Kernmedicatielijst - Borst en Nier | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/119

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:11 AM on 6/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

120 Terms

1
New cards

Wat is het WM van ACE remmers

Normale situatie:

Renine zet angiotensinogeen om in angiotensine I.

ACE zet angiotensine I om in angiotensine II.

Angiotensine II veroorzaakt vernauwing van bloedvaten en stimuleert de afgifte van aldosteron, waardoor natrium en water worden vastgehouden.

Dit leidt tot een stijging van de bloeddruk.

Bij gebruik van ACE-remmers:

De vorming van angiotensine II neemt af.

De bloedvaten verwijden (vasodilatatie).

De afgifte van aldosteron daalt, waardoor minder natrium en water worden geresorbeerd en meer worden uitgescheiden.

De bloeddruk daalt en de belasting van het hart neemt af.

Daarnaast remt ACE normaal ook de afbraak van bradykinine. Door ACE-remmers stijgt de concentratie bradykinine, wat extra vaatverwijding veroorzaakt. Deze verhoogde bradykininespiegel is ook verantwoordelijk voor typische bijwerkingen zoals:

droge prikkelhoest;

zelden angio-oedeem.

2
New cards

Wat zijn de ACE remmers

captopril

Enalapril

Perindopril

3
New cards

Wat zijn de BW van perindopril

hoest, hoofdpijn, duizeligheid

4
New cards

WAt zijn de BW enalapril

Lange halfwaardetijd

Hoest, hoofdpijn, duizeligheid en bloeddrukdaling

5
New cards

Wat zijn de BW captopril

Korte halfwaardetijd

Hoest, angio-oedeem en hyperkaliemie

6
New cards

Wat zijn de effecten van ACE remmers bij hartfalen

Lagere preload --> minder volumebelasting

lagere afterload --> makkelijker uitpompen

Lagere remodelling --> tragere progressie van hartfalen

hogere cardiale efficientie --> verbetering symptomen

7
New cards

wat zijn de aldosteronantagonisten

Spironolacton

Eplerenon

8
New cards

Wat is het werkingsmechanisme van aldosteronantagonisten

Voorkomen binding van aldosteron aan mineralcoritcoid receptor en zorgen voor minder water en zoutretentie

I: hypertensie, oedeem bij hartfalen

9
New cards

wat zijn de bijwerkingen van spironolacton

Spironolacton is een kaliumsparend diureticum met als bijwerking hyperkaliemie, gynaecomastie, menstruatieklachten, hoofdpijn

10
New cards

Wat zijn de bijwerkingen van eplerenon

Hyperkaliëmie

Verminderde nierfunctie.

In tegenstelling tot Spironolacton veroorzaakt eplerenon veel minder hormonale bijwerkingen zoals gynaecomastie, omdat het selectiever is voor de aldosteronreceptor.

11
New cards

Wat zijn de angiotensine II - antagonisten (ARBs)

losartan

Valsartan

- sartan

12
New cards

Wat is het wm van angiotensine II antagonisten

blokkeren zowel niet-competetief als competitief de verwerking van angII op de G-eiwit gekoppelde receptoren, waardoor vasoconstrictie wordt geinhibeerd

Minder natrium en water geabsorbeerd door de nieren en er is een bloeddruk daling

13
New cards

Wat zijn de bijwerkingen van losartan

Duizeligheid, vooral bij het opstaan (orthostatische hypotensie).

Lage bloeddruk.

Vermoeidheid.

Hoofdpijn.

14
New cards

Wat zijn de bijwerkingen van valsartan

Duizeligheid.

Lage bloeddruk (hypotensie), vooral bij het opstaan.

Vermoeidheid.

Hoofdpijn.

15
New cards

Wat zijn de verschillen tussen ACE remmers en ARBs

Werking

- Blokkeren AnI --> AngII opmzetting

- Blokkeren AT1 receptoren

AnGII

- Daalt

- Aanwezig maar werkt minder via AT1

Bradykinine

- Verhoogd

- Geen effect

Hoest/angio-oedeem

- Vaker

- Minder frequent

Effect op pre/afterload

- Verlaagd

- Verlaagd

Effect op remodelling

- Verlaagd

- Verlaagd

16
New cards

Wat is het werkingsmechanisme van anti-aritmica

I (Na⁺-kanaalblokkers)Blokkeren natriumkanalen → vertragen depolarisatie en geleiding Flecainide, Lidocaïne

II (β-blokkers)Remmen sympathische stimulatie → vertragen SA- en AV-knoop Metoprolol, Bisoprolol, propanol ==> betablokkers

III (K⁺-kanaalblokkers)Verlengen repolarisatie en refractaire periode Amiodaron, Sotalol

IV (Ca²⁺-kanaalblokkers)Vertragen geleiding door de AV-knoop. Verapamil

17
New cards

Wat is amiodaron

I: AF en VF. Het remt de SA knoop en vertraagd de conductie door de AV knoop

BW: levertoxiciteit, fotosensibiliteit en schildklierfunctiestoornissen

18
New cards

Wat is sotalol

I: AF

WM: klasse III

BW: torsades de point

19
New cards

wat geef je voor frequentie controle

Vertragen van ventirkelrespons

Beta blokker, calciumantagonist

20
New cards

WAt geef je voor ritmecontrole

Herstel/behoud van sinusritme

Amiodaron

21
New cards

Wat geef je bij ablatie

Uitschakelem aritmogene focus of re entry circuit

Katheterablatie

22
New cards

Wat geef je bij device therapie

Preventie plotse hartdood

ICD

23
New cards

Wat geef je bij atriumfibrilleren/flutter

Beta blokker of calicumantagoinsten

24
New cards

Wat geef je bij nood aan ritme controle

amiodaron

25
New cards

WAt geef je bij re entry tachycardie

Katherterablatie

26
New cards

Wat geef je bij ventriculaire fibrillatie

ICD

27
New cards

Wat zijn de anticholinergica

kortwerkend: ipratropium

Langwerkend: tiotropium

28
New cards

wat is het wm anticholinergica

Ze blokkeren muscarine-receptoren (M-receptoren).

