les 1 veilig sporten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/36

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:46 AM on 8/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

37 Terms

1
New cards

Is gezondheid hetzelfde als de afwezigheid van ziekte?

Nee. Gezondheid omvat ook lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn.

2
New cards

Welke 4 factoren beïnvloeden de gezondheid?

  • Erfelijkheid

  • Omgeving

  • Leefstijl

  • Gezondheidszorg

3
New cards

Welke gezondheidsfactor kan je zelf het meest beïnvloeden?

Leefstijl.

4
New cards

Geef 3 voorbeelden van een gezonde leefstijl.

  • Gezond eten

  • Voldoende bewegen

  • Voldoende slapen

5
New cards

Wat is fysieke activiteit?

Elke lichaamsbeweging waarbij de spieren energie verbruiken.

6
New cards

Is wandelen een fysieke activiteit?

ja

7
New cards

Is tuinieren een fysieke activiteit?

ja

8
New cards

Is alle fysieke activiteit sport?

nee

9
New cards

Is alle sport fysieke activiteit?

ja

10
New cards

Waarvoor staat FITT?

  • Frequentie

  • Intensiteit

  • Tijd

  • Type

11
New cards

Wat betekent Frequentie?

Hoe vaak je beweegt of traint.

12
New cards

Wat betekent Intensiteit?

Hoe zwaar je beweegt of traint.

13
New cards

Wat betekent Tijd?

Hoe lang je beweegt of traint.

14
New cards

Wat betekent Type?

Welke activiteit je uitvoert.

15
New cards

Wat is fysieke fitheid?

De mate waarin de fysieke basiseigenschappen ontwikkeld zijn.

16
New cards

Kan iemand fit zijn zonder volledig gezond te zijn?

ja. Fitheid gaat over lichamelijke capaciteiten, gezondheid ook over mentaal en sociaal welzijn.

17
New cards

Waarvoor staat KLUSCE?

  • Kracht

  • Lenigheid

  • Uithouding

  • Snelheid

  • Coördinatie

  • Evenwicht

18
New cards

Wat is kracht?

Het vermogen om weerstand te overwinnen of eraan weerstand te bieden.

19
New cards

Wat is het verschil tussen dynamische en statische kracht?

Dynamisch = spier verandert van lengte. Statisch = spierlengte blijft gelijk.

20
New cards

Wat is lenigheid?

Het vermogen om een grote bewegingsuitslag uit te voeren.

21
New cards

Wat is uithouding?

Het vermogen om een inspanning lang vol te houden.

22
New cards

Wat is het verschil tussen aerobe en anaerobe uithouding?

Aeroob = met voldoende zuurstof. Anaeroob = zonder voldoende zuurstof.

23
New cards

Wat is snelheid?

Het vermogen om bewegingen zo snel mogelijk uit te voeren.

24
New cards

Wat is coördinatie?

Het doelgericht laten samenwerken van lichaamsdelen.

25
New cards

Wat is evenwicht?

Het vermogen om het lichaam stabiel te houden tijdens stilstand of beweging.

26
New cards

Wat is statisch evenwicht?

Evenwicht bewaren zonder te bewegen.

27
New cards

Wat is dynamisch evenwicht?

Evenwicht bewaren tijdens beweging.

28
New cards

Waarvoor dient de Eurofit-test?

Om de algemene fysieke fitheid te meten.

29
New cards

Geef 3 positieve fysieke effecten van bewegen.

  • Betere conditie

  • Sterkere spieren en botten

  • Minder kans op ziekten

30
New cards

Geef 3 mentale voordelen van bewegen.

  • Minder stress

  • Beter humeur

  • Meer zelfvertrouwen

31
New cards

Geef 3 sociale voordelen van bewegen.

  • Nieuwe contacten

  • Samenwerken

  • Meer sociale verbondenheid

32
New cards

Geef 3 mogelijke negatieve gevolgen van sporten.

  • Blessures

  • Overbelasting

  • Ongevallen

33
New cards

Wat is een acute blessure?

Een blessure die plots ontstaat.

34
New cards

Wat is een chronische blessure?

Een blessure die geleidelijk ontstaat door overbelasting.

35
New cards

Wat is een contactblessure?

Een blessure door contact met een persoon of voorwerp.

36
New cards

Wat is een non-contactblessure?

Een blessure zonder rechtstreeks contact.

37
New cards

Wat is gezondheid volgens de WHO?

Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn, en niet alleen de afwezigheid van ziekte.