Geologie, Geomorfologie, Hydrosfeer

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/116

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards in Dutch based on lecture notes about geology, geomorphology, and the hydrosphere.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

117 Terms

1
New cards

Geologie

Studie van de aarde en gesteente.

2
New cards

Geothermische gradiënt

Temperatuurwijziging per diepteafstand.

(De continue toename van warmte met de diepte onder het aardoppervlak.)

3
New cards

Geothermie

Energiewinning uit warmte onder het aardoppervlak.

4
New cards

Seismologie

De studie van trillingen onder het aardoppervlak.

5
New cards

Seismische discontinuïteiten

Oppervlakken die een overgang aangeven.

6
New cards

Hypocentrum

De exacte locatie onder de grond waar de aardbeving begint.

7
New cards

Epicentrum

Locatie aan het oppervlak loodrecht boven het hypocentrum.

8
New cards

Moho

De grens tussen de aardkorst en de aardmantel waar het gesteente en de eigenschappen plots veranderen. (=seismische discontinuïteit)

9
New cards

Hydrosfeer

Aardlaag die bestaat uit zeeën en oceanen.

10
New cards

Lithosfeer

De harde, buitenste laag van de aarde, bestaande uit de aardkorst en het bovenste deel van de mantel.

11
New cards

Asthenosfeer

Aardlaag die bestaat uit gesmolten gesteente (magma) en vast gesteente.

De laag die zich bevindt tussen minimaal 30 en maximaal 700 km onder het aardoppervlak

12
New cards

Magma

Gesmolten gesteenten in de asthenosfeer.

13
New cards

Lava

Magma die het aardoppervlak bereikt dat nog niet gestold is.

14
New cards

Binnenmantel (mesosfeer)

Aardlaag van vaste gesteenten onder de asthenosfeer.

15
New cards

Aardkern

Diepste deel onder het aardoppervlak.

16
New cards

Buitenkern

Vloeibare aardlaag van de aardkern.

17
New cards

Binnenkern

Vaste aardlaag van de aardkern.

18
New cards

Platentektoniek

Horizontale beweging van platen.

19
New cards

Continentendrift

Verkeerde term voor platentektoniek, omdat de term impliceert dat alleen de continenten bewegen terwijl de oceaanbodems ook deel uitmaken van de bewegende platen.

20
New cards

Divergent

Platen uit elkaar, constructieve plaatrand.

21
New cards

Convergent

Platen tegen elkaar, destructieve plaatrand.

22
New cards

Transversaal (transform)

Platen langs elkaar.

23
New cards

Mid-oceanische rug

Een plek in de oceaan waar divergerende aardplaten uit elkaar schuiven, lava omhoog komt en stolt tot nieuwe zeebodem.

24
New cards

Constructieve plaatbeweging

Divergente plaatbeweging waarbij platen uit elkaar bewegen en er nieuwe lithosfeer wordt gevormd. Dit gebeurt meestal bij mid-oceanische ruggen, waar magma uit de aardmantel opstijgt en stolt, waardoor nieuwe oceanische korst ontstaat. Dit proces draagt bij aan de groei van de oceaanbodem.

25
New cards

Geiser

Warmwaterbron die ontstaat omdat magma lokaal dicht tegen het aardoppervlak zit.

26
New cards

Subductiezone

Een zone waar een aardplaat onder een andere aardplaat schuift.

27
New cards

Destructieve plaatbeweging

Bij elke botsing van platen worden stukken lithosfeer afgebroken.

28
New cards

Geologische hotspot

Locatie met actieve vulkanen die niet gerelateerd zijn aan platentektoniek.

29
New cards

Secundaire breuklijnen

Zijn tektonische scheuren in de lithosfeer.

30
New cards

Slenk

Laag stuk land dat naar beneden is gezakt omdat de aarde daar openbarst of uit elkaar schuift. (Het is een reliëfstructuur die ontstaat door het neerwaarts schuiven langs een breukvlak.)

31
New cards

Horst

Structuur die langs breukvlak opwaarts schuift.

32
New cards

Absolute tijdsbepaling

Ouderdom wordt geschat t.o.v. een referentietijd.

33
New cards

Relatieve tijdsbepaling

Er wordt een chronologie bepaald.

34
New cards

Stratografie

De studie van de gelaagdheid van de lithosfeer.

35
New cards

Anticline

Geplooide gesteentelaag met opwaartse structuren.

36
New cards

Syncline

Geplooide gesteentelaag met neerwaartse structuren.

37
New cards

Lithologie

De studie van de chemische samenstelling van gesteenten.

38
New cards

Transgressie

Stukken continent die langdurig worden overspoeld door zeeën en oceanen.

39
New cards

Regressie

Het verschuiven van de kustlijn richting zee.

40
New cards

Fossielen

Versteende restanten van organismen.

41
New cards

Halveringstijd

De tijd die nodig is totdat de helft van de radioactieve isotopen vervallen is.

42
New cards

Gidsfossiel

Een fossiel van een organisme dat in een korte periode op veel plekken leefde (helpen bij het dateren van gesteenten).

43
New cards

Kosmografie

Studie van het heelal.

44
New cards

Mineralen

De kleine, vaste, homogene elementen waaruit een gesteente is opgebouwd.

45
New cards

Amorf mineraal

Het mineraal heeft geen meetkundige vorm.

46
New cards

Kristal

Het mineraal heeft een meetkundige vorm.

47
New cards

Ertsen

Gesteenten die specifieke chemische elementen met een economische waarde bevatten.

48
New cards

Stollingsgesteenten

Gesteenten ontstaan door het stollen van magma en lava.

