1/77
Een uitgebreide set vocabulaire flashcards over sociolinguïstiek, gebaseerd op de verstrekte college-aantekeningen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Fieldwork
Concreet onderzoek in een specifieke locatie met echte mensen, zoals bij het ontstaan van televisie in de jaren 50 in de huiskamer van de gewone mens.
Introspectie
Een methode binnen de generatieve taalkunde waarbij de taalkundige zichzelf bevraagt.
Kwantitatief onderzoek
Onderzoek gericht op het aangeven van numerieke correlaties, hoewel vaak een mixed-method nodig is.
Kwalitatief onderzoek
Onderzoek dat peilt naar de mogelijke redenen achter kwantitatieve verschillen.
Mary Bucholtz
Onderzoekster die de 'Asian Wall' bestudeerde en concepten zoals positieve brokering introduceerde.
Asian Wall
Een specifieke plaats waar alle Aziatische leerlingen zaten tijdens de pauze, waarbij interne verschillen werden gethematiseerd (enterprise) en geëxpliciteerd (shared repertoire).
Afbakening
Een cruciale stap in elk onderzoek waarbij de te onderzoeken populatie nauwkeurig wordt omschreven.
Overzichtsenquêtes
Methode om contactinformatie te verzamelen van een specifieke referentiegroep.
Emile Durkheim
Stelt dat sociologie de wetenschappelijke tak is die fenomenen observeert en analyseert die het individu overstijgen.
Descriptief realisme
Het principe dat het belangrijk is om de groep die men wil beschrijven adequaat te kunnen selecteren.
Big data
Gegevens die interessant zijn voor onderzoek naar de band tussen taal en maatschappij, omdat taal wordt gezien als groepsgedrag.
Groepskenmerken
Kenmerken die dynamisch, open/niet-exclusief en heterogeen van aard zijn.
Labov (definitie Social Category)
De sociale categorie wordt niet zozeer gedefinieerd door overeenstemming in taalgebruik, maar door deelname aan een set gedeelde normen.
Evaluatie van taalfenomenen
Het beoordelen van taal, niet alleen op vormelijk niveau maar ook binnen specifieke gebruikscontexten.
Differentiatie
Het in kaart brengen van interne cohesie en onderscheid binnen een sociale categorie, wat een verklaring biedt voor externe taalverandering.
CoP (Communities of Practice)
Praktijkgemeenschappen met een nadruk op sociale praxis waar taalgebruik wordt beschreven in concrete interactie.
SNA (Social Network Analysis)
Focus op contacten en de aard van contacten, maar verklaart niet de systematische variatie die van binnenuit een netwerk komt.
Ontstaan CoP (Lave & Wenger)
Het proces waarbij nieuwkomers via stagetrajecten worden ingeleid via 'legitimate peripheral participation'.
Mutual engagement
Een kenmerk van CoP dat temporele coherentie veronderstelt, maar niet noodzakelijkerwijs spatiale coherentie.
Jointly negotiated enterprise
De specifieke finaliteit of het doel gerelateerd aan de praktijk binnen een CoP.
Shared repertoire
De ruimere gebruiken, waaronder taal, die binnen een CoP worden gedeeld.
Penelope Eckert
Onderzoekster bekend van haar studie naar 'Jocks' en 'Burnouts' waarbij de reden van contact belangrijker was dan de frequentie.
Sampling
Een basisvoorwaarde om gericht te kunnen werken, steunend op een traditie van dialectologisch onderzoek.
Dialectografische kaart
Een middel waarbij bias moet worden vermeden, omdat selectie op voorhand geografische en temporele beperkingen kan opleggen.
Post factum afbakening
Het vormen van groeperingen op basis van vastgestelde resultaten en zelfidentificatie van participanten (bijv. in CoP).
Random sampling
Een aselecte steekproef, zoals via een telefoonboek, waarbij de correcte samenstelling van de lijst essentieel is om vertekening te voorkomen.
Interest bias
Het fenomeen waarbij onderzoekers vooral mensen spreken die zelf graag geïnterviewd willen worden.
Rule of thumb (steekproef)
Bij een populatie van <1000 personen zijn er gemiddeld 300 participanten nodig.
Proportional stratification
Een aselecte steekproef waarbij op voorhand vaste quota en vertegenwoordiging van subgroepen worden vastgelegd.
Judgement sampling
Een betekenisvolle steekproef waarbij de onderzoeker vooraf relevante categorieën definieert en zorgt dat deze proportioneel gevuld worden.
Enquêteformulieren
Een goedkope methode voor makkelijke statistische verwerking, maar mist diepgang en sluit vaak niet-geletterden uit.
Face-to-face enquêtes
Methode waarbij fonetische informatie transcribeerbaar is en uitleg gegeven kan worden, maar is erg duur en heeft een hoge uitvalratio.
PAPI/CAPI
Afkortingen voor Paper/Computer Aided Personal Interviewing.
Participant observation
Een methode waarbij de onderzoeker aanwezig is tijdens de handelingen van de respondent, wat de spontaniteit kan beïnvloeden.
Sociolinguïstisch interview (William Labov)
De meest complete bevragingsmethode, hoewel transcriptie erg tijdsrovend is en meerdere contactmomenten vereist.
Critical incident reports
Verslagen waarbij respondenten vrijuit spreken over trauma's of levensbedreigende gebeurtenissen, wat spontaan taalgebruik zonder focus op vorm oplevert.
Inductieve verwerking
Kwalitatieve verwerking waarbij de theorie volgt uit de verzamelde data.
Deductieve verwerking
Kwantitatieve verwerking waarbij een hypothese wordt getoetst aan de hand van data.
