Begrippenlijst Biogeografie

0.0(0)
Studied by 2 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/125

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:06 AM on 5/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

126 Terms

1
New cards

Biogeografie

Wetenschap die de ruimtelijke patronen in biologische diversiteit probeert te beschrijven en te verklaren

2
New cards

Actualisme

Fundamentele fysische en biologische processen zoals wij die nu in de natuur waarnemen, zijn onveranderd gebleven doorheen de tijd aangezien zij manifestaties zijn van universele wetmatigheden

3
New cards

Ecologische biogeografie

Accent op ecologische processen en kleine ruimtelijke en temporele schalen waarbij men zich concentreert op vragen als: Waarom komt een bepaalde groep van organismen tegenwoordig voor op een bepaalde plaats? (+ijstijden)

4
New cards

Historische biogeografie

Accent op evolutionaire processen over tijdspannes van miljoenen jaren en vaak op wereldschaal en zoekt een antwoord op vragen als: Hoe zij taxa en biota ontstaan, hoe hebben zij zich verspreid en waarom zijn extincties opgetreden?

5
New cards

Spreidingszones of mid-oceanische ruggen

Langgerekte hoger gelegen structuren op de bodem van de oceaan die ontstaan door het uit elkaar bewegen van tektonische platen

6
New cards

Continentale divergentie

Platen bewegen uit elkaar met als gevolg riftgebieden of slenken

7
New cards

Transformatiezones

Platen met ongeveer dezelfde densiteit schuiven tegen elkaar

8
New cards

Botsingszones of convergente plaatgrenzen

Zones van verdikking van de lithosfeer en deformatie van de aardkorst door het bij elkaar komen van tektonische platen

9
New cards

Subductiezone

Botsing van een dense oceanische plaat met een lichtere continentale plaat => Oceanische plaat duikt onder => Trog

10
New cards

Sutuurzones

Geven aan waar vroeger oceanen verdwenen en landmassa's samensmolten

11
New cards

Rodinia

Supercontinent dat bestond van 1100 tot 750 miljoen jaar geleden

12
New cards

Beringia

Landbrug tussen Alaska en Siberië

13
New cards

De Geer en Thulische Routes

Landbruggen tussen Noord-Amerika en Europa

14
New cards

Epicontinentale/epirogenetische zee

Zee die delen van continenten overspoelt

15
New cards

Creodonten

Uitgestorven zoogdierorde, eerste roofzoogdieren dier zich ontwikkelden na het uitsterven van de dinosaurussen

16
New cards

THC

Thermohaliene circulatie, temperatuur- en saliniteits-gecontroleerde densiteitscirculatie

17
New cards

Snowball Earth hypothese

Tussen 750 - 580 Ma trad een strenge ijstijd op (Cryogene periode). De oceanen waren volledig dichtgevroren met een ijslaag van 1 - 2 kilometers dik => Gevolgen voor biota

18
New cards

Runaway cooling

Eens afkoeling gestart, steeds verder afkoeling en uitbreiding ijskappen

19
New cards

Milankovitch cycli

Drie kenmerken van de baan van de aarde veranderen periodiek

20
New cards

Excentriciteit

De baan van de aarde is niet perfect cirkelvormig maar verandert van minder tot meer elliptisch omdat de aarde wordt aangetrokken door andere planeten (periodiciteit 110000 jaar). Leidt tot veranderingen in de totale hoeveelheid zonnestaling die de aarde bereikt.

21
New cards

Obliquiteit

De inclinatiehoek van de aarde ten opzicht van de aardas verandert van 22.1 graden tot 24.5 graden met een periode van 41000 jaar. Grotere inclinatie => grotere seizoenale verschillen in insolatie. (Kleine helling => IJskappen door koele zomers op hoge breedtegraden)

22
New cards

Insolatie

Incident Solar Radiation, invallende zonnestraling

23
New cards

Precessie

Oriëntatie van de aardas, verandert met periodiciteit van 22000 jaar. Veranderingen in de precessie verandert de oriëntatie van de aarde in relatie tot het perihelion (dichtst bij de zon) en het aphelion. Gevolg: Grotere seizoenale verschillen in temperatuur. (Omgekeerd voor andere hemisfeer)

24
New cards

De lijn van Wallace

Lijn die de scheiding van de biota tussen zuidoost Azië en Australië markeert

25
New cards

Eustatische verandering

Globale veranderingen in de zeespiegel ten gevolge van de aangroei of het afsmelten van continentale ijskappen

26
New cards

Isostatische verandering

Veranderingen als gevolg van het rijzen of dalen van de aardkorst ten gevolge van verschillen in gewichtsdruk door het afsmelten of aangroeien van gletsjers en ijskappen en veroorzaken lokale of relatieve veranderingen in de zeespiegel.

