1/109
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
mentale stoornissen
correlatie tussen psychiatrische stoornissen en delictengedrag
Psychotische stoornissen (klachten & symptomen)
hallucinaties & wanen
desorganisatie van denken & gedrag
negatieve symptomen: afstomping, vervlakking en inactiviteit
Psychotische stoornissen (link delictgedrag)
oververtegenwoordiging in gevangenispopulatie
kleine maar significante verhoging kans gewelddadig gedrag
hoger risico in combinatie met middelengebruik
middelengerelateerde en verslavingsstoornissen
chronische hersenziekte
compulsieve neiging om middelen te gebruiken
nadelige consequenties
verlies controle mate inname
negatief effect tijdens abstinentie
verwervingscriminaliteit
puur criminele feiten plegen, om je middelen te kunnen bekostigen
geweld bij illegale drugshandel
indirect gevolg met dellinquentie
onderliggende gemeenschappelijke factor
impulsief gedrag
verslaving → X inhouden
drugs verminderen je remmingen
farmacologische relatie met geweld
invloed van middelen als oorzaak van geweld
Persoonlijkheidsstoornissen
cognitie
affectiviteit
interpersoonlijk functioneren
impulsbeheersing
+ disfunctioneren in de maatschappij
+ lijden
dimensionale benadering
kwantitatief verschil en psychologische rapportages
categorische benadering
kwalitatief verschil en DSM-5-VTR + clusters
cluster A: zonderling
paranoïde, schizoïde en schizotypisch
cluster B: dramatisch
antisociaal, borderline, histrionisch en narcistisch
cluster C: angstig
vermijdend, afhankelijk en dwangmatig
paranoïde
wantrouwig tgov anderen, moeilijk om sociale relaties aan te gaan en extreem veel op jezelf
shizoïde
heel afstandelijk (in sociale relaties) en emotioneel afgevlakt
schizotypisch
sociaal ongemakkelijk (vooral intieme relaties), bizarre constructies en wasrelingen en erg afgezonderd
antisociaal
clusterlink met criminaliteit, gebrek aan respect (tgov anderen) en onbetrouwbaar, liegen, agressief(er) en prikkelbaar(der)
borderline
niet in staat om stabiele relaties uit te bouwen, geen realistisch zelfbeeld, slechte emotieregulering, instabiel en impulsief
histrionisch
(~ theatrale stoornis)
overdreven emotioneel reageren & veel aandacht nodig hebben
narcistisch
Continue grandioos gevoel over zichzelf
Je bent de beste in alles (slimste, leukste, …)
Heel veel nood aan verwondering
Erkenning nodig voor alles wat ze doen
Jaloezie als anderen iets verwezenlijken
Gebrek aan empathie
vermijdend
erg geremd en (over)gevoelig aan input en zeker negatieve oordelen van anderen
afhankelijk
erg vastgeklampt aan anderen en afhankelijk en onderdanig tgov anderen
dwangmatig
(~obsessief compulsief)
moeilijk om controle uit handen te geven
Ontwikkelingsstoornissen
ASS, ADHD en seksuele stoornissen
Autisme Spectrum Stoornis (ASS)
neurobiologische ontwikkelingsstoornis
persistente beperking in sociale communicatie
beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
empathiebeleving
ASS link criminaliteit
op zichzelf niet geassocieerd met geweld
minder veroordelingen diefstal/inbraak/verkeersovertredingen
meer veroordelingen seksuele delicten
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD)
neurobiologische ontwikkelingsstoornis
ADHD symptomen
impulsiviteit
moeite emotie-/ gedragsregulering
sensatiebelust
seksuele stoornissen
kan een link hebben met criminaliteit als je anderen schaadt
opdeling verschillende types
persoonlijkheid
“stabiele wijzen van waarnemen, denken en zich gedragen”
PEN-model
eerste model
sterke antisociale neigingen (combinatie 3)
geen eenduidigheid
psychoticisme
extraversie
neuroticisme
PEN: psychoticisme
roekeloos en onverantwoord gedrag (verlangen om noden meteen te bevredigen)
PEN: extraversie
gemakkelijk sociaal gedrag
PEN: neuroticisme
emotionele instabiliteit
Big Five
continuüms
Openheid voor ervaringen
Consciëntieusheid
Extraversie
Altruïsme
Neuroticisme
Big Five: openheid voor ervaringen
iemand die openstaat, creatief, breed schala van interesses, open voor suggesties en feedback van anderen, avontuurlijk, …
Big Five: consciëntieusheid
plichtbewust
gestructureerd, afwegen, alles in de bigger-picture plaatsen, gedisciplineerd, …
Big Five: extraversie
Extravert: out-going, sociaal, veel contact, op de voorgrond
Introvert: rustiger, meer me-time, …
Big Five: altruïsme
Vriendelijkheid: belevening anderen mensen, praten, vriendelijk overkomen, aangegaan met het welzijn van anderen, conflict vermijdend, naïef, …
