1/68
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
wat is een andere naam voor bijziendheid
myopie
wat zijn 5 oorzaken van obesitas
"- genetica - lage SES: meer stress en gebrek aan kennis - overvoeding: ouders gaan elk signaal voor ongemak interpreteren als nood aanvoedsel: kinderen leren niet eigen honger aan te voelen en intern te reguleren - ongezonde voeding als ""beloning"" gebruiken - minder fysiek actief en meer TV kijken: oorzaak en gevolg"
hoe pak je obesitas het beste aan
veranderen van levensstijl met de familie en op school
in welke 4 domeinen van ruwe motoriek wordt vooruitgang geboekt
- flexibiliteit/elasticiteit - evenwicht vergroot - snelheid en behendigheid van beweging neemt toe - kracht neemt toe
waarom zijn spelletjes bevorderlijk voor ontwikkeling
- toename in perspectief innemen; je kan begrijpen hoe anderen spelletje zullen spelen - samen ontdekken welke regels goed zijn en welke niet - inzicht in wat fairheid en rechtvaardigheid betekenen
hoe verschilt het denken tussen kleuters en lagere schoolkinderen volgens Piaget in het concreet-operationeel stadium
kleuters laten zich leiden door schijn en meest opvallende, element, terwijl lagere schoolkinderen weten dat schijn kan bedriegen en kunnen hun oordeel beter baseren op mentale bewerkingen of operaties
wat is decentratie
focussen op meerdere aspecten van het probleem en ze met elkaar in verband brengen, eerder dan zich op 1 aspect te richten
wat zijn transformaties
vermogen om proces dat tussen begin en eindtoestand zit in acht te nemen en te gebruiken bij de beoordeling van de situatie
wat is onomkeerbaarheid
een reeks van stappen niet in gedachten kunnen omkeren
wat is omkeerbaarheid
vermogen om te denken in een reeks van stappen en dan in gedachten de richting omkeren en weer op het uitgangspunt terugkeren (is een onderdeel van elke logische operatie)
wat zijn operaties
mentale handelingen die gehoorzamen aan logische regels
wat is seriatie
capaciteit om items langs een kwantitatieve dimensie te ordenen: vanaf 6-7 jaar
wat is transitieve inferentie
uitvoeren van mentale seriatie of ordening
wat is spatiaal redeneren
begrip van ruimte
wat is mentale rotatie
ruimtelijk standpunt innemen van de andere
wat is een cognitieve kaart
mentale representatie van bekende plaatsen, zoals buurt, huis en school
vanaf welke leeftijd kunnen kinderen de weg duidelijk en goed georganiseerd uitleggen aan anderen
8 à 10 jaar
vanaf wanneer spreken we over georganiseerd en logisch denken
(2) - concrete informatie die waarneembaar is (concreet zichtbare materialen nodig om tot een oordeel te komen) - niet met abstracte categorieën (=redeneren in het hypothetische)
Hoe verschillen Piaget en Vygotsky op vlak van hersenontwikkeling
Piaget zegt dat hersenontwikkeling spontaan gebeurd door hersenmaturatie en eigen ervaring, maar Vygotsky zegt dat logisch ddenken zich niet spontaan ontwikkelt, maar dat er een invloed is van opleiding, context en cultuur
wat zeggen Neo-Piagetiaanse theoretici over de verschuiving naar het operationeel stadium
(2) Cognitieve schema's worden door routine geautomatiseerd Door de routine is er meer plaats in het werkgeheugen waardoor kinderen ook naar andere aspecten kunnen kijken (bv: breedte glas)
wat zijn centrale conceptuele structuren
netwerken van begrippen en relaties die meer algemeen, complex en systematisch denken bevorderen in veel verschillende situaties
in welke 2 basale informatieverwerkingsvaardigheden zijn er veranderingen door hersenontwikkeling
- infoverwerkingscapaciteit: snelheid waarmee informatie wordt verwerkt - cognitieve inhibitie neemt toe = capaciteit om irrelevante info te weren
wat zijn geheugenstrategieën
bewuste strategieën om info te onthouden
geef 3 geheugenstrategieën herhalen:
voor zichzelf herhalen van informatieorganiseren: het groeperen van items die tot dezelfde categorie behorenElaboratie = een relatie, of gedeelde betekenis, tot stand brengen tussen 2 of meer stukken informatie die niet tot dezelfde categorie behoren: mentaal beeld oproepen (bvb. landen van europa van buiten leren en bij Italië een man voorstellen met laarzen zodat je op de toets dat beeld krijgt en Italië juist kan invullen
vanaf wanneer beginnen kinderen geheugenstrategieën toe te passen
vanaf begin van lagere schoolleeftijd: organisatie en herhalen einde lagere schoolleeftijd: elaboratie
waarom zijn organisatie en elaboratie effectiever
elementen worden tot betekenisvolle eenheden gegroepeerd waardoor er plaats vrijkomt in het werkgheheugen en informatie beter opgeroepen kan worden
wat is cognitieve zelfregulering
proces van continu opvolgen van de vooruitgang in de richting van het gestelde doel, problemen detecteren en oplossingen zoeken nadenken over hoe je bepaalde leertaken en cognitieve processen zo goed en efficiënt mogelijk kan sturen (bvb. als ik straks thuiskom, ga ik eerst werken of eerst wat ontspannen?)
