1/69
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Enalapril
Groep: ACE remmers.
Toepassingen: Hypertensie, chronisch hartfalen en nierbescherming bij albuminurie of proteïnurie.
Werkingsmechanisme: Remt ACE, waardoor minder angiotensine II en aldosteron ontstaan en bradykinine minder wordt afgebroken. Hierdoor verwijden bloedvaten en nemen bloeddruk, vochtretentie en cardiale belasting af.
Bijwerkingen: Prikkelhoest, hypotensie, hyperkaliëmie en tijdelijke nierfunctieverslechtering. Zeldzaam maar ernstig zijn angio-oedeem en uitgesproken nierfunctieverlies, vooral bij nierarteriestenose.
Perindopril
Groep: ACE remmers.
Toepassingen: Hypertensie, chronisch hartfalen en cardiovasculaire risicoreductie bij coronairlijden.
Werkingsmechanisme: Remt de omzetting van angiotensine I in angiotensine II en vermindert de aldosteronafgifte. Dit geeft vaatverwijding en minder natrium- en vochtretentie.
Bijwerkingen: Prikkelhoest, hypotensie, hyperkaliëmie en nierfunctieverslechtering. Angio-oedeem is zeldzaam maar potentieel levensbedreigend.
Spironolacton
Groep: Aldosteron receptor antagonist.
Toepassingen: HFrEF, therapieresistente hypertensie, primair hyperaldosteronisme en ascites of oedeem bij lever- en hartziekten.
Werkingsmechanisme: Blokkeert de mineralocorticoïdreceptor in de distale nefronsegmenten. Hierdoor neemt natrium- en wateruitscheiding toe en wordt kalium gespaard; bij hartfalen vermindert ook ongunstige cardiale remodellering.
Bijwerkingen: Hyperkaliëmie, nierfunctieverslechtering en hypotensie. Door hormonale effecten kunnen gynaecomastie, borstpijn, libidoverlies en menstruatiestoornissen optreden.
Eplerenon
Groep: Aldosteron receptor antagonist.
Toepassingen: HFrEF, vooral na een myocardinfarct of bij persisterende klachten ondanks standaardbehandeling.
Werkingsmechanisme: Blokkeert selectief de mineralocorticoïdreceptor, waardoor natrium- en vochtretentie en cardiale fibrose afnemen terwijl kalium wordt gespaard.
Bijwerkingen: Hyperkaliëmie, nierfunctieverslechtering, hypotensie en duizeligheid. Hormonale bijwerkingen komen minder vaak voor dan bij spironolacton.
Flecainide
Groep: Anti-aritmica.
Toepassingen: Ritmecontrole bij atriumfibrilleren en behandeling van bepaalde supraventriculaire ritmestoornissen bij patiënten zonder relevant structureel hartlijden.
Werkingsmechanisme: Blokkeert snelle natriumkanalen in hartspiercellen en vertraagt daardoor de prikkelgeleiding, vooral in atria, ventrikels en het His-Purkinje-systeem.
Bijwerkingen: Pro-aritmie, QRS-verbreding, AV-geleidingsstoornissen, verergering van hartfalen, duizeligheid en visusstoornissen. Het middel is ongeschikt bij belangrijk structureel of ischemisch hartlijden.
Amiodaron
Groep: Anti-aritmica.
Toepassingen: Behandeling en preventie van ernstige supraventriculaire en ventriculaire ritmestoornissen, waaronder atriumfibrilleren en ventrikeltachycardie.
Werkingsmechanisme: Blokkeert vooral kaliumkanalen, maar remt ook natrium- en calciumkanalen en bèta-adrenerge effecten. Hierdoor worden repolarisatie en refractaire periode verlengd en geleiding vertraagd.
Bijwerkingen: Bradycardie, QT-verlenging, schildklierfunctiestoornissen, levertoxiciteit, corneale neerslagen, fotosensitiviteit en huidverkleuring. Pulmonale toxiciteit of longfibrose is zeldzaam maar ernstig.
Sotalol
(Anti-aritmica)
Atropine
Groep: Anti-aritmica.
Toepassingen: Acute symptomatische sinusbradycardie of AV-knoopgerelateerde bradycardie.
Werkingsmechanisme: Blokkeert muscarinereceptoren en vermindert de parasympathische invloed op sinus- en AV-knoop. Hierdoor stijgt de hartfrequentie en verbetert de AV-geleiding.
Bijwerkingen: Droge mond, wazig zien, urineretentie, obstipatie, tachycardie, verwardheid en uitlokken van nauwekamerhoekglaucoom.
Isoprenaline
(Anti-aritmica)
Adenosine
(Anti-aritmica)
Digoxine
Groep: Hartglycoside.
Toepassingen: Frequentieverlaging bij atriumfibrilleren, vooral bij gelijktijdig hartfalen, en soms als aanvullende behandeling bij symptomatisch HFrEF.
