1/142
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Waarden / human values
Diepe overtuigingen of idealen over wat mensen belangrijk, wenselijk of moreel juist vinden. Ze sturen keuzes en gedrag, maar bepalen gedrag niet volledig.
Value system
De rangorde of hiërarchie van iemands waarden. Het laat zien welke waarden iemand belangrijker vindt dan andere waarden.
Attitude
Een concrete positieve of negatieve houding tegenover iets, bijvoorbeeld een product, technologie of maatregel.
Values vs attitudes
Waarden zijn abstract en breed, terwijl attitudes concreter zijn. Waarden beïnvloeden vaak welke attitudes iemand heeft.
Moral values
Waarden die gaan over wat iemand goed of fout vindt binnen een bepaalde situatie.
Waardespanning
Een situatie waarin waarden met elkaar botsen, bijvoorbeeld vrijheid tegenover veiligheid of duurzaamheid tegenover gemak.
Intra-persoonlijke waardespanning
Een conflict tussen waarden binnen één persoon, een conflict tussen waarden van verschillende mensen of groepen.
Self-transcendence
Waarden die verder gaan dan het eigen belang, zoals zorg voor anderen, natuur en tolerantie.
Benevolence
Zorg dragen voor mensen dichtbij je, zoals vrienden, familie of je directe omgeving.
Universalism
Zorg voor alle mensen, de samenleving en de natuur.
Humility
Erkennen dat je niet het middelpunt van alles bent.
Conservation
Waarden gericht op veiligheid, stabiliteit, orde en traditie.
Conformity
Je aanpassen aan regels, normen en sociale verwachtingen.
Tradition
Respect voor gewoontes, cultuur, religie of bestaande gebruiken.
Security
Waarde gericht op veiligheid, bescherming en stabiliteit.
Face
Het beschermen van je publieke imago en het voorkomen van schaamte.
Self-enhancement
Waarden gericht op eigen succes, status, macht en invloed.
Power
Controle hebben over mensen, middelen of situaties.
Achievement
Succes behalen en dit laten zien volgens sociale normen.
Hedonism
Gerichtheid op plezier, genot en zintuiglijke bevrediging.
Openness to change
Waarden gericht op vrijheid, zelfstandigheid, vernieuwing en uitdaging.
Self-direction
Zelfstandig denken, kiezen en handelen.
Stimulation
Behoefte aan spanning, uitdaging en nieuwe ervaringen.
Moral Values
Wat iemand goed of fout vindt in een bepaalde context
Care/harm
Gevoeligheid voor zorg, pijn, bescherming en schade.
Fairness/cheating
Gevoeligheid voor eerlijkheid, rechtvaardigheid en wederkerigheid.
Loyalty/betrayal
Waarde rond trouw aan een groep en afkeer van verraad.
Authority/subversion
Waarde rond respect voor autoriteit, leiderschap en bestaande orde.
Sanctity/degradation
Waarde rond zuiverheid, waardigheid, besmetting of verval.
Liberty/oppression
Waarde rond vrijheid en weerstand tegen onderdrukking of dominantie.
Value
De waarde of betekenis die iets heeft voor een persoon, groep, organisatie of samenleving.
Economic value
De economische waarde van iets, bijvoorbeeld wat iemand bereid is te betalen.
Market value
De marktprijs van een product of dienst, meestal bepaald door vraag en aanbod.
True price
De marktprijs plus verborgen sociale en ecologische kosten.
Utility value
De praktische nuttigheid van een product of dienst.
Functionele waarde
Waarde die ontstaat doordat een product praktisch bruikbaar is.
Sociale waarde
Waarde die ontstaat door sociale relaties, status of groepsgevoel.
Culturele waarde
Waarde die samenhangt met cultuur, tradities of gedeelde betekenissen.
Esthetische waarde
Waarde die ontstaat door schoonheid, vormgeving of uitstraling.
Emotionele waarde
Persoonlijke gevoelswaarde, bijvoorbeeld door herinneringen of ervaringen.
Historische waarde
Waarde die ontstaat doordat iets verbonden is aan het verleden.
Ecologische waarde
Waarde die te maken heeft met natuur, milieu en ecosystemen.
Politieke waarde
Waarde die verbonden is aan macht, beleid, invloed of maatschappelijke keuzes.
Symbolische waarde
Waarde die ontstaat doordat een product iets uitstraalt, zoals status, identiteit of prestige.
Surplus-value
Volgens Marx de extra waarde die arbeiders produceren, maar die vooral door kapitalisten wordt ontvangen.
Sign value
Volgens Baudrillard de symbolische waarde van producten: wat een product uitstraalt over iemands identiteit of status.
User value
De waarde die een ontwerp heeft voor de gebruiker.
Bedoelde waarde
De waarde die de ontwerper of organisatie denkt te creëren.
Ervaren waarde
De waarde zoals de gebruiker die uiteindelijk ervaart.
Design outcome
Het daadwerkelijke ontwerpresultaat dat uit het ontwerpproces komt.
Doelgroep
De groep mensen waarvoor een ontwerp bedoeld is.
