1/99
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
être (été)
zijn
avoir (eu)
hebben
pouvoir (pu)
kunnen, mogen
faire
maken, doen
mettre (mis)
zetten, plaatsen, aantrekken
dire
zeggen
prendre (pris)
nemen
devoir (dû)
moeten
donner
geven
aller
gaan
vouloir
willen
savoir (su)
weten
falloir
moeten
voir (vu)
zien
demander
vragen, eisen
trouver
vinden
rendre
teruggeven
venir
komen
passer
doorbrengen, voorbijgaan
comprendre
begrijpen, snappen
rester
blijven
tenir
vasthouden
porter
dragen
parler
praten, spreken
montrer
tonen, laten zien
continuer
doorgaan
penser
denken
suivre
volgen
connaître
kennen, weten
croire
geloven
commencer
beginnen
compter
tellen, rekenen
entendre
horen
attendre
wachten
remettre
uitreiken, overhandigen
appeler
bellen
permettre
toestaan
occuper
bezetten
devenir
worden
partir
vertrekken, weggaan
décider
besluiten, beslissen
arriver
aankomen
servir
dienen
sembler
lijken
revenir
terugkomen
laisser
laten
recevoir
ontvangen
répondre
beantwoorden
vivre
leven
rappeler
terugbellen
présenter
presenteren, tonen, voorleggen
accepter
accepteren
agir
handelen
poser
neerzetten, neerleggen
jouer
spelen
reconnaître
herkennen
offrir
aanbieden
choisir
kiezen
toucher
aanraken
aimer
houden van, leuk vinden
retrouver
terugvinden
perdre
verliezen, kwijtraken
expliquer
uitleggen
considérer
beschouwen, overwegen
ouvrir
openen
gagner
verdienen, winnen
exister
bestaan
refuser
weigeren, afslaan
lire
lezen
réussir
lukken, slagen
changer
veranderen
travailler
werken
représenter
vertegenwoordigen
assurer
verzekeren
essayer
proberen
empêcher
beletten, verhinderen
sortir
uitgaan, weggaan
reprendre
hervatten, weer beginnen
mener
brengen, leiden
appartenir
behoren tot
risquer
riskeren, op het spel zetten
concerner
betreffen, aangaan
apprendre
leren
rencontrer
ontmoeten
créer
oprichten, creëren
obtenir
verkrijgen
chercher
zoeken
entrer
binnengaan, binnenkomen
proposer
voorstellen, een voorstel doen
apporter
meebrengen
utiliser
gebruiken
atteindre
bereiken, treffen
tenter
trachten, proberen
importer
van belang zijn, importeren
ajouter
toevoegen
produire
produceren
préparer
voorbereiden
relever
verhogen
écrire
schrijven
défendre
verdedigen