1/119
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is het WM van ACE remmers
Normale situatie:
Renine zet angiotensinogeen om in angiotensine I.
ACE zet angiotensine I om in angiotensine II.
Angiotensine II veroorzaakt vernauwing van bloedvaten en stimuleert de afgifte van aldosteron, waardoor natrium en water worden vastgehouden.
Dit leidt tot een stijging van de bloeddruk.
Bij gebruik van ACE-remmers:
De vorming van angiotensine II neemt af.
De bloedvaten verwijden (vasodilatatie).
De afgifte van aldosteron daalt, waardoor minder natrium en water worden geresorbeerd en meer worden uitgescheiden.
De bloeddruk daalt en de belasting van het hart neemt af.
Daarnaast remt ACE normaal ook de afbraak van bradykinine. Door ACE-remmers stijgt de concentratie bradykinine, wat extra vaatverwijding veroorzaakt. Deze verhoogde bradykininespiegel is ook verantwoordelijk voor typische bijwerkingen zoals:
droge prikkelhoest;
zelden angio-oedeem.
Wat zijn de ACE remmers
captopril
Enalapril
Perindopril
Wat zijn de BW van perindopril
hoest, hoofdpijn, duizeligheid
WAt zijn de BW enalapril
Lange halfwaardetijd
Hoest, hoofdpijn, duizeligheid en bloeddrukdaling
Wat zijn de BW captopril
Korte halfwaardetijd
Hoest, angio-oedeem en hyperkaliemie
Wat zijn de effecten van ACE remmers bij hartfalen
Lagere preload --> minder volumebelasting
lagere afterload --> makkelijker uitpompen
Lagere remodelling --> tragere progressie van hartfalen
hogere cardiale efficientie --> verbetering symptomen
wat zijn de aldosteronantagonisten
Spironolacton
Eplerenon
Wat is het werkingsmechanisme van aldosteronantagonisten
Voorkomen binding van aldosteron aan mineralcoritcoid receptor en zorgen voor minder water en zoutretentie
I: hypertensie, oedeem bij hartfalen
wat zijn de bijwerkingen van spironolacton
Spironolacton is een kaliumsparend diureticum met als bijwerking hyperkaliemie, gynaecomastie, menstruatieklachten, hoofdpijn
Wat zijn de bijwerkingen van eplerenon
Hyperkaliëmie
Verminderde nierfunctie.
In tegenstelling tot Spironolacton veroorzaakt eplerenon veel minder hormonale bijwerkingen zoals gynaecomastie, omdat het selectiever is voor de aldosteronreceptor.
Wat zijn de angiotensine II - antagonisten (ARBs)
losartan
Valsartan
- sartan
Wat is het wm van angiotensine II antagonisten
blokkeren zowel niet-competetief als competitief de verwerking van angII op de G-eiwit gekoppelde receptoren, waardoor vasoconstrictie wordt geinhibeerd
Minder natrium en water geabsorbeerd door de nieren en er is een bloeddruk daling
Wat zijn de bijwerkingen van losartan
Duizeligheid, vooral bij het opstaan (orthostatische hypotensie).
Lage bloeddruk.
Vermoeidheid.
Hoofdpijn.
Wat zijn de bijwerkingen van valsartan
Duizeligheid.
Lage bloeddruk (hypotensie), vooral bij het opstaan.
Vermoeidheid.
Hoofdpijn.
Wat zijn de verschillen tussen ACE remmers en ARBs
Werking
- Blokkeren AnI --> AngII opmzetting
- Blokkeren AT1 receptoren
AnGII
- Daalt
- Aanwezig maar werkt minder via AT1
Bradykinine
- Verhoogd
- Geen effect
Hoest/angio-oedeem
- Vaker
- Minder frequent
Effect op pre/afterload
- Verlaagd
- Verlaagd
Effect op remodelling
- Verlaagd
- Verlaagd
Wat is het werkingsmechanisme van anti-aritmica
I (Na⁺-kanaalblokkers)Blokkeren natriumkanalen → vertragen depolarisatie en geleiding Flecainide, Lidocaïne
II (β-blokkers)Remmen sympathische stimulatie → vertragen SA- en AV-knoop Metoprolol, Bisoprolol, propanol ==> betablokkers
III (K⁺-kanaalblokkers)Verlengen repolarisatie en refractaire periode Amiodaron, Sotalol
IV (Ca²⁺-kanaalblokkers)Vertragen geleiding door de AV-knoop. Verapamil
Wat is amiodaron
I: AF en VF. Het remt de SA knoop en vertraagd de conductie door de AV knoop
BW: levertoxiciteit, fotosensibiliteit en schildklierfunctiestoornissen
Wat is sotalol
I: AF
WM: klasse III
BW: torsades de point
wat geef je voor frequentie controle
Vertragen van ventirkelrespons
Beta blokker, calciumantagonist
WAt geef je voor ritmecontrole
Herstel/behoud van sinusritme
Amiodaron
Wat geef je bij ablatie
Uitschakelem aritmogene focus of re entry circuit
Katheterablatie
Wat geef je bij device therapie
Preventie plotse hartdood
ICD
Wat geef je bij atriumfibrilleren/flutter
Beta blokker of calicumantagoinsten
Wat geef je bij nood aan ritme controle
amiodaron
WAt geef je bij re entry tachycardie
Katherterablatie
Wat geef je bij ventriculaire fibrillatie
ICD
Wat zijn de anticholinergica
kortwerkend: ipratropium
Langwerkend: tiotropium
wat is het wm anticholinergica
Ze blokkeren muscarine-receptoren (M-receptoren).