27
New cards

Stenotherme soorten

Soorten die enkele kunnen overleven in een kleine temperatuur range

28
New cards

Eurytherme soorten

Soorten die kunnen overleven in een grote temperatuur range

29
New cards

Speciatie-pomp model

Gedurende glaciale maxima evolutionaire divergentie in de verschillende zusterpopulaties in refugia. Gedurende interglacialen konden deze geïsoleerde gebieden zich terug uitbreiden. (cyclische vicariantie) => Haffer bekritiseerd

30
New cards

Nunataks

IJsvrije refugia die bleven bestaan in of langs ijsvelden

31
New cards

Overkill hypothese

Mensen zijn verantwoordelijk voor het uitroeien van de megafauna aan het eind van het Pleistoceen

32
New cards

Hybridenzones

Gebieden waar populaties met een verschillende herkomst en genetische structuur met elkaar in contact kwamen

33
New cards

Genetische divergentie

Maat voor de gemiddelde genetische afstand tussen genotypes

34
New cards

Genetische diversiteit

Aantal haplotypes

35
New cards

Biomen

Natuurlijke biotische eenheden, gekarakteriseerd door combinaties van planten- en diersoorten in climaxgemeenschappen

36
New cards

Woud

Gedomineerd door bomen en met een min of meer ononderbroken kruinlaag

37
New cards

Bosrijk gebied

Gedomineerd door min of meer verspreid staande bomen, vaak met gras gedomineerde zones ertussen of met een lage ondergroei

38
New cards

Struweel

Min of meer continue struiklaag, tot verschillende meters hoog

39
New cards

Open struweel

Open vegetatie gedomineerd door struiken

40
New cards

Grasland

Gedomineerd door grassen en kruiden

41
New cards

Woestijn

Een zeer schaarse plantenbedekking, het grootste gedeelte van de bodem is onbegroeid

42
New cards

Potentiële evapotranspiratie

De hoeveelheid die zou verdampen en getranspireerd worden indien er onbeperkt water beschikbaar zou zijn

43
New cards

Biotemperatuur

Temperatuur die vegetaties nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen

44
New cards

Hydrofyten

Waterplanten, planten die volledig ondergedompeld leven

45
New cards

Helofyt

Planten met onder water zittende wortels of knoppen

46
New cards

Epifyten

Planten die op levende planten groeien zonder hieraan voedsel te onttrekken

47
New cards

Chamaefyt

Dwergstruik, overwinteringsknoppen komen niet hoger dan 25 cm boven de grond

48
New cards

Fanerofyt

Overwinteringsknoppen meer dan 25 cm boven de bodem bevinden

49
New cards

Hemicryptofyt

Knoppen op of iets onder de grond

50
New cards

Geofyt/Cryptofyt

Knoppen onder de grond

51
New cards

Therofyt

Geen winterknoppen

52
New cards

Leaf area index

Bladoppervlakte gedeeld door totale oppervlakte

53
New cards

Roughness length

Wordt gebruikt voor het bepalen van de ruwheid van een oppervlak uit te drukken

54
New cards

Ecoregio's

Relatief grote landoppervlakten die een duidelijke assemblage van natuurlijke gemeenschappen bevatten, met grenzen die de oorspronkelijke verspreiding van natuurlijke gemeenschappen weergeven voor veranderingen ten gevolge van landgebruik

55
New cards

Bossavanne

Tropische bladverliezend woud met niet aaneensluitende kruinlaag, met een ondergroei van grassen, stuiken en kruiden

56
New cards

Galerijwoud

Savanne langs de oevers

57
New cards

Parksavanne

Combinatie van bomen, gras en lage struiken meer landinwaarts

58
New cards

Litorale zone

Oeverzone

59
New cards

Limnetische zone

Open water zone

60
New cards

Benthische zone

Bodem zone

61
New cards

Plankton

Drijvende organismen

62
New cards

Nekton

Vrij zwemmende organismen

63
New cards

Kratermeren

Meren in caldera's (komvormige kraters) nadat de magma werd uitgestoten. Soms oude vulkanen.