Daardoor kan acetylcholine zijn effect niet meer uitoefenen op organen.

👉 Resultaat: remming van het parasympathisch zenuwstelsel ("rest-and-digest" wordt uitgeschakeld).

💡 Effecten per orgaansysteem

Hart

↑ hartfrequentie (tachycardie)

minder vagale remming

Longen

bronchodilatatie

↓ slijmproductie

29
New cards

Wat zijn de effecten van anticholinergica

Bronchodilatatie, minder slijmnoproductie, stijging hartfrequentie, relaxatie, droge mond, minder secreties,

30
New cards

wat zijn Bw van anticholinerga

Beide: vooral anticholinerge bijwerkingen → droge mond, oog- en plasproblemen

Ipratropium: kortwerkend, vooral lokale bijwerkingen

Tiotropium: langwerkend, zelfde profiel maar langduriger effect

31
New cards

Wat zijn de werkingsmechanismen van anticoagulantia

Vitamine K-antagonisten → minder stollingsfactoren maken

Heparines → versterken antitrombine (remt Xa en IIa)

DOAC's → direct remmen van factor Xa of trombine

32
New cards

wat is het netto effect van anticoagulatia

Minder actieve vitK afhankelijke stollingsfactoren --> verminderde stolling

minder trombinevorming --> minder omzetting van fibrogeen naar fibrine

Minder fibrinevorming --> minder trombus vorming

33
New cards

wat zijn de anticoagulantia

fenprocoumon

apixaban, rivaroxaban, dabigatran

heparine, (nadroparine (lmwh)

34
New cards

Wat is fenprocoumon

📌 Indicaties

Atriumfibrilleren (strokepreventie)

Diepe veneuze trombose (DVT)

Longembolie (LE)

Mechanische hartkleppen (belangrijkste indicatie)

🧬 Werkingsmechanisme

Remt vitamine K-epoxide-reductase (VKORC1)

↓ activatie van stollingsfactoren II, VII, IX, X + proteïne C en S

→ minder trombinevorming en fibrinevorming

⚠️ Bijwerkingen

Bloedingen (belangrijkste en meest gevaarlijk)

Blauwe plekken, neusbloedingen

Zeldzaam: huidnecrose (vroeg in therapie)

Interacties met voeding (vitamine K in voeding) en veel geneesmiddelen

Teratogeen (niet gebruiken bij zwangerschap)

35
New cards

Wat is apaxiban en rivaroxaban

📌 Indicaties

Atriumfibrilleren (niet-valvulair)

DVT en longembolie (behandeling en preventie)

Preventie na orthopedische chirurgie

🧬 Werkingsmechanisme

Directe remming van factor Xa

→ geen omzetting van protrombine (II) naar trombine (IIa)

→ ↓ fibrinevorming

⚠️ Bijwerkingen

Bloedingen (vooral GI en intracranieel)

Bloedarmoede door chronisch bloedverlies

Misselijkheid (soms)

Minder interacties dan vitamine K-antagonisten

36
New cards

wat is dabigatran

📌 Indicaties

Atriumfibrilleren (niet-valvulair)

DVT / longembolie behandeling en preventie

🧬 Werkingsmechanisme

Directe remming van trombine (factor IIa)

→ fibrinogeen kan niet worden omgezet in fibrine

⚠️ Bijwerkingen

Bloedingen (GI relatief vaak)

Dyspepsie (maagklachten) vrij typisch

Nierfunctie belangrijk (renale klaring)

Zeldzaam: slokdarmirritatie

37
New cards

Wat is heparine

📌 Indicaties

Acute DVT / longembolie

Acute coronair syndroom (NSTEMI/instabiele angina)

Perioperatief / tijdens procedures

Zwangerschap (veilig)

🧬 Werkingsmechanisme

Bindt aan antitrombine III

Versterkt rem van:

trombine (IIa)

factor Xa

⚠️ Bijwerkingen

Bloedingen

HIT (heparine-geïnduceerde trombocytopenie) → paradoxale trombose

Osteoporose bij langdurig gebruik

Allergische reacties

38
New cards

wat is nadroparine

📌 Indicaties

DVT / longembolie (behandeling en preventie)

Postoperatieve tromboseprofylaxe

Zwangerschap (veilig alternatief voor DOAC/VKA)

🧬 Werkingsmechanisme

Bindt antitrombine III

Remt vooral factor Xa (minder trombine dan UFH)

→ voorspelbaarder effect dan ongefractioneerde heparine

⚠️ Bijwerkingen

Bloedingen

HIT (minder vaak dan UFH)

Lokale reacties (pijn, hematomen op injectieplaats)

Zeldzaam: osteoporose bij langdurig gebruik

39
New cards

wat zijn van de antimicrobiele middelen de beta lactams

Benzylpenicilline

M: remt celwandsynthese (PBP)

BI: allergie, anafylaxie, diarree

Amoxicilline + clavulaanzuur

M: celwandremming + β-lactamase remming

BI: diarree, allergie, lever (zeldzaam)

Cefuroxim / Ceftazidim

M: celwandremming

BI: allergie, diarree

40
New cards

wat zijn van de antimicrobiele middelen de eiwitsynthese remmers

Doxycycline

M: 30S ribosoom

BI: fotosensitiviteit, tandverkleuring, GI-klachten

Clarithromycine / Azitromycine

M: 50S ribosoom

BI: QT-verlenging, GI, interacties (claritromycine)