Daardoor kan acetylcholine zijn effect niet meer uitoefenen op organen.
👉 Resultaat: remming van het parasympathisch zenuwstelsel ("rest-and-digest" wordt uitgeschakeld).
💡 Effecten per orgaansysteem
Hart
↑ hartfrequentie (tachycardie)
minder vagale remming
Longen
bronchodilatatie
↓ slijmproductie
Wat zijn de effecten van anticholinergica
Bronchodilatatie, minder slijmnoproductie, stijging hartfrequentie, relaxatie, droge mond, minder secreties,
wat zijn Bw van anticholinerga
Beide: vooral anticholinerge bijwerkingen → droge mond, oog- en plasproblemen
Ipratropium: kortwerkend, vooral lokale bijwerkingen
Tiotropium: langwerkend, zelfde profiel maar langduriger effect
Wat zijn de werkingsmechanismen van anticoagulantia
Vitamine K-antagonisten → minder stollingsfactoren maken
Heparines → versterken antitrombine (remt Xa en IIa)
DOAC's → direct remmen van factor Xa of trombine
wat is het netto effect van anticoagulatia
Minder actieve vitK afhankelijke stollingsfactoren --> verminderde stolling
minder trombinevorming --> minder omzetting van fibrogeen naar fibrine
Minder fibrinevorming --> minder trombus vorming
wat zijn de anticoagulantia
fenprocoumon
apixaban, rivaroxaban, dabigatran
heparine, (nadroparine (lmwh)
Wat is fenprocoumon
📌 Indicaties
Atriumfibrilleren (strokepreventie)
Diepe veneuze trombose (DVT)
Longembolie (LE)
Mechanische hartkleppen (belangrijkste indicatie)
🧬 Werkingsmechanisme
Remt vitamine K-epoxide-reductase (VKORC1)
↓ activatie van stollingsfactoren II, VII, IX, X + proteïne C en S
→ minder trombinevorming en fibrinevorming
⚠️ Bijwerkingen
Bloedingen (belangrijkste en meest gevaarlijk)
Blauwe plekken, neusbloedingen
Zeldzaam: huidnecrose (vroeg in therapie)
Interacties met voeding (vitamine K in voeding) en veel geneesmiddelen
Teratogeen (niet gebruiken bij zwangerschap)
Wat is apaxiban en rivaroxaban
📌 Indicaties
Atriumfibrilleren (niet-valvulair)
DVT en longembolie (behandeling en preventie)
Preventie na orthopedische chirurgie
🧬 Werkingsmechanisme
Directe remming van factor Xa
→ geen omzetting van protrombine (II) naar trombine (IIa)
→ ↓ fibrinevorming
⚠️ Bijwerkingen
Bloedingen (vooral GI en intracranieel)
Bloedarmoede door chronisch bloedverlies
Misselijkheid (soms)
Minder interacties dan vitamine K-antagonisten
wat is dabigatran
📌 Indicaties
Atriumfibrilleren (niet-valvulair)
DVT / longembolie behandeling en preventie
🧬 Werkingsmechanisme
Directe remming van trombine (factor IIa)
→ fibrinogeen kan niet worden omgezet in fibrine
⚠️ Bijwerkingen
Bloedingen (GI relatief vaak)
Dyspepsie (maagklachten) vrij typisch
Nierfunctie belangrijk (renale klaring)
Zeldzaam: slokdarmirritatie
Wat is heparine
📌 Indicaties
Acute DVT / longembolie
Acute coronair syndroom (NSTEMI/instabiele angina)
Perioperatief / tijdens procedures
Zwangerschap (veilig)
🧬 Werkingsmechanisme
Bindt aan antitrombine III
Versterkt rem van:
trombine (IIa)
factor Xa
⚠️ Bijwerkingen
Bloedingen
HIT (heparine-geïnduceerde trombocytopenie) → paradoxale trombose
Osteoporose bij langdurig gebruik
Allergische reacties
wat is nadroparine
📌 Indicaties
DVT / longembolie (behandeling en preventie)
Postoperatieve tromboseprofylaxe
Zwangerschap (veilig alternatief voor DOAC/VKA)
🧬 Werkingsmechanisme
Bindt antitrombine III
Remt vooral factor Xa (minder trombine dan UFH)
→ voorspelbaarder effect dan ongefractioneerde heparine
⚠️ Bijwerkingen
Bloedingen
HIT (minder vaak dan UFH)
Lokale reacties (pijn, hematomen op injectieplaats)
Zeldzaam: osteoporose bij langdurig gebruik
wat zijn van de antimicrobiele middelen de beta lactams
Benzylpenicilline
M: remt celwandsynthese (PBP)
BI: allergie, anafylaxie, diarree
Amoxicilline + clavulaanzuur
M: celwandremming + β-lactamase remming
BI: diarree, allergie, lever (zeldzaam)
Cefuroxim / Ceftazidim
M: celwandremming
BI: allergie, diarree
wat zijn van de antimicrobiele middelen de eiwitsynthese remmers
Doxycycline
M: 30S ribosoom
BI: fotosensitiviteit, tandverkleuring, GI-klachten
Clarithromycine / Azitromycine
M: 50S ribosoom
BI: QT-verlenging, GI, interacties (claritromycine)
Wat zijn van de antimicrobiele middelen de DNA remmers
Ciprofloxacine
M: remt DNA-gyrase
BI: peesruptuur, QT, CNS-klachten