64
New cards

Cirque meren

Alpiene gletsjers schuren een bassin uit dat de vorm heeft van een amfitheater. De glaciale afzettingen (till) vormen een dam

65
New cards

Paternoster meren

Glaciale meren die verbonden zijn met elkaar

66
New cards

Fjorden

Als de terminale morene hoog genoeg is om het bassin te isoleren van de zee, wordt er een meer gevormd

67
New cards

Kettle meren

Blok ijs uit een morene (landschap gevormd door ijskappen) smelt af en laat een steil en diep bassin na

68
New cards

Isolatiemeren

Ontstaan na het afsmelten van de continentale ijskap. Door het wegvallen van de gewichtsdruk, stijgt de continentale plaat, waardoor de vrijgekomen bassins worden gevuld met zeewater. Het zeewater wordt op zijn beurt verdund of geconcentreerd, afhankelijk van de precipitatie-evaporatiebalans

69
New cards

Thermokarst meren

Vries-dooi cycli leiden tot bassins in regio's met een permafrost

70
New cards

Cryogene meren

Meren op gletsjers, ijsplaten en ijskappen

71
New cards

Oplossingsmeren

Gevormd door gedeeltelijk oplossing van oplosbare gesteenten (kalksteen)

72
New cards

Afgedamde meander

Meander afgedamd door sedimentatie- en erosieprocessen

73
New cards

Fens

Hoogveen, aanvoer van water via neerslag

74
New cards

Bogs

Laagveen, aanvoer van water over/door minerale bodems

75
New cards

Blanket mires en raised bogs

Op grotere hoogten in situaties waar weinig doordringbare veenlagen een hoge watertafel boven de minerale bodem veroorzaken

76
New cards

Trilveen

Ontstaat door het opvullen van een meerbekken met een drijvende veenmat

77
New cards

Lotic

Stromend water

78
New cards

Lentic

Stilstaand water

79
New cards

Epipelagische zone

Tot ongeveer 200 m diep, scherpe licht-, temperatuur- en saliniteitsgradiënt

80
New cards

Mesopelagische zone

200 - 1000 m diep, meer geleidelijke veranderingen, weinig seizoenale variatie in condities

81
New cards

Bathypelagische zone

Geen licht, lage temperatuur en hoge druk

82
New cards

Epifauna

Gemeenschappen op harde substraten

83
New cards

Infauna

Gemeenschappen ingegraven in zachte substraten

84
New cards

Franjeriffen

Zeewaarts groeiend op rotsige kusten

85
New cards

Barrièreriffen

Evenwijdig met de kust groeiend maar ervan gescheiden door ondiepe lagunes

86
New cards

Atollen

Hoefijzervormige riffen gevormd op een wegzinkende vulkaan met in het midden een lagune

87
New cards

Estuaria

Overgangszones tussen de zee en zoetwater waar zeewater wordt verdund met water afkomstig van het vasteland

88
New cards

Viviparie

Bij viviparie droogt het zaad aan het eind van de ontwikkeling niet uit en kiemt direct zonder kiemrust. Viviparie kan alleen optreden bij vochtrijke vruchten of als er voldoende vocht aanwezig is door regen, omdat het kiemende zaad voor de kieming en groei vocht nodig heeft.

89
New cards

Cladogenese

Een voorouder leidt tot het ontstaan van een of meerder afstammelingen

90
New cards

Anagenese

Soort evolueert tot een nieuw type organisme dat als een verschillende soort wordt beschouwd

91
New cards

Speciatie

Splitsing gemeenschappelijke genenpool, verschillen in dochterpopulaties worden gefixeerd en leiden tot reproductieve isolatie of andere factoren die de verschillen behouden

92
New cards

Genetische drift

Populaties gaan verschillen in genetische samenstelling en structuur door toevallige veranderingen in de frequentie van allelen

93
New cards

Cline

Graduele verandering in 1 of meerdere kenmerken langs een mileugradiënt

94
New cards

Vicariante gebeurtenis

Een milieuverandering veroorzaakt een dispersiebarrière

95
New cards

Founder effect

Individuen steken bestaande barrière over en koloniseren voordien onbewoond gebied

96
New cards

Perifere isolatie

Een nieuwe soort vormt zich in een populatie geïsoleerd aan de rand van het areaal van de ancestrale soort

97
New cards

Ringspeciatie

Het areaal bereidt zich ringvormig uit

98
New cards

Parapatrische speciatie

Arealen van moedersoort en soort-in-wording grenzen aan elkaar

99
New cards

Sympatrische speciatie

soortvorming zonder geografische isolatie

100
New cards

Polyploïdie

Een volledige set chromosomen wordt doorgegeven, waarbij het totale aantal verdubbelt, verdrievoudigt