1/86
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aankomen
to arrive
de aankomst
arrival
bedankt
thanks
direct
direct
gelukkig
luckily
de intercity
intercity train
de minuut
minute
nergens
nowhere
normaal
normally
opletten
to pay attention
overstappen
to change
de reiziger
traveller
het spoor
platform
de sprinter
sprinter train
het station
station
de tas
bag
de telefoon
telephone
de verbinding
connection
verstaan
to hear
de vertraging
delay
het vertrek
departure
vertrekken
to leave
volgende
next one
De man en de vrouw zijn te laat voor de trein van drie minuten voor half elf.
The man and the woman are late for the train at three minutes to half past ten.
Ze willen een directe verbinding naar Rotterdam.
They want a direct connection to Rotterdam.
De trein van de man en de vrouw vertrekt vandaag van een ander spoor.
The man and the woman's train departs from a different track today.
Kom we moeten gaan.
Come, we have to go.
Ik weet het, maar ik kan mijn telefoon nergens vinden.
I know, but I can't find my phone anywhere.
Wil je ook even zoeken?
Would you like to search as well?
Hoe laat gaat onze trein?
What time does our train leave?
Om drie minuten voor half elf, maar we halen die niet meer.
At three minutes to half past ten, but we won't make it.
O, die vertrekt om tien over half elf, maar dat is een sprinter.
Oh, that one leaves at ten past ten, but that's a sprinter.
Dan moeten we in Utrecht overstappen.
Then we have to change in Utrecht.
Niet zo fijn, hè?
Not very nice, is it?
Om drie minuten voor elf gaat de intercity.
The intercity departs at three minutes to eleven.
Dan hebben we een directe verbinding.
Then we have a direct connection.
Die trein komt om vijf voor twaalf in Rotterdam aan.
That train arrives in Rotterdam at five to twelve.
Dan nemen we die toch?
Then we'll take that one, right?
En dan halen we nu nog even koffie op het station.
And now we're just grabbing a quick coffee at the station.
Beste reizigers, de intercity naar Rotterdam Centraal vertrekt van spoor 5.
Dear passengers, the Intercity to Rotterdam Central departs from platform 5.
Hoor je dat?
Do you hear that?
Wat zeggen ze?
What do they say?
Hebben we vertraging?
Are we delayed?
Ik kan het niet goed verstaan.
I can't hear it very well.
Misschien zeggen ze het nog een keer.
Maybe they will say it again.
Ja, let even op!
Yes, pay attention!
We moeten naar een ander spoor.
We need to switch to a different track.
Normaal vertrekt de trein van spoor 6 en vandaag van spoor 5.
Normally the train departs from platform 6, and today from platform 5.
De trein heeft een uur vertraging.
The train is delayed by an hour.
Snel we moeten de bus halen!
Quick, we have to catch the bus!
Haar ouders komen om negen uur.
Her parents are coming at nine o'clock.
Dat is echt niet normaal!
That is really not normal!
Hoe laat ga je weg?
What time are you leaving?
Zullen we snel een afspraak maken?
Shall we make an appointment soon?
Dat doen we.
We do that.
Zullen we morgen wat gaan eten?
Shall we grab something to eat tomorrow?
Ga je met de bus of met de tram?
Are you going by bus or by tram?
Het is druk. Daarom hebben we vertraging. Nu komen we te laat.
It is busy. That is why we are delayed. Now we are running late.
Ik kan je niet horen. De verbinding is niet goed.
I can't hear you. The connection is poor.
Ik bel je nog een keer.
I'll call you again.
Ze vertrekken om zeven uur uit Haarlem.
They leave Haarlem at seven o'clock.
Waar zijn mijn sleutels?
Where are my keys?
Kun je het bericht verstaan?
Can you hear the message?
De man praat snel.
The man speaks fast.
Op dit station vertrekken negenhonderd treinen per dag.
Nine hundred trains depart from this station every day.
Deze week moet ze nog werken. Volgende week gaat ze op vakantie.
She still has to work this week. Next week she is going on vacation.
Je moet goed opletten. Anders hoor je het bericht niet.
You have to pay close attention. Otherwise, you won't hear the message.
Iedereen krijgt bij aankomst koffie met een broodje.
Everyone receives coffee and a sandwich upon arrival.
Ik kan de paracetamol nergens vinden. Ik moet nieuwe kopen.
I can't find the paracetamol anywhere. I need to buy new ones.
Hij gebruikt zijn telefoon vaak. Hij appt vooral veel.
He uses his phone often. He texts a lot, especially.
Haar zus gaat naar Amerika. Angela huilt om het vertrek van haar zus.
Her sister is going to America. Angela cries over her sister's departure.
Ga je naar Amersfoort? Dan moet je in Hilversum overstappen.
Are you going to Amersfoort? Then you have to change in Hilversum.
Ik kan je niet verstaan. Kun je het nog een keer zeggen?
I can't hear you. Can you say it again?
De trein zal om half vier in Groningen aankomen.
The train will arrive in Groningen at half past three.
Gaat deze trein direct naar Alkmaar?
Does this train go directly to Alkmaar?
Ze woont centraal, vlakbij de winkels en het station.
She lives in a central location, close to the shops and the station.
Dat is een goede verbinding! Ik ben binnen twee uur in Brussel.
That's a good connection! I'll be in Brussels within two hours.
Moet jij ook overstappen?
Do you have to switch too?
Ik kan in de trein blijven zitten.
I can stay seated on the train.
Wil je antwoord geven?
Do you want to answer?
Deze vraag is toch heel normaal.
This question is perfectly normal, isn't it?
Deze familie vertrekt morgen naar Duitsland. Ze gaan daar wonen.
This family is leaving for Germany tomorrow. They are going to live there.
De kinderen nemen vandaag de bus.
The children are taking the bus today.
Nee, dat doe ik echt niet.
No, I really won't do that.
We moeten snel lopen. Dan halen we de trein nog.
We have to run fast. Then we'll still catch the train.
Ik ga nooit met de bus.
I never take the bus.
Mijn trein heeft weer vertraging.
My train is delayed again.