wat zijn van de antimicrobiele middelen de tuberostatica
Isoniazide
M: ↓ mycolzuur
BI: neuropathie, hepatotoxiciteit
Rifampicine
M: ↓ RNA-synthese
BI: oranje urine, interacties, lever
Pyrazinamide
M: membraanschade TB
BI: jicht, hepatotoxiciteit
wat zijn de beta blokkers
metoprolol, bisoprolol, propranolol
wat zijn indicaties voor beta blokkers
Hypertensie
Angina pectoris
Hartritmestoornissen
Hartfalen (vooral bisoprolol/metoprolol)
Migrainprofylaxe (propranolol)
Tremor / angst (propranolol)
wat zijn de bijwerkingen voor beta blokkers
Bradycardie
Hypotensie
Vermoeidheid
Duizeligheid
Koude handen/voeten
wat is het werkingsmechanisme van beta blokkers
Blokkeren β-adrenerge receptoren
↓ sympathische activiteit:
↓ hartfrequentie
↓ contractiliteit
↓ AV-geleiding
↓ renine-afgifte (nier)
wat is salbutamol
🧬 Werkingsmechanisme
Stimuleert β2-receptoren in bronchiale gladde spieren
→ ↑ cAMP
→ bronchodilatatie
📌 Indicaties
Acute bronchospasmen (astma-aanval)
COPD exacerbatie
⚠️ Bijwerkingen
Tremor
Tachycardie
Hartkloppingen
Hypokaliëmie (zeldzaam bij hoge dosis)
WAt is salmeterol en formoterol
🧬 Werkingsmechanisme
Stimuleert β2-receptoren in bronchiale gladde spieren
→ ↑ cAMP
→ bronchodilatatie
📌 Indicaties
Acute bronchospasmen (astma-aanval)
COPD exacerbatie
⚠️ Bijwerkingen
Tremor
Tachycardie
Hartkloppingen
Hypokaliëmie (zeldzaam bij hoge dosis)
wat zijn de Dihydropyridines van de calcium antagonisten
Nifedipine
Amlodipine
🧬 Werkingsmechanisme
Blokkeren L-type Ca²⁺-kanalen in vaatspieren
→ vasodilatatie arteriële vaten
→ ↓ perifere weerstand → ↓ bloeddruk
📌 Indicaties
Hypertensie
Angina pectoris
Raynaud
⚠️ Bijwerkingen
Enkeloedeem
Hoofdpijn
Flush
Reflextachycardie (vooral nifedipine)
wat zijn de non-dihydropyridine
Verapamil
Diltiazem
🧬 Werkingsmechanisme
Blokkeren Ca²⁺-kanalen in:
hart (myocard)
AV-knoop
→ ↓ hartfrequentie + ↓ contractiliteit
→ ↓ AV-geleiding
📌 Indicaties
Ritmestoornissen (SVT, AF-rate control)
Angina pectoris
Hypertensie
⚠️ Bijwerkingen
Bradycardie
AV-blok
Hypotensie
Hartfalen (negatief inotroop)
Obstipatie (vooral verapamil)
Wat zijn de netto effecten van calcium antagonisten
verlaage hartfreq
verlaagde AV geleiding
verlaagde contractiliteit
vasodilatatie
verlaagde myocardiale zuurstofvraag
wat is prednisolon
🧬 Werkingsmechanisme
Bindt aan glucocorticoïdreceptor (intracellulair)
Verandert genexpressie → ↓ ontstekingsmediatoren
Effecten:
↓ cytokinen (IL-1, IL-6, TNF-α)
↓ prostaglandinen en leukotriënen
↓ migratie van leukocyten
→ sterk anti-inflammatoir en immunosuppressief
📌 Indicaties
Astma/COPD-exacerbatie
Allergische reacties
Auto-immuunziekten (RA, IBD, SLE)
Huidziekten (eczeem)
Preventie afstoting na transplantatie
Cerebraal oedeem
⚠️ Bijwerkingen
🧠 Kort gebruik
Hyperglykemie
Maagirritatie
Stemmingsverandering / slapeloosheid
📅 Lang gebruik
Osteoporose
Cushing-syndroom (gewichtstoename, moon face)
Spierzwakte
Hypertensie
Infectierisico ↑
Huiddunner / striae
Bijnierschorssuppressie (→ niet abrupt stoppen!)
wat is digoxine (hartglycoside)
🧬 Werkingsmechanisme
Remt Na⁺/K⁺-ATPase
↑ Ca²⁺ in hartcellen → positief inotroop
↑ vagustonus → ↓ AV-geleiding / ↓ hartfrequentie
📌 Indicaties
Atriumfibrilleren (rate control)
Hartfalen (HFrEF, zelden eerste keus)
⚠️ Bijwerkingen
Ritmestoornissen (belangrijkst)
Bradycardie / AV-blok
Misselijkheid, braken
Geel/groen zien (visusstoornissen)
Wat zijn de effecten van digoxine op het hart
Positief inotroop --> verhoogde contractiekracht
Negatief chronotoop --> verlaagde hartfequentie
Negatief dromotroop --> verlaagde ventrikelrespons bij VKF
Verlenging refractaire periode --> tragere geleiding
wat is het werkingsmechanisme van digoxine
remming na/k ATPase --> verhoogde intracellulair Na+ --> verlaagde Na/Ca2+ exchanger --> intracellulair ca2+ --> contractiliteit
wat is EPO (hematopoetische groeifactoren)
🧬 Werkingsmechanisme
Bindt aan EPO-receptoren in het beenmerg
→ stimuleert proliferatie en differentiatie van erythroïde voorlopercellen
→ ↑ productie van erytrocyten
→ ↑ hemoglobine en zuurstoftransport
📌 Indicaties
Anemie bij chronische nierinsufficiëntie
Anemie bij chemotherapie
Soms bij bepaalde chronische ziekten met EPO-tekort
⚠️ Bijwerkingen
Hypertensie (belangrijk!)
