MAD Samenvatting - Sociologie Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

40 flashcards over sociale context, cultuur, socialisatie, macht, gender en ongelijkheid gebaseerd op de MAD sociologie samenvatting.

Last updated 8:45 AM on 8/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards

Wat is de basis van wetenschappelijke kennis in vergelijking met mensenkennis?

Wetenschappelijke kennis is gebaseerd op systematisch onderzoek, terwijl mensenkennis is gebaseerd op persoonlijke ervaringen.

2
New cards

Wat houdt de regel van representativiteit in bij wetenschappelijk onderzoek?

De onderzochte groep moet een goede afspiegeling zijn van de totale groep waarover je conclusies wilt trekken.

3
New cards

Wat wordt bedoeld met de validiteit van een onderzoek?

Validiteit betekent dat je daadwerkelijk meet wat je beoogt te meten.

4
New cards

Wat zijn de kenmerken van kwantitatieve onderzoeksmethoden?

Deze zijn gericht op cijfers en grote groepen, vaak uitgevoerd via vragenlijsten of surveys om de verspreiding van een verschijnsel te meten.

5
New cards

Wat is het verschil tussen nature en nurture?

Nature omvat wat je van nature meekrijgt; nurture is wat je aanleert door je omgeving, opvoeding en cultuur.

6
New cards

Hoe wordt het begrip cultuur gedefinieerd in de sociologie?

De manier waarop mensen in een samenleving leven, denken en handelen, bestaande uit gedeelde waarden, normen, verwachtingen en doeleinden.

7
New cards

Wat zijn sociale waarden?

Algemene ideeën over wat goed, juist en belangrijk is, zoals de overtuiging dat eerlijkheid belangrijk is.

8
New cards

Wat is het verschil tussen normen en waarden?

Waarden zijn algemene ideeën; normen zijn concrete gedragsregels over hoe je je wel of niet hoort te gedragen.

9
New cards

Wat is het kenmerk van formele normen?

Dit zijn geschreven, officiële regels (vaak rechtsregels) met bijbehorende formele sancties, zoals een boete voor door rood rijden.

10
New cards

Wat is een rolattribuut?

Een uiterlijk kenmerk dat nodig is om een sociale rol te vervullen of te herkennen, zoals een brandweeruniform.

11
New cards

Wanneer is er sprake van een extern rolconflict?

Wanneer er een conflict ontstaat tussen rolverwachtingen die bij verschillende posities horen, zoals een student die ook voetballer is.

12
New cards

Wat is het verschil tussen sociale status en sociaal aanzien?

Status hoort bij de sociale positie zelf; aanzien is de waardering voor de persoon die de positie bekleedt.

13
New cards

Wat houdt statusincongruentie in?

Verschillende statussen van één persoon passen niet bij elkaar, zoals een prestigieus beroep hebben maar leven volgens een veel lagere status.

14
New cards

Wat is etnocentrisme?

De overtuiging dat de eigen cultuur beter is dan alle andere culturen.

15
New cards

Wat wordt bedoeld met structural lag?

Het verschijnsel waarbij maatschappelijke structuren achterlopen op maatschappelijke veranderingen, zoals vergrijzing waarbij voorzieningen niet snel genoeg volgen.

16
New cards

Wat is de definitie van socialisatie?

Het proces waarbij iemand leert om lid te worden van een maatschappij door kennis, normen, waarden en sociale rollen aan te leren.

17
New cards

Wat is het verschil tussen enculturatie en acculturatie?

Enculturatie is het aanleren van de geboortecultuur; acculturatie is het aanleren van een nieuwe of latere cultuur.

18
New cards

Wat kenmerkt primaire socialisatie?

Het aanleren van algemene gedragingen binnen primaire groepen zoals het gezin, gekenmerkt door een sterk wij-gevoel en emotionele verbondenheid.

19
New cards

Hoe wordt een interne negatieve sanctie gedefinieerd?

Een reactie op eigen gedrag die vanuit de persoon zelf komt, zoals een schuldgevoel.

20
New cards

Wat is een 'innovator' volgens de typologie van Merton?