Onvriendelijkheid: defensieve houding (bij conflict), altijd je gelijk proberen halen, gefocust op jezelf, egoïstisch, competitief -> kan overslaan tot agressief gedrag
Big Five: neuroticisme
Positieve kijk op de wereld, emotionele stabiliteit
Driefactorenmodel
Positieve emotionaliteit
Negatieve emotionaliteit
Costraint
Driefactorenmodel: positieve emotionaliteit
je ervaart de wereld positief
Driefactorenmodel: negatieve emotionaliteit
je ervaart de wereld negatief
Driefactorenmodel: constraint
geremdheid, lage impulscontrole -> meer uitdagingen zoeken
specifieke persoonlijkheidstrekken
Impulsiviteit
Narcisme
Empathie
Kilheid: callous-unemotional
psychopathie
persoonlijkheidsstructuur
continuüm
interpersoonlijk en affectief functioneren (psychopathie)
Gladde en oppervlakkige charme
Leugens, manipulatie, list en bedrog
Gebrek aan schuldbesef en empathie
Oppervlakkige emoties en kil
gedragsmatig functioneren en levensstijl (psychopathie)
Snel verveeld en sensatiezoekend
Impulsief, gebrekkige zelfcontrole en geen lange termijn
Parasitaire levensstijl en onverantwoordelijk gedrag
Vroege gedragsproblemen en veelsoortige criminaliteit
prevalentie
totaal aantal mensen die kenmerk hebben op bepaald moment
prevalentie psychopathie
algemene bevolking: < 5%
forensische context: 8 - 25%
machiavellisme
misbruik maken van anderen ten voordeel van zichzelf
+ narcistische persoonlijkheidsstoornis & psychopathie
temperament
= inherente en stabiele karaktertrekken mbt reacties op omgeving
= biologische precursor (basis) voor persoonlijkheid
temperamenteigenschappen gelinkt aan crimineel gedrag
Hoge mate van sensatiegerichtheid en lage zelfcontrole
Negatieve emotionaliteit: agressie, aliënatie en stressreacties
cognitieve ontwikkeling van Piaget
kennisverwerving is actieve bezigheid
cognitieve ontwikkeling van Piaget: stadia
sensorimotorisch
pre-operationeel
concreet operationeel
formeel operationeel
sensorimotorisch
0-2 jaar
dingen natuurlijk ervaren
zintuigen
gedrag van anderen imiteren
pre-operationele fase
2-7 jaar
ontwikkeling taalgebruik
symbolieken
egocentrisch
concreet operationeel
7-12 jaar
probleemoplossend denken
verschillende contexten
verplaatsen id beleving van anderen
formeel operationeel
+12 jaar
heel abstracte ideeën
vb. scenario’s, hypothesen, …
morele ontwikkeling van Kohlberg
3 niveaus en 6 fasen
hoe hoger, hoe meer inzicht in rechtvaardigheid
morele ontwikkeling van Kohlberg: niveaus
pre-conventioneel
conventioneel
post-conventioneel
pre-conventioneel (0-10/12j)
vermijden van straf
individualisme (eigenbelang)
conventioneel (10/12-18j)
interpersoonlijke overeenstemming en conformisme:
handelen om … anderen een plezier te doen, uit de problemen te geraken of omdat het verwacht wordt
autoriteit en handhaven vd sociale orde:
conformeren aan het gedrag die verwacht wordt, omdat je geen beperkingen wilt krijgen van mensen die hoger staan
post-conventioneel
hoger niveau van morele ontwikkeling
sociaal contract: gedragen naar sociale normen en afspraken
universele ethische principes: W&N nastreven, omdat je het ZELF belangrijk vind + kritische blik
Denkstijlen en cognities
Denkpatroon
“conglomeraat van attitudes, opvattingen, waarden en rationalisatie”
Robuuste link tussen antisociale opvattingen en antisociaal gedrag
Moreel-cognitieve achterstand
persistente immature moraliteit
Oppervlakkig moreel oordeel – redeneren voor morele beslissingen
Uitgesproken blijvende egocentrische bias
Cognitieve distorsies
incorrecte interpretaties van de realiteit
primair: zelfzuchtigheid
secundair: beschermende rationalisaties
zelfcontrole
Impulsiviteit
Nood aan onmiddellijke bevrediging
Overgecontroleerde vs. ondergecontroleerde plegers
Vaak in samenhang met andere kenmerken
emoties
(relatief) kortdurende psychofysiologische reactie
emoties en criminaliteit onlosmakelijk verbonden
emoties sturen gedrag
twee belangrijke aspecten emoties
emotiebeleving en emotieregulatie
(relatief) kortdurende psychofysiologische reactie
gelinkt aan een gebeurtenis
functioneel en variabel
tijdelijke toestand vs stabiele eigenschap/trek
emoties en criminaliteit zijn onlosmakelijk verbonden
daders
slachtoffers
publieke opinie
Boosheid
Frustratie-agressiehypothese
Verhoogt kans op agressief en gewelddadig gedrag – algemeen agressiemodel
Aanverwante emoties ook van belang = woede, prikkelbaarheid, vijandigheid, minachting
algemeen agressiemodel
Verminderde inhibitie door gedachten die vergelding rechtvaardigen