41
New cards

Wat zijn van de antimicrobiele middelen de DNA remmers

Ciprofloxacine

M: remt DNA-gyrase

BI: peesruptuur, QT, CNS-klachten

42
New cards

wat zijn van de antimicrobiele middelen de tuberostatica

Isoniazide

M: ↓ mycolzuur

BI: neuropathie, hepatotoxiciteit

Rifampicine

M: ↓ RNA-synthese

BI: oranje urine, interacties, lever

Pyrazinamide

M: membraanschade TB

BI: jicht, hepatotoxiciteit

43
New cards

wat zijn de beta blokkers

metoprolol, bisoprolol, propranolol

44
New cards

wat zijn indicaties voor beta blokkers

Hypertensie

Angina pectoris

Hartritmestoornissen

Hartfalen (vooral bisoprolol/metoprolol)

Migrainprofylaxe (propranolol)

Tremor / angst (propranolol)

45
New cards

wat zijn de bijwerkingen voor beta blokkers

Bradycardie

Hypotensie

Vermoeidheid

Duizeligheid

Koude handen/voeten

46
New cards

wat is het werkingsmechanisme van beta blokkers

Blokkeren β-adrenerge receptoren

↓ sympathische activiteit:

↓ hartfrequentie

↓ contractiliteit

↓ AV-geleiding

↓ renine-afgifte (nier)

47
New cards

wat is salbutamol

🧬 Werkingsmechanisme

Stimuleert β2-receptoren in bronchiale gladde spieren

→ ↑ cAMP

→ bronchodilatatie

📌 Indicaties

Acute bronchospasmen (astma-aanval)

COPD exacerbatie

⚠️ Bijwerkingen

Tremor

Tachycardie

Hartkloppingen

Hypokaliëmie (zeldzaam bij hoge dosis)

48
New cards

WAt is salmeterol en formoterol

🧬 Werkingsmechanisme

Stimuleert β2-receptoren in bronchiale gladde spieren

→ ↑ cAMP

→ bronchodilatatie

📌 Indicaties

Acute bronchospasmen (astma-aanval)

COPD exacerbatie

⚠️ Bijwerkingen

Tremor

Tachycardie

Hartkloppingen

Hypokaliëmie (zeldzaam bij hoge dosis)

49
New cards

wat zijn de Dihydropyridines van de calcium antagonisten

Nifedipine

Amlodipine

🧬 Werkingsmechanisme

Blokkeren L-type Ca²⁺-kanalen in vaatspieren

→ vasodilatatie arteriële vaten

→ ↓ perifere weerstand → ↓ bloeddruk

📌 Indicaties

Hypertensie

Angina pectoris

Raynaud

⚠️ Bijwerkingen

Enkeloedeem

Hoofdpijn

Flush

Reflextachycardie (vooral nifedipine)

50
New cards

wat zijn de non-dihydropyridine

Verapamil

Diltiazem

🧬 Werkingsmechanisme

Blokkeren Ca²⁺-kanalen in:

hart (myocard)

AV-knoop

→ ↓ hartfrequentie + ↓ contractiliteit

→ ↓ AV-geleiding

📌 Indicaties

Ritmestoornissen (SVT, AF-rate control)

Angina pectoris

Hypertensie

⚠️ Bijwerkingen

Bradycardie

AV-blok

Hypotensie

Hartfalen (negatief inotroop)

Obstipatie (vooral verapamil)

51
New cards

Wat zijn de netto effecten van calcium antagonisten

verlaage hartfreq

verlaagde AV geleiding

verlaagde contractiliteit

vasodilatatie

verlaagde myocardiale zuurstofvraag

52
New cards

wat is prednisolon

🧬 Werkingsmechanisme

Bindt aan glucocorticoïdreceptor (intracellulair)

Verandert genexpressie → ↓ ontstekingsmediatoren

Effecten:

↓ cytokinen (IL-1, IL-6, TNF-α)

↓ prostaglandinen en leukotriënen

↓ migratie van leukocyten

→ sterk anti-inflammatoir en immunosuppressief

📌 Indicaties

Astma/COPD-exacerbatie

Allergische reacties

Auto-immuunziekten (RA, IBD, SLE)

Huidziekten (eczeem)

Preventie afstoting na transplantatie

Cerebraal oedeem

⚠️ Bijwerkingen

🧠 Kort gebruik

Hyperglykemie

Maagirritatie

Stemmingsverandering / slapeloosheid

📅 Lang gebruik

Osteoporose

Cushing-syndroom (gewichtstoename, moon face)

Spierzwakte

Hypertensie

Infectierisico ↑

Huiddunner / striae

Bijnierschorssuppressie (→ niet abrupt stoppen!)

53
New cards

wat is digoxine (hartglycoside)

🧬 Werkingsmechanisme

Remt Na⁺/K⁺-ATPase

↑ Ca²⁺ in hartcellen → positief inotroop

↑ vagustonus → ↓ AV-geleiding / ↓ hartfrequentie

📌 Indicaties

Atriumfibrilleren (rate control)

Hartfalen (HFrEF, zelden eerste keus)

⚠️ Bijwerkingen

Ritmestoornissen (belangrijkst)

Bradycardie / AV-blok

Misselijkheid, braken

Geel/groen zien (visusstoornissen)

54
New cards

Wat zijn de effecten van digoxine op het hart

Positief inotroop --> verhoogde contractiekracht

Negatief chronotoop --> verlaagde hartfequentie

Negatief dromotroop --> verlaagde ventrikelrespons bij VKF

Verlenging refractaire periode --> tragere geleiding

55
New cards

wat is het werkingsmechanisme van digoxine

remming na/k ATPase --> verhoogde intracellulair Na+ --> verlaagde Na/Ca2+ exchanger --> intracellulair ca2+ --> contractiliteit

56
New cards

wat is EPO (hematopoetische groeifactoren)

🧬 Werkingsmechanisme

Bindt aan EPO-receptoren in het beenmerg

→ stimuleert proliferatie en differentiatie van erythroïde voorlopercellen

→ ↑ productie van erytrocyten

→ ↑ hemoglobine en zuurstoftransport

📌 Indicaties

Anemie bij chronische nierinsufficiëntie

Anemie bij chemotherapie

Soms bij bepaalde chronische ziekten met EPO-tekort

⚠️ Bijwerkingen

Hypertensie (belangrijk!)