Iemand die het maatschappelijk gewenste doel wil bereiken maar daarvoor niet-geaccepteerde middelen gebruikt.

21
New cards

Wat is de kern van de labelingstheorie van Becker?

Gedrag wordt als deviant beschouwd omdat anderen het als zodanig bestempelen; het label is belangrijker dan het gedrag zelf.

22
New cards

Wat is het verschil tussen macht en gezag volgens Weber?

Macht is de mogelijkheid om gedrag te beïnvloeden; gezag is macht waarbij mensen de beïnvloeding vrijwillig aanvaarden.

23
New cards

Wat is rationeel-legaal gezag?

Macht die wordt aanvaard omdat deze gebaseerd is op wetten en officiële regels, zoals bij een politieagent.

24
New cards

Wat wordt bedoeld met framing in de media?

Het herhaaldelijk gebruiken van bepaalde woorden en beelden om de publieke mening in een bepaalde richting te sturen.

25
New cards

Wat is een echokamer op sociale media?

Een omgeving waarin men vooral informatie krijgt die overeenkomt met de eigen standpunten, waardoor de eigen mening steeds wordt bevestigd.

26
New cards

Wat is het verschil tussen sekse en gender?

Sekse betreft biologische kenmerken; gender betreft de sociale en culturele betekenis die aan die sekse wordt gegeven.

27
New cards

Wat houdt horizontale seksesegregatie in?

De verdeling waarbij mannen en vrouwen in verschillende beroepen of sectoren werken, zoals veel vrouwen in de zorg en mannen in de bouw.

28
New cards

Wat is de Bechdeltest voor films?

Een test waarbij een film slaagt als er minstens 22 vrouwelijke personages zijn die met elkaar praten over iets anders dan een man.

29
New cards

Wat is het verschil tussen klassespecifieke en genderspecifieke socialisatie?

Klassespecifiek gebeurt binnen de subcultuur van een sociale klasse; genderspecifiek is de verschillende opvoeding van jongens en meisjes.

30
New cards

Wat is intersectionaliteit?

Het concept dat verschillende vormen van sociale ongelijkheid (zoals gender en afkomst) tegelijkertijd invloed hebben op iemands positie.

31
New cards

Wat is de sociale afstandsschaal?

Een methode om te meten hoe dicht iemand een bepaalde groep in zijn sociale omgeving wil toelaten, variërend van buur tot partner.

32
New cards

Wat is het medische model m.b.t. handicap?

Een visie die handicap ziet als een individueel probleem gericht op ziekte, beperking en medische behandeling.

33
New cards

Wat zijn de vier types machtsbronnen?

Economische macht, politieke macht, affectieve macht en cognitieve macht.

34
New cards

Wat zijn de kenmerken van een kastensamenleving?

Een gesloten systeem waarbij de positie erfelijk is, men binnen de kaste trouwt en de status gebaseerd is op geboorte.

35
New cards

Wat is het verschil tussen klasse-an-sich en klasse-für-sich bij Marx?

An-sich betekent dat men objectief tot een klasse behoort; für-sich betekent dat men zich bewust is van gezamenlijke belangen en actie onderneemt.

36
New cards

Hoe definieert Bourdieu cultureel kapitaal?

De kennis, vaardigheden, taalgebruik, smaak en diploma's die iemand bezit.

37
New cards

Wat wordt bedoeld met intrageneratiemobiliteit?

De verandering van sociale positie binnen het leven van één en dezelfde persoon.

38
New cards

Wat is individualisering als sociale verandering?

Een ontwikkeling waarbij de belangen, keuzevrijheid en verantwoordelijkheid van het individu belangrijker worden dan die van de groep.

39
New cards

Wat is het verschil tussen endogene en exogene veranderingsfactoren?

Endogene factoren komen van binnenuit de samenleving (bv. techniek); exogene factoren komen van buitenaf (bv. klimaat of handel).

40
New cards

Hoe wordt de loonkloof berekend volgens de verstrekte formule?

Loonkloof=loon mannenloon vrouwen3000×100=10%\text{Loonkloof} = \frac{\text{loon mannen} - \text{loon vrouwen}}{3000} \times 100 = 10\%