1/179
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
chronologie
in volgorde van tijd.
decennium
periode van 10 jaar
eeuw
periode van 100 jaar
evolutie
een trage verandering/vooruitgang
jaar
365 of 366 dagen
millenium
periode van 1000 jaar
revolutie
een snelle verandering/vooruitgang
continuïteit
gebeurtenissen die hetzelfde blijven en elkaar logisch opvolgen in een verhaal bv. iemand die sterft in een serie kan niet zomaar terug tot leven komen.
tijdrekening
een manier om de tijd voor te stellen vanaf een bepaalde beginpunt.
tijdvak
een tijd uit de geschiedenis. Onze geschiedenis kent zeven periodes
breuk
een breuk of keerpunt gebruiken we om een grote of belangrijke verandering in de samenleving en maatschappij aan te geven.
duur
een periode waarin iets gebeurt (korte termijn - lange termijn)
scharniermoment
een belangrijke moment dat de overgang naar een ander tijdvak/periode inzet bv. de Franse Revolutie luidt de overgang van de vroegmoderne naar de moderne tijd in.
gesloten of stedelijke ruimte
stad, een plaats die dichtbebouwd en dichtbevolkt is.
globaal of mondiaal
over de hele wereld
lokaal
plaatselijk
nationaal
over het hele rijk, land
open of rurale ruimte
platteland, een plaats die meestal weinig bebouwing heeft en dunbevolkt is.
regionaal
in de streek. Is uitgebreider dan je eigen gemeente.
territoriaal
een bepaalde grondgebied
centrum
in het midden van een gebied
continentaal
landinwaarts
maritiem
in of aan de zee
periferie
aan de rand van een gebied
balkan
schiereiland in Zuidoost-Europa, waartoe - afhankelijk van de definitie - het gebied van Kroatië tot en met Griekenland behoort.
inheems
de oorspronkelijke bewoners van een bepaald gebied
intercontinentaal
over of tussen meerdere continenten
ambtenaren
mensen die een functie bij de overheid hebben
dynastie
opvolging van de macht binnen dezelfde familie
migratie
verplaatsing van groepen of stammen van de ene plaats naar de andere
nomadische samenleving
samenleving waar de mensen een zwervend bestaan leiden.
sedentaire samenleving
samenleving waar de mensen een vaste verblijfplaats hebben
standenmaatschappij gelaagde samenleving
maatschappij waar iemand meer of minder rechten heeft afhankelijk in welke stand deze persoon geboren is
beleg
wanneer je een burcht of stad wilt veroveren door uithongering. je kampeert rond die bucht/stad en wacht tot de vijand zich over geeft
dictator
alleenheerser
imperialisme
je eigen grondgebied of land willen uitbreiden ten koste van andere landen
koloniseren
een andere gebied innemen. je houdt een sterke band met het land van herkomst en de oorspronkelijke bewoners worden onderdrukt.
rijk
een groot onafhankelijk gebied. omvat meestal meerder landen
stadstaat/polis
een klein onafhankelijk gebied. een land ter grootte van een stad
veto-recht
het recht om "nee" te zeggen
monarchie
een koning aan de macht
republiek
een bestuur zonder koning
aristocratie
een groepje adel of "besten" is aan de macht
oligarchie
een klein groepje neemt het bestuur over
autocratie
een bestuur vorm waarbij één persoon alle macht heeft.
tirannie
een tiran of alleenheerser is aan de macht. meestal door onderdrukking van de bevolking
timocratie
iedereen heeft inspraak, maar hoe rijker je bent, hoe meer inspraak je hebt
democratie
het volk heeft inspraak in het bestuur
autonomie
zelfbestuur
bondgenoot
medestander
centralisatie
alle macht en beslissingen worden op één plaats genomen, meestal door één persoon of instelling
charter
keure of privilege
een document dat vermeld wat iemands rechten en plichten zijn. een charter geeft aan steden een reeks vrijheden die het omringende platteland meestal niet heeft
expansie
uitbereiding
feodaliteit
systeem waarbij leenmannen hun vazallen een leen geven. meestal word ook een deel van het bestuur en de rechtspraak beleend
grondwet
een document met de belangrijkste regels van een land, zoals hoe het bestuur werkt en welke rechten en plichten burgers hebben
kalifaat
een islamitische staat
nationalisme
een sterke voorliefde voor eigen volk of land
rechtspraak
het oordelen en straffen van mensen volgens de wetten van die tijd
vazalliteit
een gewone vrije man(=vazal) zweert trouw aan een rijke heer. de vazal krijgt in ruil zijn diensten bescherming en onderhoud
vertegenwoordiging
betekend dat de bevolking mensen kiest om namens hen beslissingen te nemen in het bestuur of parlement
absolutisme
een regeringsvorm waarbij de vorst alle macht concentreert en niet of nauwelijks wordt beperkt door wetten of ander instellingen
cijnskiesrecht
een kiesstelsel waarbij alleen burgers die een bepaalde bedrag aan de belasting betalen, mogen stemmen
democratische rechtstaat
een staat waarin de macht van de overheid wordt beperkt door wetten, en burgers via vrije verkiezingen invloed hebben op het bestuur.
