Natuurwetenschappen Thema 1: Erfelijkheid

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:31 PM on 9/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

26 Terms

1
New cards

Wat is DNA?

DNA bevat al onze erfelijke informatie en heeft de vorm van een dubbele helix.

<p>DNA bevat al onze erfelijke informatie en heeft de vorm van een dubbele helix.</p>
2
New cards

Wat is een chromosoom?

DNA dat gespiraliseerd is, zodat het compacter wordt.

<p>DNA dat gespiraliseerd is, zodat het compacter wordt.</p>
3
New cards

Wat is een gen?

Een stukje DNA dat de unieke code voor een kenmerk bevat.

<p>Een stukje DNA dat de unieke code voor een kenmerk bevat.</p>
4
New cards

Hoeveel chromosomen heeft een lichaamscel?

46 chromosomen.

<p>46 chromosomen.</p>
5
New cards

Hoeveel chromosomen heeft een voortplantingscel?

23 chromosomen.

<p>23 chromosomen.</p>
6
New cards

Welke 2 soorten voortplantingscellen bestaan er?

Eicellen en zaadcellen.

<p>Eicellen en zaadcellen.</p>
7
New cards

Wat gebeurt er wanneer een eicel en zaadcel versmelten?

Er ontstaat een bevruchte eicel met 46 chromosomen.

8
New cards

Van wie krijgt een kind zijn/haar DNA?

50% (23 chromosomen) van de biologische moeder en 50% (23 chromosomen) van de biologische vader.

9
New cards

Welke geslachtschromosomen heeft een jongen?

XY

10
New cards

Welke geslachtschromosomen heeft een meisje?

XX

11
New cards

Geef 3 voorbeelden van lichaamscellen.

Spiercel, huidcel en haarcel.

12
New cards

Wat gebeurt er met een gen?

Een gen wordt overgeschreven naar een gekopieerde code.

<p>Een gen wordt overgeschreven naar een gekopieerde code.</p>
13
New cards

Wat gebeurt er met de gekopieerde code?

De gekopieerde code wordt vertaald naar een kenmerk van de mens.

<p>De gekopieerde code wordt vertaald naar een kenmerk van de mens.</p>
14
New cards

Wat is het genotype?

De genetische informatie zoals die in de chromosomen te vinden is.

15
New cards

Wat is het fenotype?

Het geheel van de waarneembare kenmerken van een individu.

16
New cards

Zorgt één gen altijd voor één kenmerk?

Nee. Meerdere genen werken samen om bepaalde kenmerken tot uiting te laten komen.

17
New cards

Wat is een mutatie?

Een blijvende verandering in het DNA.

18
New cards

Wat zijn erfelijke mutaties?

Mutaties die al bij de geboorte aanwezig zijn.

19
New cards

Geef voorbeelden van erfelijke mutaties.

Albinisme en dwerggroei.

20
New cards

Kunnen mutaties ontstaan door omgevingsfactoren?

Ja. Bijvoorbeeld huidkanker door uv-straling.

21
New cards

Wat is een modificatie?

Een verandering in je uiterlijk of kenmerken door de omgeving. Deze zijn meestal omkeerbaar.

22
New cards

Geef voorbeelden van modificaties.

Geverfd haar en rechte tanden door een beugel.

23
New cards

Wat kunnen omgevingsfactoren veroorzaken?

Zowel fenotypische als genotypische veranderingen.

24
New cards

Wat betekent nature?

Wat bepaald wordt door je DNA/genen.

25
New cards

Wat betekent nurture?

Wat beïnvloed wordt door je omgeving.

26
New cards

Waardoor ontstaan de meeste eigenschappen?

Door een combinatie van DNA en omgeving.