Trombose / verhoogd tromboserisico
Hoofdpijn
Griepachtige klachten
Zeldzaam: pure red cell aplasia (antilichamen)
wat is het werkingsmechanisme van EPO
EPO --> EPO receptor -->fosforylering --> intracellulaire signaaltransductie --> genexpressie --> proliferatie en differentatie --> verhoogde erytrocyten
wat zijn indicaties van EPO
Anemie bij CNI --> tekort aan endogene EPO-productie
Anemie bij bepaalde oncologische aandoeningen --> stimulatie van erytropoese
Anemie bij chronische ziekte --> verhoging Hb waarde
Wat zijn de inhalatiesteroiden
Fluticason
Budesonide
Beclometason
Hoe werken de inhalatiesteroiden
🧬 Werkingsmechanisme
Binden aan glucocorticoïdreceptoren
↓ inflammatoire genexpressie
↓ cytokinen, eosinofielen, mastcellen
↓ luchtwegontsteking en hyperreactiviteit
→ preventieve anti-inflammatoire werking (niet acuut!)
📌 Indicaties
Astma (onderhoudsbehandeling)
COPD (bij frequente exacerbaties)
Allergische rhinitis (neusspray)
⚠️ Bijwerkingen
Lokaal (meest voorkomend)
Heesheid (dysfonie)
Orale schimmelinfectie (Candida)
Keelirritatie
Zeldzaam (hoge dosis/lang gebruik)
Systemische corticosteroïd-effecten (bijnierschorsremming)
Botdichtheidsverlies
Wat zijn de effecten van glucocorticosteroiden
Verlaag transcriptie van pro-inflammatoire mediatoren --> minder onsteking
verminderde activtiet transcriptie factoren
Verlagende immuuncelactivatie
Verlaagde cytokine productie
wat is het mechanisme van glucocorticosteroiden
GCS --> glucocorticoreceptor --> nucleus --> remming pro-inflammatoire genexpressie + stimulatie --> anti-inflammatoire genexpressie --> verminderde ontsteking
wat is tiamtereen
🧬 Werkingsmechanisme
Werkt in de verzamelbuis (distale tubulus)
Blokkeert ENaC (epitheliaal natriumkanaal)
→ ↓ Na⁺-opname in de tubuluscel
→ ↓ negatieve luminale lading
→ ↓ K⁺- en H⁺-secretie
👉 Resultaat:
minder natriumresorptie
meer natrium- en waterverlies (diurese)
kalium blijft behouden (kaliumsparend)
📌 Indicaties
Hypertensie (meestal in combinatie met thiaziden)
Oedeem (hartfalen, levercirrose)
Preventie van hypokaliëmie bij andere diuretica
⚠️ Bijwerkingen
Hyperkaliëmie (belangrijkste risico)
Metabole acidose (door ↓ H⁺-secretie)
Misselijkheid
Nierstenen (zeldzaam, kristalvorming in urine)
Nierfunctiestoornis (voorzichtig bij nierinsufficiëntie)
wat is het werkingsmechanisme van kaliumsparende diuretica
Blokkade ENaC --> minder Na+ opanme --> minder na+ reabsorptie --> minder waterretentie --> diuresie
Blokkade ENaC --> minder negatieve luminale lading --> midner kalium secretie --> kaliumsparend
Wat zijn de indicaties voor kaliumsparende diuretica
hypertensie
Oedeem
Combinatie met thiazide of lis diuretica
wat is het werkingsmechanisme van prednison (corticosteroid)
Corticosteroid --> glucocosrticoidereceptor --> nucelus --> pro-inflammatoire genexpressie + verhoogde anti inflammatoire genexpressie --> verlaagde cytokinen, eosinofielen en immunactivatie --> verminderde ontsteking
wat is prednison
📌 Indicaties
Auto-immuunziekten (RA, lupus)
Astma en COPD-exacerbaties
Allergische reacties
IBD (Crohn, colitis ulcerosa)
Nefrotisch syndroom
Transplantatie (afstoting voorkomen)
⚠️ Bijwerkingen
Kort:
Slaapproblemen, stemmingswisselingen
↑ eetlust, maagklachten
Langdurig:
Cushing (vollemaansgezicht, gewichtstoename)
Osteoporose
Diabetes
Infecties
Hypertensie
Huidverslechtering
Bijnierschorsonderdrukking (niet abrupt stoppen)
wat is furosemide en bumetanide
🧬 Werkingsmechanisme
Beide remmen de Na⁺/K⁺/2Cl⁻-cotransporter in de lis van Henle (dikke opstijgende tak).
➡️ Hierdoor:
↓ terugresorptie van Na⁺, Cl⁻, K⁺
↑ sterke diurese (veel zout + waterverlies)
↓ oedeem en bloedvolume
Bumetanide werkt sterker per mg dan furosemide.
📌 Indicaties
Oedeem bij hartfalen
Levercirrose met ascites
Nefrotisch syndroom
Acuut longoedeem
Hypertensie (minder vaak)
⚠️ Bijwerkingen
Hypokaliëmie (laag K⁺)
Hyponatriëmie
Dehydratie / hypotensie
Ototoxiciteit (vooral hoge dosis furosemide)
Hyperuricemie (jicht)
Metabole alkalose
🔑 Verschil
Furosemide: meest gebruikt, minder potent
Bumetanide: sterker, beter bij slechte respons op furosemide
wat zijn de nitraten
Isosorbidemononitraat & nitroglycerine (nitraten)
Hoe werken Isosorbidemononitraat & nitroglycerine (nitraten)
🧬 Werkingsmechanisme
Beide worden omgezet in NO (stikstofmonoxide).
