H7.3 DNA-varianten & moleculaire gevolgen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/34

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:53 AM on 8/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

35 Terms

1
New cards
Wat is een Single Nucleotide Variant (SNV)?
Verandering van één nucleotide.
2
New cards
Wat is een transitie?
Purine → purine of pyrimidine → pyrimidine.
3
New cards
Wat is een transversie?
Purine ↔ pyrimidine.
4
New cards
Welke komt vaker voor: transitie of transversie?
Transitie.
5
New cards
Waarom zijn CpG-plaatsen mutatie-hotspots?
Gemethyleerd cytosine kan deamineren → vaak C>T.
6
New cards
Welke 3 coderende SNV's moet je kennen? (3)
Synonymous/silent, missense en nonsense.
7
New cards
Wat is een synonymous/silent variant?
Ander codon, zelfde aminozuur.
8
New cards
Wat is een missense variant?
Ander aminozuur.
9
New cards
Wat is een nonsense variant?
Er ontstaat een stopcodon.
10
New cards
Kan een variant in een intron ziekte veroorzaken?
Ja, bijvoorbeeld door splicing te verstoren.
11
New cards
Wat is een splice-site variant?
Een variant die normale splicing verstoort.
12
New cards
Welke 3 afwijkende vormen van splicing moet je herkennen? (3)
Intron retention, exon skipping en cryptische splice site.
13
New cards
Wat is intron retention?
Een intron blijft aanwezig in het mRNA.
14
New cards
Wat is exon skipping?
Een exon wordt overgeslagen.
15
New cards
Wat is een cryptische splice site?
Een verkeerde splice site wordt gebruikt.
16
New cards
Wat is een indel?
Een insertie of deletie van nucleotiden.
17
New cards
Wat is een in-frame indel?
Indel van een veelvoud van 3 → leesraam blijft behouden.
18
New cards
Wat is een frameshift?
Indel geen veelvoud van 3 → leesraam verschuift.
19
New cards
Wat kan een frameshift veroorzaken?
Veranderde aminozuren en vaak een vroeg stopcodon.
20
New cards
Wat zijn microsatellieten/STR's?
Korte DNA-sequenties die achter elkaar herhaald worden.
21
New cards
Wat is een repeat-expansie?
Toename van het aantal DNA-herhalingen.
22
New cards
Wat is een dynamische mutatie?
Een repeat die tussen generaties van lengte kan veranderen.
23
New cards
Wat is anticipatie?
De aandoening wordt in volgende generaties vaak vroeger of ernstiger.
24
New cards
Geef 2 voorbeelden van aandoeningen door repeat-expansies. (2)
Huntington en myotone dystrofie (Steinert).
25
New cards
Wat betekent loss-of-function?
Een genproduct verliest zijn normale functie.
26
New cards
Wat is haplo-insufficiëntie?
Één werkende genkopie is onvoldoende voor een normaal fenotype.
27
New cards
Wat is een dominant-negatief effect?
Een afwijkend eiwit verstoort ook het normale eiwit.
28
New cards
Waarvoor staat g. in variantnomenclatuur?
Genomisch DNA.
29
New cards
Waarvoor staat c. in variantnomenclatuur?
Coderend DNA (cDNA).
30
New cards
Waarvoor staat p. in variantnomenclatuur?
Eiwitniveau.
31
New cards
Wat betekent > in bijvoorbeeld c.76C>T?
C is vervangen door T.
32
New cards
Wat betekent del?
Deletie.
33
New cards
Wat betekent ins?
Insertie.
34
New cards
Wat betekent dup?
Duplicatie.
35
New cards
Wat betekent fs?
Frameshift.