Trombose / verhoogd tromboserisico

Hoofdpijn

Griepachtige klachten

Zeldzaam: pure red cell aplasia (antilichamen)

57
New cards

wat is het werkingsmechanisme van EPO

EPO --> EPO receptor -->fosforylering --> intracellulaire signaaltransductie --> genexpressie --> proliferatie en differentatie --> verhoogde erytrocyten

58
New cards

wat zijn indicaties van EPO

Anemie bij CNI --> tekort aan endogene EPO-productie

Anemie bij bepaalde oncologische aandoeningen --> stimulatie van erytropoese

Anemie bij chronische ziekte --> verhoging Hb waarde

59
New cards

Wat zijn de inhalatiesteroiden

Fluticason

Budesonide

Beclometason

60
New cards

Hoe werken de inhalatiesteroiden

🧬 Werkingsmechanisme

Binden aan glucocorticoïdreceptoren

↓ inflammatoire genexpressie

↓ cytokinen, eosinofielen, mastcellen

↓ luchtwegontsteking en hyperreactiviteit

→ preventieve anti-inflammatoire werking (niet acuut!)

📌 Indicaties

Astma (onderhoudsbehandeling)

COPD (bij frequente exacerbaties)

Allergische rhinitis (neusspray)

⚠️ Bijwerkingen

Lokaal (meest voorkomend)

Heesheid (dysfonie)

Orale schimmelinfectie (Candida)

Keelirritatie

Zeldzaam (hoge dosis/lang gebruik)

Systemische corticosteroïd-effecten (bijnierschorsremming)

Botdichtheidsverlies

61
New cards

Wat zijn de effecten van glucocorticosteroiden

Verlaag transcriptie van pro-inflammatoire mediatoren --> minder onsteking

verminderde activtiet transcriptie factoren

Verlagende immuuncelactivatie

Verlaagde cytokine productie

62
New cards

wat is het mechanisme van glucocorticosteroiden

GCS --> glucocorticoreceptor --> nucleus --> remming pro-inflammatoire genexpressie + stimulatie --> anti-inflammatoire genexpressie --> verminderde ontsteking

63
New cards

wat is tiamtereen

🧬 Werkingsmechanisme

Werkt in de verzamelbuis (distale tubulus)

Blokkeert ENaC (epitheliaal natriumkanaal)

→ ↓ Na⁺-opname in de tubuluscel

→ ↓ negatieve luminale lading

→ ↓ K⁺- en H⁺-secretie

👉 Resultaat:

minder natriumresorptie

meer natrium- en waterverlies (diurese)

kalium blijft behouden (kaliumsparend)

📌 Indicaties

Hypertensie (meestal in combinatie met thiaziden)

Oedeem (hartfalen, levercirrose)

Preventie van hypokaliëmie bij andere diuretica

⚠️ Bijwerkingen

Hyperkaliëmie (belangrijkste risico)

Metabole acidose (door ↓ H⁺-secretie)

Misselijkheid

Nierstenen (zeldzaam, kristalvorming in urine)

Nierfunctiestoornis (voorzichtig bij nierinsufficiëntie)

64
New cards

wat is het werkingsmechanisme van kaliumsparende diuretica

Blokkade ENaC --> minder Na+ opanme --> minder na+ reabsorptie --> minder waterretentie --> diuresie

Blokkade ENaC --> minder negatieve luminale lading --> midner kalium secretie --> kaliumsparend

65
New cards

Wat zijn de indicaties voor kaliumsparende diuretica

hypertensie

Oedeem

Combinatie met thiazide of lis diuretica

66
New cards

wat is het werkingsmechanisme van prednison (corticosteroid)

Corticosteroid --> glucocosrticoidereceptor --> nucelus --> pro-inflammatoire genexpressie + verhoogde anti inflammatoire genexpressie --> verlaagde cytokinen, eosinofielen en immunactivatie --> verminderde ontsteking

67
New cards

wat is prednison

📌 Indicaties

Auto-immuunziekten (RA, lupus)

Astma en COPD-exacerbaties

Allergische reacties

IBD (Crohn, colitis ulcerosa)

Nefrotisch syndroom

Transplantatie (afstoting voorkomen)

⚠️ Bijwerkingen

Kort:

Slaapproblemen, stemmingswisselingen

↑ eetlust, maagklachten

Langdurig:

Cushing (vollemaansgezicht, gewichtstoename)

Osteoporose

Diabetes

Infecties

Hypertensie

Huidverslechtering

Bijnierschorsonderdrukking (niet abrupt stoppen)

68
New cards

wat is furosemide en bumetanide

🧬 Werkingsmechanisme

Beide remmen de Na⁺/K⁺/2Cl⁻-cotransporter in de lis van Henle (dikke opstijgende tak).

➡️ Hierdoor:

↓ terugresorptie van Na⁺, Cl⁻, K⁺

↑ sterke diurese (veel zout + waterverlies)

↓ oedeem en bloedvolume

Bumetanide werkt sterker per mg dan furosemide.

