Kaarten: ontwikkelingspsychologie LES 8 Bart Soenen ugent | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/68

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

69 Terms

1
New cards

wat is een andere naam voor bijziendheid

myopie

2
New cards

wat zijn 5 oorzaken van obesitas

"- genetica - lage SES: meer stress en gebrek aan kennis - overvoeding: ouders gaan elk signaal voor ongemak interpreteren als nood aanvoedsel: kinderen leren niet eigen honger aan te voelen en intern te reguleren - ongezonde voeding als ""beloning"" gebruiken - minder fysiek actief en meer TV kijken: oorzaak en gevolg"

3
New cards

hoe pak je obesitas het beste aan

veranderen van levensstijl met de familie en op school

4
New cards

in welke 4 domeinen van ruwe motoriek wordt vooruitgang geboekt

- flexibiliteit/elasticiteit - evenwicht vergroot - snelheid en behendigheid van beweging neemt toe - kracht neemt toe

5
New cards

waarom zijn spelletjes bevorderlijk voor ontwikkeling

- toename in perspectief innemen; je kan begrijpen hoe anderen spelletje zullen spelen - samen ontdekken welke regels goed zijn en welke niet - inzicht in wat fairheid en rechtvaardigheid betekenen

6
New cards

hoe verschilt het denken tussen kleuters en lagere schoolkinderen volgens Piaget in het concreet-operationeel stadium

kleuters laten zich leiden door schijn en meest opvallende, element, terwijl lagere schoolkinderen weten dat schijn kan bedriegen en kunnen hun oordeel beter baseren op mentale bewerkingen of operaties

7
New cards

wat is decentratie

focussen op meerdere aspecten van het probleem en ze met elkaar in verband brengen, eerder dan zich op 1 aspect te richten

8
New cards

wat zijn transformaties

vermogen om proces dat tussen begin en eindtoestand zit in acht te nemen en te gebruiken bij de beoordeling van de situatie

9
New cards

wat is onomkeerbaarheid

een reeks van stappen niet in gedachten kunnen omkeren

10
New cards

wat is omkeerbaarheid

vermogen om te denken in een reeks van stappen en dan in gedachten de richting omkeren en weer op het uitgangspunt terugkeren (is een onderdeel van elke logische operatie)

11
New cards

wat zijn operaties

mentale handelingen die gehoorzamen aan logische regels

12
New cards

wat is seriatie

capaciteit om items langs een kwantitatieve dimensie te ordenen: vanaf 6-7 jaar

13
New cards

wat is transitieve inferentie

uitvoeren van mentale seriatie of ordening

14
New cards

wat is spatiaal redeneren

begrip van ruimte

15
New cards

wat is mentale rotatie

ruimtelijk standpunt innemen van de andere

16
New cards

wat is een cognitieve kaart

mentale representatie van bekende plaatsen, zoals buurt, huis en school

17
New cards

vanaf welke leeftijd kunnen kinderen de weg duidelijk en goed georganiseerd uitleggen aan anderen

8 à 10 jaar

18
New cards

vanaf wanneer spreken we over georganiseerd en logisch denken

(2) - concrete informatie die waarneembaar is (concreet zichtbare materialen nodig om tot een oordeel te komen) - niet met abstracte categorieën (=redeneren in het hypothetische)

19
New cards

Hoe verschillen Piaget en Vygotsky op vlak van hersenontwikkeling

Piaget zegt dat hersenontwikkeling spontaan gebeurd door hersenmaturatie en eigen ervaring, maar Vygotsky zegt dat logisch ddenken zich niet spontaan ontwikkelt, maar dat er een invloed is van opleiding, context en cultuur

20
New cards

wat zeggen Neo-Piagetiaanse theoretici over de verschuiving naar het operationeel stadium

(2) Cognitieve schema's worden door routine geautomatiseerd Door de routine is er meer plaats in het werkgeheugen waardoor kinderen ook naar andere aspecten kunnen kijken (bv: breedte glas)

21
New cards

wat zijn centrale conceptuele structuren

netwerken van begrippen en relaties die meer algemeen, complex en systematisch denken bevorderen in veel verschillende situaties

22
New cards

in welke 2 basale informatieverwerkingsvaardigheden zijn er veranderingen door hersenontwikkeling

- infoverwerkingscapaciteit: snelheid waarmee informatie wordt verwerkt - cognitieve inhibitie neemt toe = capaciteit om irrelevante info te weren

23
New cards

wat zijn geheugenstrategieën

bewuste strategieën om info te onthouden

24
New cards

geef 3 geheugenstrategieën herhalen:

voor zichzelf herhalen van informatieorganiseren: het groeperen van items die tot dezelfde categorie behorenElaboratie = een relatie, of gedeelde betekenis, tot stand brengen tussen 2 of meer stukken informatie die niet tot dezelfde categorie behoren: mentaal beeld oproepen (bvb. landen van europa van buiten leren en bij Italië een man voorstellen met laarzen zodat je op de toets dat beeld krijgt en Italië juist kan invullen

25
New cards

vanaf wanneer beginnen kinderen geheugenstrategieën toe te passen

vanaf begin van lagere schoolleeftijd: organisatie en herhalen einde lagere schoolleeftijd: elaboratie

26
New cards

waarom zijn organisatie en elaboratie effectiever

elementen worden tot betekenisvolle eenheden gegroepeerd waardoor er plaats vrijkomt in het werkgheheugen en informatie beter opgeroepen kan worden

27
New cards

wat is cognitieve zelfregulering

proces van continu opvolgen van de vooruitgang in de richting van het gestelde doel, problemen detecteren en oplossingen zoeken nadenken over hoe je bepaalde leertaken en cognitieve processen zo goed en efficiënt mogelijk kan sturen (bvb. als ik straks thuiskom, ga ik eerst werken of eerst wat ontspannen?)

