Wedstrijd gerichte instructie | Module 7

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:06 PM on 7/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

24 Terms

1
New cards

E: Wat is (vormt) het scale der Ausbildung?

Een systematische benadering van de balansontwikkeling:

Het Scale der Ausbildung vormt de grondslag van de dressuur en wordt als leidraad gehanteerd door de FEI en de aangesloten sportbonden zoals de KNHS in Nederland om dressuurproeven op wedstrijden te beoordelen en om instructeurs en juryleden op te leiden.

<p><strong>Een systematische benadering van de balansontwikkeling:</strong></p><p>Het Scale der Ausbildung vormt de grondslag van de dressuur en wordt als leidraad gehanteerd door de FEI en de aangesloten sportbonden zoals de KNHS in Nederland om dressuurproeven op wedstrijden te beoordelen en om instructeurs en juryleden op te leiden.</p>
2
New cards

Hoe wordt het systematisch benaderen van de balansontwikkeling ook wel genoemd?

Het Scala der Ausbildung

<p><strong>Het Scala der Ausbildung</strong></p>
3
New cards

Benoem de trainingsprincipes van het scale der ausbildung

  • Takt

  • Ontspanning

  • Aanleuning

  • Impuls

  • rechtrichten

  • Verzameling

4
New cards

Toelichting trainingsprincipes: Takt

Aan welke 3 kenmerken van de beweging wordt takt beoordeeld?

Takt wordt beoordeeld aan de hand van 3 kenmerken van de beweging:

Ritme, Regelmaat en de Volgorde van de beenzetting.

  • Ritme: gelijkmatigheid in de tijdsduur van de beweging tussen het optillen en het neerzetten van de benen. M.a.w. iedere pas duurt even lang. Het vasthouden van een gelijkmatig ritme in alle gangen, is de basis van de dressuur.

  • Regelmaat: gelijkmatigheid in tijdsduur van de ondersteuningsmomenten (alle voeten even lang aan de grond) én in paslengte (alle passen even lang).

  • Volgorde van de beenzetting: viertakt in stap; tweetakt in draf en drietakt in galop.

5
New cards

Takt kenmerk

Wat bedoelen we met ritme?

Ritme is de gelijkmatigheid in de tijdsduur van de beweging tussen het optillen en het neerzetten van de benen. M.a.w. iedere pas duurt even lang. Het vasthouden van een gelijkmatig ritme in alle gangen, is de basis van de dressuur.

6
New cards

Takt kenmerk

Wat bedoelen we met regelmaat?

Met regelmaat bedoelen we de gelijkmatigheid in tijdsduur van de ondersteuningsmomenten (alle voeten even lang aan de grond) én in paslengte (alle passen even lang).

7
New cards

Takt kenmerk

Wat bedoelen we met volgorde van de beenzetting?

Met volgorde van de beenzetting bedoelen we:

  • viertakt in stap;

  • tweetakt in draf en

  • drietakt in galop.

8
New cards

Toelichting trainingsprincipes: Ontspanning

Wat bedoelen we met het trainingsprincipe ontspanning?

Met het trainingsprincipe ontspanning gaat het om de mentale en fysieke ontspanning (dit gaat bij een paard altijd hand in hand). Het paard beweegt met een verende rug waarbij de rugspieren afwisselend worden aangespannen en ontspannen al naar gelang (afhankelijk) van de fase van de beweging.

Hiervoor moet het paard verticale in balans (evenwicht) bewegen en een zuivere takt laten zien. Op grond van de activiteit van het achterbeen en de zwaartekracht zal de hals van het paard in een voorwaarts neerwaartse tendens (richting) bewegen.

Wanneer de ontspanning ook de gewrichten in de nek en in het kaakgewricht heeft bereikt is het paard nageeflijk.

9
New cards

Toelichting trainingsprincipes: Aanleuning

Wat bedoelen we met het trainingsprincipe aanleuning?

Het paard geeft de ruiter aanleuning als antwoord op de voorwaartse inwerking van de ruiter, nadat deze contact heeft genomen met het paard.

Feitelijk is hier sprake van aanspanning van een aantal spierketens (SDL, SVL, DDL, LL, FL) als reactie op de ontspanning van het paardenlichaam en de toegenomen activiteit (impuls) van het achterbeen.

Het verende contact is de vertaling van de mate van spierspanning. Naarmate de aanleuning verbeterd is de achterhand in staat om meer impuls te genereren en tot gedragenheid te komen. De hals is in toenemende mate gewelfd.

Noteer goed dat de inwerking van de ruiterhand en het contact van de ruiter altijd voorwaarts zijn gericht. Net zoals je iemand een hand gééft: je maakt contact maar je neemt de hand niet, je trekt de hand niet naar je toe.

10
New cards

Toelichting trainingsprincipes: Impuls

Wat bedoelen we met het trainingsprincipe impuls?

Met impuls bedoelen we “de activiteit opgewerkt vanuit de achterhand”. De activiteit van het achterbeen moet in zo’n verhouding staan tot het gereden tempo, dat het leidt tot:

  1. losgelatenheid in de rug

  2. ontspanning

  3. aanleuning

Pas dan is er sprake van impuls. Wanneer de activiteit van het achterbeen leidt tot een hoger tempo zal dit ten kostte gaan van de ontspanning en de aanleuning. Er is dan geen sprake van impuls,


Impuls leidt ertoe dat de gangen meet uitdrukking krijgen: de zweefmomenten nemen toe in duur ten opzichte van de ondersteuningsmomenten.

11
New cards

Toelichting trainingsprincipes: Rechtrichten

Wat bedoelen we met het trainingsprincipe rechtrichten?

