MeMe maart - methodologische principes (second wave)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/77

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set vocabulaire flashcards over sociolinguïstiek, gebaseerd op de verstrekte college-aantekeningen.

Last updated 12:23 PM on 8/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

78 Terms

1
New cards

Fieldwork

Concreet onderzoek in een specifieke locatie met echte mensen, zoals bij het ontstaan van televisie in de jaren 50 in de huiskamer van de gewone mens.

2
New cards

Introspectie

Een methode binnen de generatieve taalkunde waarbij de taalkundige zichzelf bevraagt.

3
New cards

Kwantitatief onderzoek

Onderzoek gericht op het aangeven van numerieke correlaties, hoewel vaak een mixed-method nodig is.

4
New cards

Kwalitatief onderzoek

Onderzoek dat peilt naar de mogelijke redenen achter kwantitatieve verschillen.

5
New cards

Mary Bucholtz

Onderzoekster die de 'Asian Wall' bestudeerde en concepten zoals positieve brokering introduceerde.

6
New cards

Asian Wall

Een specifieke plaats waar alle Aziatische leerlingen zaten tijdens de pauze, waarbij interne verschillen werden gethematiseerd (enterprise) en geëxpliciteerd (shared repertoire).

7
New cards

Afbakening

Een cruciale stap in elk onderzoek waarbij de te onderzoeken populatie nauwkeurig wordt omschreven.

8
New cards

Overzichtsenquêtes

Methode om contactinformatie te verzamelen van een specifieke referentiegroep.

9
New cards

Emile Durkheim

Stelt dat sociologie de wetenschappelijke tak is die fenomenen observeert en analyseert die het individu overstijgen.

10
New cards

Descriptief realisme

Het principe dat het belangrijk is om de groep die men wil beschrijven adequaat te kunnen selecteren.

11
New cards

Big data

Gegevens die interessant zijn voor onderzoek naar de band tussen taal en maatschappij, omdat taal wordt gezien als groepsgedrag.

12
New cards

Groepskenmerken

Kenmerken die dynamisch, open/niet-exclusief en heterogeen van aard zijn.

13
New cards

Labov (definitie Social Category)

De sociale categorie wordt niet zozeer gedefinieerd door overeenstemming in taalgebruik, maar door deelname aan een set gedeelde normen.

14
New cards

Evaluatie van taalfenomenen

Het beoordelen van taal, niet alleen op vormelijk niveau maar ook binnen specifieke gebruikscontexten.

15
New cards

Differentiatie

Het in kaart brengen van interne cohesie en onderscheid binnen een sociale categorie, wat een verklaring biedt voor externe taalverandering.

16
New cards

CoP (Communities of Practice)

Praktijkgemeenschappen met een nadruk op sociale praxis waar taalgebruik wordt beschreven in concrete interactie.

17
New cards

SNA (Social Network Analysis)

Focus op contacten en de aard van contacten, maar verklaart niet de systematische variatie die van binnenuit een netwerk komt.

18
New cards

Ontstaan CoP (Lave & Wenger)

Het proces waarbij nieuwkomers via stagetrajecten worden ingeleid via 'legitimate peripheral participation'.

19
New cards

Mutual engagement

Een kenmerk van CoP dat temporele coherentie veronderstelt, maar niet noodzakelijkerwijs spatiale coherentie.

20
New cards

Jointly negotiated enterprise

De specifieke finaliteit of het doel gerelateerd aan de praktijk binnen een CoP.

21
New cards

Shared repertoire

De ruimere gebruiken, waaronder taal, die binnen een CoP worden gedeeld.

22
New cards

Penelope Eckert

Onderzoekster bekend van haar studie naar 'Jocks' en 'Burnouts' waarbij de reden van contact belangrijker was dan de frequentie.

23
New cards

Sampling

Een basisvoorwaarde om gericht te kunnen werken, steunend op een traditie van dialectologisch onderzoek.

24
New cards

Dialectografische kaart

Een middel waarbij bias moet worden vermeden, omdat selectie op voorhand geografische en temporele beperkingen kan opleggen.

25
New cards

Post factum afbakening

Het vormen van groeperingen op basis van vastgestelde resultaten en zelfidentificatie van participanten (bijv. in CoP).