Segmentatie
Het opdelen van een doelgroep in kleinere groepen met vergelijkbare kenmerken.
Geografische segmentatie
Segmentatie op basis van plaats, regio, land, klimaat of taal.
Demografische segmentatie
Segmentatie op basis van leeftijd, geslacht, levensfase of woonsituatie.
Psychologische segmentatie
Segmentatie op basis van leefstijl, persoonlijkheid, waarden en interesses.
Gedragsmatige segmentatie
Segmentatie op basis van gebruiksgedrag, gebruiksfrequentie of gewenste voordelen.
Need
Iets wat noodzakelijk is om te leven of goed te functioneren.
Want
Iets wat niet strikt noodzakelijk is, maar de kwaliteit van leven verbetert.
Value Proposition Canvas
Model waarmee je onderzoekt hoe een ontwerp aansluit op de behoeften, problemen en wensen van gebruikers.
Customer segment
De specifieke doelgroep waarvoor je waarde wilt creëren.
Customer jobs
Taken of doelen die de gebruiker probeert te bereiken.
Functional jobs
Praktische taken die de gebruiker wil uitvoeren.
Emotional jobs
Gevoelens die de gebruiker wil ervaren of vermijden.
Social jobs
Sociale betekenis die een product heeft, bijvoorbeeld status of identiteit.
Pains
Problemen, frustraties of obstakels van de gebruiker.
Gains
Voordelen of verbeteringen die de gebruiker graag wil bereiken.
Pain relievers
Onderdelen van het ontwerp die problemen van de gebruiker verminderen.
Gain creators
Onderdelen van het ontwerp die extra voordelen creëren.
Laddering
Methode waarbij je steeds vraagt “waarom is dat belangrijk?” om van producteigenschappen naar diepere waarden te komen.
Means-end chain theory
Theorie die uitlegt hoe producteigenschappen via gevolgen verbonden zijn aan persoonlijke waarden. Attribute-Consequence-Value (ACV)
Attributes
Eigenschappen van een product of ontwerp.
Consequences
De gevolgen, voordelen of nadelen van die eigenschappen.
Goals / values
De achterliggende doelen of waarden die verklaren waarom iets belangrijk is.
Socratische dialoog
Gespreksvorm waarbij je door vragen stellen samen onderzoekt wat iemand bedoelt.
Dialoog
Een gesprek gericht op begrijpen, niet op winnen.
Debat
Een gesprek waarin deelnemers vooral proberen hun eigen standpunt te verdedigen of te winnen.
Mediation theory
Theorie die stelt dat technologie niet neutraal is, maar beïnvloedt hoe mensen waarnemen, handelen en keuzes maken.
Delegation
Het inschrijven van bepaalde bedoelingen of gedragsregels in een ontwerp.
Design with intent
Ontwerpen met als doel om gedrag bewust te sturen of te beïnvloeden.
Motivate
Gedrag beïnvloeden door mensen bewust te maken of te stimuleren, zonder keuzevrijheid weg te nemen.
Facilitate
Gewenst gedrag makkelijker maken door het ontwerp.
Inhibit
Ongewenst gedrag moeilijker of onmogelijk maken door het ontwerp.
Cognitieve dissonantie
Ongemak dat ontstaat wanneer waarden, overtuigingen en gedrag niet met elkaar overeenkomen.
Resolve
Een waardespanning oplossen door gedrag of situatie echt te veranderen.
Moderate
Een waardespanning verminderen zonder die volledig op te lossen.
Trigger
Een waardespanning juist zichtbaar maken, zodat de gebruiker ermee geconfronteerd wordt.
Mental book value
De persoonlijke waarde die iemand nog aan een product geeft.
Product attachment
De emotionele band tussen gebruiker en product, waardoor iemand het product langer wil houden.
Businessmodel
De manier waarop een organisatie waarde creëert, levert en ontvangt.
Sustainable business model
Businessmodel dat naast winst ook rekening houdt met sociale en ecologische gevolgen.
Circulariteit
Het slimmer omgaan met materialen door hergebruik, reparatie, recycling en minder verspilling.
Sufficiency
Het verminderen van productie en consumptie waar dat nodig is, in plaats van alleen efficiënter produceren.
Relational Circular Sustainable Business Model
Businessmodel waarin gemeenschap, samenwerking en eerlijke waardeverdeling centraal staan.
Value network
Netwerk van partijen die samen waarde creëren, uitwisselen en ontvangen.
Value chain
Een lineaire keten van waardecreatie, bijvoorbeeld leverancier → bedrijf → klant.
Value Flow Model
Model dat laat zien welke partijen betrokken zijn en welke waarde tussen hen stroomt.
Waardestromen
De uitwisseling van waarde tussen partijen, zoals geld, goederen, informatie, vertrouwen of reputatie.
Stakeholder
Een persoon, groep of organisatie die invloed heeft op of geraakt wordt door een ontwerp.
Ecosysteem
Het geheel van partijen, rollen en relaties rondom een product, dienst of innovatie.
Economy for the Common Good
Economisch perspectief waarin maatschappelijke waarde belangrijker is dan alleen winst.