Verhoogde fysiologische arousal
Aanhoudende agressieve ingesteldheid door focus op triggers en het zien van provocatie
Foutieve interpretatie van de oorzaken van andermans gedrag
Priming van agressieve gedachten en gedragingen
angst
Gebrek aan angst of te veel en te frequent angstig zijn
Onaangepaste reactie op angst in combinatie met gebrek aan prosociale emoties
schuldgevoelens
zich verantwoordelijk voelen voor en spijt hebben van bepaald gedrag
→ minder kans op antisociaal gedrag
schaamtegevoelens
slecht gevoel tag de eigen persoon
→ meer kans op antisociaal gedrag
emotieregulering
emoties en de uiting ervan kunnen beheersen en aanpassen
Relatie tussen emotiereguleringsproblemen en agressie/gedragsproblemen
Onder-regulering van emoties
Overregulering van emotie
Interactie met ervaren van negatieve emoties
Interpersoonlijke vaardigheden
Zwakke sociale vaardigheden
sociaal acceptabel gedrag
Als je noden hebt, kan je deze gepast of ongepast proberen te vervullen. Afhankelijk van sociale vaardigheden kies je voor een bepaalde “methode”
aanpassingsvermogen
als je een plan hebt en de andere “opeens” een grens stelt. Kan het moeilijk zijn om deze te accepteren
intelligentie
“Mentale vaardigheid die het vermogen omvat om te redeneren, plannen, problemen op te lossen, abstract te denken en complexe ideeën te begrijpen”
intelligentiequotiënt (IQ)
Performaal IQ: problemen oplossen
Verbaal IQ: geheugen en taligheid
Verband IQ en criminaliteit
≠ causaal
Indirect
(Licht)verstandelijke beperking = mentale stoornis
Meerderheid LVB komt niet in contact met justitie
age-crime curve
Adolescence limited: meeste pieken op einde adolescentie, stoppen dan met criminaliteit
Life course persistent: klein deel blijft levenslang criminaliteit plegen
aan gender gerelateerde verschillen
Verschillende karakteristieken en risicofactoren
Fear-gender gap
Mogelijke bias (mannen > vrouwen)
politionele cijfers 2024
84,5% mannen
19,1% vrouwen
≠100%: bij één feit kunnen zowel vrouwelijke als mannelijke daders betrokken zijn
Maar (licht) toenemend aantal vrouwelijke daders
Gendergelijkheid en emancipatie
Verlaagde tolerantie voor bepaalde feiten/reikwijdte feiten (bv. verbale agressie)
Meer aandacht voor vrouwelijke plegers
Criminaliteitsvormen
man: geweldsdelicten, seksueledelicten en familicide
vrouw: vermogensdelicten, drugssmokkel, brandstichting en neonaticide
persoonlijkheidstesten
gebaseerd op pseudo wetenschappen
intelligentietests
Intelligentie slecht gedefinieerd als begrip: testafhankelijk
Algemene intelligentievragenlijsten
Verbale, numerieke, ruimtelijke en abstracte items
Verbale en niet-verbale taken
Validering en normering
Standaardscore (algemene prestatie) in vergelijking met normgroep
Verschillende tests in omloop, bv. Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS)
Nagaan van neuropsychologische stoornissen
Achteruitgang/achterstand
Belang van scores op de subitems/tests
PCL-R
meten van psychopathie
Psychopathologievragenlijsten
(Forensische) geestelijke gezondheidszorg
Algemene psychopathologievragenlijsten
Inzicht in algemeen functioneren van een persoon
Combinatie van verschillende vragenlijsten soms nuttig/aangewezen
Verschillende doelen
Diagnose
Evaluatie van therapie (voor- en nameting)
Specifieke psychopathologievragenlijsten
Specifiek vermoeden
Nauwkeurige beeldvorming
Zeer waardevol om inzicht te krijgen in welbevinden/functioneren van persoon
uitgangspunt psychologische factoren
microniveau: focus op gedachtegang en gedrag van individu
correlatie ≠ causaliteit
psychologische factoren wegen zwaarder door dan biologische factoren en zijn makkelijker te behandelen
farmacologische relatie met geweld: voorbeeld
Parkinsonmoord: medicatie tegen ziekte van Parkinson zorgde voor gewelddadiger gedrag
bijsluiter vermeldt: kan geen weerstand bieden tegen eigen impulsen
secundaire rationalisaties (cognitieve distorsies)
eigen handelen goedpraten
vijandige attributiebias: uitgaan van kwaad opzet bij anderen
minimaliseren en ontmenselijken: gebrekkige empathie
gebrekkige zelfcontrole: drang om noden direct te vervullen
gebrekkige cognitieve vaardigheden: vb. moeite met plannen
anderen de schuld geven
HEXACO-model (reader)
persoonlijkheidsmodel met 6 brede trekken
uitbreiding van de Big Five + extra dimensie: eerlijkheid-bescheidenheid
HEXACO: 6 factoren
Eerlijkheid-Bescheidenheid
Emotionaliteit
Extraversie
Vriendelijkheid
Consciëntieusheid
Openheid voor ervaring