28
New cards

hoe kunnen ouders en opvoeders helpen bij cognitieve zelfregulatie

- suggereren goede stragegieën en uitleggen waarom ze werken

29
New cards

wat is academische zelfefficaciteit

het besef dat kinderen weten dat het hen wel gaat lukken om leerstof te verwerken door hun strategieën

30
New cards

hoe wordt de woordenschat uitgebreid

(2) - structuur van complexe woorden analyseren, bvb. blijheid < blij - begrijpen vanuit context (bij lezen)

31
New cards

hoe evolueert pragmatiek

(3) - preciezere beschrijving van voorwerpen - meer verfijnde communicatiestrategieën (bvb. iets beleefd vragen, meer respect voor directeur) - meer georganiseerde verhalen vertellen (topic gefocust: 1 verhaallijn chronologisch afwerken tot het einde. (typisch noord-Amerikaans) associatieve stijl: paralelle verhaallijnen in narratief, ze maken het verhaal complexer, (typisch Afro-Amerikaans))

32
New cards

wat is vlijt

een gevoel van competentie ontwikkelen bestemd voor cultureel gewaardeerde activiteiten

33
New cards

wat is inferioriteit

pessimisme gebrek aan vertrouwen om dingen goed te doen

34
New cards

hoe ontstaan trekomschrijvingen

(2) cognitieve ontwikkeling: combinatie van ervaringensociale feedback van de omgeving: ik-zelf neemt het mij-zelf zoals door de omgeving aangereikt over

35
New cards

wat is permissief opvoeden

alles toelaten aan uw kind, laissez-faire

36
New cards

wat is causale attributie

de verklaring van een persoon van de oorzaak van een gebeurtenis

37
New cards

wat is verklaringsstijl

tendens van mensen om bepaalde attributionele verklaringen te gebruiken bij het verklaren van gebeurtenissen

38
New cards

welke 3 categorieën van attributies bestaan er zoal

- extern vs intern: aan een externe oorzaak van een gebeurtenis of aan jezelf toeschrijven - stabiel vs veranderbaar: blijft de oorzaak aanwezig of is deze temporeel - globaal vs specifiek: is de geboden verklaring ook relevant voor andere situaties of juist voor deze ene situatie

39
New cards

wat is een pessimistische verklaringsstijl:

- benadrukt interne, stabiele, en globale oorzaak voor negatieve gebeurtenissen - is geassocieerd met gevoelens van hulpeloosheid en gebrekkige aanpassing

40
New cards

wat is leeroriëntatie

(positieve attributie stijl) gericht op het begrijpen en onder de knie krijgen van het materiaal

41
New cards

wat is aangeleerde hulpeloosheid

(negatieve attributie stijl) verwachting dat competentie zal tekortschieten in behalen van doel

42
New cards

tot welke mindset leidt persoonsgerichte feedback

fixed mindset

43
New cards

met wat wordt schuld geassocieerd

een intentionele fout

44
New cards

tot welke mindset leidt procesgerichte feedback

growth mindset

45
New cards

wat is fierheid

blijdschap omwille van resultaat en behagen andere persoon

46
New cards

tussen welke 2 algemene strategieën wordt een balans gezocht op 10 jarige leeftijd

(emotionele zelfregulatie) - probleem-gerichte copingstrategie - emotie-gerichte copingstrategie

47
New cards

wat is probleem-gerichte copingstrategie

de handen uit de mouwen steken, proactief proberen de situatie te verbeteren, vooral wanneer je er zelf iets aan kan doen

48
New cards

wanneer wordt de probleem-gerichte copingstrategie gebruikt

wanneer de gebeurtenis onder controle is: steun zoeken en een probleem proberen oplossen (bvb. bij een toets of een competitiewedstrijd)

49
New cards

wat is emotie-gerichte copingstrategie

de situatie aanvaarden, proberen de positieve kanten ervan te zien, vooral wanneer je er zelf niks aan kan doen (bvb. goed voor wanneer ouders scheiden, je kan er zelf niets aan veranderen dus je moet hun niet proberen terugkoppelen, maar er de goede dingen van proberen in te zien, zoals dat de ruzies nu gedaan zijn)

50
New cards

wanneer wordt de emotie-gerichte copingstrategie het best gebruikt

wanneer de gebeurtenis buiten controle is: herdefiniëren van de situatie, ontkennen van belang gebeurtenis

