1/36
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
el marido
de echtgenoot
tener
hebben
la vida
het leven
desayunar
ontbijten
comer
eten
cenar
avondeten
después de cenar
na het avondeten
ver la tele
tv-kijken
merendar
een 4-uurtje eten
los amigos
de vrienden
el fin de semana
het weekend
tarde
laat
el hijo
de zoon
pronto
vroeg
después
daarna
la pareja
de partner
la ciudad
de stad
estar juntos
samen zijn
vivir
wonen / leven
lejos
ver weg
antes de desayunar
voor het ontbijt
ir
gaan
a media mañana
‘s voormiddags, rond 11u
tomar
nemen / eten
el bocadillo
het broodje
a mediodía
over de middag
la tienda
de winkel
estar cerrado
gesloten zijn
el compañero
de collega
cerca del trabajo
dicht bij het werk
el lunes
de / op maandag
el martes
de / op dinsdag
el miércoles
de / op woensdag
el jueves
de / op donderdag
el viernes
de / op vrijdag
el sábado
de / op zaterdag
el domingo
de / op zondag