📌 Indicaties

Oedeem bij hartfalen

Levercirrose met ascites

Nefrotisch syndroom

Acuut longoedeem

Hypertensie (minder vaak)

⚠️ Bijwerkingen

Hypokaliëmie (laag K⁺)

Hyponatriëmie

Dehydratie / hypotensie

Ototoxiciteit (vooral hoge dosis furosemide)

Hyperuricemie (jicht)

Metabole alkalose

🔑 Verschil

Furosemide: meest gebruikt, minder potent

Bumetanide: sterker, beter bij slechte respons op furosemide

69
New cards

wat zijn de nitraten

Isosorbidemononitraat & nitroglycerine (nitraten)

70
New cards

Hoe werken Isosorbidemononitraat & nitroglycerine (nitraten)

🧬 Werkingsmechanisme

Beide worden omgezet in NO (stikstofmonoxide).

NO:

↑ cGMP in vaatspiercellen

→ relaxatie van glad spierweefsel

→ vasodilatatie

Effect:

vooral veneuze dilatatie → ↓ preload (hartbelasting)

ook coronair vasodilatatie → betere zuurstoftoevoer naar hart

📌 Indicaties

Angina pectoris (stabiel en acuut)

Acuut myocardinfarct (pijnbestrijding)

Hartfalen / longoedeem

Preventie van angina-aanvallen

⚠️ Bijwerkingen

Hoofdpijn (heel typisch)

Hypotensie / duizeligheid

Flush (blozen)

Reflextachycardie

Tolerantie bij langdurig gebruik (tachyfylaxie)

🔑 Verschil

Nitroglycerine (glyceryltrinitraat):

snelwerkend (sublinguaal, spray)

voor acute angina

Isosorbidemononitraat:

langwerkend (orale onderhoudsbehandeling)

preventie van klachten

71
New cards

Hoe werkt hydrochloorthiazide (thiazidediuretica)

🧬 Werkingsmechanisme

Werkt in de distale tubulus van de nier:

Remt Na⁺/Cl⁻-cotransporter

→ ↓ terugresorptie van Na⁺ en water

→ ↑ diurese

→ op termijn ook ↓ perifere vaatweerstand (belangrijk bij hypertensie)

📌 Indicaties

Hypertensie (belangrijkste indicatie)

Mild oedeem (bij hartfalen, levercirrose)

Nefrocalciumsteenvorming (↓ calciumuitscheiding)

⚠️ Bijwerkingen

Hypokaliëmie (↓ K⁺)

Hyponatriëmie

Hypercalciëmie (↑ Ca²⁺)

Hyperglykemie (kan glucose verhogen)

Hyperuricemie (jicht)

Metabole alkalose

Dehydratie / hypotensie

🔑 Kenmerken

Mild diuretisch effect (zwakker dan lisdiuretica)

Werkt goed bij chronische bloeddrukcontrole

Wordt vaak gecombineerd met andere antihypertensiva

72
New cards

Hoe werken acetysaliculzuur en clopidogrel (trombocytenaggregatieremmers)

🧬 Werkingsmechanisme

Acetylsalicylzuur (ASA)

Remt COX-1 irreversibel

→ ↓ tromboxaan A2 (TXA2)

→ ↓ plaatjesaggregatie

Effect duurt levensduur van de trombocyt (± 7-10 dagen)

Clopidogrel

Remt P2Y12 ADP-receptor op trombocyten (irreversibel)

→ voorkomt activatie van GPIIb/IIIa

→ ↓ plaatjesaggregatie

📌 Indicaties

ASA

Secundaire preventie hartinfarct

Angina pectoris / CAD

Na CVA/TIA

Acute fase ACS (acuut coronair syndroom)

Clopidogrel

Alternatief bij ASA-intolerantie

Na stentplaatsing (vaak in combinatie met ASA = dual therapy)

Preventie CVA/TIA

Perifeer arterieel vaatlijden

⚠️ Bijwerkingen

ASA

Maagklachten / ulcus / bloedingen

Verhoogde bloedingsneiging

Bronchospasme (aspirine-astma)

Tinnitus (bij hoge dosis)

Clopidogrel

Bloedingen (belangrijkste)

Zelden: trombotische trombocytopenische purpura (TTP)

Maagklachten (milder dan ASA)

🔑 Kernverschil

ASA: COX-remming (TXA2 ↓)

Clopidogrel: ADP-receptor blokkade ➡️ vaak samen gebruikt bij stents (DAPT)

73
New cards

Wat zijn de vitaminde D analogen

cholecalciferol, alfacalcido

74
New cards

Hoe werken cholecalciferol, alfacalcido

🧬 Werkingsmechanisme

Cholecalciferol (vitamine D3)

Inactieve voorloper

Wordt in:

lever → 25-OH-vitamine D

nier → actieve vorm (calcitriol)

→ ↑ calcium- en fosfaatopname in darm

Alfacalcidol

Al in de lever omgezet tot calcitriol

Heeft geen nieractivatie nodig

→ direct effect op calcium/fosfaatbalans

📌 Indicaties

Cholecalciferol

Vitamine D-tekort

Osteoporose preventie/behandeling

Rachitis / osteomalacie

Alfacalcidol

Chronische nierinsufficiëntie (nier kan vitamine D niet activeren)

Hypocalciëmie door vitamine D-activatiestoornis

Hypoparathyreoïdie

⚠️ Bijwerkingen (beide)

Hypercalciëmie

Misselijkheid / obstipatie

Polyurie / dorst

Nierstenen (bij overdosering)

Calcificaties in weke delen (bij hoge spiegels)

🔑 Kernverschil

Cholecalciferol: moet nog geactiveerd worden (lever + nier)

Alfacalcidol: bypasses nier → handig bij nierfalen

75
New cards

Waarvoor targeted therapy

Grijpt in op de mutaties die de tumor in stand houden. Meest voorkomende mutatie is EGFR

EGFR TKI --> -nib

76
New cards

wat zijn de fosfaatbinders

calciumcarbonaat, sevelameer, lanthaancarbonaat

77
New cards

Hoe werken calciumcarbonaat, sevelameer, lanthaancarbonaat

🧬 Werkingsmechanisme

Alle drie werken in de darm door fosfaat te binden → minder opname uit voeding → ↓ fosfaat in bloed.

