begrippen geschiedenis - flashcard

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/179

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:38 PM on 9/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

180 Terms

1
New cards

chronologie

in volgorde van tijd.

2
New cards

decennium

periode van 10 jaar

3
New cards

eeuw

periode van 100 jaar

4
New cards

evolutie

een trage verandering/vooruitgang

5
New cards

jaar

365 of 366 dagen

6
New cards

millenium

periode van 1000 jaar

7
New cards

revolutie

een snelle verandering/vooruitgang

8
New cards

continuïteit

gebeurtenissen die hetzelfde blijven en elkaar logisch opvolgen in een verhaal bv. iemand die sterft in een serie kan niet zomaar terug tot leven komen.

9
New cards

tijdrekening

een manier om de tijd voor te stellen vanaf een bepaalde beginpunt.

10
New cards

tijdvak

een tijd uit de geschiedenis. Onze geschiedenis kent zeven periodes

11
New cards

breuk

een breuk of keerpunt gebruiken we om een grote of belangrijke verandering in de samenleving en maatschappij aan te geven.

12
New cards

duur

een periode waarin iets gebeurt (korte termijn - lange termijn)

13
New cards

scharniermoment

een belangrijke moment dat de overgang naar een ander tijdvak/periode inzet bv. de Franse Revolutie luidt de overgang van de vroegmoderne naar de moderne tijd in.

14
New cards

gesloten of stedelijke ruimte

stad, een plaats die dichtbebouwd en dichtbevolkt is.

15
New cards

globaal of mondiaal

over de hele wereld

16
New cards

lokaal

plaatselijk

17
New cards

nationaal

over het hele rijk, land

18
New cards

open of rurale ruimte

platteland, een plaats die meestal weinig bebouwing heeft en dunbevolkt is.

19
New cards

regionaal

in de streek. Is uitgebreider dan je eigen gemeente.

20
New cards

territoriaal

een bepaalde grondgebied

21
New cards

centrum

in het midden van een gebied

22
New cards

continentaal

landinwaarts

23
New cards

maritiem

in of aan de zee

24
New cards

periferie

aan de rand van een gebied

25
New cards

balkan

schiereiland in Zuidoost-Europa, waartoe - afhankelijk van de definitie - het gebied van Kroatië tot en met Griekenland behoort.

26
New cards

inheems

de oorspronkelijke bewoners van een bepaald gebied

27
New cards

intercontinentaal

over of tussen meerdere continenten

28
New cards

ambtenaren

mensen die een functie bij de overheid hebben

29
New cards

dynastie

opvolging van de macht binnen dezelfde familie

30
New cards

migratie

verplaatsing van groepen of stammen van de ene plaats naar de andere

31
New cards

nomadische samenleving

samenleving waar de mensen een zwervend bestaan leiden.

32
New cards

sedentaire samenleving

samenleving waar de mensen een vaste verblijfplaats hebben

33
New cards

standenmaatschappij gelaagde samenleving

maatschappij waar iemand meer of minder rechten heeft afhankelijk in welke stand deze persoon geboren is

34
New cards

beleg

wanneer je een burcht of stad wilt veroveren door uithongering. je kampeert rond die bucht/stad en wacht tot de vijand zich over geeft

35
New cards

dictator

alleenheerser

36
New cards

imperialisme

je eigen grondgebied of land willen uitbreiden ten koste van andere landen

37
New cards

koloniseren

een andere gebied innemen. je houdt een sterke band met het land van herkomst en de oorspronkelijke bewoners worden onderdrukt.

38
New cards

rijk

een groot onafhankelijk gebied. omvat meestal meerder landen

39
New cards

stadstaat/polis

een klein onafhankelijk gebied. een land ter grootte van een stad

40
New cards

veto-recht

het recht om "nee" te zeggen

41
New cards

monarchie

een koning aan de macht

42
New cards

republiek

een bestuur zonder koning

43
New cards

aristocratie

een groepje adel of "besten" is aan de macht

44
New cards

oligarchie

een klein groepje neemt het bestuur over

45
New cards

autocratie

een bestuur vorm waarbij één persoon alle macht heeft.

46
New cards

tirannie

een tiran of alleenheerser is aan de macht. meestal door onderdrukking van de bevolking

47
New cards

timocratie

iedereen heeft inspraak, maar hoe rijker je bent, hoe meer inspraak je hebt

48
New cards

democratie

het volk heeft inspraak in het bestuur

49
New cards

autonomie

zelfbestuur

50
New cards

bondgenoot

medestander

51
New cards

centralisatie

alle macht en beslissingen worden op één plaats genomen, meestal door één persoon of instelling

52
New cards

charter

keure of privilege

een document dat vermeld wat iemands rechten en plichten zijn. een charter geeft aan steden een reeks vrijheden die het omringende platteland meestal niet heeft

53
New cards

expansie

uitbereiding

54
New cards

feodaliteit

systeem waarbij leenmannen hun vazallen een leen geven. meestal word ook een deel van het bestuur en de rechtspraak beleend

55
New cards

grondwet

een document met de belangrijkste regels van een land, zoals hoe het bestuur werkt en welke rechten en plichten burgers hebben