gezagsargumenten
een redenering waarbij iemand iets als waar aanneemt enkel omdat een autoriteit of deskundige het zegt
kolonialisme
het veroveren en besturen van gebieden om politieke, economische of culturele macht uit te bereiden
machtsvacuüm
een situatie waarin er geen duidelijke leiding of gezag aanwezig is
parlement
een orgaan van de staat dat de wetten maakt, controle uitoefent op de regering en de belangen van de burgers vertegenwoordigt
scheiding der machten
het principe waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht in een staat gescheiden zijn om machtsmisbruik te voorkomen
volkssoeveirniteit
het principe dat het hoogste gezag in een staat bij het volk ligt.
code civil
burgerlijk wetboek, samengesteld in opdracht van Napoleon
coalisatie
bondgenootschap
alliantie
bondgenootschap
restauratie
herstellen op de troon
agrarisch
wat te maken heeft met landbouw
ambacht
een vak waar je iets zelf maakt
slavernij
toestand waar mensen eigendom zijn van een ander
exporteren
het uitvoeren van producten
geldeconomie
je komt aan je levensmiddelen door geldhandel
importeren
het invoeren van producten
nijverheid
het verwerken van grondstoffen tot producten zonder industriële machines te gebruiken
ruileconomie
je komt aan je levensmiddelen door ruilhandel
concurrentie
mensen of groepen die tegen elkaar strijden om hetzelfde doel te bereiken.
emigratie
emigranten betekend dat mensen hun land verlaten om in een ander land te gaan wonen
horigheid
een horige boer of landarbeider is niet vrij en is verplicht voor een heer te werken op zijn land. hij moet diensten doen en een deel van zijn opbrengst afstaan, en kan niet zomaar weggaan
immigratie
immigratie betekent dat mensen van een ander land komen om zich in jouw land te vestigen
muntontwaarding
daling van de werkelijke waarde van munten ten opzichte van de waarde die de munt staat.
verpachten
een stuk landbouwgrond wordt vaak verpacht aan een boer als die zelf niet genoeg grond heeft de boet(=pachter) krijgt de opbrengsten, maar betaalt om de grond te mogen gebruiken
checks and balances
een systeem waarbij de verschillende staatmachten elkaar controleren en in evenwicht houden om machtsmisbruik te voorkomen
encomiendasysteem
een Spaans koloniaal systeem waarbij kolonisten het recht kregen om inheemse bevolking te dwingen tot arbeid in ruil voor bescherming en kerstering
inflatie
de stijging van het algemene prijsniveau van goederen en diensten, waardoor de koopkracht daalt
kapitalisme
een economische systeem waarin productiemiddelen privébezit zijn en winst maken centraal staat.
mercantilisme
een economische beleid uit de 16e-18e eeuw dat streeft aar rijkdom en macht van een staat door handelsoverschotten en het verzamelen van edelmetalen (goud en zilver)
protectionisme
een economische beleid waarbij een land zijn eigen industrie beschermt tegen buitenlandse concurrentie, bijvoorbeeld door invoerheffing
boycot
het verbreken van een handelsrelatie met een land
hiërarchie
een maatschappij is hiërarchisch wanneer ze gestructureerd is opgebouwd en waarbij sommige mensen 'hoger' staan dan anderen
grondhandel
de rijkdom en macht is gebaseerd op het hebben van grond. dit vooral door de landbouw = grootgrondbezitter
geldhandel
de rijkdom en macht is gebaseerd op het hebben van geld. dit vooral door de handel
patriarchale samenleving
de man of vader heeft een overheersende positie in de maatschappij
proletariërs
bezitloze klasse
adel/ edelen
adel of edelen zijn mensen die van geboorte of door de koning speciale privileges hebben. zij voeren het bestuur van een grondgebied uit