hoe kunnen ouders en opvoeders helpen bij cognitieve zelfregulatie
- suggereren goede stragegieën en uitleggen waarom ze werken
wat is academische zelfefficaciteit
het besef dat kinderen weten dat het hen wel gaat lukken om leerstof te verwerken door hun strategieën
hoe wordt de woordenschat uitgebreid
(2) - structuur van complexe woorden analyseren, bvb. blijheid < blij - begrijpen vanuit context (bij lezen)
hoe evolueert pragmatiek
(3) - preciezere beschrijving van voorwerpen - meer verfijnde communicatiestrategieën (bvb. iets beleefd vragen, meer respect voor directeur) - meer georganiseerde verhalen vertellen (topic gefocust: 1 verhaallijn chronologisch afwerken tot het einde. (typisch noord-Amerikaans) associatieve stijl: paralelle verhaallijnen in narratief, ze maken het verhaal complexer, (typisch Afro-Amerikaans))
wat is vlijt
een gevoel van competentie ontwikkelen bestemd voor cultureel gewaardeerde activiteiten
wat is inferioriteit
pessimisme gebrek aan vertrouwen om dingen goed te doen
hoe ontstaan trekomschrijvingen
(2) cognitieve ontwikkeling: combinatie van ervaringensociale feedback van de omgeving: ik-zelf neemt het mij-zelf zoals door de omgeving aangereikt over
wat is permissief opvoeden
alles toelaten aan uw kind, laissez-faire
wat is causale attributie
de verklaring van een persoon van de oorzaak van een gebeurtenis
wat is verklaringsstijl
tendens van mensen om bepaalde attributionele verklaringen te gebruiken bij het verklaren van gebeurtenissen
welke 3 categorieën van attributies bestaan er zoal
- extern vs intern: aan een externe oorzaak van een gebeurtenis of aan jezelf toeschrijven - stabiel vs veranderbaar: blijft de oorzaak aanwezig of is deze temporeel - globaal vs specifiek: is de geboden verklaring ook relevant voor andere situaties of juist voor deze ene situatie
wat is een pessimistische verklaringsstijl:
- benadrukt interne, stabiele, en globale oorzaak voor negatieve gebeurtenissen - is geassocieerd met gevoelens van hulpeloosheid en gebrekkige aanpassing
wat is leeroriëntatie
(positieve attributie stijl) gericht op het begrijpen en onder de knie krijgen van het materiaal
wat is aangeleerde hulpeloosheid
(negatieve attributie stijl) verwachting dat competentie zal tekortschieten in behalen van doel
tot welke mindset leidt persoonsgerichte feedback
fixed mindset
met wat wordt schuld geassocieerd
een intentionele fout
tot welke mindset leidt procesgerichte feedback
growth mindset
wat is fierheid
blijdschap omwille van resultaat en behagen andere persoon
tussen welke 2 algemene strategieën wordt een balans gezocht op 10 jarige leeftijd
(emotionele zelfregulatie) - probleem-gerichte copingstrategie - emotie-gerichte copingstrategie
wat is probleem-gerichte copingstrategie
de handen uit de mouwen steken, proactief proberen de situatie te verbeteren, vooral wanneer je er zelf iets aan kan doen
wanneer wordt de probleem-gerichte copingstrategie gebruikt
wanneer de gebeurtenis onder controle is: steun zoeken en een probleem proberen oplossen (bvb. bij een toets of een competitiewedstrijd)
wat is emotie-gerichte copingstrategie
de situatie aanvaarden, proberen de positieve kanten ervan te zien, vooral wanneer je er zelf niks aan kan doen (bvb. goed voor wanneer ouders scheiden, je kan er zelf niets aan veranderen dus je moet hun niet proberen terugkoppelen, maar er de goede dingen van proberen in te zien, zoals dat de ruzies nu gedaan zijn)
wanneer wordt de emotie-gerichte copingstrategie het best gebruikt
wanneer de gebeurtenis buiten controle is: herdefiniëren van de situatie, ontkennen van belang gebeurtenis
wat is emotionele zelf-regulatie
stragieën om emoties tot een comfortabel niveau te brengen
wat is emotionele zelf-efficaciteit
capaciteit om zelf-regulatieve strategieën op een effectieve wijze te kunnen hanteren, het gevoel dat je emoties onder controle hebt
