1/19
Flashcards over gedragsgenetica, erfelijkheid, omgevingsinvloeden, tweelingonderzoek en evolutionaire psychologie op basis van de collegestof.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de definitie van erfelijkheid (h2) in de gedragsgenetica?
Het deel van de totale variantie in een eigenschap dat verklaard wordt door genetische verschillen tussen individuen, berekend als de ratio van genetische variantie ten opzichte van de totale variantie: a2/(a2+c2+e2).
Welke drie componenten vormen de totale variantie (Vp) van een eigenschap volgens de variantiedecompositie?
Additieve genetische factoren (a2), gedeelde omgevingsfactoren (c2) en unieke omgevingsfactoren (e2).
Wat wordt verstaan onder de 'unieke omgeving' (e2)?
Omgevingsinvloeden die niet gedeeld worden door gezinsleden, zoals vrienden, een specifieke schoolklas, ziekte, levensstijl en ook meetfouten.
Wat wordt verstaan onder de 'gedeelde omgeving' (c2)?
Omgevingsinvloeden die gezinsleden gemeen hebben, zoals de baarmoeder, het gezin, de buurt, religie, cultuur en sociaal-economische klasse (SES).
Wat is het genetische verschil tussen eeneiige (MZ) en twee-eiige (DZ) tweelingen?
MZ-tweelingen zijn 100% genetisch identiek, terwijl DZ-tweelingen gemiddeld 50% van hun erfelijke aanleg delen.
Hoe wordt de erfelijkheid (a2) berekend op basis van tweelingcorrelaties volgens de vuistregel?
a2=2×(rMZ−rDZ)
Hoe worden de effecten van de unieke omgeving (e2) berekend met tweelingcorrelaties?
e2=1−rMZ
Hoe worden de effecten van de gedeelde omgeving (c2) berekend met tweelingcorrelaties?
c2=2×rDZ−rMZ
Welke vier onderzoeksmethoden worden hoofdzakelijk gebruikt in de gedragsgenetica?
Selectieve teelt, familiestudies, adoptiestudies en tweelingstudies.
Wat is de 'Equal Environment Assumption' (EEA) in tweelingonderzoek?
De aanname dat MZ-tweelingen niet systemischer meer gelijke omgevingsinvloeden delen dan DZ-tweelingen, mits die omgeving niet door de eigenschap zelf wordt uitgelokt.
Wat is een passieve gen-omgevingscorrelatie?
Wanneer ouders aan hun kinderen niet alleen genen doorgeven, maar ook een omgeving bieden die daarbij past, zoals leesvaardige ouders die hun huis vol boeken zetten.
Wat is een reactieve (evocatieve) gen-omgevingscorrelatie?
Wanneer de omgeving (zoals ouders) reageert op de erfelijke aanleg van een kind, bijvoorbeeld door extra streng te zijn tegen een kind met een aanleg voor disruptief gedrag.
Wat is een actieve gen-omgevingscorrelatie (niche picking)?
Wanneer een individu zelf een omgeving selecteert of creëert die aansluit bij diens genetische aanleg, zoals een sportief kind dat zich aanmeldt voor hockeytraining.
Hoe beïnvloedt de sociaal-economische status (SES) de erfelijkheid van het IQ bij volwassenen volgens het onderzoek van Bates et al.?
Er is sprake van gen-omgevingsinteractie: bij een hoge SES is de erfelijkheid van het IQ hoger (h2≈60%) dan bij een lage SES (h2≈33%).
Wat is het concept 'inclusive fitness'?
De theorie dat de kans op het doorgeven van genetische varianten niet alleen afhangt van de eigen voortplanting, maar ook van de voortplanting van verwanten die dezelfde varianten delen.
Wat is het verschil tussen natuurlijke selectie en seksuele selectie (intersexual selection)?
Natuurlijke selectie richt zich op overleving ('survival of the fittest'), terwijl seksuele selectie zich richt op eigenschappen die voordelen bieden bij het vinden van een partner (bijv. de pauwestaart), zelfs als die de overleving bemoeilijken.
Wat is 'stabiliserende selectie' in de context van persoonlijkheid?
Een vorm van selectie waarbij extreme eigenschappen nadelig zijn en de middenweg (adaptive trade-off) optimaal is voor overleving en reproductie.
Wat houdt 'frequentieafhankelijke selectie' in voor persoonlijkheid?
De effectiviteit van een strategie hangt af van hoe vaak deze voorkomt in de populatie; criminaliteit kan bijvoorbeeld alleen lonend zijn als de meerderheid van de burgers eerlijk samenwerkt.
Wat is een 'fluctuating optimum' bij persoonlijkheidsverschillen?
De gedachte dat de optimale persoonlijkheid afhangt van de variërende omgevingscondities; een onveilige omgeving kan bijvoorbeeld leiden tot een selectievoordeel voor vroege seksuele rijping.
Wat was de conclusie uit de NTR-studie naar het effect van de sekse van de leerkracht op CITO-scores?
Bij MZ-tweelingen waarbij de een een meester en de ander een juf had, werden geen verschillen gevonden in de CITO-scores; de sekse van de leerkracht had dus geen invloed op deze prestatie.