1/300
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
la conversation
het gesprek
la discussion
de discussie
la négociation
de onderhandeling
la concertation
het overleg
discuter
discussiëren
négocier
onderhandelen
se concerter
overleggen
à propos de
wat betreft (voegwoord)
concernant
wat betreft (bijvoeglijk naamwoord)
aborder un sujet
een onderwerp aansnijden
il s'agit de
het gaat over
débuter, commencer par
beginnen met
passer au point suivant
overgaan naar het volgende punt
résumer
samenvatten
récapituler
herhalen
conclure
afsluiten, besluiten
terminer
beëindigen
communiquer
meedelen, communiceren
renseigner sur, informer
inlichtingen geven over
mentionner
vermelden, noemen
indiquer
aangeven
préciser
bepalen
signaler
laten weten, wijzen op
annoncer
aankondigen
rappeler que
eraan herinneren dat
définir
bepalen
signifier
betekenen
faire le tour de la question
iets grondig bekijken, uitvoerig debatteren over
faire le point
de stand van zaken opmaken
aller à l'essentiel
tot de kern komen, ter zake komen
insister sur
de nadruk leggen op
remarquer
opmerken
se limiter à
zich beperken tot
tenir compte de
rekening houden met
dépendre de
afhangen van
consulter
raadplegen, bekijken
relativiser
relativeren
chercher, trouver un compromis
een compromis zoeken/vinden
résoudre
oplossen
la solution
de oplossing
se mettre d'accord, être d'accord sur
akkoord gaan met
améliorer
verbeteren (in kwaliteit)
rectifier
rechtzetten, verbeteren (een fout)
optimiser
optimaliseren
obtenir
verkrijgen, bereiken
contribuer à
bijdragen aan
assumer
aanvaarden, op zich nemen (bvb de risico's)
organiser
organiseren
planifier
plannen
effectuer, exécuter
uitvoeren
opter pour qqc, choisir qqc
kiezen voor
faire des démarches
stappen ondernemen
inciter à
aansporen om, tot
utiliser, employer
gebruiken
disposer de
beschikken over
se composer de
samengesteld zijn uit
contenir
bevatten
s'équiper de
zich voorzien, zich uitrusten met
s'entourer de
zich omringen met
correspondre à qqc
overeenkomen met iets
actualiser, mettre à jour
bijwerken, updaten
servir à qqc
dienen voor iets
se servir de
gebruik maken van
augmenter
verhogen
diminuer
verminderen
assurer
waarborgen, verzekeren, zorgen voor
s'assurer de
zich verzekeren van
cocher
aanvinken
souligner
onderlijnen
noter, prendre note
notities maken
entendre
horen
écouter
luisteren
deviner
raden
apprécier
waarderen
suivre
volgen
réfléchir à
nadenken over
penser à
denken aan
espérer
hopen
tolérer
dulden, toestaan
revendiquer, exiger
aanspraak maken op, eisen
se fâcher
boos worden
stresser
stressen
avoir la pression
onder druk staan
s'excuser
zich verontschuldigen (voor iets)
parler plus fort, plus doucement
harder/zachter praten
élever, baisser la voix
de stem verheffen/ zachter praten
interrompre, couper la parole
onderbreken, in de rede vallen
venir de
net/zojuist gedaan hebben (vb ik ben net terug)
il vaut mieux.... + inf
het is beter
il vaut mieux recommencer
het is beter om opnieuw te beginnen
cette date vous convient?
past deze datum u?
convenir
passen
confier à
toevertrouwen aan
manquer
missen, laten ontkomen (bv een gelegenheid)
rater (ex son but, son avion)
missen (bv zijn doel/vliegtuig missen)
rater
mislukken (niet slagen in zijn examen)
réussir
lukken
la réussite
het succes
échouer
mislukken
un échec
een mislukking, het falen