🟡 Calciumcarbonaat

Bindt fosfaat in de darm

Vormt onoplosbare calcium-fosfaat complexen

➡️ extra: levert ook calcium

🔵 Sevelameer

Niet-calcium, niet-metaal binder

Bindt fosfaat via ionenuitwisseling in de darm

🟢 Lanthaancarbonaat

Bevat lanthaan (zeldzaam aardmetaal)

Vormt onoplosbare lanthaan-fosfaat complexen

📌 Indicaties (alle drie)

Hyperfosfatemie bij chronische nierinsufficiëntie (dialyse-patiënten)

⚠️ Bijwerkingen

Calciumcarbonaat

Hypercalciëmie

Nierstenen

Constipatie

Vasculaire calcificaties (bij overdosering)

Sevelameer

Obstipatie, misselijkheid

Opgeblazen gevoel

Kan vetoplosbare vitamine-opname verminderen

Lanthaancarbonaat

Misselijkheid, buikpijn

Obstipatie

Zelden ophoping van lanthaan (weefsels)

🔑 Kernverschillen

Calciumcarbonaat: goedkoop + calcium → risico hypercalciëmie

Sevelameer: veilig bij hypercalciëmie

Lanthaancarbonaat: effectief alternatief, metaalbinder

78
New cards

wat zijn de lipidenverlagende middelen

🧬 Werkingsmechanisme

Remmen HMG-CoA-reductase in de lever → ↓ cholesterolsynthese → ↑ LDL-receptoren → ↓ LDL in bloed

📌 Indicaties

Hypercholesterolemie

Secundaire preventie (MI, CVA, CAD)

Primair preventie bij hoog risico

⚠️ Bijwerkingen

Spierpijn / myopathie (zelden rhabdomyolyse)

↑ leverenzymen

GI-klachten

🔑 Verschil

Atorvastatine: krachtiger, langere werking

Simvastatine: meer interacties (CYP3A4)

💊 Ezetimibe

🧬 Werkingsmechanisme

Remt cholesterolopname in de darm (NPC1L1-transporter) → ↓ cholesterolabsorptie → ↓ LDL

📌 Indicaties

Hypercholesterolemie

Vaak in combinatie met statine

⚠️ Bijwerkingen

Meestal mild

GI-klachten, soms ↑ leverenzymen

💉 Evolocumab & Alirocumab (PCSK9-remmers)

🧬 Werkingsmechanisme

Remmen PCSK9-eiwit

→ meer LDL-receptoren beschikbaar op levercellen → sterk ↓ LDL

📌 Indicaties

Ernstige hypercholesterolemie (familiair)

Patiënten die niet reageren op statines/ezetimibe

Hoog cardiovasculair risico

⚠️ Bijwerkingen

Injectiereactie

Griepachtige klachten

Soms myalgie

🔑 Kenmerk

Heel sterke LDL-daling, maar duur (injecties)

🧠 Superkort verschil

Statines: ↓ aanmaak cholesterol (lever)

Ezetimibe: ↓ opname in darm

PCSK9-remmers: ↑ afbraak LDL uit bloed

79
New cards

Wat is de trombolytica

Streptokinase

80
New cards

Hoe werkt streptokinase

🧬 Werkingsmechanisme

Is een trombolyticum (fibrinolyticum)

Komt van Streptococcus-bacteriën

Vormt een complex met plasmine-precursor (plasminogeen) → activeert plasminogeen → plasmine → plasmine breekt fibrine in stolsel af → lost bloedstolsel op

➡️ Effect: oplossen van trombus

📌 Indicaties

Acuut myocardinfarct (vooral vroeg stadium)

Longembolie

Diepe veneuze trombose (in geselecteerde gevallen)

⚠️ Bijwerkingen

Bloedingen (belangrijkste, incl. intracraniële bloeding)

Allergische reacties (omdat het bacterieel eiwit is)

Hypotensie

Koorts / malaise

Antistofvorming → minder effect bij herhaald gebruik

🔑 Kenmerk

Niet fibrinespecifiek (werkt systemisch)

Wordt tegenwoordig vaak vervangen door modernere trombolytica (zoals alteplase)

81
New cards

wat zijn de vitamine D analogen

cholecalciferol, alfacalcido

82
New cards

wanneer is zuurstof geschikt

Zuurstof is geschikt in situaties van hypoxemie, waarbioj zuurstof sat is verlaagd

I

- Acuut respiratoir falen

- Acuur hartfalen

- Ernstige exacerbatie astma of COPD

-CO vergiftiging

- Anafalxie

- Sepsis

83
New cards

hoe werken vit D analogen

🧬 Werkingsmechanisme

Cholecalciferol (vitamine D3)

Inactieve vorm van vitamine D

Wordt:

lever → 25-OH-vitamine D

nier → calcitriol (actief) → ↑ calcium- en fosfaatopname in darm

Alfacalcidol

Prodrug die in de lever direct wordt omgezet naar calcitriol

Heeft geen nieractivatie nodig → werkt dus ook bij nierinsufficiëntie

📌 Indicaties

Cholecalciferol

Vitamine D-tekort

Osteoporosepreventie/behandeling

Rachitis / osteomalacie

Alfacalcidol

Chronische nierinsufficiëntie

Hypocalciëmie door verminderde vitamine D-activatie

Hypoparathyreoïdie

⚠️ Bijwerkingen (beide)

Hypercalciëmie

Misselijkheid, obstipatie

Polyurie / dorst

Nierstenen

Calcificaties bij overdosering

🔑 Kernverschil

Cholecalciferol: moet nier + lever doorlopen

Alfacalcidol: bypasses nier → geschikt bij nierfalen

84
New cards

1. ACE-remmers

Medicatie: enalapril, perindopril

Werkingsmechanisme: remmen het angiotensine-coneverting enzyme (ACE) à verlagen angiotensine II à vasodilatatie + lager aldosteron à minder zout-en waterrententie