NO:
↑ cGMP in vaatspiercellen
→ relaxatie van glad spierweefsel
→ vasodilatatie
Effect:
vooral veneuze dilatatie → ↓ preload (hartbelasting)
ook coronair vasodilatatie → betere zuurstoftoevoer naar hart
📌 Indicaties
Angina pectoris (stabiel en acuut)
Acuut myocardinfarct (pijnbestrijding)
Hartfalen / longoedeem
Preventie van angina-aanvallen
⚠️ Bijwerkingen
Hoofdpijn (heel typisch)
Hypotensie / duizeligheid
Flush (blozen)
Reflextachycardie
Tolerantie bij langdurig gebruik (tachyfylaxie)
🔑 Verschil
Nitroglycerine (glyceryltrinitraat):
snelwerkend (sublinguaal, spray)
voor acute angina
Isosorbidemononitraat:
langwerkend (orale onderhoudsbehandeling)
preventie van klachten
Hoe werkt hydrochloorthiazide (thiazidediuretica)
🧬 Werkingsmechanisme
Werkt in de distale tubulus van de nier:
Remt Na⁺/Cl⁻-cotransporter
→ ↓ terugresorptie van Na⁺ en water
→ ↑ diurese
→ op termijn ook ↓ perifere vaatweerstand (belangrijk bij hypertensie)
📌 Indicaties
Hypertensie (belangrijkste indicatie)
Mild oedeem (bij hartfalen, levercirrose)
Nefrocalciumsteenvorming (↓ calciumuitscheiding)
⚠️ Bijwerkingen
Hypokaliëmie (↓ K⁺)
Hyponatriëmie
Hypercalciëmie (↑ Ca²⁺)
Hyperglykemie (kan glucose verhogen)
Hyperuricemie (jicht)
Metabole alkalose
Dehydratie / hypotensie
🔑 Kenmerken
Mild diuretisch effect (zwakker dan lisdiuretica)
Werkt goed bij chronische bloeddrukcontrole
Wordt vaak gecombineerd met andere antihypertensiva
Hoe werken acetysaliculzuur en clopidogrel (trombocytenaggregatieremmers)
🧬 Werkingsmechanisme
Acetylsalicylzuur (ASA)
Remt COX-1 irreversibel
→ ↓ tromboxaan A2 (TXA2)
→ ↓ plaatjesaggregatie
Effect duurt levensduur van de trombocyt (± 7-10 dagen)
Clopidogrel
Remt P2Y12 ADP-receptor op trombocyten (irreversibel)
→ voorkomt activatie van GPIIb/IIIa
→ ↓ plaatjesaggregatie
📌 Indicaties
ASA
Secundaire preventie hartinfarct
Angina pectoris / CAD
Na CVA/TIA
Acute fase ACS (acuut coronair syndroom)
Clopidogrel
Alternatief bij ASA-intolerantie
Na stentplaatsing (vaak in combinatie met ASA = dual therapy)
Preventie CVA/TIA
Perifeer arterieel vaatlijden
⚠️ Bijwerkingen
ASA
Maagklachten / ulcus / bloedingen
Verhoogde bloedingsneiging
Bronchospasme (aspirine-astma)
Tinnitus (bij hoge dosis)
Clopidogrel
Bloedingen (belangrijkste)
Zelden: trombotische trombocytopenische purpura (TTP)
Maagklachten (milder dan ASA)
🔑 Kernverschil
ASA: COX-remming (TXA2 ↓)
Clopidogrel: ADP-receptor blokkade ➡️ vaak samen gebruikt bij stents (DAPT)
Wat zijn de vitaminde D analogen
cholecalciferol, alfacalcido
Hoe werken cholecalciferol, alfacalcido
🧬 Werkingsmechanisme
Cholecalciferol (vitamine D3)
Inactieve voorloper
Wordt in:
lever → 25-OH-vitamine D
nier → actieve vorm (calcitriol)
→ ↑ calcium- en fosfaatopname in darm
Alfacalcidol
Al in de lever omgezet tot calcitriol
Heeft geen nieractivatie nodig
→ direct effect op calcium/fosfaatbalans
📌 Indicaties
Cholecalciferol
Vitamine D-tekort
Osteoporose preventie/behandeling
Rachitis / osteomalacie
Alfacalcidol
Chronische nierinsufficiëntie (nier kan vitamine D niet activeren)
Hypocalciëmie door vitamine D-activatiestoornis
Hypoparathyreoïdie
⚠️ Bijwerkingen (beide)
Hypercalciëmie
Misselijkheid / obstipatie
Polyurie / dorst
Nierstenen (bij overdosering)
Calcificaties in weke delen (bij hoge spiegels)
🔑 Kernverschil
Cholecalciferol: moet nog geactiveerd worden (lever + nier)
Alfacalcidol: bypasses nier → handig bij nierfalen
Waarvoor targeted therapy
Grijpt in op de mutaties die de tumor in stand houden. Meest voorkomende mutatie is EGFR
EGFR TKI --> -nib
wat zijn de fosfaatbinders
calciumcarbonaat, sevelameer, lanthaancarbonaat
Hoe werken calciumcarbonaat, sevelameer, lanthaancarbonaat
🧬 Werkingsmechanisme
Alle drie werken in de darm door fosfaat te binden → minder opname uit voeding → ↓ fosfaat in bloed.