Werkingsmechanisme: Remt de Na+/K+-ATPase, waardoor intracellulair calcium toeneemt en de contractiekracht stijgt. Daarnaast verhoogt het de vagale activiteit en vertraagt het de AV-geleiding.
Bijwerkingen: Misselijkheid, braken, verwardheid, geel-groen zien, bradycardie en uiteenlopende ritmestoornissen. De therapeutische breedte is klein en toxiciteit ontstaat sneller bij nierfunctiestoornissen of hypokaliëmie.
Fenprocoumon
Groep: Coumarinederivaat.
Toepassingen: Preventie en behandeling van trombo-embolieën, onder andere bij atriumfibrilleren, veneuze trombo-embolie en mechanische hartkleppen.
Werkingsmechanisme: Remt vitamine K-epoxidereductase in de lever, waardoor minder functionele stollingsfactoren II, VII, IX en X worden gevormd. Het effect ontstaat en verdwijnt langzaam en wordt gevolgd met de INR.
Bijwerkingen: Bloedingen, blauwe plekken en veel geneesmiddel- en voedingsinteracties. Zeldzame ernstige bijwerkingen zijn huidnecrose en foetale schade bij gebruik tijdens de zwangerschap.
Apixaban
Groep: DOAC.
Toepassingen: Preventie van beroerte bij niet-valvulair atriumfibrilleren en behandeling en secundaire preventie van diepe veneuze trombose en longembolie.
Werkingsmechanisme: Remt stollingsfactor Xa rechtstreeks en vermindert zo de vorming van trombine en fibrine.
Bijwerkingen: Vooral bloedingen en anemie, soms misselijkheid. Het bloedingsrisico neemt toe bij nierfunctiestoornissen, hoge leeftijd en gelijktijdig gebruik van andere antistollingsmiddelen.
Rivaroxaban
Groep: DOAC.
Toepassingen: Preventie van beroerte bij niet-valvulair atriumfibrilleren en behandeling en preventie van diepe veneuze trombose en longembolie.
Werkingsmechanisme: Remt stollingsfactor Xa direct, waardoor de omzetting van protrombine in trombine en uiteindelijk fibrinevorming afnemen.
Bijwerkingen: Bloedingen, anemie, maag-darmklachten en soms leverenzymstijging. De werking kan toenemen bij nierfunctiestoornissen of relevante geneesmiddelinteracties.
Dabigatran
Groep: DOAC.
Toepassingen: Preventie van beroerte bij niet-valvulair atriumfibrilleren en behandeling en secundaire preventie van veneuze trombo-embolie.
Werkingsmechanisme: Remt trombine, stollingsfactor IIa, rechtstreeks en voorkomt daardoor omzetting van fibrinogeen in fibrine.
Bijwerkingen: Bloedingen, anemie, dyspepsie en andere maag-darmklachten. Omdat het middel grotendeels renaal wordt uitgescheiden, neemt het bloedingsrisico sterk toe bij nierfunctiestoornissen.
Heparine
Groep: Heparine.
Toepassingen: Acute behandeling en preventie van veneuze trombo-embolie, behandeling van acuut coronair syndroom en antistolling tijdens bepaalde procedures, waaronder hemodialyse.
Werkingsmechanisme: Versterkt de werking van antitrombine, waardoor vooral trombine en factor Xa worden geïnactiveerd. Ongefractioneerde heparine werkt snel en is goed titreerbaar.
Bijwerkingen: Bloedingen, heparine-geïnduceerde trombocytopenie, huidreacties en bij langdurig gebruik osteoporose en hyperkaliëmie.
Nadroparine
(Heparine)
Ipratropium
Groep: Anticholinergica (longmedicatie).
Toepassingen: Kortwerkende luchtwegverwijding bij COPD en als aanvullende behandeling bij een ernstige astma- of COPD-longaanval.
Werkingsmechanisme: Blokkeert muscarinereceptoren in de luchtwegen en vermindert daardoor vagale bronchoconstrictie en slijmsecretie.
Bijwerkingen: Droge mond, hoesten en keelirritatie. Bij contact met de ogen kunnen wazig zien en verergering van nauwekamerhoekglaucoom optreden; urineretentie is mogelijk.
Tiotropium
Groep: Anticholinergica (longmedicatie).
Toepassingen: Langdurige onderhoudsbehandeling van COPD en aanvullende onderhoudsbehandeling bij onvoldoende gecontroleerd astma.
Werkingsmechanisme: Blokkeert langdurig muscarinereceptoren in de luchtwegen, waardoor bronchoconstrictie afneemt en de luchtwegen langer verwijd blijven.
Bijwerkingen: Droge mond, obstipatie, urineretentie, tachycardie en oogklachten bij onjuiste inhalatie. Paradoxale bronchospasmen zijn zeldzaam.
Benzylpenicilline
Groep: Penicillinen.
Toepassingen: Ernstige infecties door gevoelige bacteriën, zoals streptokokkeninfecties, pneumokokkeninfecties, meningokokkenziekte en neurosyfilis.