Indicaties:

- Hypertensie

- Harfalen (HFrEF)

- Na myocardinfarct

- Nefroprotectie bij diabetes

Bijwerkingen

- Droge hoest (bradykinine omhoog)

- Hyperkaliemie

- Hypotensie

- Angio-oedeem

- Nierfunctiedaling (contractie van de efferente arteriole, zie contra-indicatie met NSAIDs die zorgen voor dilatatie afferente arteriole)

Verschillen

- Enalapril à werkt korter, dus 1-2x per dag innemen

- Perindolol à heeft dus voorkeur bij lagere therapietrouw, 1x per dag innemen

85
New cards

1. Aldosteronreceptorantagonisten

Medicatie: spironolacton, eplerenon

Werkingsmechanisme: blokkeren aldosteronreceptor in distale tubulus à minder natrium- en waterretentie, verlaagde kalium uitscheiding. Werkt verder downstream dan ACE-remmers.

Indicaties:

- Hartfalen à mortaliteitsreductie.

- Hypertensie (resistent)

- Hyperaldosteronisme

Bijwerkingen

- Hyperkaliemie

- Gynaecomastie (vooral spironolacton)

- Menstruatiestoornissen

Verschillen

Verschil met ACE-remmers

- ACE-remmers = "bovenaan de RAAS-keten"

- Aldosteronblokkers = "laatste stap (zout/waterretentie)"

Keuze logica:

- Start: ACE-remmer

- Voeg toe: spironolacton bij ernstig hartfalen

Verschillen

- Spironolacton: niet-selectief en blokkeert ook androgeenreceptoren en progresetonreceptoren

- Eplerenon: veel selectiever voor aldosteronreceptor en nauwelijks hormonale bijwerkingen.

- Spironolacton is eerste keuze bij hartfalen, maar wanneer pt last heeft van hormonale bijwerkingen keuze voor eplerenon

86
New cards

1. Anti-aritmica

1.1. Klasse I

Medicatie: flecainide

Werkingsmechanisme: blokkade van Na+ kanalen à sterke remming van depolarisatie

Indicaties:

- Supraventriculaire ritmestoornissen

- Atriumfibrilleren (zonder structureel hartlijden)

Bijwerkingen

- Pro-aritmisch effect

- QRS verlenging

- Hartfalen verergering

87
New cards

Anti-aritmica klasse III

Medicatie: amiodaron, sotalol

Werkingsmechanisme:

- Amiodaron: verlengen actiepotentiaal (K+ kanaal blokkade)

- Sotalol: combineert B-blokkade + klasse III effect

Indicaties

- Ernstige artimieën

- Artriumfibrilleren

- Ventriculaire tachycardie

Bijwerkingen

- Schildklierstoornissen (amiodaron)

- Longfibrose

- Levertoxiciteit

- QT-verlenging

Verschillen

- Amiodaron is niet selectief, maar werkt bij ernstige artimieen, ook als de pt hartfalen heeft of ischemie. Maar veel orgaan-toxiciteit bij langdurig gebruik à dirty

- Fecainide is selectief maar alleen veilig bij een gezond hart. Gecontraindiceerd bij myocardinfarct en hartfalen

- Sotalol is keuze bij AF, minder toxisch dan amiodaron, maar let op QT-verlenging. Niet bij ernstig hartfalen.

88
New cards

Anti-artimica overige middelen

Atropine (parasympathicolyticum)

Werkingsmechanisme: blokkeert M2 receptoren in het hart à remt de parasympatische invloed op het hart en heeft vooral effect op SA en AV-knoop à hogere hartfrequentie (meet chronotroop) en meer AV geleiding (positief dromotroop)

Indicaties

- Symptomatische bradycardie

- AV-blok

- Acute reanimatiesetting

Werkt NIET goed bij 3de graads AV blok

Bijwerkingen

- Tachycardie

- Palpiaties

- Pupilverwijding

- Delirium/verwardheid

- Droge mond

Isoprenaline (isoproterenol, niet-selectieve B-antagonist)

Werkingsmechanisme :

- B1 remming: verhoogd hartfrequentie en contractiliteit

- B2 remming: zorgt voor vasodilatatie à verlaagde perifere weerstand

Indicaties

- Ernstige bradycardie (als atropine faalt)

- Tijdelijke ondersteuning bij AV blok

- Soms bij torsades (Als er QT-verlenging is helpt een hogere hartfrequentie)

Bijwerkingen

- Kan artimieen uitlokken

- Zuurstofverbruik van myocard gaat omhoog à ischemie

Adenosine (AV knoop remmer, heel kortwerkend)

Werkingsmechanisme

- Activeert A1 receptoren in het hart dit zorgt voor hogere K+ instroom, lagere Ca2+ uitstroom à tijdelijke blokkade AV-knoop en onderbreekt hiermee re-entry circuits in AV-knoop

Indicaties

- Acuut paroxysmaal supraventriculair trachycardie (PSVT/SVT)

- Diagnostisch bij smal complex tachycardie

Bijwerkingen

- Flushing

- Dyspneu

- Gevoel van doodgaan

Werkt NIET bij atriumflutter of atriumfibrilleren

89
New cards

1. Hartglycosiden

Medicatie: digoxine

Werkingsmechanisme: remt Na+/K+-ATPase à verhoogd intracellulair Ca2+ à positieve inotropie + remming AV-knoop

Indicaties

- Atriumfibrilleren (rate control)

- Hartfalen (selectief)