🟡 Calciumcarbonaat
Bindt fosfaat in de darm
Vormt onoplosbare calcium-fosfaat complexen
➡️ extra: levert ook calcium
🔵 Sevelameer
Niet-calcium, niet-metaal binder
Bindt fosfaat via ionenuitwisseling in de darm
🟢 Lanthaancarbonaat
Bevat lanthaan (zeldzaam aardmetaal)
Vormt onoplosbare lanthaan-fosfaat complexen
📌 Indicaties (alle drie)
Hyperfosfatemie bij chronische nierinsufficiëntie (dialyse-patiënten)
⚠️ Bijwerkingen
Calciumcarbonaat
Hypercalciëmie
Nierstenen
Constipatie
Vasculaire calcificaties (bij overdosering)
Sevelameer
Obstipatie, misselijkheid
Opgeblazen gevoel
Kan vetoplosbare vitamine-opname verminderen
Lanthaancarbonaat
Misselijkheid, buikpijn
Obstipatie
Zelden ophoping van lanthaan (weefsels)
🔑 Kernverschillen
Calciumcarbonaat: goedkoop + calcium → risico hypercalciëmie
Sevelameer: veilig bij hypercalciëmie
Lanthaancarbonaat: effectief alternatief, metaalbinder
wat zijn de lipidenverlagende middelen
🧬 Werkingsmechanisme
Remmen HMG-CoA-reductase in de lever → ↓ cholesterolsynthese → ↑ LDL-receptoren → ↓ LDL in bloed
📌 Indicaties
Hypercholesterolemie
Secundaire preventie (MI, CVA, CAD)
Primair preventie bij hoog risico
⚠️ Bijwerkingen
Spierpijn / myopathie (zelden rhabdomyolyse)
↑ leverenzymen
GI-klachten
🔑 Verschil
Atorvastatine: krachtiger, langere werking
Simvastatine: meer interacties (CYP3A4)
💊 Ezetimibe
🧬 Werkingsmechanisme
Remt cholesterolopname in de darm (NPC1L1-transporter) → ↓ cholesterolabsorptie → ↓ LDL
📌 Indicaties
Hypercholesterolemie
Vaak in combinatie met statine
⚠️ Bijwerkingen
Meestal mild
GI-klachten, soms ↑ leverenzymen
💉 Evolocumab & Alirocumab (PCSK9-remmers)
🧬 Werkingsmechanisme
Remmen PCSK9-eiwit
→ meer LDL-receptoren beschikbaar op levercellen → sterk ↓ LDL
📌 Indicaties
Ernstige hypercholesterolemie (familiair)
Patiënten die niet reageren op statines/ezetimibe
Hoog cardiovasculair risico
⚠️ Bijwerkingen
Injectiereactie
Griepachtige klachten
Soms myalgie
🔑 Kenmerk
Heel sterke LDL-daling, maar duur (injecties)
🧠 Superkort verschil
Statines: ↓ aanmaak cholesterol (lever)
Ezetimibe: ↓ opname in darm
PCSK9-remmers: ↑ afbraak LDL uit bloed
Wat is de trombolytica
Streptokinase
Hoe werkt streptokinase
🧬 Werkingsmechanisme
Is een trombolyticum (fibrinolyticum)
Komt van Streptococcus-bacteriën
Vormt een complex met plasmine-precursor (plasminogeen) → activeert plasminogeen → plasmine → plasmine breekt fibrine in stolsel af → lost bloedstolsel op
➡️ Effect: oplossen van trombus
📌 Indicaties
Acuut myocardinfarct (vooral vroeg stadium)
Longembolie
Diepe veneuze trombose (in geselecteerde gevallen)
⚠️ Bijwerkingen
Bloedingen (belangrijkste, incl. intracraniële bloeding)
Allergische reacties (omdat het bacterieel eiwit is)
Hypotensie
Koorts / malaise
Antistofvorming → minder effect bij herhaald gebruik
🔑 Kenmerk
Niet fibrinespecifiek (werkt systemisch)
Wordt tegenwoordig vaak vervangen door modernere trombolytica (zoals alteplase)
wat zijn de vitamine D analogen
cholecalciferol, alfacalcido
wanneer is zuurstof geschikt
Zuurstof is geschikt in situaties van hypoxemie, waarbioj zuurstof sat is verlaagd
I
- Acuut respiratoir falen
- Acuur hartfalen
- Ernstige exacerbatie astma of COPD
-CO vergiftiging
- Anafalxie
- Sepsis
hoe werken vit D analogen
🧬 Werkingsmechanisme
Cholecalciferol (vitamine D3)
Inactieve vorm van vitamine D
Wordt:
lever → 25-OH-vitamine D
nier → calcitriol (actief) → ↑ calcium- en fosfaatopname in darm
Alfacalcidol
Prodrug die in de lever direct wordt omgezet naar calcitriol
Heeft geen nieractivatie nodig → werkt dus ook bij nierinsufficiëntie
📌 Indicaties
Cholecalciferol
Vitamine D-tekort
Osteoporosepreventie/behandeling
Rachitis / osteomalacie
Alfacalcidol
Chronische nierinsufficiëntie
Hypocalciëmie door verminderde vitamine D-activatie
Hypoparathyreoïdie
⚠️ Bijwerkingen (beide)
Hypercalciëmie
Misselijkheid, obstipatie
Polyurie / dorst
Nierstenen
Calcificaties bij overdosering
🔑 Kernverschil
Cholecalciferol: moet nier + lever doorlopen
Alfacalcidol: bypasses nier → geschikt bij nierfalen
1. ACE-remmers
Medicatie: enalapril, perindopril
Werkingsmechanisme: remmen het angiotensine-coneverting enzyme (ACE) à verlagen angiotensine II à vasodilatatie + lager aldosteron à minder zout-en waterrententie
Indicaties:
- Hypertensie
- Harfalen (HFrEF)
- Na myocardinfarct
- Nefroprotectie bij diabetes
Bijwerkingen
- Droge hoest (bradykinine omhoog)
- Hyperkaliemie
- Hypotensie
- Angio-oedeem
- Nierfunctiedaling (contractie van de efferente arteriole, zie contra-indicatie met NSAIDs die zorgen voor dilatatie afferente arteriole)
Verschillen
- Enalapril à werkt korter, dus 1-2x per dag innemen
- Perindolol à heeft dus voorkeur bij lagere therapietrouw, 1x per dag innemen
1. Aldosteronreceptorantagonisten
Medicatie: spironolacton, eplerenon
Werkingsmechanisme: blokkeren aldosteronreceptor in distale tubulus à minder natrium- en waterretentie, verlaagde kalium uitscheiding. Werkt verder downstream dan ACE-remmers.