26
New cards

Random sampling

Een aselecte steekproef, zoals via een telefoonboek, waarbij de correcte samenstelling van de lijst essentieel is om vertekening te voorkomen.

27
New cards

Interest bias

Het fenomeen waarbij onderzoekers vooral mensen spreken die zelf graag geïnterviewd willen worden.

28
New cards

Rule of thumb (steekproef)

Bij een populatie van <1000\text{<1000} personen zijn er gemiddeld 300300 participanten nodig.

29
New cards

Proportional stratification

Een aselecte steekproef waarbij op voorhand vaste quota en vertegenwoordiging van subgroepen worden vastgelegd.

30
New cards

Judgement sampling

Een betekenisvolle steekproef waarbij de onderzoeker vooraf relevante categorieën definieert en zorgt dat deze proportioneel gevuld worden.

31
New cards

Enquêteformulieren

Een goedkope methode voor makkelijke statistische verwerking, maar mist diepgang en sluit vaak niet-geletterden uit.

32
New cards

Face-to-face enquêtes

Methode waarbij fonetische informatie transcribeerbaar is en uitleg gegeven kan worden, maar is erg duur en heeft een hoge uitvalratio.

33
New cards

PAPI/CAPI

Afkortingen voor Paper/Computer Aided Personal Interviewing.

34
New cards

Participant observation

Een methode waarbij de onderzoeker aanwezig is tijdens de handelingen van de respondent, wat de spontaniteit kan beïnvloeden.

35
New cards

Sociolinguïstisch interview (William Labov)

De meest complete bevragingsmethode, hoewel transcriptie erg tijdsrovend is en meerdere contactmomenten vereist.

36
New cards

Critical incident reports

Verslagen waarbij respondenten vrijuit spreken over trauma's of levensbedreigende gebeurtenissen, wat spontaan taalgebruik zonder focus op vorm oplevert.

37
New cards

Inductieve verwerking

Kwalitatieve verwerking waarbij de theorie volgt uit de verzamelde data.

38
New cards

Deductieve verwerking

Kwantitatieve verwerking waarbij een hypothese wordt getoetst aan de hand van data.

39
New cards

Onafhankelijke variabele

Het startpunt van onderzoek dat niet door andere variabelen wordt bepaald (bijv. leeftijd).

40
New cards

Afhankelijke variabele

De variabele die afhangt van de onafhankelijke variabele (bijv. taalvaardigheidsniveau).

41
New cards

Operationaliseren

Het precies bepalen wat er gemeten wordt en hoe variabelen werken om de betrouwbaarheid te verhogen.

42
New cards

Statistische nulhypothese

De stelling dat er geen verband is tussen variabelen; deze wordt ontkracht als er een significant verband blijkt te zijn.

43
New cards

p-waarde

Staat voor probability; als p<0.05p < 0.05, wordt de nulhypothese verworpen omdat de experimentele hypothese in 95%95\% van de gevallen klopt.

44
New cards

Geslacht (als variabele)

Een stabiele tertium comparationis die indirect taalgebruik beïnvloedt via genderrollen.

45
New cards

Preferentieel genderspecifiek taalgebruik

Taalgebruik waarbij beide genders varianten kunnen gebruiken, maar het ene gender dit significant meer doet.

46
New cards

Genderexclusieve taal

Taalgebruik dat uitsluitend door één gender wordt gebruikt; dit komt in de praktijk bijna nooit voor (bijv. Kurukh is niet 100%100\% exclusief).

47
New cards

Normverschillen

De manier waarop een gemeenschap mannelijk of vrouwelijk gedrag beoordeelt, wat belangrijker is dan de feitelijke vormverschillen.

48
New cards

Indirecte indexering

Wanneer taalgebruik verwijst naar een positionering (zoals emotie via verkleinwoorden) in plaats van biologisch geslacht.

49
New cards

Directe indexering

Wanneer taalgebruik in het lexicon direct verwijst naar geslacht (bijv. 'zoon' of Portugese uitgangen 'obrigado/a').

50
New cards

Robin Lakoff

Een van de eerste onderzoekers die de attitudes en normen rond genderbeleving in taal onder de aandacht bracht.

51
New cards

Principes van W. Labov (Gender)

Theorieën die stellen dat het biologische genus effectief het taalgebruik bepaalt.