56
New cards

kalifaat

een islamitische staat

57
New cards

nationalisme

een sterke voorliefde voor eigen volk of land

58
New cards

rechtspraak

het oordelen en straffen van mensen volgens de wetten van die tijd

59
New cards

vazalliteit

een gewone vrije man(=vazal) zweert trouw aan een rijke heer. de vazal krijgt in ruil zijn diensten bescherming en onderhoud

60
New cards

vertegenwoordiging

betekend dat de bevolking mensen kiest om namens hen beslissingen te nemen in het bestuur of parlement

61
New cards

absolutisme

een regeringsvorm waarbij de vorst alle macht concentreert en niet of nauwelijks wordt beperkt door wetten of ander instellingen

62
New cards

cijnskiesrecht

een kiesstelsel waarbij alleen burgers die een bepaalde bedrag aan de belasting betalen, mogen stemmen

63
New cards

democratische rechtstaat

een staat waarin de macht van de overheid wordt beperkt door wetten, en burgers via vrije verkiezingen invloed hebben op het bestuur.

64
New cards

gezagsargumenten

een redenering waarbij iemand iets als waar aanneemt enkel omdat een autoriteit of deskundige het zegt

65
New cards

kolonialisme

het veroveren en besturen van gebieden om politieke, economische of culturele macht uit te bereiden

66
New cards

machtsvacuüm

een situatie waarin er geen duidelijke leiding of gezag aanwezig is

67
New cards

parlement

een orgaan van de staat dat de wetten maakt, controle uitoefent op de regering en de belangen van de burgers vertegenwoordigt

68
New cards

scheiding der machten

het principe waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht in een staat gescheiden zijn om machtsmisbruik te voorkomen

69
New cards

volkssoeveirniteit

het principe dat het hoogste gezag in een staat bij het volk ligt.

70
New cards

code civil

burgerlijk wetboek, samengesteld in opdracht van Napoleon

71
New cards

coalisatie

bondgenootschap

72
New cards

alliantie

bondgenootschap

73
New cards

restauratie

herstellen op de troon

74
New cards

agrarisch

wat te maken heeft met landbouw

75
New cards

ambacht

een vak waar je iets zelf maakt

76
New cards

slavernij

toestand waar mensen eigendom zijn van een ander

77
New cards

exporteren

het uitvoeren van producten

78
New cards

geldeconomie

je komt aan je levensmiddelen door geldhandel

79
New cards

importeren

het invoeren van producten

80
New cards

nijverheid

het verwerken van grondstoffen tot producten zonder industriële machines te gebruiken

81
New cards

ruileconomie

je komt aan je levensmiddelen door ruilhandel

82
New cards

concurrentie

mensen of groepen die tegen elkaar strijden om hetzelfde doel te bereiken.

83
New cards

emigratie

emigranten betekend dat mensen hun land verlaten om in een ander land te gaan wonen

84
New cards

horigheid

een horige boer of landarbeider is niet vrij en is verplicht voor een heer te werken op zijn land. hij moet diensten doen en een deel van zijn opbrengst afstaan, en kan niet zomaar weggaan

85
New cards

immigratie

immigratie betekent dat mensen van een ander land komen om zich in jouw land te vestigen

86
New cards

muntontwaarding

daling van de werkelijke waarde van munten ten opzichte van de waarde die de munt staat.

87
New cards

verpachten

een stuk landbouwgrond wordt vaak verpacht aan een boer als die zelf niet genoeg grond heeft de boet(=pachter) krijgt de opbrengsten, maar betaalt om de grond te mogen gebruiken

88
New cards

checks and balances

een systeem waarbij de verschillende staatmachten elkaar controleren en in evenwicht houden om machtsmisbruik te voorkomen

89
New cards

encomiendasysteem

een Spaans koloniaal systeem waarbij kolonisten het recht kregen om inheemse bevolking te dwingen tot arbeid in ruil voor bescherming en kerstering

90
New cards

inflatie

de stijging van het algemene prijsniveau van goederen en diensten, waardoor de koopkracht daalt

91
New cards

kapitalisme

een economische systeem waarin productiemiddelen privébezit zijn en winst maken centraal staat.

92
New cards

mercantilisme

een economische beleid uit de 16e-18e eeuw dat streeft aar rijkdom en macht van een staat door handelsoverschotten en het verzamelen van edelmetalen (goud en zilver)

93
New cards

protectionisme

een economische beleid waarbij een land zijn eigen industrie beschermt tegen buitenlandse concurrentie, bijvoorbeeld door invoerheffing

94
New cards

boycot

het verbreken van een handelsrelatie met een land

95
New cards

hiërarchie

een maatschappij is hiërarchisch wanneer ze gestructureerd is opgebouwd en waarbij sommige mensen 'hoger' staan dan anderen

96
New cards

grondhandel

de rijkdom en macht is gebaseerd op het hebben van grond. dit vooral door de landbouw = grootgrondbezitter

97
New cards

geldhandel

de rijkdom en macht is gebaseerd op het hebben van geld. dit vooral door de handel

98
New cards

patriarchale samenleving

de man of vader heeft een overheersende positie in de maatschappij

99
New cards

proletariërs

bezitloze klasse

100
New cards

adel/ edelen

adel of edelen zijn mensen die van geboorte of door de koning speciale privileges hebben. zij voeren het bestuur van een grondgebied uit