Indicaties:
- Hartfalen à mortaliteitsreductie.
- Hypertensie (resistent)
- Hyperaldosteronisme
Bijwerkingen
- Hyperkaliemie
- Gynaecomastie (vooral spironolacton)
- Menstruatiestoornissen
Verschillen
Verschil met ACE-remmers
- ACE-remmers = "bovenaan de RAAS-keten"
- Aldosteronblokkers = "laatste stap (zout/waterretentie)"
Keuze logica:
- Start: ACE-remmer
- Voeg toe: spironolacton bij ernstig hartfalen
Verschillen
- Spironolacton: niet-selectief en blokkeert ook androgeenreceptoren en progresetonreceptoren
- Eplerenon: veel selectiever voor aldosteronreceptor en nauwelijks hormonale bijwerkingen.
- Spironolacton is eerste keuze bij hartfalen, maar wanneer pt last heeft van hormonale bijwerkingen keuze voor eplerenon
1. Anti-aritmica
1.1. Klasse I
Medicatie: flecainide
Werkingsmechanisme: blokkade van Na+ kanalen à sterke remming van depolarisatie
Indicaties:
- Supraventriculaire ritmestoornissen
- Atriumfibrilleren (zonder structureel hartlijden)
Bijwerkingen
- Pro-aritmisch effect
- QRS verlenging
- Hartfalen verergering
Anti-aritmica klasse III
Medicatie: amiodaron, sotalol
Werkingsmechanisme:
- Amiodaron: verlengen actiepotentiaal (K+ kanaal blokkade)
- Sotalol: combineert B-blokkade + klasse III effect
Indicaties
- Ernstige artimieën
- Artriumfibrilleren
- Ventriculaire tachycardie
Bijwerkingen
- Schildklierstoornissen (amiodaron)
- Longfibrose
- Levertoxiciteit
- QT-verlenging
Verschillen
- Amiodaron is niet selectief, maar werkt bij ernstige artimieen, ook als de pt hartfalen heeft of ischemie. Maar veel orgaan-toxiciteit bij langdurig gebruik à dirty
- Fecainide is selectief maar alleen veilig bij een gezond hart. Gecontraindiceerd bij myocardinfarct en hartfalen
- Sotalol is keuze bij AF, minder toxisch dan amiodaron, maar let op QT-verlenging. Niet bij ernstig hartfalen.
Anti-artimica overige middelen
Atropine (parasympathicolyticum)
Werkingsmechanisme: blokkeert M2 receptoren in het hart à remt de parasympatische invloed op het hart en heeft vooral effect op SA en AV-knoop à hogere hartfrequentie (meet chronotroop) en meer AV geleiding (positief dromotroop)
Indicaties
- Symptomatische bradycardie
- AV-blok
- Acute reanimatiesetting
Werkt NIET goed bij 3de graads AV blok
Bijwerkingen
- Tachycardie
- Palpiaties
- Pupilverwijding
- Delirium/verwardheid
- Droge mond
Isoprenaline (isoproterenol, niet-selectieve B-antagonist)
Werkingsmechanisme :
- B1 remming: verhoogd hartfrequentie en contractiliteit
- B2 remming: zorgt voor vasodilatatie à verlaagde perifere weerstand
Indicaties
- Ernstige bradycardie (als atropine faalt)
- Tijdelijke ondersteuning bij AV blok
- Soms bij torsades (Als er QT-verlenging is helpt een hogere hartfrequentie)
Bijwerkingen
- Kan artimieen uitlokken
- Zuurstofverbruik van myocard gaat omhoog à ischemie
Adenosine (AV knoop remmer, heel kortwerkend)
Werkingsmechanisme
- Activeert A1 receptoren in het hart dit zorgt voor hogere K+ instroom, lagere Ca2+ uitstroom à tijdelijke blokkade AV-knoop en onderbreekt hiermee re-entry circuits in AV-knoop
Indicaties
- Acuut paroxysmaal supraventriculair trachycardie (PSVT/SVT)
- Diagnostisch bij smal complex tachycardie
Bijwerkingen
- Flushing
- Dyspneu
- Gevoel van doodgaan
Werkt NIET bij atriumflutter of atriumfibrilleren
1. Hartglycosiden
Medicatie: digoxine
Werkingsmechanisme: remt Na+/K+-ATPase à verhoogd intracellulair Ca2+ à positieve inotropie + remming AV-knoop
Indicaties
- Atriumfibrilleren (rate control)
- Hartfalen (selectief)
Bijwerkingen
- Misselijkheid, braken
- Visusstoornissen
- Ritmestoornissen
- Smalle therapeutische breedte
1. Anticoagulantia
1.1. Coumarinederivaten
Medicatie: fenprocoumon
Werkingsmechanisme: remming vitamine K-epoxide à verlagen stollingsfactor II, VII, IX, X
Toepassing
- Atriumfibrilleren
- Trombose / longembolie
- Kunstkleppen
Bijwerkingen
- Bloedingen
- Veel interacties met voeding/medicatie
- Teratogeen (wanneer deze in staat is om de ontwikkeling van een embryo of foetus te verstoren)
Waarom