Een rechtgericht paard loopt op twee sporen, zowel op een rechte lijn als in een wending, en is het gewicht verdeeld over 4 benen.

Om te kunnen verzamelen moet de wervelkolom in een neutrale functie zijn: de wervelkolom ligt in het midden van het lichaam en de facetgewrichten zijn hierbij ontspannen.

In een wending is het noodzakelijk dat een paard stelling en buiging aanneemt om de wervelkolom te richten naar de curve van de wending.

12
New cards

Toelichting trainingsprincipes: verzamelen

Wat bedoelen we met het trainingsprincipe verzamelen?

In het verzamelen draagt het paard meer gewicht op de achterhand dan op de voorhand. Door een sterke impuls is er sprake van meer flexie ivan heupgewrichten, kniegewrichten en spronggewrichten. Hierdoor kanteld het bekken met als gevolg dat het paard zich in de voorhand opricht: het bekken vormt een hefboom voor de voorhand.

De voorhand wordt lichter. De hals zal zich tegen de zwaartekracht in sterker welven. De paslengte in de drie gangen wordt korter, maar tegelijkertijd actiever en energieker. De voeten van het paard komen hoger van de grond.

13
New cards

Toelichting trainingsprincipes: verzamelen

Wat is het functionele doel van verzamelen?

Het functionele doel van verzamelen is het bereiken van een optimale gedragenheid. Voor het paard heeft dit als voordeel dat hij zijn evenwicht onder het gewicht van de ruiter herwonnen heeft; voor de ruiter heeft dit als voordeel dat het paard fijner te bereiden is.

Verzameling gaat altijd gepaard met zelfhouding en ongedwongenheid, een vorm van ontspanning dat maakt dat het paard licht aan de huppen is en volledig gehoorzaam. We noemen dat met een Duits woord: dürchlassigkeit

14
New cards

Het Scale vormt een geheel van elkaar opéénvolgende trainingsprincipes, waar zorgen die bij het paard voor?

Het Scale vormt een geheel van elkaar opéénvolgende trainingsprincipes die ervoor zorgen dat het paard zich in een toenemende mate ontwikkeld in evenwicht en gedragenheid, waardoor een paard dürchlassig wordt; het beantwoord op een ongedwongen manier aan de haast onzichtbare hulpen van de ruiter.

15
New cards

Vul aan:

De trainingsprincipes van het Skala vormen de leidraad van…

De trainingsprincipes van het Skala vormen de leidraad van de jury om de combinatie in de ring te beoordelen. Achter de trainingsprincipes van het Skala gaat een wereld schuil van biomechanica en fysiologie. Deze kennis is nodig om op een systematische manier de trainingsprincipes van het Skala toe te passen in de training zodat het paard op een ongedwongen manier ontwikkeld in balans.

In de training vormt het paard het uitgangspunt. Een goed getraind paard drukt het gewenste evenwicht uit in harmonieuze gangen en de juiste hoofd halshouding. De hoofd halshouding is een uiting van het evenwicht en geen doel op zich

16
New cards

Wanneer ontstaat een zuivere takt?

Een zuivere takt ontstaat wanneer het paard verticaal in evenwicht is.

17
New cards

Wat gebeurd er als het paard horizontaal in evenwicht is?

Wanneer het paard horizontaal in evenwicht is zien we meer afdruk en expressie in de gangen.

18
New cards

Welke drie gangen worden er in de dressuur beoordeeld?

  • Stap

  • Draf

  • Gallop

19
New cards

Stap in verschillende variaties?

Benoem de verschillende variaties van de stap en de kenmerken daarvan

Verschillende variaties van de stap

  • Arbeidsstap: takt, ontspanning en aanleuning

  • Middenstap: verlenging in de bovenlijn, en ruimere passen

  • Uitgestrekte stap: ondertredend achterbeen, verruiming vanuit de schouder, aanleuning

  • Verzamelde stap: ondertredend achterbeen, buiging spronggewrichten, verheven passen

20
New cards

Draf in verschillende variaties?

Benoem de verschillende variaties van de draf en de kenmerken daarvan

Verschillende variaties van de draf

  • Arbeidsdraf: evenwicht, impuls, beheerst tempo

  • Middendraf: verlenging bovenlijn en ruimere passen

  • Uitgestrekte draf: versterkte impuls, zonder versnelling, maximale paslengte

  • Verzamelde draf: ondertredend achterbeen, buiging gewrichten, versterkte impuls, beheerst tempo, verheven passen

21
New cards

Galop in verschillende variaties?

Benoem de verschillende variaties van de galop en de kenmerken daarvan

Verschillende variaties van de galop

  • Arbeidsgalop: evenwicht, impuls

  • Middengalop: verlenging bovenlijn en ruimere passen

  • Uitgestrekte galop: maximale spronglengte

  • Verzamelde galop: Meer buiging achterbenen, oprichting voorhand, schoudervrijheid, korte verheven sprongen

22
New cards

Leg de variatie contragalop uit

Er wordt feitelijk de “verkeerde” galop gereden, maar wel in het juiste evenwicht, dus met behoud van takt, aanleuning en impuls.

23
New cards

Hoe kan een overgang goed worden uitgevoerd?

Een overgang kan alleen goed worden uitgevoerd als het paard in evenwicht is, dus als voldaan is aan de principes van het Skala.

24
New cards

Hals laten strekken, hoe doe je dat op een correcte manier?

Alleen een paard die in evenwicht gaat, met ontspanning en aanleuning, zal de hals op de gewenste manier willen rekken in een voorwaarts neerwaartse tendens met de neus voor de loodlijn op de hoogte tussen boeg en voorknie.

Hierbij mag de takt niet verloren gaan en het impuls en tempo blijven hetzelfde.