Werkingsmechanisme: Bindt aan penicillinebindende eiwitten en remt de opbouw van de bacteriële celwand. Hierdoor lyseren vooral actief delende bacteriën.
Bijwerkingen: Allergische reacties tot anafylaxie, huiduitslag, diarree en lokale infusiereacties. Hoge spiegels, vooral bij nierfalen, kunnen neurotoxiciteit en convulsies veroorzaken.
Amoxicilline
Groep: Penicillinen.
Toepassingen: Onder andere luchtweg-, keel-, oor- en urineweginfecties door gevoelige bacteriën en behandeling van bepaalde infecties als onderdeel van combinatietherapie.
Werkingsmechanisme: Remt bacteriële celwandsynthese door binding aan penicillinebindende eiwitten en werkt bactericide op delende bacteriën.
Bijwerkingen: Diarree, misselijkheid, huiduitslag en allergische reacties. Bij mononucleosis infectiosa ontstaat vaak een uitgebreide huiduitslag.
Amoxicilline/clavulaanzuur
Groep: Penicillinen.
Toepassingen: Infecties waarbij bèta-lactamaseproducerende bacteriën worden vermoed, zoals bepaalde luchtweg-, huid-, bijt- en gecompliceerde urineweginfecties.
Werkingsmechanisme: Amoxicilline remt de bacteriële celwandsynthese. Clavulaanzuur remt verschillende bèta-lactamasen en beschermt amoxicilline tegen enzymatische afbraak.
Bijwerkingen: Vooral diarree, misselijkheid, candidiasis, huiduitslag en allergische reacties. Cholestatische hepatitis en leverfunctiestoornissen zijn zeldzaam maar kenmerkend.
Doxycycline
Groep: Tetracyclines.
Toepassingen: Onder andere atypische luchtweginfecties, bepaalde pneumonieën, COPD-longaanvallen met bacteriële verdenking, chlamydia en de ziekte van Lyme.
Werkingsmechanisme: Bindt aan de bacteriële 30S-ribosoomsubunit en remt zo de eiwitsynthese. Het werkt meestal bacteriostatisch.
Bijwerkingen: Maag-darmklachten, oesofagitis, fotosensitiviteit en candidiasis. Het kan tandverkleuring en botafwijkingen veroorzaken en wordt daarom doorgaans vermeden tijdens zwangerschap en bij jonge kinderen.
Cefuroxim
Groep: Cefalosporinen.
Toepassingen: Behandeling van onder andere luchtweg-, urineweg-, huid- en sommige ernstige systemische infecties door gevoelige bacteriën.
Werkingsmechanisme: Remt als bèta-lactamantibioticum de bacteriële celwandsynthese door binding aan penicillinebindende eiwitten.
Bijwerkingen: Diarree, misselijkheid, huiduitslag en allergische reacties. Kruisovergevoeligheid met penicillinen en Clostridioides difficile-infectie kunnen optreden.
Ceftazidim
Groep: Cefalosporinen.
Toepassingen: Ernstige gramnegatieve infecties, waaronder infecties door Pseudomonas aeruginosa, zoals ziekenhuispneumonie, sepsis en gecompliceerde urineweginfecties.
Werkingsmechanisme: Remt bacteriële celwandsynthese en werkt bactericide. Het middel heeft sterke activiteit tegen veel gramnegatieve bacteriën.
Bijwerkingen: Allergische reacties, diarree, huiduitslag en Clostridioides difficile-infectie. Bij hoge spiegels of nierfalen kunnen verwardheid, myoclonieën en convulsies ontstaan.
Claritromycine
Groep: Macroliden.
Toepassingen: Luchtweginfecties door gevoelige of atypische verwekkers en, in combinatie, eradicatie van Helicobacter pylori.
Werkingsmechanisme: Bindt aan de bacteriële 50S-ribosoomsubunit en remt de eiwitsynthese, meestal bacteriostatisch.
Bijwerkingen: Maag-darmklachten, smaakstoornissen, leverfunctiestoornissen en QT-verlenging. Door remming van CYP3A4 zijn klinisch belangrijke geneesmiddelinteracties mogelijk.
Azitromycine
Groep: Macroliden.
Toepassingen: Luchtweginfecties door atypische verwekkers, kinkhoest, chlamydia en bepaalde andere bacteriële infecties.
Werkingsmechanisme: Bindt aan de 50S-ribosoomsubunit en remt bacteriële eiwitsynthese. Het middel heeft een lange weefselhalfwaardetijd.
Bijwerkingen: Diarree, misselijkheid, buikpijn, leverfunctiestoornissen en QT-verlenging. Ernstige allergische reacties zijn zeldzaam.
Ciprofloxacine
Groep: Chinolonen.
Toepassingen: Ernstige of gecompliceerde gramnegatieve infecties, waaronder gecompliceerde urineweginfecties en infecties door Pseudomonas aeruginosa.
Werkingsmechanisme: Remt bacterieel DNA-gyrase en topoisomerase IV, waardoor DNA-replicatie en celdeling stoppen.