- Betrouwbaar bij kunstkleppen
- Goed doseerbaar met INR
- Kiest hiervoor bij specifieke contra-indicatie DOAC
Anticoagulantia - DOACs
Medicatie: apixaban, tivaroxaban, dabigatran
Werkingsmechansime
- Apixaban/rivaroxaban à factor Xa remming
- Dabigatran à trombonine (IIa) remming
Indicaties
- Atriumfibrilleren
- DVT/LE behandeling en preventie
Bijwerkingen
- Bloedingen
- Minder interacties dan coumarines
Verschillen
- Apixaban: laagste bloedingsrisico, eerste keuze
- Rivaroxaban: iets hoger bloedingsrisico, maar 1 daage dosering
- Dabigatran: alternatief, meer GI-klachten
Anticoagulantia - Heparines
Medicatie: hepatine (LMWH: nadroparine)
Werkingsmechanisme: activatie antitrombine III à remming trombine en factor Xa
Indicaties
- Acute trombose/LE
- Profylaxe bij immobilisatie
- Zwangerschap
Bijwerkingen
- Bloedingen
- Heparine-geinduceerde trombocytopenie
- Osteoporose bij langdurig gebruik
Waarom
- Werk snel (minuten-uren), injectie
- Maar is dus wel injectie en lange termijn effecten.
1. Anticholinergica (longmedicatie)
Medicatie
- Langwerkend: tiotropium à 1x per dag doseren, stabiele onderhoudsbehandeling voor COPD.
- Kortwerkend: ipratropium à voor meer acute klachten
Werkingsmechanisme: blokkeren M3 (muscarine) - receptoren à bronchodilatatie (Verminderen dus bronchoconstrictie en mucus)
Indicaties
- COPD (onderhoud eerste keus)
- Astma (aanvullend)
Bijwerkingen
- Droge mond
- Urineretentie
1. Anti-microbiële middelen - penicilinen
Medicatie: benzylpeniciline, amoxiciline (+ clavulaanzuur)
Werkingsmechanisme: remmen bacteriële celwandsynthese
Indicaties
- Benzylpeniciline à smalle spectrum (streptokokken, syfilis), wanneer pathogeen bekend is.
- Amoxiciline à breder spectrum (luchtweginfectie)
Bijwerkingen
- Allergie (rash à anafylaxie)
- Diarree
- Zelden: interstitiële nefritis
Antimicrobiele middelen - tetracycline
Medicatie: doxycycline
Werkingsmechanisme: remming eiwitsynthese
Indicaties
- Atypische longinfectie
- Ziekte van Lyme
Bijwerkingen
- Fotosensitiviteit
- Misselijkheid/diarree
Waarom
- Goede orale opname en lange halfwaardetijd
Anti-imicrobiele middelen - cefalosporinen
Medicatie: cefuroxim, ceftazidim
Werkingsmechanisme: B-lactam antibiotica à celwandremming
Indicaties:
- Cefuroxim à CAP (community acquired pneumonia)
- Cefazidim à HAP (hospital acquired pneumonia)
Bijwerkingen
- Allergie
- GI-klachten
Anti-microbiele middelen - macroliden
Medicatie: claritromycine, azitromycine
Werkingsmechanisme: remming eiwitsynthese
Indicaties
- Atypische longinfecties
- H. pylori
Bijwerkingen
- QT-verlenging
- GI klachten
- Veel interacties (vooral claritromycine)
Keuze
- Azitromycine à weinig interacties, langere werking
- Claritromycine à sterk maar meer interacties
Anti-microbiele middelen chinolonen
Medicatie: ciprofloxacine
Werkingsmechanisme: stoppen van DNA replicatie
Indicaties
- Gecompliceerde UWI
- Gram negatieve infecties
Bijwerkingen
- QT-verlenging
- CNS effecten
Keuze
- Reserve antibioticum bij ernstige gram negatieve infecties
Anti-microbiele middelen - tuberculostatica
Medicaties: isoniazide, rifampicine, pyranamide
Werkingsmechanisme:
- Isoniazide: mycolzuur synthese remming
- Rifampicine: RNA polymerase remming
- Pytazinamide: actief in zuur milieu
Indicaties
- Tuberculose (altijd combinatietherapie)
Bijwerkingen
- Isoniazide: neuropathie, hepatotoxiciteit
- Rifampicine: sterke enzyminductor, oranje verkleuring
- Pyranamide: huperurikemie, hepatotoxiciteit
Keuze
- Altijd combinatie om resistentie te voorkomen.
1. Angiotensine II-antagonisten (ARBs)
Medicatie: losartan, valsartan
Werkingsmechanisme: blokkeren AT1 receptor van ANGII à vasodilatatie, verlagen aldosteron en verlagen bloeddruk en volume
Indicaties
- Hypertensie
- Hartfalen
- Nefroprotectie bij diabetes
- Alternatief bij ACE hoest
Bijwerkingen
- Hyperkaliëmie
- Hypotensie
- Nierfunctidaling
Verschillen
- Losartan: eerste keuze, ook uricosurisch effect (verlagen urinezuur)
- Valsartan: veel gebruikt bij hartfalen