Onafhankelijke variabele
Het startpunt van onderzoek dat niet door andere variabelen wordt bepaald (bijv. leeftijd).
Afhankelijke variabele
De variabele die afhangt van de onafhankelijke variabele (bijv. taalvaardigheidsniveau).
Operationaliseren
Het precies bepalen wat er gemeten wordt en hoe variabelen werken om de betrouwbaarheid te verhogen.
Statistische nulhypothese
De stelling dat er geen verband is tussen variabelen; deze wordt ontkracht als er een significant verband blijkt te zijn.
p-waarde
Staat voor probability; als p<0.05, wordt de nulhypothese verworpen omdat de experimentele hypothese in 95% van de gevallen klopt.
Geslacht (als variabele)
Een stabiele tertium comparationis die indirect taalgebruik beïnvloedt via genderrollen.
Preferentieel genderspecifiek taalgebruik
Taalgebruik waarbij beide genders varianten kunnen gebruiken, maar het ene gender dit significant meer doet.
Genderexclusieve taal
Taalgebruik dat uitsluitend door één gender wordt gebruikt; dit komt in de praktijk bijna nooit voor (bijv. Kurukh is niet 100% exclusief).
Normverschillen
De manier waarop een gemeenschap mannelijk of vrouwelijk gedrag beoordeelt, wat belangrijker is dan de feitelijke vormverschillen.
Indirecte indexering
Wanneer taalgebruik verwijst naar een positionering (zoals emotie via verkleinwoorden) in plaats van biologisch geslacht.
Directe indexering
Wanneer taalgebruik in het lexicon direct verwijst naar geslacht (bijv. 'zoon' of Portugese uitgangen 'obrigado/a').
Robin Lakoff
Een van de eerste onderzoekers die de attitudes en normen rond genderbeleving in taal onder de aandacht bracht.
Principes van W. Labov (Gender)
Theorieën die stellen dat het biologische genus effectief het taalgebruik bepaalt.
Principe 1a (Labov)
Bij stabiele taalkundige variabelen gebruiken mannen vaker niet-standaard vormen dan vrouwen.
Principe 1b (Labov)
Bij 'change from above' nemen vrouwen inkomende prestigevormen sneller over dan mannen.
Principle 2 (Labov)
Bij 'change from below' (vormen die nog niet officieel erkend zijn) zijn vrouwen vaak de innovators.
Arabische taalprincipes
Een uitzondering op Labov waarbij vrouwen vaker substandaard gepalataliseerde varianten gebruiken.
Shoji Takano
Onderzoeker die aantoonde dat vrouwen vaker postpositionele topic-markers weglaten, maar dat verschillen kleiner worden in 'mixed sex discourse'.
Tijd (variabele)
De minst problematische variabele, verbonden aan individuele tijdslijnen, maar taalverandering verloopt meestal traag.
Appendix Probi 450 vC
Een historische lijst met 'goed' versus 'fout' Latijn die diachrone variatie aantoont.
Diachrone variatie
Taalvariatie die gebonden is aan de tijd, zoals de evolutie van het Latijn naar het Spaans.
Language drift (Edward Sapir)
De structuralistische opvatting dat taalverandering een eigen leven leidt en door krachten verschillende kanten op wordt gestuurd.
First wave SL (Taalverandering)
Stelt dat verandering voortkomt uit een wijziging in sociale context, zoals prestigewinst of -verlies.
Taalverschuiving
Een proces dat taalcontact intensiveert en waarbij sprekers hun eerste taal behouden op lagere competentieniveaus.
Wave effect
De impact van een verandering die zich vanuit een specifieke context horizontaal verspreidt via peers naar andere klassen en contexten.
Expansie
Uitbreiding en betekenisspecificatie in het lexicon door de aanwezigheid van vreemde woorden.
S-curve (fases)
Het proces van innovatie: a) traag bij brokers, b) spectaculaire groei bij de in-groep, c) trage saturatie bij de laatste sprekers.
In-group favouritism
Reden voor innovatie waarbij frequente en prestigieuze vormen binnen de CoP sneller worden overgenomen.
Addressee-oriented speech
Het proces waarbij brokers geloven dat hun motivaties gedeeld worden door andere leden (backward engineering).
Leeftijd (variabele)
Variabele die generatieverschillen markeert, zoals tussen Millenials en Generation Z (1996-2012).
Individuele real time studies
Studies waarbij sprekers over een lange periode worden gevolgd, vaak gebruikmakend van geschreven corpora.
Panel studies
Een groepsvariant van real time studies waarbij dezelfde groep mensen over tijd wordt gevolgd.
Trend studies
Jaarlijkse bevraging van een specifieke groepering (CoP) met hetzelfde profiel, maar niet noodzakelijk dezelfde individuen.
Apparent time studies
Onderzoek van Labov dat taalreconstructie doet door op één tijdstip mensen van verschillende leeftijden te vergelijken.
Critical period hypothese (Downes)
Stelt dat mensen na de adolescentie een soort temporele stempel op hun taalgebruik krijgen.
Lifespan change
Taalverandering die plaatsvindt gedurende de gehele levensloop van een individu.
Age-grading
Het fenomeen waarbij specifieke taalvormen tijdelijk verbonden zijn aan een bepaalde leeftijdscohorte (bijv. elke 25 jaar).
Age-exclusive features
Kenmerken die uitsluitend als identitaire marker voor een specifieke leeftijdsgroep dienen.
Age-preferential features
Kenmerken die vaker voorkomen bij bepaalde leeftijdsgroepen maar niet exclusief zijn.
Change from above vs. below
Verandering via formele systemen (standaardisatie) tegenover impliciete kopie via brokers.