Bijwerkingen: Maag-darmklachten, peesontsteking of peesruptuur, perifere neuropathie, centrale zenuwstelselklachten, QT-verlenging en glucoseontregeling. Ernstige en langdurige bijwerkingen beperken het gebruik.
Isoniazide
(Tuberculostatica)
Rifampicine
(Tuberculostatica)
Pyrazinamide
(Tuberculostatica)
Losartan
Groep: Angiotensine II -antagonisten.
Toepassingen: Hypertensie, nierbescherming bij diabetische nefropathie of albuminurie en behandeling van hartfalen wanneer een ACE-remmer niet wordt verdragen.
Werkingsmechanisme: Blokkeert de angiotensine II type 1-receptor. Hierdoor nemen vasoconstrictie, aldosteronafgifte en natrium- en vochtretentie af.
Bijwerkingen: Hypotensie, hyperkaliëmie en nierfunctieverslechtering. Angio-oedeem is zeldzaam; gebruik tijdens zwangerschap is schadelijk.
Valsartan
Groep: Angiotensine II -antagonisten.
Toepassingen: Hypertensie, HFrEF en behandeling na een myocardinfarct bij linkerventrikeldisfunctie of hartfalen.
Werkingsmechanisme: Blokkeert de angiotensine II type 1-receptor en vermindert zo vaatvernauwing, aldosteronafgifte en vochtretentie.
Bijwerkingen: Hypotensie, duizeligheid, hyperkaliëmie en nierfunctieverslechtering. Het middel mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt.
Sacubitril-valsartan
Groep: Angiotensine II-antagonist - neprilysineremmer.
Toepassingen: Symptomatisch chronisch HFrEF ter vermindering van ziekenhuisopnamen en cardiovasculaire sterfte.
Werkingsmechanisme: Sacubitril remt neprilysine, waardoor natriuretische peptiden sterker werken. Valsartan blokkeert de angiotensine II type 1-receptor. Samen bevorderen zij vaatverwijding en natriurese en remmen zij ongunstige remodellering.
Bijwerkingen: Hypotensie, hyperkaliëmie, nierfunctieverslechtering en angio-oedeem. Gelijktijdig gebruik met een ACE-remmer is gecontra-indiceerd vanwege extra risico op angio-oedeem.
Metoprolol
Groep: Bètablokkers.
Toepassingen: Hypertensie, angina pectoris, frequentiecontrole bij atriumfibrilleren, behandeling na myocardinfarct en stabiel HFrEF.
Werkingsmechanisme: Blokkeert vooral bèta-1-receptoren in het hart. Hierdoor dalen hartfrequentie, contractiekracht, AV-geleiding en renineafgifte.
Bijwerkingen: Bradycardie, hypotensie, vermoeidheid, koude extremiteiten, slaapstoornissen en seksuele disfunctie. Bronchospasmen en maskering van hypoglykemie kunnen optreden.
Bisoprolol
Groep: Bètablokkers.
Toepassingen: Hypertensie, angina pectoris, frequentiecontrole bij atriumfibrilleren en stabiel chronisch HFrEF.
Werkingsmechanisme: Blokkeert selectief bèta-1-receptoren, waardoor hartfrequentie, contractiliteit, AV-geleiding en renineafgifte afnemen.
Bijwerkingen: Bradycardie, hypotensie, duizeligheid, vermoeidheid en koude extremiteiten. Bij hogere doseringen kan bronchospasme optreden; plotseling stoppen kan ischemie of tachycardie uitlokken.
Propranolol
Groep: Bètablokkers.
Toepassingen: Hypertensie, angina pectoris, bepaalde tachycardieën, essentiële tremor, migraineprofylaxe en symptoombehandeling bij hyperthyreoïdie.
Werkingsmechanisme: Blokkeert zowel bèta-1- als bèta-2-receptoren. Hierdoor dalen hartfrequentie en contractiekracht, maar wordt ook bronchiale bèta-2-gemedieerde verwijding geremd.
Bijwerkingen: Bradycardie, hypotensie, vermoeidheid, koude extremiteiten, slaapstoornissen en seksuele disfunctie. Bronchospasmen en maskering van hypoglykemie zijn vooral relevant door de niet-selectieve werking.
Salbutamol
Groep: Betamimetica (longmedicatie).
Toepassingen: Snelwerkende verlichting van bronchoconstrictie bij astma en COPD en behandeling van een acute longaanval.
Werkingsmechanisme: Stimuleert kortwerkend bèta-2-receptoren in bronchiaal glad spierweefsel, waardoor via cAMP snelle bronchodilatatie ontstaat.
Bijwerkingen: Tremor, tachycardie, palpitaties, hoofdpijn, spierkrampen en hypokaliëmie. Hoge doseringen kunnen ritmestoornissen en lactaatacidose veroorzaken.
Salmeterol
Groep: Betamimetica (longmedicatie).
