1/53
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
noteer je antwoorde in jullie schrift
notez la réponse dans votre cahier
markeer de woorden die je niet kent
surlignez les mots que tu ne connaissez pas
onderstreep de woorden die je niet kent
soulignez les mots que tu ne connaissez pas
maak een lijst van…
faites une liste de…
maak eerst een kladversie
faites d’abord un brouillon
werk in groepjes van twee
mettez-vous par deux
leg om beurten uit
expliquez à tour de rôle
zie de dialoog als een rollenspel
considérez le dialogue comme un jeu de rôles
stel een vraag aan je buur
pose une question à ton voisin
antwoord je buur
réponds à ton voisin
vergelijk je antwoorden met die van een klasgenoot
comparez vos réponses avec celles d’un de vos camarades
leg je keuze uit aan de rest van de klas
explique ton choix au reste de la classe
wie is er aan de beurt?
c’est à qui le tour?
het is jouw beurt
c’est ton tour
de volgende
au suivant
spreek luider
parlez plus fort
laat ons allemaal samen herhalen
répétons tous ensemble
herhaal het!
répétez-le!
luister naar de zinnen en herhaal ze
écoutez et répétez les phrases
we gaan over een kwartier verbeteren
on va corriger dans un quart d’heure
jullie hebben een half uur de tijd
vous avez une demi-heure
jullie hebben nog vijf minuten
il vous reste cinq minutes
let goed op de tijd die je hebt
gère bien ton temps
kijk regelmatig na hoeveel tijd je nog hebt
contrôlez régulièrement le temps qui vous reste
laten we samen verbeteren
corrigeons ensemble
kunnen we beginnen nakijken?
on peut commencer à corriger?
gebruik de verbetersleutel
utilisez les corrigés
kun je opnieuw proberen?
peux-tu réessayer?
kun je herhalen?
peux-tu répéter?
niet zo snel
pas si vite
herbegin!
recommencez!
wie kan hem helpen
qui peut l’aider?
steek je hand op
levez la main
het staat op het bord
c’est au tableau
wat zegt u?
excusez-moi?
wat bedoel je?
qu’est-ce que vous voulez dire?
ben je zeker?
est-ce que tu es sûr?
ik ben het eens met je
je suis d’accord avec toi
ik ben het er niet mee eens
je ne suis pas d’accord
je hebt gelijk
tu as raison
je hebt ongelijk
tu as tort
ik ben voor
je suis pour
ik ben tegen
je suis contre
wat is jouw mening?
quel est ton avis?
ik heb geen mening daarover
Je n’ai pas d’opinion à ce sujet
volgens mij …
à mon avis …
volgens deze personen…
selon ces personnes…
ik ben ervan overtuigd dat…
je suis convaincu que…
inderdaad
en effet
er zijn voor- en nadelen
il y a des avantages et des inconvénients
dat is niet juist
c’est faux
dat werkt (zo) niet
cela ne marche pas (comme ça)
ik weet het niet
je ne sais pas
ik begrijp het niet
je ne comprends pas