wat bevordert emotionele zelf-efficaciteit
(3) - sociale competentie - empathie - vermindert negatieve emoties
door welke 3 factoren neemt morele ontwikkeling een vlucht
- toenemende sociale wereld: meer vriendjes - toenemende capaciteit tot perspectief inname - cognitieve ontwikkeling: met meer gezichtspunten tegelijk rekening houden
wat is distributieve rechtvaardigheid
regels met betrekking tot de wijze waarop schaarse goederen verdeeld dienen te worden
hoe evolueert distributieve rechtvaardigheid
- 3 à 4 jaar: eigenbelang: ik deel op faire wijze omdat ik anders een kleiner stuk zou krijgen - 5 à 6 jaar: gelijkheid: iedereen heeft recht op een zelfde deel van de koek - 6 à 7 jaar: inspanning of excellente prestatie - 8 jaar: helpen: meest benadeelde mag meer krijgen (bvb. iemand uitnodigen die nooit uitgenodigd wordt
waarom word BEGRIP VAN MORELE EN SOCIALE CONVENTIES WORDT COMPLEXER EN VERFIJNDER
- Meer flexibiliteit
o Lagereschoolkinderen vinden liegen niet altijd verkeerd: leugentje om bestwil, prosociale
leuken (elkaar in bescherming nemen)
- Sociale afspraken die een duidelijk doel hebben vs. geen doel: transgressie
o Reden achter een regel moet duidelijk en goed zijn
o Aanvaarden niet zomaar arbitraire regels
- Intentie/bedoeling van actie wordt in acht genomen
leg uit: begrip van individuele rechten neemt toe
- Meer zaken worden als private kwestie gezien
o Persoonlijke ruimte wordt groter
- Legitimiteit van gezag neemt af in private kwesties
o Volwassenen mogen er niet meer altijd in tussenkomen
o Bv. kledij, vrienden, wat je kijkt op tv, schermtijd invullen
- Vrijheid van meningsuiting
wat beinvloed vooroordeled gedrag
- Hoge zelfwaarde: denigrerend optreden om zelf-evaluatie te rechtvaardigen
o Kinderen die zichzelf op sociale ladder plaatsen en zo hoog mogelijke plaats willen behouden
à door neer te kijken op minderheidsgroepen
- Categorisatie in sociale groepen: op sociale ladder plaatsen
o Als je bepaalde vooroordelen veel hoort in je omgeving
- Stabiele visie op persoonlijkheidskenmerken: "goed" vs. "slecht" = onveranderbaar
o Mensen van andere sociale groep een 'entiteit' met bepaalde stabiele kenmerken
wat is een peergroep
groepje vrienden die unieke waarden en gedrag delen en door leider-volgers worden gekenmerkt (3 à 12)
wat zijn kenmerken van peergroepen
(4) - nabijheid (bvb. zelfde buurt) - geslacht - etniciteit - populariteit
wat zijn 2 voordelen van peergroepen
zelfwaarde door groepsidentiteitsociale vaardigheden: samenwerking, loyauteit tov groep en leiderschap
wat zijn 3 nadelen van peergroepen
- relationele agressie - rivaliteit tussen groepen - insiders en outsiders
hoe zijn vriendschappen veranderd in de lagere schoolleeftijd
- speelkameraad maar ook aandacht voor persoonlijke kwaliteiten en wederzijds vertrouwen - meer selectiviteit - meer langdurige band: leren conflicten overwinnen - wederzijdse beïnvloeding: prosociaal vs. antisociale vrienden
wat is peer aanvaarding
graag gezien zijn door een groep personen ==> geen wederzijdse relatie, maar 1zijdig
POPULAIR
Niet altijd goed
- Prosociaal populair: oprecht well-liked, vriendelijke persoonlijkheid, oprecht
hulpvaardig
- Antisociaal: opklimmen door relationele agressie, mensen zijn bang van jou
CONTROVERSIEEL
verdeelde meningen, sommigen vinden hen zeer tof, anderen niet
VERWORPEN
weinig positief, veel negatief à zijn niet graag gezien in de klas
• Teruggetrokken: kinderen in hun schulp, internaliseren de verwerping,
outcasts van de klas
• Agressief: gaan in tegenaanval tegen verworpenheid, gepeste kinderen die
later zelf pesters worden als tegenreactie
GENEGEERD
weinig positief, weinig negatief à minder zichtbaar in klas, blijken toch vaak een paar
goede diepgaande vriendschappen te hebben en mentaal goed