52
New cards

Principe 1a (Labov)

Bij stabiele taalkundige variabelen gebruiken mannen vaker niet-standaard vormen dan vrouwen.

53
New cards

Principe 1b (Labov)

Bij 'change from above' nemen vrouwen inkomende prestigevormen sneller over dan mannen.

54
New cards

Principle 2 (Labov)

Bij 'change from below' (vormen die nog niet officieel erkend zijn) zijn vrouwen vaak de innovators.

55
New cards

Arabische taalprincipes

Een uitzondering op Labov waarbij vrouwen vaker substandaard gepalataliseerde varianten gebruiken.

56
New cards

Shoji Takano

Onderzoeker die aantoonde dat vrouwen vaker postpositionele topic-markers weglaten, maar dat verschillen kleiner worden in 'mixed sex discourse'.

57
New cards

Tijd (variabele)

De minst problematische variabele, verbonden aan individuele tijdslijnen, maar taalverandering verloopt meestal traag.

58
New cards

Appendix Probi 450 vC

Een historische lijst met 'goed' versus 'fout' Latijn die diachrone variatie aantoont.

59
New cards

Diachrone variatie

Taalvariatie die gebonden is aan de tijd, zoals de evolutie van het Latijn naar het Spaans.

60
New cards

Language drift (Edward Sapir)

De structuralistische opvatting dat taalverandering een eigen leven leidt en door krachten verschillende kanten op wordt gestuurd.

61
New cards

First wave SL (Taalverandering)

Stelt dat verandering voortkomt uit een wijziging in sociale context, zoals prestigewinst of -verlies.

62
New cards

Taalverschuiving

Een proces dat taalcontact intensiveert en waarbij sprekers hun eerste taal behouden op lagere competentieniveaus.

63
New cards

Wave effect

De impact van een verandering die zich vanuit een specifieke context horizontaal verspreidt via peers naar andere klassen en contexten.

64
New cards

Expansie

Uitbreiding en betekenisspecificatie in het lexicon door de aanwezigheid van vreemde woorden.

65
New cards

S-curve (fases)

Het proces van innovatie: a) traag bij brokers, b) spectaculaire groei bij de in-groep, c) trage saturatie bij de laatste sprekers.

66
New cards

In-group favouritism

Reden voor innovatie waarbij frequente en prestigieuze vormen binnen de CoP sneller worden overgenomen.

67
New cards

Addressee-oriented speech

Het proces waarbij brokers geloven dat hun motivaties gedeeld worden door andere leden (backward engineering).

68
New cards

Leeftijd (variabele)

Variabele die generatieverschillen markeert, zoals tussen Millenials en Generation Z (19961996-20122012).

69
New cards

Individuele real time studies

Studies waarbij sprekers over een lange periode worden gevolgd, vaak gebruikmakend van geschreven corpora.

70
New cards

Panel studies

Een groepsvariant van real time studies waarbij dezelfde groep mensen over tijd wordt gevolgd.

71
New cards

Trend studies

Jaarlijkse bevraging van een specifieke groepering (CoP) met hetzelfde profiel, maar niet noodzakelijk dezelfde individuen.

72
New cards

Apparent time studies

Onderzoek van Labov dat taalreconstructie doet door op één tijdstip mensen van verschillende leeftijden te vergelijken.

73
New cards

Critical period hypothese (Downes)

Stelt dat mensen na de adolescentie een soort temporele stempel op hun taalgebruik krijgen.

74
New cards

Lifespan change

Taalverandering die plaatsvindt gedurende de gehele levensloop van een individu.

75
New cards

Age-grading

Het fenomeen waarbij specifieke taalvormen tijdelijk verbonden zijn aan een bepaalde leeftijdscohorte (bijv. elke 2525 jaar).

76
New cards

Age-exclusive features

Kenmerken die uitsluitend als identitaire marker voor een specifieke leeftijdsgroep dienen.

77
New cards

Age-preferential features

Kenmerken die vaker voorkomen bij bepaalde leeftijdsgroepen maar niet exclusief zijn.

78
New cards

Change from above vs. below

Verandering via formele systemen (standaardisatie) tegenover impliciete kopie via brokers.