2. MATERIAALLEER - BRAND -> GELUID + DUURZAAMHEID & LCA

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/102

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Gedrag bij brand, Reactie bij brand – Europese classificatie, Brandtesten, Brandweerstand (R, E, I), Warmte & isolatie, Vochtgedrag, Geluid, Duurzaamheid – basis, Belastingen op materialen, Planetaire grenzen, CO₂-uitstoot cement, Energieprestatie & impactverschuiving, Levenscyclusbenadering, Normen & regelgeving, Doel van LCA, Systeemgrenzen, Inventarisatie & allocatie, Impactanalyse, Weging & interpretatie, Milieuverklaringen, TOTEM, Circulariteit in TOTEM, Strategieën duurzaam materiaalgebruik

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

103 Terms

1
New cards

Wat betekent gedrag bij brand van een materiaal?

Hoe een materiaal bijdraagt aan het ontstaan en de uitbreiding van brand.

2
New cards

Wat is het doel van brandveiligheid in gebouwen?

Brand beperken en functies van bouwelementen behouden.

3
New cards

Wat betekent compartimentering?

Het verhinderen dat brand zich verspreidt naar andere ruimtes.

4
New cards

Wat is de Europese brandreactieclassificatie?

Indeling van materialen volgens brandgedrag (NBN EN 13501-1).

5
New cards

Welke klasse is onbrandbaar?

A1 en A2.

6
New cards

Welke klassen zijn brandbaar?

B tot E.

7
New cards

Wat betekent klasse F?

Niet getest of niet geclassificeerd.

8
New cards

Wat betekent s1, s2, s3?

De mate van rookontwikkeling.

9
New cards

Wat betekent d0, d1, d2?

De mate van brandende druppelvorming.

10
New cards

Waarom hebben vloeren een aparte classificatie?

Omdat brandgedrag verschilt bij horizontale toepassingen.

11
New cards

Wat wordt getest in de niet-brandbaarheidsoven?

Temperatuurstijging, massaverlies en vlamduur.

12
New cards

Wat meet een bomcalorimeter?

Maximale warmteafgifte bij volledige verbranding.

13
New cards

Wat is calorisch potentieel?

De totale warmte die een materiaal kan afgeven (MJ/kg).

14
New cards

Wat is de SBI-test?

Test die brandontwikkeling in een hoek van twee muren simuleert.

15
New cards

Wat meet de kleine vlamproef?

Ontstekingsmogelijkheid van een verticaal proefstuk.

16
New cards

Wat is brandweerstand?

De tijd dat een bouwelement zijn functie behoudt tijdens brand.

17
New cards

Wat betekent R bij brandweerstand?

Draagvermogen behouden.

18
New cards

Wat betekent E bij brandweerstand?

Vlamdichtheid.

19
New cards

Wat betekent I bij brandweerstand?

Thermische isolatie.

20
New cards

Waarom worden R, E en I afzonderlijk beoordeeld?

Omdat een element op verschillende manieren kan falen.

21
New cards

Wat is warmtegeleiding?

Overdracht van warmte door een materiaal.

22
New cards

Waarom geleidt metaal warmte goed?

Door vrije elektronen.

23
New cards

Waarom is stilstaande lucht een goede isolator?

Omdat lucht warmte slecht geleidt.

24
New cards

Waarom is isolatie afhankelijk van dikte?

Meer dikte betekent langere warmtestroomweg.

25
New cards

Wat is krimp?

Volumevermindering door uitdroging.

26
New cards

Wat is zwelling?

Volume toename door vochtopname.

27
New cards

Waarom veroorzaakt vorst schade?

Water zet 9% uit bij bevriezen.

28
New cards

Waarom zijn dilatatievoegen nodig?

Om spanningen door uitzetting op te vangen.

29
New cards

Waarom nemen open poriën water op?

Omdat ze in verbinding staan met het oppervlak.

30
New cards

Wat is geluidabsorptie?

Het opnemen van geluid door een materiaal.

31
New cards

Welke materialen absorberen goed geluid?

Materialen met open poriën.

