1/16
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
ECM — types weefsel (4)
epitheel
nauwelijks tot geen ECM
bindweefsel; besproken in dit hoofdstuk
veel ECM
spierweefsel
beetje ECM
zenuwweefsel
beetje ECM
bindweefsel
3 componenten
cellen
grondstof = vloeistof
extracellulaire vezels
ECM = grondstof + vezels
ECM — functies
meer dan alleen een ruimte;
rol in embryogenese
structurele ondersteuning
ankerplaats
reservoir eiwitten
functioneren + herstel weefsel
groeifactoren, enzymen, “matricellulaire eiwitten”
…
ECM — structuurelementen
eiwitten
collagenen
elastines
proteoglycanen
glycoproteïnes
collagenen
= structuureiwit;
bepalen sterkte ECM
aanmaak procollageen door fibroblasten;
3 ketens → helix
voornamelijk opgebouwd uit;
AZ’en, glycine, proline en lysine
type bindweefsel wordt bepaald door type collageen
> 20 subtypes
van procollageen tot collageenvezels
fibroblasten; aanmaak procollageen
exocytose; procollageen → collageen
collageen → microfibrillen → vezels

elastine
= eiwit polymeer
belangrijkste component; tropo-elastine
maakt “rek” vezels mogelijk
omgeven door fibrilline
proteoglycanen
= GAGs gebonden op core-eiwit
proteoglycaan aggregaat = proteoglycanen gebonden aan hyaluronzuurketen
GAGs → proteoglycanen → proteoglycaan aggregaat
GAGs
= glycosaminoglycanen
negatief geladen polysacchariden
herhaling disaccharide
bieden weerstand tegen compressie
types;
chondropoëtine sulfaat, keratine sulfaat, heparine sulfaat, hyaluronzuur …
glycoproteïnen
= eiwitten die suikergroep bevatten
koppelen structuurmoleculen; multi-adhesive
dragen bij aan integriteit en stabiliteit ECM
vb;
fibronectine = “matrix-lijm”
laminine; opbouw basale membraan
tenascine, osteopontine, fibuline; (re)modelling weefsel
integrines
type CAM
= cel-adhesie molecule
opbouw;
α-subunit
β-subunit
glycoproteïnen hechten zich hieraan vast om te binden aan ECM
integrines — dynamische koppelingen
levenscyclus;
van en naar cel-oppervlak
op zoek naar mogelijke bindingspartners
clathrine gemedieerd
integrines — communicatie
“inside-out” communicatie
“outside-in” communicatie
“inside-in” communicatie
“inside-out” communicatie
cel laten weten aan omgeving dat het klaar is om te koppelen met omgevingseiwitten
signaal start binnenin de cel → activeert integrines → verandert bindingstoestand
“inactieve" → "actieve" vorm
“outside-in” communicatie
cel verneemt dat koppeling met ECM tot stand is gekomen
signaal van buiten komt binnen cel via integrines die binden aan de ECM of een andere cel → signaalroutes binnenin cel
“inside-in” communicatie
integrines sturen zelf signaal terug naar binnenste van de cel nadat ze geactiveerd zijn via buitenaf
vb. FAK = focal adhesion kinase
anoikis
vorm van apoptose
cel komt los van ECM / andere cel
voorkomen dat cel op verkeerde plaats blijft verder leven; beveiligingsmechanisme
belangrijk bij;
homeostase cel
voorkomen kanker