Bio: 8.1-8.3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/72

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:07 PM on 6/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

73 Terms

1
New cards

Wat is het verschil tussen voedingsmiddelen en voedingsstoffen?

Voedingsmiddelen = eten/drinken (brood, melk). Voedingsstoffen = stoffen in voedsel die je lichaam nodig heeft.

2
New cards

Wat is foerageergedrag?

Het gedrag waarbij dieren voedsel zoeken / eten.

3
New cards

Wat is vertering?

Het klein maken van voedingsstoffen, zodat ze in het bloed kunnen worden opgenomen.

4
New cards

Welke 4 functies kunnen voedingsstoffen hebben?

(BBBR) Bouwstof, brandstof, beschermstof en reservestof,

5
New cards

Waarvoor dienen bouwstoffen?

Groei, herstel en onderhoud van cellen en weefsels.

6
New cards

Waarvoor dienen brandstoffen?

Energie voor warmte, bewegen, denken en groeien.

7
New cards

Waarvoor dienen reservestoffen?

Opslag van voedingsstoffen voor later gebruik.

8
New cards

Waarvoor dienen beschermstoffen?

Beschermen tegen ziekten en zorgen dat lichaamsprocessen goed verlopen.

9
New cards

Noem de 6 voedingsstoffen.

Koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamines, mineralen, water.

10
New cards

Wat doen koolhydraten en waar zitten ze in?

Brandstof, bouwstof, reservestof. In brood, rijst, aardappels, groenten.

11
New cards

Wat doen vetten en waar zitten ze in?

Brandstof, bouwstof, reservestof. In noten, boter, kaas, vis, vlees.

12
New cards

Wat doen eiwitten en waar zitten ze in?

Vooral bouwstof, soms brandstof. In vlees, eieren, bonen, paddenstoelen.

13
New cards

Wat doen vitamines en waar zitten ze in?

Beschermstoffen. In groenten, fruit, vis, paddenstoelen.

14
New cards

Wat doen mineralen en waar zitten ze in?

Bouw- en beschermstoffen. Bijvoorbeeld kalk voor botten, ijzer voor bloed. In veel voedingsmiddelen en water.

15
New cards

Waarom is water belangrijk?

Belangrijke bouwstof; lichaam bestaat ongeveer 65% uit water.

16
New cards

Welke voedingsstoffen zijn bouwstoffen?

Eiwitten, water, mineralen (sommige), vetten en koolhydraten.

17
New cards

Welke voedingsstoffen zijn brandstoffen?

Koolhydraten, vetten en soms eiwitten.

18
New cards

Welke voedingsstoffen zijn beschermstoffen?

Vitamines en sommige mineralen.

19
New cards

Waaruit bestaat het verteringsstelsel?

Verteringskanaal + organen die verteringssappen maken.

20
New cards

Welke organen maken verteringssappen, maar horen niet bij het verteringskanaal?

Speekselklieren, lever en alvleesklier.

21
New cards

Wat zijn enzymen?

Eiwitten die voedingsstoffen afbreken.

22
New cards

Wat bevat speeksel en wat doet het?

Water, slijm en amylase; maakt voedsel glad en begint de vertering van zetmeel.

23
New cards

Waarom kauw je voedsel?

Voor oppervlaktevergroting, zodat amylase beter kan werken.

24
New cards

Wat doen de huig en het strotklepje?

Huig sluit neusholte af; strotklepje sluit luchtpijp af.

25
New cards

Wat zijn de functies van tanden en kiezen?

Snijtanden bijten af, hoektanden scheuren, kiezen malen voedsel fijn.

26
New cards

Wat doet glazuur in een tand?

Beschermt de kroon.

27
New cards

Wat doet het tandbeen in een tand?

Vormt het grootste deel van de kies.

28
New cards

Wat doet cement in een tand?

Beschermt de wortel.

29
New cards

Wat zit in de tandholte?

Zenuwen en bloedvaten.

30
New cards

Wat is een melkgebit?

Het eerste gebit.

31
New cards

Wat is een blijvend gebit?

Het volwassen gebit met 32 tanden en kiezen.

32
New cards

Wat zijn valse kiezen?

Kiezen met 2 kauwpunten.

33
New cards

Wat zijn ware kiezen?

