Politie en Recht - Kennisexamen PidR Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/69

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Zeventig vocabulary flashcards gebaseerd op de lecture notes over inleiding recht, staatsrecht, strafrecht en politieorganisatie.

Last updated 12:34 PM on 7/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

70 Terms

1
New cards

Juridisch recht

Regels opgelegd door de overheid die volgens een voorgeschreven procedure tot stand zijn gekomen.

2
New cards

Moreel recht

Regels opgelegd door burgers zelf waarbij de inhoudelijke eerlijkheid en belangenafweging centraal staan.

3
New cards

Rechtsbronnen

Vindplaatsen van het recht, zoals de wet, jurisprudentie, internationaal recht en gewoonte.

4
New cards

Jurisprudentie

De verzameling van alle rechterlijke uitspraken die uitleggen hoe de wet in de loop der jaren is toegepast.

5
New cards

Staatsrecht

Regelt de organisatie van en verhoudingen tussen overheidsorganen en bepaalt de positie van de burger.

6
New cards

Bestuursrecht

Beschrijft de bestuurlijke taak van de overheid en bevat regels voor de uitoefening van die taak.

7
New cards

Burgerlijk recht

Ook wel privaatrecht genoemd; regelt de rechtsrelaties tussen burgers onderling.

8
New cards

Strafrecht

Geeft de overheid het recht om straf op te leggen aan personen die bepaalde gedragingen verrichten.

9
New cards

Publiekrecht

Rechtsgebieden waarin de overheid vanuit een gezagspositie handelt ten opzichte van burgers.

10
New cards

Materieel recht

Beschrijft de inhoudelijke normen, zoals welke gedragingen strafbaar zijn.

11
New cards

Formeel recht

Beschrijft de procedures voor de handhaving van het materiële recht; ook wel procesrecht genoemd.

12
New cards

Wet in formele zin

Ieder besluit dat afkomstig is van de regering en Kamers samen volgens de grondwettelijke procedure.

13
New cards

Wet in materiële zin

Iedere overheidsregel met algemene werking, zoals een APV of het Wetboek van Strafrecht.

14
New cards

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)

Een overheidsregel met algemene werking die uitsluitend door de regering is vastgesteld.

15
New cards

Ministeriële regeling

Een besluit met algemene werking dat afkomstig is van een specifieke minister.

16
New cards

Artikel 120120 Grondwet

Verbiedt de rechter om wetten in formele zin te toetsen aan de Grondwet.

17
New cards

Huisrecht

Een klassiek grondrecht dat de onschendbaarheid van de woning beschermt.

18
New cards

Legaliteitsbeginsel

Beginsel dat bepaalt dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke bepaling.

19
New cards

Trias Politica

De leer van de machtenscheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.

20
New cards

Checks and balances

Systeem van toezicht en machtsevenwicht tussen staatsorganen om machtsmisbruik te voorkomen.

21
New cards

Evenredige vertegenwoordiging

Kiesstelsel waarbij het aantal zetels gelijk is aan de verhouding van het aantal uitgebrachte stemmen.

22
New cards

Constitutionele monarchie

Staatsbestel waarin de positie van de Koning is vastgelegd en begrensd door de Grondwet.

23
New cards

Speciale preventie

Strafdoel dat moet voorkomen dat de specifiek gestrafte persoon wederom de fout in gaat.

24
New cards

Generale preventie

Strafdoel waarbij de straf als voorbeeld dient om potentiële wetsovertreders af te schrikken.

25
New cards

Commune strafrecht

Het strafrecht dat is opgenomen in de algemene wetboeken zoals het Wetboek van Strafrecht.

26
New cards

Delictsomschrijving

Geeft aan welke specifieke gedraging door de wetgever strafbaar is gesteld.

27
New cards

Wederrechtelijkheid

Het element van een strafbaar feit dat inhoudt dat de gedraging in strijd met het recht moet zijn.

28
New cards

Verwijtbaarheid

Het element van een strafbaar feit dat inhoudt dat de dader redelijkerwijs anders had kunnen handelen.

29
New cards

Schulduitsluitingsgronden

Redenen die de verwijtbaarheid wegnemen, ook al is de delictsomschrijving vervuld en wederrechtelijk.

30
New cards

Teleologische interpretatie

Interpretatiemethode waarbij gekeken wordt naar het doel van de wet of de wetgever.

31
New cards

Equality of arms

De processuele gelijkheid tussen de verdachte en de vervolgende instantie.

32
New cards

Onmiddellijkheidsbeginsel

Beginsel dat voorschrijft dat de rechter de meest authentieke bron moet raadplegen voor het bewijs.

33
New cards

Dagvaarding

Schriftelijke mededeling aan de verdachte dat hij voor de rechter moet verschijnen inclusief de beschuldiging.

34
New cards

Tenlastelegging

Onderdeel van de dagvaarding dat de specifieke beschuldiging door de officier van justitie omschrijft.

35
New cards

Requisitoir

De voordracht van de officier van justitie op de zitting bevattende de visie op de zaak en de strafeis.