49
New cards

Sedimentaire gesteenten

Gesteenten ontstaan door het afzette op een (tijdelijke) eindbestemming.

50
New cards

Metamorfe gesteenten

Gesteenten ontstaan door vervorming bij zeer hoge druk en/of temperatuur.

51
New cards

Gesteentecyclus

Overgaan van ene naar andere gesteentegroep of zelfs omvorming tot magma.

52
New cards

Geomorfologie

Studie die de natuurlijke verschijningsvormen van het aardoppervlak verklaren.

53
New cards

Endogeen proces

Processen die vanuit de aarde zelf komen.

54
New cards

Exogeen proces

De actoren bevinden zich boven het aardoppervlak.

55
New cards

Antropogeen proces

Menselijke invloeden op het reliëf (exogeen).

56
New cards

Opbouwende processen

Lokaal hoogteverschil neemt toe.

57
New cards

Afbrekende processen

Lokaal hoogteverschil neemt af.

58
New cards

Verwering

Het natuurlijke proces waarbij gesteente aan het aardoppervak fragmenteert en de kleinere stukken nog min of meer ter plaatse blijven.

59
New cards

Erosie

Het natuurlijke proces waarbij het losse gesteente word weggenomen en verplaatst.

60
New cards

Sedimentatie

Neerleggen van materiaal door water, wind of ijs.

61
New cards

Cryoclastie

Fysische verwering waarbij steen breekt doordat water in spleten bevriest.

62
New cards

Exfoliatie

Fysische proces waarbij de buitenste laag van een gesteentelaag loskomt.

63
New cards

Karst

(Chemische proces) oplossing van kalksteen door zuur water (rijk aan CO₂).

64
New cards

Fysische verwering

Verwering waarbij de stof in de steen niet verandert. => cryoclastie, exfoliatie

65
New cards

Chemische verwering

Verwering waarbij de mineralogische samenstelling van het gesteente verandert => karst

66
New cards

Biologische verwering

Verwering die veroorzaakt wordt door planten of dieren zowel fysisch als chemisch.

67
New cards

Stalactiet

Hangende druipsteen, gevormd door chemische sedimentatie in grotten.

68
New cards

Stalagmiet

Staande druipsteen op de grond van grotten.

69
New cards

Bodem

Het verweerd gesteent bovenaan de lithosfeer, zo diep als plantenwortels.

70
New cards

Moedergesteente

Het onderliggende, onverweerde gesteente.

71
New cards

Klastische sedimentatie

Steen gemaakt van losse korrels die samen zijn gedrukt.

72
New cards

Grint / Grind

Korrelgrootte van meer dan 2 mm.

73
New cards

Zand

Korrelgrootte van 50 µm tot 2 mm.

74
New cards

Leem

Korrelgrootte van 2 µm tot 50 µm.

75
New cards

Klei

Korrelgrootte kleiner dan 2 µm.

76
New cards

Bodemtextuur

Verhouding van zand, leem en klei in een bodem (%) (samen = 100%).

77
New cards

Bodempermeabiliteit

De mate waarin de bodem water doorlaat.

78
New cards

Minerale voedingstoffen

De positief geladen ionen die planten uit korrels halen.

79
New cards

Bodemvruchtbaarheid

De mate waarin een plant toegang heeft tot die minerale voedingstoffen.

80
New cards

Bodemarmoede

Wanneer de bodem weinig voedingsstoffen bevat.

81
New cards

Ecosysteem

Een concept dat binnen een ruimte interacties omvat tussen de organismen en de niet levende ruimtelijke elementen.

82
New cards

Ecosysteemdiensten

Goederen en diensten waar mensen voordeel uit kunnen halen.

83
New cards

Producerende diensten

Leveren veelal tastbare prodcuten zoals grondstoffen, voedingsgewassen.

84
New cards

Regulerende diensten

Oefenen een herstelllend effect uit op deels ontregelde processen in het ecosysteem.

85
New cards

Culturele diensten

Verhogen het psychologisch welbevinden.

86
New cards

Bodemdegradatie

Wanneer een bodem aan capaciteit verliest om ecosysteemdiensten aan te bieden bv. bodemarmoede.

87
New cards

Hellingsproces

Erosie die veroorzaakt wordt door de zwaartekracht.

88
New cards

Puinkegel

Een piramidevormige structuur van losse stenen van diverse omvang.

89
New cards

Apex

Top van de puinkegel.

90
New cards

Kruipen (creep)

Het zeer langzaam helling-afwaarts bewegen van bodemmateriaal.

91
New cards

Fluviatale erosie

Erosie door rivieren, zowel verticaal als horizontaal.

92
New cards

Kloofdal

Ontstaat wanneer snelstromende rivieren zich meer verticaal zullen insnijden.

93
New cards

V-dal

Dal met steile, schuine en hellende wanden, door verticale en horizontale erosie => vlakbodemdal

94
New cards

Vlakdal

Dal die ontstaat wanneer riviererosie zich bijna uitsluitend horizontaal manifesteert.

95
New cards

Corrasie

Wanneer zandkorrels die in de rivier worden getransporteerd, een schurende werking hebben op rotswanden.

96
New cards

Rivierbocht (meander)

Rivierbocht die ontstaat omdat de rivier eenzijdig omheen een natuurlijk obstakel stroomt.

97
New cards

Concave oever / stootoever

Buitenbocht van een meander waar erosie optreedt.

98
New cards

Convexe oever / stille oever

Binnenbocht van een meander waar sedimentatie plaatsvindt.

99
New cards

Afgesneden meander

Sikkelvormig meer, afgesneden van de actieve rivierloop.

100
New cards

Alluviaal

Betrekking op sedimentatie door rivierwerking.