1/28
Methoden I - Hoofdstuk 6: Meten en schatten
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn numerische variabelen?
kwantitatieve waarden of getallen
Continue variabelen: kunnen elke waarde aannemen binnen een interval
Discrete variabelen: nemen alleen specifieke waarden aan
statistieken zoals gemiddelde, mediaan, standaarddeviatie
→ meten van continue numerische variabelen
Wat zijn categorische variabelen?
kwalitatieve waarden of categorieën
Nominale variabelen: categorieën zonder logische volgorde (bv. geslacht)
Ordinale variabelen: categorieën met logische volgorde (bv. stadium ziekte)
frequenties, percentages
Wat zijn toevallige fouten? Waarvan zijn de afhankelijk?
= fout met onvoorspelbare richting en grootte
Training/zorgvuldigheid van de onderzoeker
Omgevingsfactoren
Onzekerheid bij het meetproces
→ maat voor de betrouwbaarheid van de meting
Hoe kan je meetonzekerheden in kaart brengen?
meting herhaaldelijk uitvoeren
→ door dezelfde persoon
→ histogram opstellen
wat betekent een confidentie interval van 95%?
95% van de metingen zullen waarden zijn binnen het confidentie interval
Wat is relatieve of fractionele onzekerheid?
(onzekerheid)/(gemeten hoeveelheid)
onzekerheid vergelijken met gemiddelde waarde
Wat is een systematische fout?
Een fout van telkens dezelfde grootte in dezelfde richting
Instrumentele fouten
calibratie/ijking → verificatie of verbetering van calibratie/ijking
Methodologische fouten
suboptimaal gebruik van meetapparatuur → meten met ander toestel ter verificatie
Systematische fouten door operator
voorbereiding van de stalen → meer training
! meting herhalen en gemiddelde nemen geeft geen betere nauwkeurigheid
Hoe worden systematische fouten uitgedrukt?
als afwijking van de gemeten waarde tov gekende werkelijke waarde
absoluut: gemeten waarde - verwachte waarde
relatief: (gemeten waarde - verwachte waarde)/(verwachte waarde) (vb. 5%)

Waarvoor staat A? Waarvoor staat B? Wat houden ze in?
Toevallige fout (A)
Bepaalt de precisie van de meting of de mate waarin herhaalde metingen van eenzelfde staal eenzelfde waarde geven; precisie wordt uitgedrukt in standaardafwijking en is ook een maat voor de betrouwbaarheid/onzekerheid van de meting
Systematische fout (B)
Bepaalt de nauwkeurigheid van de meting of de overeenkomst met de werkelijke, onderliggende waarde
Wat is nauwkeurigheid?
De mate van overeenstemming tussen gemeten waarde en echte waarde.
Wat is precisie?
Maat voor hoe goed resultaat kan worden bepaald, onafhankelijk van werkelijke waarde, de mate van overeenstemming tussen onafhankelijke metingen van hetzelfde staal
Waarom moet je een ijklijn documenteren?
Traceerbaarheid
Consistentie met andere meetopstellingen
Nauwkeurigheid van de metingen
Van waar komen de referentiewaarden voor calibraties?
Metrologische instituten
Uit welke 7 basis eenheden bestaat het SI-stelsel?
grootte - meter (m)
massa - kilogram (kg)
tijd - seconde (s)
elektrische stroom - Ampère (A)
absolute temperatuur - Kelvin (K)
hoeveelheid stof - mol (mol)
lichtsterkte - candela (cd)
Wat is dynamisch bereik? Waar wordt het door bepaald?
= meetbereik met optimale nauwkeurigheid en precisie
bepaald door:
Detectielimiet (Limit of Detection - LOD)
Kwantificatielimiet (Limit of Quantification - LOQ)
Lineariteitslimiet (Limit of Linearity - LOL)
Wat is detectielimiet?
Limiet om aan te tonen dat een bepaald bestanddeel aanwezig is
Wat is kwantificatielimiet?
Laagste meting die kwantitatief bepaald kan worden
Wat is lineairteitslimiet?
Overflow of saturatie effecten
→ niet-lineaire gebied
Wat is analytische sensitiviteit?
maat van verandering in output tov de verandering in input
deels bepaald door helling ijklijn → hogere helling geeft grotere signaalverandering → hogere gevoeligheid met minder vals negatieve metingen
Wat is analytische specificiteit?
= mate waarin de meting beïnvloed wordt door andere parameters dan deze die we willen onderzoeken → hogere specificiteit betekent dus dat we het signaal kunnen oppikken waarin we geïnteresseerd zijn met minder vals positieve metingen
Wat is diagnostische sensitiviteit?
Sensitiviteit bepaalt het aantal vals negatieven
Wat is diagnostische specificiteit?
Specificiteit bepaald het aantal vals positieven
Wat is belangrijk bij herhaalbaarheid?
Zelfde meetopstelling
Zelfde meetprocedure
Zelfde omstandigheden (locatie)
Zelfde waarnemer/uitvoerder
Kort tijdsinterval tussen metingen
→ verificatie van eigen resultaten
→ geeft idee over precisie van meting
Wat is reproduceerbaarheid? Waarvoor dient het?
Metingen door een andere onderzoeksgroep maar met dezelfde methodologie
→ Bewijs dat metingen niet enkel mogelijk zijn in een specifiek labo met een unieke setup
→ Bevestigingen van bevindingen of identificeren van menselijke fouten
Wat is correlatie?
= twee verschillende parameters meten bij eenzelfde groep
→ geeft aan hoe sterk deze twee parameters samenhangen adhv de correlatiecoëfficiënt R
→ geeft aan hoeveel variabiliteit van de ene parameter wordt verklaard door de andere aan de hand van de determinatiecoëfficiënt R²
Wat meet de correlatiecoëfficiënt?
Het meet de sterkte van het verband tussen de twee metingen, niet de mate van overeenkomst
→ Bland Altman plot
Wanneer hoeft men geen rekening te houden met bias?
Detecteren van verschillen met eenzelfde meetopstelling
Afweging tussen nauwkeurigheid en precisie
Hogere precisie maar ook lagere nauwkeurigheid door een meer eenvoudige meting
Wanneer moet je rekening houden met bias?
Vergelijking met specifieke waarde
Metingen met verschillende meettoestellen combineren <> verschillen in bias tussen meettoestellen vermijden
Wat is er belangrijk ivm beduidende cijfers?
Cijfers die in een tel- of meetresultaat betekenis hebben
Informatie over onzekerheid op meting
Aantal beduidende cijfers impliceerd een benaderende relatieve onzekerheid
Vallen niet onder de regels van significante cijfers
Alle cijfers tussen het eerst niet-nul-cijfer van links tot het laatste cijfer
Wetenschappelijke notatie voor niet-beduidende nul-cijfers
Afronden: men kijkt één cijfer verder dan nodig en rondt af
Vermenigvuldigen en delen
Het meetresultaat met het minste aantal beduidende cijfers bepaald het aantal beduidende cijfers van het eindresultaat
Optellen en aftrekken
Het meetresultaat bekomen met het minst nauwkeurig meettoestel bepaald het laatste beduidend cijfer van het eindresultaat