Toepassingen: Langdurige onderhoudsbehandeling van COPD en, altijd samen met een inhalatiesteroïd, onderhoudsbehandeling van astma.
Werkingsmechanisme: Stimuleert langdurig bèta-2-receptoren in de luchtwegen en veroorzaakt zo bronchodilatatie. Het begin van werking is niet snel genoeg voor acute symptoomverlichting.
Bijwerkingen: Tremor, palpitaties, tachycardie, hoofdpijn, spierkrampen en hypokaliëmie. Monotherapie bij astma verhoogt het risico op ernstige exacerbaties.
Formoterol
Groep: Betamimetica (longmedicatie).
Toepassingen: Onderhoudsbehandeling van astma en COPD. In combinatie met een inhalatiesteroïd kan het bij astma ook als zo nodig medicatie worden gebruikt.
Werkingsmechanisme: Stimuleert langdurig bèta-2-receptoren en geeft zowel snel intredende als lang aanhoudende bronchodilatatie.
Bijwerkingen: Tremor, palpitaties, tachycardie, hoofdpijn, spierkrampen en hypokaliëmie. Bij astma hoort het niet zonder inhalatiesteroïd te worden gebruikt.
Nifedipine
Groep: Dihydropyridine.
Toepassingen: Hypertensie, stabiele of vasospastische angina pectoris en het fenomeen van Raynaud.
Werkingsmechanisme: Blokkeert L-type calciumkanalen vooral in arterieel glad spierweefsel, waardoor perifere en coronaire vaatverwijding ontstaat.
Bijwerkingen: Hoofdpijn, blozen, duizeligheid, enkeloedeem, palpitaties en reflexmatige tachycardie. Gingivahyperplasie kan optreden.
Amlodipine
Groep: Dihydropyridine.
Toepassingen: Hypertensie en stabiele of vasospastische angina pectoris.
Werkingsmechanisme: Blokkeert L-type calciumkanalen hoofdzakelijk in arteriële vaatspieren en veroorzaakt langdurige perifere en coronaire vaatverwijding.
Bijwerkingen: Enkeloedeem, hoofdpijn, blozen, duizeligheid, palpitaties en gingivahyperplasie. Reflexmatige tachycardie is door de langzame werking meestal beperkt.
Verapamil
Groep: Non-dihydropyridine.
Toepassingen: Frequentiecontrole bij bepaalde supraventriculaire tachycardieën en atriumfibrilleren, angina pectoris en soms hypertensie.
Werkingsmechanisme: Blokkeert L-type calciumkanalen in sinus- en AV-knoop, myocard en vaatwand. Hierdoor vertragen hartfrequentie en AV-geleiding en nemen contractiekracht en vaattonus af.
Bijwerkingen: Bradycardie, AV-blok, hypotensie, obstipatie en enkeloedeem. Het kan HFrEF verergeren en heeft belangrijke interacties met andere frequentieverlagende middelen.
Diltiazem
Groep: Non-dihydropyridine.
Toepassingen: Frequentiecontrole bij atriumfibrilleren en andere supraventriculaire ritmestoornissen, angina pectoris en soms hypertensie.
Werkingsmechanisme: Blokkeert L-type calciumkanalen in hart en bloedvaten, waardoor AV-geleiding en hartfrequentie vertragen en coronaire en perifere vaten verwijden.
Bijwerkingen: Bradycardie, AV-blok, hypotensie, enkeloedeem, hoofdpijn en soms obstipatie. Het kan systolisch hartfalen verergeren.
Prednisolon
Groep: Corticosteroïden.
Toepassingen: Korte behandeling van ernstige astma- en COPD-longaanvallen en behandeling van diverse inflammatoire, allergische en auto-immuunziekten.
Werkingsmechanisme: Bindt intracellulaire glucocorticoïdreceptoren en verandert genexpressie. Hierdoor worden ontstekingsmediatoren en immuunactiviteit breed onderdrukt.
Bijwerkingen: Hyperglykemie, infectierisico, stemmings- en slaapstoornissen, maagklachten, vochtretentie en hypertensie. Langdurig gebruik kan osteoporose, spierzwakte, cataract, Cushing-kenmerken en bijnierschorssuppressie veroorzaken.
Calciumcarbonaat
Groep: Fosfaatbinders.
Toepassingen: Behandeling van hyperfosfatemie bij chronische nierinsufficiëntie, vooral bij dialysepatiënten, en soms als calciumaanvulling.
Werkingsmechanisme: Bindt fosfaat in het maag-darmkanaal tot slecht oplosbare calciumfosfaten, waardoor minder fosfaat wordt opgenomen.
Bijwerkingen: Obstipatie, misselijkheid en hypercalciëmie. Langdurige hoge calciumbelasting kan bijdragen aan vaat- en wekedelenverkalking.
Sevelameer
Groep: Fosfaatbinders.
Toepassingen: Behandeling van hyperfosfatemie bij patiënten met gevorderde chronische nierschade of dialyse, vooral wanneer extra calciumbelasting ongewenst is.