36
New cards

Pleidooi

De visie van de verdediging op de zaak, gehouden door de advocaat of de verdachte.

37
New cards

Artikelen 348348 en 350350 Sv

De wetsartikelen die de dwingende volgorde van het rechterlijk beslissingsmodel bepalen.

38
New cards

Absolute competentie

Legt uit welk soort rechter (bijv. rechtbank) bevoegd is om kennis te nemen van de zaak.

39
New cards

Ne bis in idem

Beginsel dat bepaald dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde feit kan worden vervolgd.

40
New cards

OVAR

Ontslag van alle rechtsvervolging; einduitspraak wanneer het feit bewezen is maar niet strafbaar.

41
New cards

Incorporeersysteem (monisme)

Opvatting dat internationaal recht rechtstreeks tot het nationaal recht behoort zonder extra handeling.

42
New cards

Intergouvernementeel

Organisaties die samenwerking stimuleren tussen staten zonder dat de soevereiniteit wordt overgedragen.

43
New cards

Supranationaal

Organisaties die handelen op basis van afgestane soevereiniteit van lidstaten, zoals de Europese Unie.

44
New cards

Internationaal Gerechtshof (ICJ)

Hoogste rechterlijk orgaan van de VN dat geschillen tussen staten beslecht.

45
New cards

Internationaal Strafhof (ICC)

Onafhankelijke organisatie die individuen vervolgt voor genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid.

46
New cards

Soevereiniteitsbeginsel

Inhoudende dat iedere staat de hoogste autoriteit is op zijn eigen grondgebied.

47
New cards

Vlagbeginsel

Inhoudende dat het Nederlandse strafrecht geldt op een Nederlands vaar- of vliegtuig, ongeacht de locatie.

48
New cards

Beschermingsbeginsel

Rechtsmacht over misdrijven die gericht zijn tegen de Nederlandse staat of economische belangen in het buitenland.

49
New cards

Universaliteitsbeginsel

Vastgelegde rechtsmacht ten aanzien van misdrijven die zo ernstig zijn dat iedere staat ze mag vervolgen.

50
New cards

Europees onderzoeksbevel (EOB)

Bevel van een rechterlijke autoriteit aan een andere lidstaat om bewijsmateriaal te verkrijgen.

51
New cards

Specialiteitsbeginsel

Stelt dat internationale rechtshulp uitsluitend gebruikt mag worden voor het doel waarvoor het is gevraagd.

52
New cards

Schengen Informatiesysteem (SIS)

Databank met signaleringen van personen en voorwerpen voor het gehele Schengengebied.

53
New cards

Res interpretata-werking

De invloed van EHRM-uitspraken op de uitleg van verdragsrechten in alle aangesloten staten.

54
New cards

Kernwaarden Politie

Integer, Betrouwbaar, Moedig en Verbindend.

55
New cards

Gezag over de politie

De beslissingsbevoegdheid over de inzet van de politie, liggend bij de (hoofd)officier van justitie en burgemeester.

56
New cards

Beheer van de politie

De bedrijfsvoering van de politie onder verantwoordelijkheid van de korpschef en de Minister van J&V.

57
New cards

SGBO

Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden; bevelstructuur bij crises of grote onderzoeken.

58
New cards

GGP (Gebiedsgebonden Politie)

Nederlandse politiefilosofie gericht op verbinding met de samenleving en proactieve wijkaanpak.

59
New cards

Wet BOB

Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden die risicovolle handelingen zoals infiltratie en observatie normeert.

60
New cards

PVOV

Programma Versterking Opsporing en Vervolging, ontstaan na de Schiedammer parkmoord.

61
New cards

Big Data

Digitale informatie gekenmerkt door de drie V's: Volume, Velocity (snelheid) en Variety (variatie).

62
New cards

Predictive policing

Technologie die big data gebruikt om te voorspellen waar en wanneer de kans op criminaliteit het grootst is.

63
New cards

Nodale oriëntatie

Focus van de politie op stromen van mensen en goederen die samenkomen op infrastructuur-knooppunten.

64
New cards

Glocalisering

Het proces waarbij internationale gebeurtenissen een directe doorwerking hebben op lokaal niveau.

65
New cards

Upstream disruption

Het aanpakken van criminaliteit bij de bron, bijvoorbeeld drugs productie in het land van herkomst.

66
New cards

Etnisch profileren

Het gebruik van ras of etniciteit als criterium bij selectiebeslissingen zonder objectieve rechtvaardiging.

67
New cards

Zelfversterkende feedback-loop

Proces waarbij statische houdingen leiden tot gedrag dat de oorspronkelijke vooroordelen bevestigt.

68
New cards

Integraal Veiligheidsplan (IVP)

Plan waarin de gemeente en ketenpartners elke vier jaar de lokale veiligheidsdoelen vastleggen.

69
New cards

Driehoeksoverleg

Overleg tussen burgemeester, officier van justitie en politiechef over lokaal veiligheidsbeleid.

70
New cards

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking, beheert de gemeenschappelijke meldkamer voor alle hulpdiensten.