51
New cards

wat is emotionele zelf-regulatie

stragieën om emoties tot een comfortabel niveau te brengen

52
New cards

wat is emotionele zelf-efficaciteit

capaciteit om zelf-regulatieve strategieën op een effectieve wijze te kunnen hanteren, het gevoel dat je emoties onder controle hebt

53
New cards

wat bevordert emotionele zelf-efficaciteit

(3) - sociale competentie - empathie - vermindert negatieve emoties

54
New cards

door welke 3 factoren neemt morele ontwikkeling een vlucht

- toenemende sociale wereld: meer vriendjes - toenemende capaciteit tot perspectief inname - cognitieve ontwikkeling: met meer gezichtspunten tegelijk rekening houden

55
New cards

wat is distributieve rechtvaardigheid

regels met betrekking tot de wijze waarop schaarse goederen verdeeld dienen te worden

56
New cards

hoe evolueert distributieve rechtvaardigheid

- 3 à 4 jaar: eigenbelang: ik deel op faire wijze omdat ik anders een kleiner stuk zou krijgen - 5 à 6 jaar: gelijkheid: iedereen heeft recht op een zelfde deel van de koek - 6 à 7 jaar: inspanning of excellente prestatie - 8 jaar: helpen: meest benadeelde mag meer krijgen (bvb. iemand uitnodigen die nooit uitgenodigd wordt

57
New cards

waarom word BEGRIP VAN MORELE EN SOCIALE CONVENTIES WORDT COMPLEXER EN VERFIJNDER

- Meer flexibiliteit

o Lagereschoolkinderen vinden liegen niet altijd verkeerd: leugentje om bestwil, prosociale

leuken (elkaar in bescherming nemen)

- Sociale afspraken die een duidelijk doel hebben vs. geen doel: transgressie

o Reden achter een regel moet duidelijk en goed zijn

o Aanvaarden niet zomaar arbitraire regels

- Intentie/bedoeling van actie wordt in acht genomen

58
New cards

leg uit: begrip van individuele rechten neemt toe

- Meer zaken worden als private kwestie gezien

o Persoonlijke ruimte wordt groter

- Legitimiteit van gezag neemt af in private kwesties

o Volwassenen mogen er niet meer altijd in tussenkomen

o Bv. kledij, vrienden, wat je kijkt op tv, schermtijd invullen

- Vrijheid van meningsuiting

59
New cards

wat beinvloed vooroordeled gedrag

- Hoge zelfwaarde: denigrerend optreden om zelf-evaluatie te rechtvaardigen

o Kinderen die zichzelf op sociale ladder plaatsen en zo hoog mogelijke plaats willen behouden

à door neer te kijken op minderheidsgroepen

- Categorisatie in sociale groepen: op sociale ladder plaatsen

o Als je bepaalde vooroordelen veel hoort in je omgeving

- Stabiele visie op persoonlijkheidskenmerken: "goed" vs. "slecht" = onveranderbaar

o Mensen van andere sociale groep een 'entiteit' met bepaalde stabiele kenmerken

60
New cards

wat is een peergroep

groepje vrienden die unieke waarden en gedrag delen en door leider-volgers worden gekenmerkt (3 à 12)

61
New cards

wat zijn kenmerken van peergroepen

(4) - nabijheid (bvb. zelfde buurt) - geslacht - etniciteit - populariteit

62
New cards

wat zijn 2 voordelen van peergroepen

zelfwaarde door groepsidentiteitsociale vaardigheden: samenwerking, loyauteit tov groep en leiderschap

63
New cards

wat zijn 3 nadelen van peergroepen

- relationele agressie - rivaliteit tussen groepen - insiders en outsiders

64
New cards

hoe zijn vriendschappen veranderd in de lagere schoolleeftijd

- speelkameraad maar ook aandacht voor persoonlijke kwaliteiten en wederzijds vertrouwen - meer selectiviteit - meer langdurige band: leren conflicten overwinnen - wederzijdse beïnvloeding: prosociaal vs. antisociale vrienden

65
New cards

wat is peer aanvaarding

graag gezien zijn door een groep personen ==> geen wederzijdse relatie, maar 1zijdig

66
New cards

POPULAIR

Niet altijd goed

- Prosociaal populair: oprecht well-liked, vriendelijke persoonlijkheid, oprecht

hulpvaardig

- Antisociaal: opklimmen door relationele agressie, mensen zijn bang van jou

67
New cards

CONTROVERSIEEL

verdeelde meningen, sommigen vinden hen zeer tof, anderen niet

68
New cards

VERWORPEN

weinig positief, veel negatief à zijn niet graag gezien in de klas

• Teruggetrokken: kinderen in hun schulp, internaliseren de verwerping,

outcasts van de klas

• Agressief: gaan in tegenaanval tegen verworpenheid, gepeste kinderen die

later zelf pesters worden als tegenreactie

69
New cards

GENEGEERD

weinig positief, weinig negatief à minder zichtbaar in klas, blijken toch vaak een paar

goede diepgaande vriendschappen te hebben en mentaal goed