32
New cards

Waarom reflecteren harde materialen geluid?

Omdat ze weinig energie opnemen.

33
New cards

Wat betekent een duurzaam bouwmateriaal?

Een materiaal dat gedurende zijn levensduur bestand is tegen belastingen met een beperkte milieu-impact.

34
New cards

Wat is duurzaam bouwen?

Bouwen waarbij milieueffecten worden meegewogen naast kost, kwaliteit en prestaties.

35
New cards

Waarom is duurzaamheid belangrijk in de bouwsector?

Omdat de bouwsector 30-50% van het globale grondstoffengebruik veroorzaakt.

36
New cards

Welke drie grote duurzaamheidsproblemen zijn er bij materialen?

Uitputting van grondstoffen, milieu-impact en impact op gezondheid.

37
New cards

Wat is chemische aantasting?

Aantasting door corrosie of agressieve omgevingen.

38
New cards

Wat is fysische aantasting?

Aantasting door vocht, vorst, brand, zon en temperatuur.

39
New cards

Wat is biologische aantasting?

Aantasting door insecten, schimmels, zwammen en mossen.

40
New cards

Wat is mechanische belasting?

Belasting door gewicht, gebruik, wind, aardbevingen en slijtage.

41
New cards

Waarom moet duurzaamheid in alle bouwfasen bekeken worden?

Omdat fouten in ontwerp of uitvoering later niet te corrigeren zijn.

42
New cards

Wat zijn planetaire grenzen?

De ecologische limieten waarbinnen de aarde stabiel blijft.

43
New cards

Welke planetaire grenzen zijn overschreden?

Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, stikstofcyclus en landconversie.

44
New cards

Waarom is zanduitputting een probleem?

Omdat zand essentieel is voor beton en moeilijk hernieuwbaar is.

45
New cards

Waarom is de cementindustrie problematisch voor het klimaat?

Door hoge CO₂-uitstoot bij calcinatie en verbranding.

46
New cards

Waar komt de CO₂-uitstoot van cementproductie vandaan?

Ongeveer 50% calcinatie en 40% brandstofgebruik.

47
New cards

Wat is calcinatie?

Het thermisch ontbinden van kalksteen tot CaO en CO₂.

48
New cards

Waarom is calcinatie moeilijk te verduurzamen?

Omdat CO₂ vrijkomt door een chemische reactie.

49
New cards

Waar komt de CO₂-uitstoot van cementproductie vandaan?

Ongeveer 50% calcinatie en 40% brandstofgebruik.

50
New cards

Wat is calcinatie?

Het thermisch ontbinden van kalksteen tot CaO en CO₂.

51
New cards

Waarom is calcinatie moeilijk te verduurzamen?

Omdat CO₂ vrijkomt door een chemische reactie.

52
New cards

Wat is impactverschuiving?

Het verlagen van energie-impact maar verhogen van materiaal-impact.

53
New cards

Waarom ontstaat impactverschuiving bij energiezuinige gebouwen?

Omdat meer isolatie en materialen nodig zijn.

54
New cards

Wat is de oplossing voor impactverschuiving?

Globale milieubeoordeling van materialen en technieken.

55
New cards

Wat is een levenscyclusbenadering?

Het bekijken van milieu-impact over de volledige levensduur.

56
New cards

Wat is een levenscyclusanalyse (LCA)?

Methode om milieu-impact van een product of gebouw te berekenen.

57
New cards

Welke vier levenscyclusfasen zijn er?

Productie, constructie, gebruik en einde levensduur.

58
New cards

Waarom vermijdt LCA verschuiving van impact?

Omdat alle fasen samen worden beoordeeld.

59
New cards

Wat is een levenscyclusbenadering?

Het bekijken van milieu-impact over de volledige levensduur.

60
New cards

Wat is een levenscyclusanalyse (LCA)?

Methode om milieu-impact van een product of gebouw te berekenen.

61
New cards

Welke vier levenscyclusfasen zijn er?

Productie, constructie, gebruik en einde levensduur.

62
New cards

Waarom vermijdt LCA verschuiving van impact?