Bijwerkingen

- Misselijkheid, braken

- Visusstoornissen

- Ritmestoornissen

- Smalle therapeutische breedte

90
New cards

1. Anticoagulantia

1.1. Coumarinederivaten

Medicatie: fenprocoumon

Werkingsmechanisme: remming vitamine K-epoxide à verlagen stollingsfactor II, VII, IX, X

Toepassing

- Atriumfibrilleren

- Trombose / longembolie

- Kunstkleppen

Bijwerkingen

- Bloedingen

- Veel interacties met voeding/medicatie

- Teratogeen (wanneer deze in staat is om de ontwikkeling van een embryo of foetus te verstoren)

Waarom

- Betrouwbaar bij kunstkleppen

- Goed doseerbaar met INR

- Kiest hiervoor bij specifieke contra-indicatie DOAC

91
New cards

Anticoagulantia - DOACs

Medicatie: apixaban, tivaroxaban, dabigatran

Werkingsmechansime

- Apixaban/rivaroxaban à factor Xa remming

- Dabigatran à trombonine (IIa) remming

Indicaties

- Atriumfibrilleren

- DVT/LE behandeling en preventie

Bijwerkingen

- Bloedingen

- Minder interacties dan coumarines

Verschillen

- Apixaban: laagste bloedingsrisico, eerste keuze

- Rivaroxaban: iets hoger bloedingsrisico, maar 1 daage dosering

- Dabigatran: alternatief, meer GI-klachten

92
New cards

Anticoagulantia - Heparines

Medicatie: hepatine (LMWH: nadroparine)

Werkingsmechanisme: activatie antitrombine III à remming trombine en factor Xa

Indicaties

- Acute trombose/LE

- Profylaxe bij immobilisatie

- Zwangerschap

Bijwerkingen

- Bloedingen

- Heparine-geinduceerde trombocytopenie

- Osteoporose bij langdurig gebruik

Waarom

- Werk snel (minuten-uren), injectie

- Maar is dus wel injectie en lange termijn effecten.

93
New cards

1. Anticholinergica (longmedicatie)

Medicatie

- Langwerkend: tiotropium à 1x per dag doseren, stabiele onderhoudsbehandeling voor COPD.

- Kortwerkend: ipratropium à voor meer acute klachten

Werkingsmechanisme: blokkeren M3 (muscarine) - receptoren à bronchodilatatie (Verminderen dus bronchoconstrictie en mucus)

Indicaties

- COPD (onderhoud eerste keus)

- Astma (aanvullend)

Bijwerkingen

- Droge mond

- Urineretentie

94
New cards

1. Anti-microbiële middelen - penicilinen

Medicatie: benzylpeniciline, amoxiciline (+ clavulaanzuur)

Werkingsmechanisme: remmen bacteriële celwandsynthese

Indicaties

- Benzylpeniciline à smalle spectrum (streptokokken, syfilis), wanneer pathogeen bekend is.

- Amoxiciline à breder spectrum (luchtweginfectie)

Bijwerkingen

- Allergie (rash à anafylaxie)

- Diarree

- Zelden: interstitiële nefritis

95
New cards

Antimicrobiele middelen - tetracycline

Medicatie: doxycycline

Werkingsmechanisme: remming eiwitsynthese

Indicaties

- Atypische longinfectie

- Ziekte van Lyme

Bijwerkingen

- Fotosensitiviteit

- Misselijkheid/diarree

Waarom

- Goede orale opname en lange halfwaardetijd

96
New cards

Anti-imicrobiele middelen - cefalosporinen

Medicatie: cefuroxim, ceftazidim

Werkingsmechanisme: B-lactam antibiotica à celwandremming

Indicaties:

- Cefuroxim à CAP (community acquired pneumonia)

- Cefazidim à HAP (hospital acquired pneumonia)

Bijwerkingen

- Allergie

- GI-klachten

97
New cards

Anti-microbiele middelen - macroliden

Medicatie: claritromycine, azitromycine

Werkingsmechanisme: remming eiwitsynthese

Indicaties

- Atypische longinfecties

- H. pylori

Bijwerkingen

- QT-verlenging

- GI klachten

- Veel interacties (vooral claritromycine)

Keuze

- Azitromycine à weinig interacties, langere werking

- Claritromycine à sterk maar meer interacties

98
New cards

Anti-microbiele middelen chinolonen

Medicatie: ciprofloxacine

Werkingsmechanisme: stoppen van DNA replicatie

Indicaties

- Gecompliceerde UWI

- Gram negatieve infecties

Bijwerkingen

- QT-verlenging

- CNS effecten

Keuze

- Reserve antibioticum bij ernstige gram negatieve infecties

99
New cards

Anti-microbiele middelen - tuberculostatica

Medicaties: isoniazide, rifampicine, pyranamide

Werkingsmechanisme:

- Isoniazide: mycolzuur synthese remming

- Rifampicine: RNA polymerase remming

- Pytazinamide: actief in zuur milieu

Indicaties

- Tuberculose (altijd combinatietherapie)

Bijwerkingen

- Isoniazide: neuropathie, hepatotoxiciteit

- Rifampicine: sterke enzyminductor, oranje verkleuring

- Pyranamide: huperurikemie, hepatotoxiciteit

Keuze

- Altijd combinatie om resistentie te voorkomen.

100
New cards

1. Angiotensine II-antagonisten (ARBs)

Medicatie: losartan, valsartan

Werkingsmechanisme: blokkeren AT1 receptor van ANGII à vasodilatatie, verlagen aldosteron en verlagen bloeddruk en volume

Indicaties

- Hypertensie

- Hartfalen

- Nefroprotectie bij diabetes

- Alternatief bij ACE hoest

Bijwerkingen

- Hyperkaliëmie

- Hypotensie

- Nierfunctidaling

Verschillen

- Losartan: eerste keuze, ook uricosurisch effect (verlagen urinezuur)

- Valsartan: veel gebruikt bij hartfalen