrofie of fibrose
AV blokken
1e graads → vaak asymp
PR interval > 200 ms
alle P golven hebben QRS
2e graads
Mobitz I = Wenckebach → prog verlenging van Pr totdat QRS uitvalt
Mobitz II → plots uitvallen QRS zonder voorafgaande verlenging PR (erger)
3e graads → volledige blok tussen A en V
P golven en Qrs onafh van elkaar
ernstige trage HR
risico op collaps en plotse dood
behandelen met atropine, tijdelijk pacing, permanente pm
bundeltakblokken
RBTB
brede QRS
RSR patroon in V1-V2 → is M patroon / konijnenoortjes
LBTB
breed QRS
brede os gespleten R toppen in I, aVL, V5-V6 → ijshoorntje
dit kan wijzen op onderliggende hartziekte
casus:
24j man, wielrenner en ineens onwel en gevallen
zag zwart voor zn ogen, voelde zich slap in de benen en kon tempo niet meer aan
krijg dit vaker maar nog nooit bij inspanning gehad
daarna moet hij elke keer veel urineren
past bij kortdurende syncope bij cardiale basis
combi van plots collaps tijdens inspanning + snelle spontane recuperatie + postictale polyurie → tachycardie
forse diures komt door de verhoogde A druk tijdens ritmestoornis → ANF vrij
door jonge leeftijd kan dit beide (supra)ventriculair tachycardie
SVT is meest wss door → ontbreken structurele hartziekte + snelle herstel + jong
QRS complexen anders noteren -
kleine letter
QRS volledig negatief
R
RsR
RSR
kleine letter = als bepaalde uitlsagen heel klein zijn tov gehele QRS
QRS volledig neg = QS complex → infarct bv (minstens in 2 afl te zien)
R = uitsluitend positief
RsR = positief met klein - deukje
RSR = + complex waarbij - deel onder iso elek lijn uitkomt

afib en atriumflutter op ECG
afib
onregelmatige basislijn, lijn met kleine golfjes
geen P top te zien
flutter
sneller dan normaal → 240-340 slagen/min
zichtbaar door veel snelle regelmatige golven met dezelfde vormen tussen QRS en T top
hartas
combineer altijd I en aVF om richting te bepalen

P top afwijkingen
= een prikkelgolf van LA en RA
je bekijkt ze in II en V1
in V1 is het bifasisch = eerst +, dan -
II ligt in verlengde van SA knoop
afwijkende richting P top = elek acti niet uit SA, maar ergens anders in A
vergroting RA → vergroting 1e deel P top → in II spitse P top
vergroting LA → vergroting 2e deel → in II M vormige
hyperkaliemie → kleine P top
PQ of PR interval
PQ tijd = PR interval
begin A act tot begin V act
wordt steeds langer als je ouder wordt
heel kort → geleiding buiten AV knoop → geen natuurlijke vertraging dan → kleiner interval
zie je bij Wolf-Parkinson White sd
ST
ST elevatie in alle afl → pericarditis
horizontale/aflopende ST depressie → ischemie
oplopende ST depressie → relatieve sunendocardiale ischemie + snelle HR
ST elevatie + depressie → acuut infract
locatie elevatie = leidend voor locatie
U-golf
normaal niet zichtbaar
wel bij bradycardie of bep med
als U golf > T top → hypokaliemie
aortaklep
heeft 3 kleppen → non-coronaire cusp, linker + rechter coronaire cusp
vanaf zijkant kijken
wijste deel = sinus van Valsalva
waar aorta getailleerd wordt → sinotubulaire overgang
opgaande deel = aorta ascendens
oorzaken aortaklepstenose
degeneratie = calcificatie → kalkafzetten aan klepbladen → stijf
congenitaal → bicuspide of unicuspide
reumatische afwijking
op kinderleeftijd acute streptokokken infectie → acuut reuma van klep
op latere leeftijd → klep steeds nauwer en stijver
aortaklepstenose effect op rest van lichaam
gepaard met hogere afterload op LV en dit geeft:
hogere LV druk/wandspanning
angina pectoris = pijn op de borst → door moeilijkere doorbloeding van myocard
LV direct in contact met LA → dus hogere LV druk → LA druk → hogere druk longvaatbed → longoedeem
wnr LV niet meer voldoende druk op kan bouwen om afterload van aortadruk te passeren → lagere sys bloeddruk → minder perfussie nieren en hersenen → nierinsuff + duizeligheid
kan ook sypnoe d’effort geven
LO → bloeddruk daling bij inspanning + bibasaal crepiteren (bij vorming longoedeem)
mitralisklep anatomie
voorste en achterste klepblad
chordae + papillairspieren → zodat de kleppen niet terug doorslaan naar A (prolaps)
oorzaken mitralisklepinsufficientie - 5
annulusdilatatie bij chron afib → A steeds wijder geworden → annulus ook → klepbladen steeds moeilijker bij elkaar komen
prolaps bij chordae ruptuur → touwtje kapot
systolische restrictie bij myocardinfarct → harder aan chordae en papi getrokken → mitralisklep wordt dan beetje opengetrokken tijdens systole
sys en dia restrictie bij reumatische oorzaak → klepblad wordt erg stijf (vaak hebben ze ook stenose ervan)
perforatie bij endocarditis → ontsteking klepbladen vaak → destructie/perf van klepblad
mitralisklepinsufficientie effect op rest van lichaam
bloed lekt terug van LV → LA → LA krijgt dilatatie:
kan dan afib geven
hogere LA druk → hogere druk longvaatbed → longoedeem
kortademig ook dan daardoor
longoedeem → hogere afterload voor RV → RV dila → meer tricuspidalisklepinsuff → hogere druk in RA
RA direct in contact met centraal veneus systeem → hogere CVD dus → perifeer oedeem en soms hepatomegalie
symp en signalen van mitralisklepinsufficientie - 3
palpitaties (harklo bij afib) → zie je aan irregulaire en inequale pols
dyspnoe, orthopneo, nachtelijk hoesten (door longoedeem) → te zien aan bibasaal crep
perifeer oefeem en nycturie (door CVD) → te zien aan pitting oedeem in enkels