1/64
Taal totaal les 7 woordenlijst met voorbeeldzinnen en geluidbestanden
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
de media (-) (De media hebben veel invloed op de publieke opinie.)
the media, média (A média nagy hatással van a közvéleményre.)
de kleindochter (-s) (Mijn kleindochter komt dit weekend logeren.)
granddaughter, unoka (Az unokám ezen a hétvégén nálunk alszik.)
het spel (-len) (Het spel was spannend tot het einde.)
game, játék (A játék izgalmas volt a végéig.)
omgaan met ging om, gingen om, is omgegaan (Ze kan goed omgaan met stress.)
to handle, bánni valamivel (Jól tud bánni a stresszel.)
weg weten met wist weg, wisten weg, heeft weggeweten (Hij weet goed weg met computers.)
to know what to do with, tudja hogyan bánjon valamivel (Jól ért a számítógépekhez.)
onder de knie krijgen kreeg, kregen, heeft gekregen (Na veel oefenen kreeg hij de grammatica onder de knie.)
to master something, elsajátítani valamit (Sok gyakorlás után elsajátította a nyelvtant.)
ergens goed voor gaan ging, gingen, is gegaan (Ze gaat echt goed voor haar studie.)
to take one's time to do something, időt szánni valamire (Tényleg sok időt szán a tanulmányaira.)
boven de pet gaan ging, gingen, is gegaan (Deze wiskundesom gaat me echt boven de pet.)
to be over one's head, meghaladja az értelmet (Ez a matekfeladat meghaladja az értelmemet.)
het aanraakscherm (-en) (De smartphone heeft een aanraakscherm.)
touchscreen, érintőképernyő (A telefon érintőképernyős.)
het apenstaartje (-s) (Je moet een apenstaartje typen in het e-mailadres.)
at sign (@), kukac (Írnod kell egy kukacot az e-mail címbe.)
het beeldscherm (-en) (Mijn beeldscherm is kapot gegaan.)
screen, képernyő (Tönkrement a képernyőm.)
de monitor (-en/-s) (De monitor staat op het bureau.)
monitor, monitor (A monitor az íróasztalon van.)
de muis (-en) (Ik gebruik een draadloze muis.)
mouse, egér (Vezeték nélküli egeret használok.)
de laptop (-s) (Zijn laptop is snel en krachtig.)
laptop, laptop (A laptopja gyors és erős.)
de printer (-s) (De printer is leeg.)
printer, nyomtató (A nyomtató kifogyott.)
de smartphone (-s) (Ze heeft een nieuwe smartphone gekocht.)
smartphone, okostelefon (Új okostelefont vett.)
de tablet (-s) (De kinderen spelen met de tablet.)
tablet, táblagép (A gyerekek a táblagéppel játszanak.)
het toetsenbord (-en) (Het toetsenbord is draadloos.)
keyboard, billentyűzet (A billentyűzet vezeték nélküli.)
het geheugen (-s) (Mijn computer heeft veel geheugen.)
memory, memória (A számítógépemnek sok memóriája van.)
het bestand (-en) (Ik heb het bestand opgeslagen.)
file, fájl (Elmentettem a fájlt.)
de webcam (-s) (Mijn laptop heeft een ingebouwde webcam.)
webcam, webkamera (A laptopomban van beépített webkamera.)
de koptelefoon (-s) (Ik luister naar muziek met mijn koptelefoon.)
headphones, fejhallgató (Fejhallgatóval hallgatok zenét.)
de usb-stick (-s) (Ik heb de usb-stick in de computer gestoken.)
USB stick, pendrive (Beleraktam a pendrive-ot a számítógépbe.)
de glutenintolerantie (-s) (Ze heeft glutenintolerantie en eet glutenvrij.)
gluten intolerance, gluténérzékenység (Gluténérzékeny, és gluténmentesen eszik.)
de tarwe (-n) (Tarwe bevat gluten.)
wheat, búza (A búza glutént tartalmaz.)
de rogge (-n) (Roggebrood is gezond.)
rye, rozs (A rozskenyér egészséges.)
de spelt (-en) (Speltbrood is een goed alternatief.)
spelt, tönkölybúza (A tönkölykenyér jó alternatíva.)
de kruimel (-s) (Er lagen kruimels op de tafel.)
crumb, morzsa (Morzsák voltak az asztalon.)
glutenvrij, glutenvrijer, glutenvrijst (Hij eet alleen glutenvrij brood.)
gluten-free, gluténmentes (Csak gluténmentes kenyeret eszik.)
aanstellen stelde aan, stelden aan, heeft aangesteld (Stel je niet zo aan!)
to behave like a child, hisztizni (Ne hisztizz már!)
geen kwaad kunnen kon, konden, heeft gekund (Een beetje suiker kan geen kwaad.)
to not do any harm, nem árthat (Egy kis cukor nem árthat.)
afspreken sprak af, spraken af, heeft afgesproken (We hebben morgen afgesproken in het park.)
to meet, találkozni (Megbeszéltük, hogy holnap a parkban találkozunk.)
niet weg te slaan zijn bij was, waren, is geweest (Hij is niet weg te slaan bij zijn computer.)
to not be dragged away from, le se lehet vakarni (Le se lehet vakarni a számítógép mellől.)
het lawaai (-en) (Er was veel lawaai in de straat.)