Werkingsmechanisme: Een niet-opneembaar polymeer bindt fosfaat in de darm, waardoor de opname afneemt zonder calcium toe te voegen.
Bijwerkingen: Misselijkheid, buikpijn, obstipatie of diarree. Zeldzaam ontstaan ernstige darmobstructie of darmwandbeschadiging; het kan ook de opname van andere geneesmiddelen beïnvloeden.
Lanthaancarbonaat
Groep: Fosfaatbinders.
Toepassingen: Behandeling van hyperfosfatemie bij chronische nierinsufficiëntie, meestal bij dialysepatiënten.
Werkingsmechanisme: Lanthaan bindt voedingsfosfaat in het maag-darmkanaal tot onoplosbare complexen, waardoor fosfaatabsorptie afneemt.
Bijwerkingen: Misselijkheid, braken, buikpijn, obstipatie en diarree. De tabletten moeten goed worden gekauwd om gastro-intestinale complicaties te beperken.
Erytropoëtine
Groep: Hematopoëtische groeifactoren.
Toepassingen: Behandeling van symptomatische anemie bij chronische nierinsufficiëntie en in geselecteerde gevallen anemie door chemotherapie.
Werkingsmechanisme: Stimuleert erytropoëtinereceptoren op voorlopercellen in het beenmerg en bevordert zo de productie van rode bloedcellen.
Bijwerkingen: Hypertensie, hoofdpijn, trombose en vaataccessproblemen. Een te snelle of te sterke stijging van hemoglobine verhoogt het cardiovasculaire risico; pure rode-celaplasie is zeer zeldzaam.
Prednison
Groep: Immunosuppressiva.
Toepassingen: Behandeling van auto-immuun- en ontstekingsziekten, waaronder bepaalde vasculitiden, glomerulonefritiden en nefrotisch syndroom, en als onderdeel van immunosuppressie.
Werkingsmechanisme: Wordt in de lever omgezet in prednisolon en activeert glucocorticoïdreceptoren. Hierdoor neemt transcriptie van ontstekingsbevorderende genen af en wordt de immuunrespons onderdrukt.
Bijwerkingen: Infecties, hyperglykemie, hypertensie, vochtretentie, stemmingsveranderingen en maagklachten. Langdurig gebruik kan osteoporose, spierzwakte, cataract, huidatrofie en bijnierschorssuppressie veroorzaken.
Fluticason
Groep: Inhalatiesteroïden (longmedicatie).
Toepassingen: Onderhoudsbehandeling van astma en, bij geselecteerde patiënten, COPD met frequente exacerbaties of eosinofiele ontsteking.
Werkingsmechanisme: Activeert lokaal glucocorticoïdreceptoren in de luchtwegen en onderdrukt ontsteking, slijmproductie en luchtweghyperreactiviteit.
Bijwerkingen: Orofaryngeale candidiasis, heesheid, keelirritatie en hoesten. Hoge doseringen kunnen systemische effecten geven; bij COPD neemt het risico op pneumonie toe.
Budesonide
Groep: Inhalatiesteroïden (longmedicatie).
Toepassingen: Onderhoudsbehandeling van astma, vaak gecombineerd met formoterol, en bij geselecteerde patiënten met COPD.
Werkingsmechanisme: Bindt aan glucocorticoïdreceptoren in de luchtwegen en remt inflammatoire genexpressie, oedeem en slijmproductie.
Bijwerkingen: Orofaryngeale candidiasis, heesheid, keelirritatie en hoesten. Bij langdurig hoge doseringen kunnen bijnierschorssuppressie, botverlies, cataract en glaucoom optreden.
Beclometason
Groep: Inhalatiesteroïden (longmedicatie).
Toepassingen: Onderhoudsbehandeling van astma en, bij passende indicatie, COPD.
Werkingsmechanisme: Activeert lokale glucocorticoïdreceptoren en vermindert ontsteking en hyperreactiviteit van de luchtwegen.
Bijwerkingen: Orofaryngeale candidiasis, heesheid, keelirritatie en hoesten. Hoge en langdurige doseringen kunnen systemische corticosteroïdbijwerkingen veroorzaken.
Simvastatine
Groep: Statinen.
Toepassingen: Verlaging van LDL-cholesterol en primaire of secundaire preventie van atherosclerotische hart- en vaatziekten.
Werkingsmechanisme: Remt HMG-CoA-reductase in de lever, waardoor de cholesterolsynthese afneemt en meer LDL-receptoren worden gevormd. Hierdoor daalt het LDL-cholesterol.
Bijwerkingen: Spierpijn, stijging van creatinekinase, leverenzymstijging en een geringe toename van diabetesrisico. Rhabdomyolyse is zeldzaam; interacties via CYP3A4 verhogen het risico.
Atorvastatine
Groep: Statinen.
Toepassingen: Verlaging van LDL-cholesterol en primaire of secundaire preventie van atherosclerotische hart- en vaatziekten, ook wanneer sterke LDL-daling nodig is.