Omdat alle fasen samen worden beoordeeld.

63
New cards

Wat regelt ISO 14040?

De algemene methodologie voor levenscyclusanalyse.

64
New cards

Wat is EN 15804?

Norm voor milieuproductverklaringen van bouwproducten.

65
New cards

Wat is EN 15978?

Norm voor milieuprestaties van gebouwen.

66
New cards

Wat is een EPD?

Een geverifieerde milieuproductverklaring gebaseerd op LCA.

67
New cards

Waarom wordt LCA gebruikt bij productoptimalisatie?

Om milieu-impact te verminderen bij ontwerp en productie.

68
New cards

Waarom is LCA nuttig voor vergelijking van varianten?

Omdat technisch vergelijkbare oplossingen vergeleken kunnen worden.

69
New cards

Wat is een functionele eenheid?

De meetbare functie waarop producten vergeleken worden.

70
New cards

Waarom moeten systemen technisch vergelijkbaar zijn?

Omdat anders de vergelijking fout is.

71
New cards

Wat betekent cradle-to-gate?

Analyse van grondstof tot fabriekspoort.

72
New cards

Wat betekent cradle-to-grave?

Analyse van volledige levenscyclus.

73
New cards

Wat betekent cradle-to-gate with options?

Productiefase plus extra gekozen fasen.

74
New cards

Waarom zijn systeemgrenzen belangrijk?

Omdat ze bepalen wat wel en niet wordt meegerekend.

75
New cards

Wat is inventarisatie in LCA?

Verzamelen van alle input en output (energie, emissies, afval).

76
New cards

Wat is het allocatieprobleem?

Het verdelen van milieu-impact over meerdere producten.

77
New cards

Waarom is allocatie subjectief?

Omdat verdeelsleutels gekozen moeten worden.

78
New cards

Wat is GWP?

Klimaatverandering door broeikasgassen.

79
New cards

Wat is AP?

Verzuring door emissies.

80
New cards

Wat is EP?

Vermesting door nutriënten.

81
New cards

Wat is ADP?

Uitputting van niet-hernieuwbare grondstoffen.

82
New cards

Wat is POCP?

Smogvorming door stikstof en organische stoffen.

83
New cards

Wat is weging in LCA?

Omzetten van meerdere indicatoren naar één score.

84
New cards

Wat is een voordeel van weging?

Eenvoudige vergelijking.

85
New cards

Wat is een nadeel van weging?

Verlies van detail en subjectiviteit.

86
New cards

Waarom zijn LCA-resultaten geen absolute waarheid?

Omdat aannames en grenzen invloed hebben.

87
New cards

Wat is een Type I milieulabel?

Een label dat producten binnen dezelfde categorie vergelijkt.

88
New cards

Wat is een nadeel van Type I labels?

Beperkte productcategorieën.

89
New cards

Wat is een Type II milieverklaring?

Eigenverklaring zonder externe controle.

90
New cards

Waarom is Type II onbetrouwbaar?

Omdat er geen verificatie is.

91
New cards

Wat is een Type III milieverklaring?

EPD met gedetailleerde en geverifieerde LCA-informatie.

92
New cards

Wat is TOTEM?

Tool om de totale milieu-impact van materialen te berekenen.

93
New cards

Waarvoor wordt TOTEM gebruikt?

Ontwerpers ondersteunen bij materiaalkeuze.

94
New cards

Waarop is TOTEM gebaseerd?

Levenscyclusanalyse.

95
New cards

Welke levensduur gebruikt TOTEM standaard?

60 jaar.

96
New cards

Wat toont TOTEM als output?

Milieupunten per fase en impactcategorie.

97
New cards

Wat betekent hergebruik in situ?

Component blijft in hetzelfde gebouw.

98
New cards

Wat betekent hergebruik ex situ?

Component wordt hergebruikt in een ander project.

99
New cards

Wat betekent gesloopt in TOTEM?

Milieu-impact van afbraak van bestaande componenten.

100
New cards

Wat betekent cradle-to-cradle?

Sluiten van materialenkringlopen.