noise, zaj (Nagy zaj volt az utcán.)
aanpakken pakte aan, pakten aan, heeft aangepakt (We moeten dit probleem serieus aanpakken.)
to tackle, kezelni valamit (Komolyan kell kezelnünk ezt a problémát.)
aandragen droeg aan, droegen aan, heeft aangedragen (Ze droeg een goed idee aan.)
to come up with, előállni valamivel (Jó ötlettel állt elő.)
grenzen stellen stelde, stelden, heeft gesteld (Ouders moeten grenzen stellen aan hun kinderen.)
to lay down limits, határokat szabni (A szülőknek határokat kell szabniuk a gyerekeiknek.)
de deskundige (-n) (De deskundige gaf ons advies.)
expert, szakértő (A szakértő tanácsot adott nekünk.)
dat kan geen kwaad (Een extra pauze kan geen kwaad.)
that can't hurt, az nem árthat (Egy extra szünet nem árthat.)
het gedrag (-en) (Zijn gedrag was onacceptabel.)
behaviour, viselkedés (A viselkedése elfogadhatatlan volt.)
overtuigend, overtuigender, overtuigendst (Hij sprak heel overtuigend.)
convincing, meggyőző (Nagyon meggyőzően beszélt.)
verbieden verbood, verboden, heeft verboden (Ze verboden het gebruik van alcohol op school.)
to forbid, megtiltani (Megtiltották az alkoholfogyasztást az iskolában.)
in gesprek gaan ging, gingen, is gegaan (Ze gingen in gesprek met de buren.)
to have a conversation, beszélgetni (Beszélgetésbe kezdtek a szomszéddal.)
geluidsoverlast ondervinden ondervond, ondervonden, heeft ondervonden (We ondervinden veel geluidsoverlast van het verkeer.)
to suffer from noise, zajártalmat szenvedni (Sokat szenvedünk a forgalom zajától.)
de uitkomst (-en) (De uitkomst van het onderzoek was verrassend.)
outcome, eredmény (A kutatás eredménye meglepő volt.)
inschakelen schakelde in, schakelden in, heeft ingeschakeld (We hebben de politie ingeschakeld.)
to involve, bevonni (Bevontuk a rendőrséget.)
de woningbouwvereniging (-en) (De woningbouwvereniging helpt bij reparaties.)
housing corporation, lakásszövetkezet (A lakásszövetkezet segít a javításokban.)
oplossen loste op, losten op, heeft opgelost (We moeten dit probleem oplossen.)
to solve, megoldani (Meg kell oldanunk ezt a problémát.)
de optie (-s) (Er zijn meerdere opties beschikbaar.)
option, lehetőség (Több lehetőség is van.)
de wijkagent (-en) (De wijkagent kent de buurt goed.)
neighborhood police officer, körzeti megbízott (A körzeti megbízott jól ismeri a környéket.)
de uitweg (-en) (We zagen geen uitweg meer.)
way out, kiút (Már nem láttunk kiutat.)
de voedselallergie (-ën) (Hij heeft een ernstige voedselallergie.)
food allergy, ételallergia (Súlyos ételallergiája van.)
opmaken uit maakte op, maakten op, heeft opgemaakt (Dat kun je uit het rapport opmaken.)
to gather from, kivenni valamiből (Ez kiderül a jelentésből.)
verdiepen in verdiepte, verdiepten, heeft verdiept (Ik heb me verdiept in het onderwerp.)
to delve into, elmélyedni (Elmélyedtem a témában.)
het transportbedrijf (-ven) (Het transportbedrijf levert binnen 24 uur.)
transport company, fuvarozócég (A fuvarozócég 24 órán belül szállít.)
samenwerken werkte samen, werkten samen, heeft samengewerkt (Ze werken samen aan het project.)
to work together, együtt dolgozni (Együtt dolgoznak a projekten.)
de samenwerking (-en) (De samenwerking tussen de scholen is goed.)
cooperation, együttműködés (Jó az együttműködés az iskolák között.)
merken merkte, merkten, heeft gemerkt (Ik merkte dat hij moe was.)
to notice, észrevenni (Észrevettem, hogy fáradt.)
verliefd worden op werd, werden, is geworden (Ze werd verliefd op haar collega.)
to fall in love with, beleszeretni (Beleszeretett a kollégájába.)
beïnvloeden beïnvloedde, beïnvloedden, heeft beïnvloed (De reclame beïnvloedt ons gedrag.)
to influence, befolyásolni (A reklám befolyásolja a viselkedésünket.)
wegleggen legde weg, legden weg, heeft weggelegd (Leg je telefoon even weg!)
to put away, félretenni (Tedd már le a telefonod!)
het roddelblad (-en) (Ik lees nooit roddelbladen.)
gossip magazine, pletykalap (Sose olvasok pletykalapokat.)
de kern van waarheid (-heden) (Er zit een kern van waarheid in.)
the element of truth, igazságtartalom (Van benne némi igazság.)
de documentaire (-s) (De documentaire ging over klimaatverandering.)
documentary, dokumentumfilm (A dokumentumfilm a klímaváltozásról szólt.)
soortgelijk, soortgelijker, soortgelijkst (Ik heb een soortgelijk probleem gehad.)
similar, hasonló (Nekem is volt hasonló problémám.)