Kiezen met 4 of 5 kauwpunten.

34
New cards

Wat is de functie van de slokdarm?

Voedsel vervoeren naar de maag.

35
New cards

Wat is peristaltiek?

Golfvormige spierbewegingen die voedsel voortduwen.

36
New cards

Wat is de maagportier?

Kringspier aan het einde van de maag.

37
New cards

Wat bevat maagsap?

Water, slijm, zoutzuur en enzymen.

38
New cards

Wat doet zoutzuur?

Doodt bacteriën.

39
New cards

Wat doen de enzymen in maagsap?

Starten de vertering van eiwitten.

40
New cards

welke organen maken verteringssappen ook. (inclusief: alvleeklier, lever en speekselklier)

maag en dunne darm

41
New cards

wat doet amylase

het splitst zetmeel en koolhydraten in kleinere stukken

42
New cards

Wat is de wortel?

Het deel dat vastzit in de kaak.

43
New cards

Wat doet het tandvlees?

Beschermt de tandwortel.

44
New cards

Wat doet de maagportier?

Houdt voedsel tijdelijk in de maag.

45
New cards

wat bevat verteringssappen

water en enzymen

46
New cards

Waarom wordt voedselbrij eerst verdund?

Zodat verteringsenzymen beter kunnen werken.

47
New cards

Waarom wordt voedselbrij in de dikke darm verdikt?

Omdat water wordt teruggehaald naar het bloed.

48
New cards

Hoe ontstaat darmperistaltiek?

Door het afwisselend samentrekken van lengte- en kringspieren.

49
New cards

Waarom geeft de maag voedsel beetje bij beetje af?

Zodat het goed verder verteerd kan worden.

50
New cards

Wat doet gal met vetten?

Het verdeelt vet in kleine druppeltjes.

51
New cards

Wat zijn de functies van gal?

Vetten verdelen en afvalstoffen afvoeren.

52
New cards

Wat zijn de functies van de lever?

Voedingsstoffen regelen, gifstoffen afbreken en gal maken.

53
New cards

Welke voedingsstoffen worden verteerd in de dunne darm?

Koolhydraten, eiwitten en vetten.

54
New cards

Wat gebeurt er met voedingsstoffen in de dunne darm?

Ze worden opgenomen in het bloed.

55
New cards

Hoe krijgt de dunne darm een groot oppervlak?

Door darmplooien, darmvlokken en microvilli.

56
New cards

Waarom heeft de dunne darm een groot oppervlak?

Voor snelle opname van voedingsstoffen.

57
New cards

Wat doet de darmflora?

Helpt bij opname van voedingsstoffen en maakt vitamine K.

58
New cards

Wat doet alvleessap?

Verteert koolhydraten, eiwitten en vetten.

59
New cards

Waaruit bestaat ontlasting?

Onverteerde resten, afvalstoffen en darmbacteriën.

60
New cards

Welke voedingsstoffen worden verteerd in de twaalfvingerige darm?

Koolhydraten, eiwitten en vetten.

61
New cards

Wat doet gal niet?

Gal verteert niet zelf.

62
New cards

Waarom wordt de voedselbrij minder zuur gemaakt?

Zodat verteringsenzymen goed werken.

63
New cards

Wat gebeurt er bijna niet in de twaalfvingerige darm?

Opname van voedingsstoffen in het bloed.

64
New cards

Wat is de belangrijkste taak van de dikke darm?

Water opnemen in het bloed.

65
New cards

Wat is de functie van de anuss?

De darm afsluiten en ontlasting naar buiten laten.

66
New cards

Wat stimuleren voedingsvezels?

De darmperistaltiek.

67
New cards

wat is voedselbrij?

vloeibaar voedsel

68
New cards

wat is de taak van spierweefsel

de voedselbrij heen en weer te bewegen, en verder te duwen.

69
New cards

Wat zijn voedingsvezels?

verteerbare koolhydraten.

70
New cards

Wat maakt de dunne darm?

Darmsap en verteringssappen

71
New cards

wat doet de alvleesklier

het maakt alvleessap

72
New cards

wat bevat alvleessap

water, verteringsenzymen en stoffen die de voedselbrij minder zuur maken

73
New cards

wat doet de galblaas

het slaat gal op