Werkingsmechanisme: Remt HMG-CoA-reductase en stimuleert daardoor de leverexpressie van LDL-receptoren, zodat LDL sneller uit het bloed wordt verwijderd.
Bijwerkingen: Spierpijn, creatinekinasestijging, leverenzymstijging en een kleine toename van diabetesrisico. Ernstige myopathie of rhabdomyolyse is zeldzaam.
Ezetimibe
Groep: Overig.
Toepassingen: Verlaging van LDL-cholesterol, meestal toegevoegd aan een statine of gebruikt wanneer een statine onvoldoende wordt verdragen.
Werkingsmechanisme: Blokkeert de NPC1L1-steroltransporter in de dunne darm, waardoor de opname van cholesterol afneemt en de lever meer LDL uit het bloed opneemt.
Bijwerkingen: Maag-darmklachten, hoofdpijn, spierpijn en leverenzymstijging, vooral in combinatie met een statine. Ernstige spier- of levertoxiciteit is zeldzaam.
Evolocumab
Groep: PCSK9 remmers.
Toepassingen: Sterke LDL-verlaging bij familiaire hypercholesterolemie of zeer hoog cardiovasculair risico wanneer statinen en ezetimibe onvoldoende effect hebben of niet worden verdragen.
Werkingsmechanisme: Een monoklonaal antilichaam bindt PCSK9 en voorkomt afbraak van LDL-receptoren. Hierdoor blijven meer LDL-receptoren op hepatocyten beschikbaar en daalt LDL sterk.
Bijwerkingen: Reacties op de injectieplaats, verkoudheidsachtige klachten, rug- of spierpijn en zelden overgevoeligheidsreacties.
Alirocumab
Groep: PCSK9 remmers.
Toepassingen: Sterke LDL-verlaging bij primaire of familiaire hypercholesterolemie en bij zeer hoog cardiovasculair risico wanneer standaardtherapie onvoldoende is.
Werkingsmechanisme: Bindt PCSK9 en voorkomt dat LDL-receptoren in de lever worden afgebroken. Hierdoor neemt de klaring van LDL-cholesterol uit het bloed toe.
Bijwerkingen: Injectieplaatsreacties, bovensteluchtwegklachten, jeuk en zelden systemische overgevoeligheidsreacties.
Furosemide
Groep: Lisdiuretica.
Toepassingen: Oedeem en overvulling bij hartfalen, nier- of leverziekte, acuut longoedeem en soms therapieresistente hypertensie.
Werkingsmechanisme: Remt de Na+-K+-2Cl--cotransporter in het dikke opstijgende deel van de lis van Henle. Hierdoor worden natrium, chloride en water krachtig uitgescheiden.
Bijwerkingen: Hypovolemie, hypotensie, nierfunctieverslechtering, hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypomagnesiëmie, hyperurikemie en metabole alkalose. Hoge intraveneuze doseringen kunnen ototoxiciteit geven.
Bumetanide
Groep: Lisdiuretica.
Toepassingen: Behandeling van oedeem en vochtretentie bij hartfalen, nierinsufficiëntie of leverziekte.
Werkingsmechanisme: Remt de Na+-K+-2Cl--cotransporter in de lis van Henle en veroorzaakt krachtige natriurese en diurese.
Bijwerkingen: Dehydratie, hypotensie, nierfunctieverslechtering, hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypomagnesiëmie, hyperurikemie en metabole alkalose.
Isosorbidemononitraat
Groep: Nitraten.
Toepassingen: Profylaxe van aanvallen van angina pectoris en soms aanvullende symptoombehandeling bij hartfalen.
Werkingsmechanisme: Wordt omgezet in stikstofmonoxide, dat via cGMP vooral veneuze vaatverwijding veroorzaakt. Hierdoor dalen veneuze terugstroom, wandspanning en zuurstofbehoefte van het hart.
Bijwerkingen: Hoofdpijn, blozen, duizeligheid, orthostatische hypotensie en reflexmatige tachycardie. Bij continu gebruik ontstaat tolerantie; combinatie met PDE-5-remmers kan ernstige hypotensie veroorzaken.
Nitroglycerine
Groep: Nitraten.
Toepassingen: Snelle behandeling van een aanval van angina pectoris en symptoombehandeling bij een acuut coronair syndroom of acuut longoedeem wanneer de bloeddruk dit toelaat.
Werkingsmechanisme: Levert stikstofmonoxide, waardoor cGMP stijgt en vooral venen verwijden. Dit verlaagt de preload en myocardiale zuurstofbehoefte; hogere doseringen verwijden ook arteriën.
Bijwerkingen: Hoofdpijn, blozen, duizeligheid, hypotensie, syncope en reflexmatige tachycardie. Gelijktijdig gebruik van PDE-5-remmers is gecontra-indiceerd.
Dapagliflozine
Groep: SGLT2-remmers.
Toepassingen: Diabetes mellitus type 2, chronisch hartfalen ongeacht ejectiefractie en chronische nierschade bij geschikte patiënten.
