Gedragsgenetica en Evolutionaire Psychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/19

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards over gedragsgenetica, erfelijkheid, omgevingsinvloeden, tweelingonderzoek en evolutionaire psychologie op basis van de collegestof.

Last updated 10:17 PM on 5/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

20 Terms

1
New cards

Wat is de definitie van erfelijkheid (h2h^2) in de gedragsgenetica?

Het deel van de totale variantie in een eigenschap dat verklaard wordt door genetische verschillen tussen individuen, berekend als de ratio van genetische variantie ten opzichte van de totale variantie: a2/(a2+c2+e2)a^2 / (a^2 + c^2 + e^2).

2
New cards

Welke drie componenten vormen de totale variantie (VpV_p) van een eigenschap volgens de variantiedecompositie?

Additieve genetische factoren (a2a^2), gedeelde omgevingsfactoren (c2c^2) en unieke omgevingsfactoren (e2e^2).

3
New cards

Wat wordt verstaan onder de 'unieke omgeving' (e2e^2)?

Omgevingsinvloeden die niet gedeeld worden door gezinsleden, zoals vrienden, een specifieke schoolklas, ziekte, levensstijl en ook meetfouten.

4
New cards

Wat wordt verstaan onder de 'gedeelde omgeving' (c2c^2)?

Omgevingsinvloeden die gezinsleden gemeen hebben, zoals de baarmoeder, het gezin, de buurt, religie, cultuur en sociaal-economische klasse (SES).

5
New cards

Wat is het genetische verschil tussen eeneiige (MZ) en twee-eiige (DZ) tweelingen?

MZ-tweelingen zijn 100%100\% genetisch identiek, terwijl DZ-tweelingen gemiddeld 50%50\% van hun erfelijke aanleg delen.

6
New cards

Hoe wordt de erfelijkheid (a2a^2) berekend op basis van tweelingcorrelaties volgens de vuistregel?

a2=2×(rMZrDZ)a^2 = 2 \times (rMZ - rDZ)

7
New cards

Hoe worden de effecten van de unieke omgeving (e2e^2) berekend met tweelingcorrelaties?

e2=1rMZe^2 = 1 - rMZ

8
New cards

Hoe worden de effecten van de gedeelde omgeving (c2c^2) berekend met tweelingcorrelaties?

c2=2×rDZrMZc^2 = 2 \times rDZ - rMZ

9
New cards

Welke vier onderzoeksmethoden worden hoofdzakelijk gebruikt in de gedragsgenetica?

Selectieve teelt, familiestudies, adoptiestudies en tweelingstudies.

10
New cards

Wat is de 'Equal Environment Assumption' (EEA) in tweelingonderzoek?

De aanname dat MZ-tweelingen niet systemischer meer gelijke omgevingsinvloeden delen dan DZ-tweelingen, mits die omgeving niet door de eigenschap zelf wordt uitgelokt.

11
New cards

Wat is een passieve gen-omgevingscorrelatie?

Wanneer ouders aan hun kinderen niet alleen genen doorgeven, maar ook een omgeving bieden die daarbij past, zoals leesvaardige ouders die hun huis vol boeken zetten.

12
New cards

Wat is een reactieve (evocatieve) gen-omgevingscorrelatie?

Wanneer de omgeving (zoals ouders) reageert op de erfelijke aanleg van een kind, bijvoorbeeld door extra streng te zijn tegen een kind met een aanleg voor disruptief gedrag.

13
New cards

Wat is een actieve gen-omgevingscorrelatie (niche picking)?

Wanneer een individu zelf een omgeving selecteert of creëert die aansluit bij diens genetische aanleg, zoals een sportief kind dat zich aanmeldt voor hockeytraining.

14
New cards

Hoe beïnvloedt de sociaal-economische status (SES) de erfelijkheid van het IQ bij volwassenen volgens het onderzoek van Bates et al.?

Er is sprake van gen-omgevingsinteractie: bij een hoge SES is de erfelijkheid van het IQ hoger (h260%h^2 \approx 60\%) dan bij een lage SES (h233%h^2 \approx 33\%).

15
New cards

Wat is het concept 'inclusive fitness'?

De theorie dat de kans op het doorgeven van genetische varianten niet alleen afhangt van de eigen voortplanting, maar ook van de voortplanting van verwanten die dezelfde varianten delen.

16
New cards

Wat is het verschil tussen natuurlijke selectie en seksuele selectie (intersexual selection)?

Natuurlijke selectie richt zich op overleving ('survival of the fittest'), terwijl seksuele selectie zich richt op eigenschappen die voordelen bieden bij het vinden van een partner (bijv. de pauwestaart), zelfs als die de overleving bemoeilijken.

17
New cards

Wat is 'stabiliserende selectie' in de context van persoonlijkheid?

Een vorm van selectie waarbij extreme eigenschappen nadelig zijn en de middenweg (adaptive trade-off) optimaal is voor overleving en reproductie.

18
New cards

Wat houdt 'frequentieafhankelijke selectie' in voor persoonlijkheid?

De effectiviteit van een strategie hangt af van hoe vaak deze voorkomt in de populatie; criminaliteit kan bijvoorbeeld alleen lonend zijn als de meerderheid van de burgers eerlijk samenwerkt.

19
New cards

Wat is een 'fluctuating optimum' bij persoonlijkheidsverschillen?

De gedachte dat de optimale persoonlijkheid afhangt van de variërende omgevingscondities; een onveilige omgeving kan bijvoorbeeld leiden tot een selectievoordeel voor vroege seksuele rijping.

20
New cards

Wat was de conclusie uit de NTR-studie naar het effect van de sekse van de leerkracht op CITO-scores?

Bij MZ-tweelingen waarbij de een een meester en de ander een juf had, werden geen verschillen gevonden in de CITO-scores; de sekse van de leerkracht had dus geen invloed op deze prestatie.