7. DE EXTRACELLULAIRE MATRIX

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/16

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:08 PM on 4/11/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

17 Terms

1
New cards

ECM — types weefsel (4)

  • epitheel

    • nauwelijks tot geen ECM

  • bindweefsel; besproken in dit hoofdstuk

    • veel ECM

  • spierweefsel

    • beetje ECM

  • zenuwweefsel

    • beetje ECM


2
New cards

bindweefsel

  • 3 componenten

    • cellen

    • grondstof = vloeistof

    • extracellulaire vezels

  • ECM = grondstof + vezels


3
New cards

ECM — functies

  • meer dan alleen een ruimte;

    • rol in embryogenese

    • structurele ondersteuning

    • ankerplaats

    • reservoir eiwitten

      • functioneren + herstel weefsel

      • groeifactoren, enzymen, “matricellulaire eiwitten”


4
New cards

ECM — structuurelementen

  • eiwitten

    • collagenen

    • elastines

  • proteoglycanen

  • glycoproteïnes


5
New cards

collagenen

  • = structuureiwit;

    • bepalen sterkte ECM

  • aanmaak procollageen door fibroblasten;

    • 3 ketens → helix

    • voornamelijk opgebouwd uit;

    • AZ’en, glycine, proline en lysine

  • type bindweefsel wordt bepaald door type collageen

    • > 20 subtypes


6
New cards

van procollageen tot collageenvezels

  • fibroblasten; aanmaak procollageen

  • exocytose; procollageen → collageen

  • collageen → microfibrillen → vezels


<ul><li><p>fibroblasten; aanmaak procollageen</p></li><li><p>exocytose; procollageen → collageen</p></li><li><p>collageen → microfibrillen → vezels</p></li></ul><p></p>
7
New cards

elastine

  • = eiwit polymeer

    • belangrijkste component; tropo-elastine

  • maakt “rek” vezels mogelijk

  • omgeven door fibrilline


8
New cards

proteoglycanen

  • = GAGs gebonden op core-eiwit

  • proteoglycaan aggregaat = proteoglycanen gebonden aan hyaluronzuurketen

  • GAGs → proteoglycanen → proteoglycaan aggregaat


9
New cards

GAGs

  • = glycosaminoglycanen

    • negatief geladen polysacchariden

    • herhaling disaccharide

    • bieden weerstand tegen compressie

  • types;

    • chondropoëtine sulfaat, keratine sulfaat, heparine sulfaat, hyaluronzuur …


10
New cards

glycoproteïnen

  • = eiwitten die suikergroep bevatten

    • koppelen structuurmoleculen; multi-adhesive

    • dragen bij aan integriteit en stabiliteit ECM

  • vb;

    • fibronectine = “matrix-lijm”

    • laminine; opbouw basale membraan

    • tenascine, osteopontine, fibuline; (re)modelling weefsel


11
New cards

integrines

  • type CAM

  • = cel-adhesie molecule

  • opbouw;

    • α-subunit

    • β-subunit

  • glycoproteïnen hechten zich hieraan vast om te binden aan ECM


12
New cards

integrines — dynamische koppelingen

  • levenscyclus;

    • van en naar cel-oppervlak

    • op zoek naar mogelijke bindingspartners

    • clathrine gemedieerd


13
New cards

integrines — communicatie

  • “inside-out” communicatie

  • “outside-in” communicatie

  • “inside-in” communicatie


14
New cards

“inside-out” communicatie

  • cel laten weten aan omgeving dat het klaar is om te koppelen met omgevingseiwitten

    • signaal start binnenin de cel → activeert integrines → verandert bindingstoestand

    • “inactieve" → "actieve" vorm


15
New cards

“outside-in” communicatie

  • cel verneemt dat koppeling met ECM tot stand is gekomen

    • signaal van buiten komt binnen cel via integrines die binden aan de ECM of een andere cel → signaalroutes binnenin cel


16
New cards

“inside-in” communicatie

  • integrines sturen zelf signaal terug naar binnenste van de cel nadat ze geactiveerd zijn via buitenaf

    • vb. FAK = focal adhesion kinase


17
New cards

anoikis

  • vorm van apoptose

    • cel komt los van ECM / andere cel

    • voorkomen dat cel op verkeerde plaats blijft verder leven; beveiligingsmechanisme

  • belangrijk bij;

    • homeostase cel

    • voorkomen kanker