Werkingsmechanisme: Blokkeert SGLT2 in de proximale niertubulus, waardoor glucose en natrium via de urine worden uitgescheiden. Dit geeft glucosurie, milde diurese en gunstige cardiorenale effecten.
Bijwerkingen: Genitale schimmelinfecties, volumedepletie, hypotensie en een tijdelijke daling van de eGFR. Zeldzaam maar ernstig zijn euglykemische ketoacidose en necrotiserende fasciitis van het perineum.
Empagliflozine
Groep: SGLT2-remmers.
Toepassingen: Diabetes mellitus type 2, chronisch hartfalen ongeacht ejectiefractie en chronische nierschade bij geschikte patiënten.
Werkingsmechanisme: Remt SGLT2 in de proximale tubulus en vermindert zo terugresorptie van glucose en natrium. Hierdoor ontstaan glucosurie, natriurese en gunstige effecten op hart en nieren.
Bijwerkingen: Genitale schimmelinfecties, dehydratie, hypotensie en een aanvankelijke eGFR-daling. Euglykemische ketoacidose is zeldzaam maar ernstig.
Hydrochloorthiazide
Groep: Thiazidediuretica.
Toepassingen: Hypertensie en lichte tot matige vochtretentie.
Werkingsmechanisme: Remt de Na+-Cl--cotransporter in de distale tubulus, waardoor natrium- en wateruitscheiding toenemen. Op langere termijn daalt ook de perifere vaatweerstand.
Bijwerkingen: Hyponatriëmie, hypokaliëmie, dehydratie, hyperurikemie, hyperglykemie, hypercalciëmie en fotosensitiviteit.
Acetylsalicylzuur
Groep: Thrombocytenaggregatieremmers.
Toepassingen: Acute en secundaire preventie van arteriële trombose bij acuut coronair syndroom, myocardinfarct, ischemische beroerte en na bepaalde coronaire interventies.
Werkingsmechanisme: Acetyleert cyclo-oxygenase-1 irreversibel in trombocyten, waardoor tromboxaan A2 en daarmee trombocytenaggregatie gedurende de levensduur van de trombocyt afnemen.
Bijwerkingen: Bloedingen, maagklachten, ulcus en bronchospasme bij overgevoelige patiënten. Nierfunctieverslechtering en allergische reacties kunnen optreden.
Clopidogrel
Groep: Thrombocytenaggregatieremmers.
Toepassingen: Acute en secundaire preventie van arteriële trombose, vaak na een acuut coronair syndroom, stentplaatsing, ischemische beroerte of bij intolerantie voor acetylsalicylzuur.
Werkingsmechanisme: De actieve metaboliet blokkeert de trombocytaire P2Y12-receptor irreversibel, waardoor ADP-gemedieerde activatie en aggregatie worden geremd.
Bijwerkingen: Bloedingen, blauwe plekken, maag-darmklachten en huiduitslag. Trombotische trombocytopenische purpura en ernstige neutropenie zijn zeer zeldzaam.
Cholecalciferol
Groep: Vitamine D analogen.
Toepassingen: Preventie en behandeling van vitamine D-tekort en ondersteuning bij osteoporose of verhoogd fractuurrisico.
Werkingsmechanisme: Vitamine D3 wordt in lever en nieren omgezet in actief calcitriol, dat de intestinale opname van calcium en fosfaat verhoogt en botmineralisatie ondersteunt.
Bijwerkingen: Bij overdosering hypercalciëmie, hypercalciurie, misselijkheid, verwardheid en nierstenen of nefrocalcinose.
Alfacalcidol
Groep: Vitamine D analogen.
Toepassingen: Stoornissen in calcium- en botmetabolisme bij chronische nierinsufficiëntie, waaronder secundaire hyperparathyreoïdie en renale osteodystrofie.
Werkingsmechanisme: Wordt in de lever omgezet in actief calcitriol en omzeilt daarmee de verminderde renale 1-alfa-hydroxylering. Het verhoogt calcium- en fosfaatopname en remt parathormoon.
Bijwerkingen: Hypercalciëmie, hyperfosfatemie, hypercalciurie, misselijkheid, jeuk en nierstenen. Regelmatige controle van calcium en fosfaat is nodig.
Zuurstof
Groep: Zuurstof.
Toepassingen: Behandeling van aangetoonde hypoxemie of ernstig respiratoir falen en langdurige zuurstoftherapie bij geselecteerde patiënten met chronische ernstige hypoxemie.
Werkingsmechanisme: Verhoogt de ingeademde zuurstoffractie en daarmee de alveolaire en arteriële zuurstofspanning, zodat meer zuurstof aan hemoglobine en weefsels beschikbaar komt.
Bijwerkingen: Hyperoxie, uitdroging van slijmvliezen en absorptie-atelectase. Ongecontroleerde hoge concentraties kunnen bij daarvoor gevoelige patiënten CO2-retentie verergeren; zuurstof vergroot bovendien brandgeva